Inleiding Staatsrecht
2024-25
,Inhoudsopgave
Korte samenvatting arresten..........................................................................1
Bijeenkomst 1.1 C&V – Het parlement............................................................10
Bijeenkomst 1 systeem – Regering................................................................15
Bijeenkomst 1.2 C&V – Ministeriële verantwoordelijkheid...............................21
Bijeenkomst 2.1 C&V – Bijzondere controlemogelijkheden..............................25
Bijeenkomst 2 Systeem – Normenhiërarchie en wetgevende bevoegdheid.......31
Bijeenkomst 2.2 C&V – Wetgevingsprocedure................................................39
Bijeenkomst 3.1 C&V – Toegang tot de onafhankelijke rechter........................47
Bijeenkomst 3 systeem – Rechterlijke toetsing en toetsingsverbod.................61
Bijeenkomst 3.2 C&V – Doorwerking en goedkeuring van internationale
verdragen.................................................................................................... 72
Bijeenkomst 4.1 C&V – Grondrechten.............................................................78
Bijeenkomst 4 systeem – Politieke vrijheidsrechten........................................89
Bijeenkomst 4.2 C&V – Supercasus................................................................97
,Korte samenvatting arresten
Arubaanse verkiezingsafspraak
Casus
Leden van de Arubaanse volksvertegenwoordiging zouden volgens een
afspraak in een overeenkomst hun zetel op moeten geven op het moment
dat zij hun partijlidmaatschap verliezen.
Rechtsvraag
Wat is de rechtsgeldigheid van deze verkiezingsafspraak?
Overweging
Hoge Raad oordeelt dat afspraak nietig is, omdat deze in strijd is met het
beginsel van vrije mandaat (art. 67 lid 3 Gw). Beginsel van vrije mandaat
houdt in dat leden zonder last stemmen. Dit vrije mandaat houdt in dat
zowel fractiebinding als partijlidmaatschap geen invloed kan hebben op
het in functie blijven van gekozen Statenleden.
Rechtsregel
Vanwege het beginsel van vrije mandaat is het niet mogelijk dat
Kamerleden worden gedwongen om hun zetel af te staan.
Meerenberg
Casus
Bestuursleden van het krankzinnigeninstituut Meerenberg werden
vervolgd. Zij hadden namelijk geweigerd een bevolkingsregister van hun
patiënten aan te leggen en dit door te geven aan andere instanties.
Hiermee hadden zij een Koninklijk besluit overtreden. Volgens de
Blanketwet 1818 was een overtreding van een door de Kroon vastgestelde
regeling strafbaar. Dit hield eigenlijk in dat de kroon via AMvB’s regels kon
uitvaardigen en hierop ook straffen zetten. De Koning ontliep hierdoor de
parlementaire procedure die eigenlijk noodzakelijk is voor de
totstandkoming van een formele wet.
Rechtsvraag
Kan er aan de Koning een bevoegdheid tot wetgeving worden
toegeschreven als deze niet uitdrukkelijk in de Grondwet of door middel
van delegatie door een wet in formele zin is verleend?
Overweging
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 104 Gw (oud) aan de Koning de
uitvoerende macht toekent, terwijl de wetgevende macht wordt
uitgeoefend door de Koning en de Staten-Generaal tezamen. Derhalve is
het slechts mogelijk dat de Koning wetgevende macht heeft in het geval
dat dit aan hem door de Grondwet of door delegatie in formele zin is
1
, verleend. De regeling die door de Koning was opgesteld is dus
onverbindend verklaard, omdat deze niet op een wet is gebaseerd.
Rechtsregel
De Kroon is zelfstandig bevoegd om een AMvB op te stellen, zonder dat dit
is toebedeeld in de Grondwet of gedelegeerd door een wet in formele zin
(art. 89 lid 1 Gw). Als de AMvB echter voorschriften bevat door straffen
te handhaven, dient dit gebaseerd te zijn op een wet in formele zin (alleen
delegatie is hier niet voldoende) (art. 89 lid 2 Gw).
- Legaliteitsbeginsel: geen orgaan kan een bevoegdheid hebben die
niet op de Grondwet of de wet berust. Overheidshandelen moet dus
gebaseerd zijn op een wettelijke grondslag.
Guldemond/Noordwijkerhout
Casus
Guldemond is eigenaar van een stuk grond en heeft in deze grond een
vaarsloot gegraven. Een openbaar voetpad dat over zijn terrein loopt, is
daardoor in tweeën gesneden. Negen jaar later maakt de gemeente
Noordwijkerhout bezwaar tegen de sloot.
De gemeente begint de sloot met zand te dempen op de plaats waar deze
het voetpad kruist. Guldemond dagvaardt gemeente voor de burgerlijke
rechter. De gemeente besluit dat de burgerlijke rechter onbevoegd is.
Rechtsvraag
Was de burgerlijke rechter in casus bevoegd te oordelen over het geschil?
Waardoor wordt zijn competentie bepaald (art. 112 lid 1 Gw)?
Overweging
De Hoge Raad stelt dat de burgerlijke rechter wel bevoegd is, omdat
Guldemond zijn vordering gebaseerd heeft op een regel van burgerlijk
recht (het handhaven van het ongestoorde bezit van zijn sloot). Het
privaatrechtelijke of publiekrechtelijke karakter van het geschil bepaalt
dus niet de bevoegdheid van de burgerlijke rechter.
Rechtsregel
De grondslag van de vordering van de eisende partij bepaalt de
competentie van de burgerlijke rechter (objectum-litis leer). De
burgerlijke rechter mag dus oordelen over de bestuurshandelingen van
bestuursorganen als daarbij een burgerlijk recht wordt getroffen
(objectum-litis).
Benthem/Staat
Casus
De heer Benthem heeft bij de gemeente van zijn woonplaats een
vergunning aangevraagd voor het exploiteren van een lpg-installatie en
2
2024-25
,Inhoudsopgave
Korte samenvatting arresten..........................................................................1
Bijeenkomst 1.1 C&V – Het parlement............................................................10
Bijeenkomst 1 systeem – Regering................................................................15
Bijeenkomst 1.2 C&V – Ministeriële verantwoordelijkheid...............................21
Bijeenkomst 2.1 C&V – Bijzondere controlemogelijkheden..............................25
Bijeenkomst 2 Systeem – Normenhiërarchie en wetgevende bevoegdheid.......31
Bijeenkomst 2.2 C&V – Wetgevingsprocedure................................................39
Bijeenkomst 3.1 C&V – Toegang tot de onafhankelijke rechter........................47
Bijeenkomst 3 systeem – Rechterlijke toetsing en toetsingsverbod.................61
Bijeenkomst 3.2 C&V – Doorwerking en goedkeuring van internationale
verdragen.................................................................................................... 72
Bijeenkomst 4.1 C&V – Grondrechten.............................................................78
Bijeenkomst 4 systeem – Politieke vrijheidsrechten........................................89
Bijeenkomst 4.2 C&V – Supercasus................................................................97
,Korte samenvatting arresten
Arubaanse verkiezingsafspraak
Casus
Leden van de Arubaanse volksvertegenwoordiging zouden volgens een
afspraak in een overeenkomst hun zetel op moeten geven op het moment
dat zij hun partijlidmaatschap verliezen.
Rechtsvraag
Wat is de rechtsgeldigheid van deze verkiezingsafspraak?
Overweging
Hoge Raad oordeelt dat afspraak nietig is, omdat deze in strijd is met het
beginsel van vrije mandaat (art. 67 lid 3 Gw). Beginsel van vrije mandaat
houdt in dat leden zonder last stemmen. Dit vrije mandaat houdt in dat
zowel fractiebinding als partijlidmaatschap geen invloed kan hebben op
het in functie blijven van gekozen Statenleden.
Rechtsregel
Vanwege het beginsel van vrije mandaat is het niet mogelijk dat
Kamerleden worden gedwongen om hun zetel af te staan.
Meerenberg
Casus
Bestuursleden van het krankzinnigeninstituut Meerenberg werden
vervolgd. Zij hadden namelijk geweigerd een bevolkingsregister van hun
patiënten aan te leggen en dit door te geven aan andere instanties.
Hiermee hadden zij een Koninklijk besluit overtreden. Volgens de
Blanketwet 1818 was een overtreding van een door de Kroon vastgestelde
regeling strafbaar. Dit hield eigenlijk in dat de kroon via AMvB’s regels kon
uitvaardigen en hierop ook straffen zetten. De Koning ontliep hierdoor de
parlementaire procedure die eigenlijk noodzakelijk is voor de
totstandkoming van een formele wet.
Rechtsvraag
Kan er aan de Koning een bevoegdheid tot wetgeving worden
toegeschreven als deze niet uitdrukkelijk in de Grondwet of door middel
van delegatie door een wet in formele zin is verleend?
Overweging
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 104 Gw (oud) aan de Koning de
uitvoerende macht toekent, terwijl de wetgevende macht wordt
uitgeoefend door de Koning en de Staten-Generaal tezamen. Derhalve is
het slechts mogelijk dat de Koning wetgevende macht heeft in het geval
dat dit aan hem door de Grondwet of door delegatie in formele zin is
1
, verleend. De regeling die door de Koning was opgesteld is dus
onverbindend verklaard, omdat deze niet op een wet is gebaseerd.
Rechtsregel
De Kroon is zelfstandig bevoegd om een AMvB op te stellen, zonder dat dit
is toebedeeld in de Grondwet of gedelegeerd door een wet in formele zin
(art. 89 lid 1 Gw). Als de AMvB echter voorschriften bevat door straffen
te handhaven, dient dit gebaseerd te zijn op een wet in formele zin (alleen
delegatie is hier niet voldoende) (art. 89 lid 2 Gw).
- Legaliteitsbeginsel: geen orgaan kan een bevoegdheid hebben die
niet op de Grondwet of de wet berust. Overheidshandelen moet dus
gebaseerd zijn op een wettelijke grondslag.
Guldemond/Noordwijkerhout
Casus
Guldemond is eigenaar van een stuk grond en heeft in deze grond een
vaarsloot gegraven. Een openbaar voetpad dat over zijn terrein loopt, is
daardoor in tweeën gesneden. Negen jaar later maakt de gemeente
Noordwijkerhout bezwaar tegen de sloot.
De gemeente begint de sloot met zand te dempen op de plaats waar deze
het voetpad kruist. Guldemond dagvaardt gemeente voor de burgerlijke
rechter. De gemeente besluit dat de burgerlijke rechter onbevoegd is.
Rechtsvraag
Was de burgerlijke rechter in casus bevoegd te oordelen over het geschil?
Waardoor wordt zijn competentie bepaald (art. 112 lid 1 Gw)?
Overweging
De Hoge Raad stelt dat de burgerlijke rechter wel bevoegd is, omdat
Guldemond zijn vordering gebaseerd heeft op een regel van burgerlijk
recht (het handhaven van het ongestoorde bezit van zijn sloot). Het
privaatrechtelijke of publiekrechtelijke karakter van het geschil bepaalt
dus niet de bevoegdheid van de burgerlijke rechter.
Rechtsregel
De grondslag van de vordering van de eisende partij bepaalt de
competentie van de burgerlijke rechter (objectum-litis leer). De
burgerlijke rechter mag dus oordelen over de bestuurshandelingen van
bestuursorganen als daarbij een burgerlijk recht wordt getroffen
(objectum-litis).
Benthem/Staat
Casus
De heer Benthem heeft bij de gemeente van zijn woonplaats een
vergunning aangevraagd voor het exploiteren van een lpg-installatie en
2