100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Internationaal publiekrecht (Politieke wetenschappen)

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
30
Subido en
18-11-2025
Escrito en
2025/2026

Dit is een volledige, maar zeer bondige samenvatting van het vak internationaal publiekrecht. Het document is slechts 30 pagina's lang en bevat alle leerstof uit de lessen (+ slides) & het handboek, op een overzichtelijke manier geschematiseerd.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
18 de noviembre de 2025
Número de páginas
30
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

DEEL 1: BRONNEN VAN INT’ PUBLIEKRECHT
H1. Inleiding 2. Kenmerken vh internationaal publiekrecht
1) IPR vormt een horizontaal rechtssysteem ipv een verticaal
1. Definitie vh internationaal publiekrecht systeem (= heeft een centrale organisatie voor de WM, UM en
RM) zoals bij het nationaal recht.
IPR = regelt relaties tussen staten en/of IO’s, maar heeft hoe
= Er is geen centrale entiteit op deze niveaus; WM w gemaakt
langer hoe meer ook impact op individuen (die ook R&P
door gelijke rechtssubjecten, er is geen hiërarchische OVH/
zoals bv uit mensenrechtenverdragen moeten naleven).
UM die ze oplegd of RM die ze afdwingt.
—> Inhoudelijk gaat het vooral over alle aspecten van
interstatelijke activiteiten (bv gebruik vd zee,
Organen zoals het ICJ kunnen enkel optreden als
regelen v conflicten, …)
diens rechtsmacht erkend wordt door staten.
—> het belang v IPR neemt alsmaar toe door (1) de
geglobaliseerde wereld en (2) vanwege haar
2) Is het IPR dan wel een rechtssysteem?
impuls voor het nationale recht.
—> Ja, de handHVsmechanismen zijn niet centraal gestuurd en
3. Verhoudingen tss INT & NAT’ recht ook niet altijd juridisch en bindend, maar ze zijn er wel:
bv sancties VN-veiligheidsraad, verlies v rechten en
Nationaal recht in de internationale rechtsorde privileges van staten zoals stopzetten ontwikkelingshulp, …
- IR steunt vaak op NR voor de implementatie van INT
verdragen. 3) De sterkte vh IPR is dat het effectief is:
bv. De toepassing van veel INT verdragen is gelieerd ah = het w id meeste gevallen nageleefd omdat
fenomeen ‘nationaliteit’ & het verkrijgen/ verliezen v 1. Staten hebben er belang bij om hun INT relaties goed te
nationaliteit w door het NR bep regelen
2. Door het horizontaal karakter (gelijkwaardige subjecten
- De toegang tot INT geschillenbeslechting hangt af van de creëren recht) is IR vaak een compromis die met enige
Slocal remedies rule (= eerst alle N’ mechanismen uitputten). flexibiliteit toegepast kan w. Hierdoor w ze door staten
makkelijker aanvaardt.
- NR kan ook bottom-up het IR beïnvloeden 3. Er een psychologische barrière is om IR te schenden (dit
—> NR dient als statenpraktijk voor INT gewoonterecht als kan politieke en economische gevolgen hebben zoals
versch N’ rechtsstelsels dezelfde rechtsbeginselen H. verlies geloofwaardigheid of sancties).
—> NR kan als argument gebruikt w in INT RB’en
bv Id Tadic zaak voor het Joegoeslavië-Tribunaal 4) Het IPR heeft ook enkele zwaktes:
werd de BE genocidewet ingeroepen. 1. De flexibiliteit inzake toepassing van IR kan leiden tot een
gebrek aan rechtszekerheid.
Internationaal recht in de nationale rechtsorde 2. Het ontbreken van centrale handHVsmechanismen is ook
- Door groei van INT strafrecht, mensenrechtenverdragen, … nog altijd een nadeel (zeker ovv mensenrechten en gebruik
is het INT & NR steeds meer verweven; de N rechter kan van geweld is de naleving heel zwak).
vaak voor afdwinging zorgen van IR. 3. Soms laten staten hun eigenbelang primeren

Maar over hoe IR gepercipieerd w id N’ rechtsorde bestaan er 2 benaderingen (hoewel geen v beide id praktijk zuivere toepassing kennen)
1) Monisme (bv BE, NED & FR) 2) Dualisme (bv VK)
= vinden dat INT en NAT recht tot eenzelfde rechtsorde behoren. = vinden dat INT en NAT recht 2 te ondersch systemen zijn.

De INT verdragen zijn rechtstreeks toepasselijk en vereisen geen De INT verdragen zijn niet rechtstreeks toepasselijk en vereisen
omzetting in NR (soms wel een instemmingswet of parlementaire wel een omzetting in NR.
goedkeuring nodig) —> Door nationale WG te (her)schrijven of door een ‘blanco
incorporatie’ (= maakt het verdrag in kwestie toepasbaar)

Doorwerking van het Internationaal recht in de nationale rechtsorde
—> INT Recht w deel v NR als ze bindend zijn:
Wanneer is een rechtsregel bindend? Wanneer is gewoonterecht & algemene Wanneer is een uitspraak ve INT RB
- Bij M van zodra een verdrag bekrachtigd beginselen bindend? bindend?
w, het in werking is getreden, het ih - Hier zijn er geen vereisten van - Enkel wanneer de betreffende staat partij
parlement werd goedgekeurd & na parlementaire goedkeuring en was bij het geschil; anders kan een N’
publicatie. aanvaardt zelfs D doorwerking zonder RB enkel ter informatie verwijzen nr de
- Bij D van zodra de WG’er ze uitdrukkelijk overzetting). uitspraak.
heeft opgenomen id N rechtsorde


—> Maar om INT Recht ook te kunnen inroepen voor de nationale rechter moet het ook directe werking hebben:
- Bij M moet een verdrag bindend zijn & voldoende nauwkeurig (zodat het toepasbaar is zonder precisering vd N’ WG’er)
- Bij D is er in principe geen directe werking (behalve bij EU-verdragen, die sinds Van Gend en Loos altijd directe werking
hebben) omdat het IR w omgezet in NR.

—> Er kunnen ook nog andere instrumenten zijn van doorwerking:
- Volkenrechtconforme interpretatie: N rechters proberen nationale wetten zoveel mogelijk uit te leggen in ovst met IR.
- Buitentoepassing verklaring: een N rechter kan een N wet buiten toepassing verklaren als die in strijd is met IR.
Bv. Cassatie-arrest Franco-Suisse Le Ski bevestigde dat IR voorrang heeft op nationale wetgeving in België.

,H2. Bronnen van IPR
1. Formele bronnen van Internationaal recht
= dit zijn de erkende manieren waarop regels van internationaal Er bestaan bv ook nog andere, niet-vermelde bronnen,
recht tot stand komen. zoals:
—> Ze tonen dus hoe een regel ontstaat, niet wat ze inhoudt. • Soft law (niet-bindende richtlijnen of verklaringen)
• Resoluties van internationale organisaties
Art. 38 van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) • Diplomatieke correspondentie
is het klassieke vertrekpunt.
- Geeft een niet-limitatieve opsomming (dus geen volledige Bronnen kunnen ook materieel zijn:
lijst) van rechtsbronnen die het Hof gebruikt om geschillen = beïnvloeden de inhoud van het recht (zoals politieke,
tussen staten te beslechten: economische of morele factoren).
1. Verdragen
2. INT gewoonterecht <-> Formele bronnen = de juridische vormen waarin de
3. Algemene beginselen van recht regels verschijnen (zoals verdragen of gewoonten).
4. Rechterlijke beslissingen (subsidiaire bron)
5. Rechtsleer (subsidiaire bron) 2. Verdragen
—> Er is geen hiërarchie tussen deze bronnen: ze zijn allemaal 1) Wat is een verdrag?
gelijkwaardig, behalve rechtspraak en rechtsleer, die = is een bindende overeenkomst tussen staten of IO’s
enkel ondersteunend zijn. —> Het is de belangrijkste bron van internationaal recht
2) Rechtsgevolgen ve verdrag —> Het verdragenrecht regelt de regels over hoe verdragen tot
Een verdrag is bindend vr de staten die ermee hebben ingestemd. stand komen, worden uitgevoerd en beëindigd.
—> Toestemming is essentieel: een staat kan nooit gebonden
zijn aan een verdrag zonder zijn instemming. 3) Relatie met derde staten
& dus ook enkel verdragspartijen zijn eraan gebonden. Principe: Pacta tertiis nec nocent nec prosunt
Want niet-naleving van een verdrag kan leiden tot = Verdragen kunnen geen rechten of verplichtingen opleggen
internationale aansprakelijkheid. aan derde staten, tenzij die staten uitdrukkelijk toestemmen.
Bv. Als een verdrag rechten toekent aan een derde staat, geldt dit enkel als
3. Internationaal gewoonterecht die staat dit aanvaardt (tenzij het verdrag anders bepaalt).

1) Definitie 2) Voor en nadelen van gewoonterecht
= is het geheel van regels die voortkomen uit de algemene praktijk
van staten, die zij aanvaarden als juridisch bindend (opinio juris). Voordelen: Nadelen:
—> Het geldt voor alle staten, ook als ze geen partij zijn bij - Goed geschikt voor algemene - Soms onduidelijk wat precies de
principes die niet in verdragen staan. regels en verplichtingen zijn.
verdragen.
- Kan leemtes in verdragen opvullen. —> Daarom probeert men vaak
- Evolueert flexibel met de tijd. gewoonterecht te codificeren
3) Twee elementen van gewoonterecht (neerschrijven in verdragen).

(1) Statenpraktijk (objectief element) (2) Opinio juris (subjectief element)
= Het herhaald en consequent gedrag van staten in de praktijk, = Staten moeten zich juridisch verplicht voelen om zich op een
bv. via hun wetten, verklaringen, diplomatieke handelingen, bepaalde manier te gedragen.
militaire acties of zelfs stilzwijgen. —> Het gaat dus niet enkel om herhaald gedrag, maar om
gedrag omdat men gelooft dat het recht is.
Vereisten: Vb van niet-juridische gewoonte: Schepen die elkaar op zee
1. Consistentie: Staten moeten in gelijkaardige situaties op een begroeten met vlaggen = een gewoonte, maar geen
vergelijkbare manier handelen. juridische verplichting.
—> Geen absolute eenvormigheid vereist, maar er moet een
duidelijk patroon zijn. Bewijs van opinio juris:
—> & bij pos verplichtingen (bv mensenrechten - Verklaringen van staten, resoluties van internationale
beschermen) is meer consistentie vereist dan bij organisaties, of bepalingen in verdragen.
passieve verplichtingen (zoals niet schenden van - Zwaardere bewijslast bij regels die plichten opleggen (zoals
soevereiniteit). verboden) dan bij regels die rechten toekennen.
2. Algemeenheid: De praktijk moet afkomstig zijn van een
aanzienlijk aantal staten. Voorbeeld 1: Advies ICJ (1996) – Wettigheid van kernwapens
- Soms wordt meer gewicht toegekend aan bepaalde staten • Sinds WOII waren er geen kernwapens gebruikt
(bv. kuststaten bij zeerecht). (statenpraktijk).
- Een persistent objector (staat die van bij het begin en • Maar de vraag was: beschouwen staten dit als juridisch
volgehouden bezwaar maakt) is niet gebonden. verboden?
- Er bestaat ook lokaal gewoonterecht: regels die enkel → Geen duidelijke opinio juris, want kernmachten zagen
gelden tussen bepaalde staten in een regio. het niet als juridisch gebonden regel.
Bv: Asylum-zaak (1950) tussen Colombia en Peru: het
INTGerechtshof erkende dat regionaal gewoonterecht Voorbeeld 2: Nicaragua-zaak (1986)
kan bestaan. • Nicaragua klaagde de VS aan omdat die de Contra-rebellen
3. Duur: Er is een zekere tijd nodig om gewoonte te vormen, steunden tegen de Nicaraguaanse regering.
maar dit hangt af van het onderwerp. • Het ICJ oordeelde dat de VS:
- Soms kan instant gewoonterecht ontstaan, bv in het ◦ Het verbod op geweld had geschonden.
ruimterecht, waar regels zeer snel worden aanvaard door ◦ De regel van niet-inmenging had overtreden.
de internationale gemeenschap. ◦ De soevereiniteit van Nicaragua had aangetast.
• De uitspraak bevestigde dat deze principes deel uitmaken
van het bindende internationaal gewoonterecht, ook
zonder verdrag.

, 4. Jus Cogens (dwingend recht) 5) Wijziging van gewoonterecht
= zijn fundamentele, dwingende regels van het internationaal Gewoonterecht kan veranderen door nieuwe statenpraktijk +
gewoonterecht waarvan geen enkele afwijking is toegestaan. nieuwe opinio juris.
—> Ze gelden tegenover iedereen (= dus erga omnes). • In het begin is deze nieuwe praktijk illegaal, maar na verloop
van tijd kan ze erkend worden als nieuwe norm.
Kenmerken: • Jus cogens kan bijna niet worden gewijzigd.
- Kunnen niet worden gewijzigd door verdragen. • Gewoonterecht is minder geschikt voor technische materies
- Enkel veranderbaar door een nieuwe, algemeen aanvaarde die precieze regels vereisen (zoals milieunormen of
regel (in de praktijk quasi onmogelijk). scheepsbouw).

Voorbeelden: Verbod op gebruik van geweld, Verbod op 6) Codificatie van gewoonterecht
genocide, Verbod op slavernij, Gelijkheid van staten, recht op Omdat gewoonterecht vaak onzeker is, probeert men het vast te
zelfbeschikking, … leggen in verdragen (codificatie)
—> Dit gebeurt vaak via de International Law Commission (ILC).
7) Verhouding tussen verdragen en gewoonterecht
Er is geen hiërarchie, maar ze kunnen elkaar aanvullen of Rechtsgevolgen:
tegenspreken. • Wanneer een verdrag bestaand gewoonterecht codificeert w
• Complementair: het bindend voor alle staten (partijen via verdrag, anderen
= Verdragen en gewoonterecht vullen elkaar aan; alle via gewoonterecht).
staten zijn gebonden, maar via een andere rechtsgrond. • Wanneer een verdrag gemengde bepalingen bevat (oude en
• Conflicterend: nieuwe regels):
—> Twee basisregels helpen om het conflict op te lossen: ◦ Verdragspartijen zijn gebonden aan alles.
1. Lex posterior derogat priori: de nieuwere regel heeft ◦ Niet-partijen enkel aan de gewoonterechtelijke delen.
voorrang. Bv. Weens Verdrag inzake verdragenrecht (1969), VN-
- Als het verdrag recenter is, geldt dat vr de Zeerechtverdrag (1982)
verdragspartijen.
- Is het gewoonterecht recenter, dan blijft het verdrag Een verdrag kan ook het ontstaan van nieuw gewoonterecht
wel gelden tussen verdragspartijen, maar het stimuleren, doordat staten het massaal volgen.
gewoonterecht kan de algemene regel worden.
2. Lex specialis derogat legi generali: de meer 4. Algemene beginselen van recht
specifieke regel primeert op de algemene. Er zijn drie soorten algemene beginselen:
UITZ!!: Jus cogens heeft altijd absolute voorrang; 1. Beginselen die in alle N rechtsstelsels voorkomen
geen enkel verdrag mag ermee in strijd zijn. Bv: recht op schadevergoeding, recht op verdediging,
eerlijk proces.
5. Rechterlijke beslissingen 2. Beginselen van billijkheid (‘equity’)
Is eerder een secundaire bron: rechtbanken passen het recht toe, = Gaat om redelijkheid en rechtvaardigheid.
maar maken het niet zelf. —> Het ICJ kan een zaak beslissen ex aequo et bono (op
• ICJ-beslissingen: basis van billijkheid) als beide partijen akkoord gaan.
◦ Bindend enkel voor de betrokken partijen. —> Vaak gebruikt bij de afbakening van zeegebieden.
◦ Toch belangrijk als precedent of richtlijn voor latere zaken. 3. Beginselen die eigen zijn aan het internationaal recht
• Rechtspraak helpt vaak om gewoonterecht te verduidelijken Bv: gelijkheid van staten, soevereiniteit, terr integriteit.
of te bevestigen. —> Hun concrete inhoud wordt verder uitgewerkt in
verdragen en gewoonterecht.
→ Staten houden zich aan eerdere uitspraken, waardoor nieuwe
gewoonte kan ontstaan. 7. Andere bronnen
1) Resoluties van internationale organisaties
6. Rechtsleer - VN-Algemene Vergadering:
Is eveneens secundaire bron: geen directe rechtskracht. = Meestal niet bindend, behalve voor interne zaken (zoals
- Belangrijk in de ontwikkeling van ideeën en budgetten).
codificatievoorstellen. Maar kunnen wel:
- Historisch voorbeeld: Hugo Grotius met Mare Liberum ◦ Bestaand gewoonterecht bevestigen,
(vrijheid van de zee). ◦ Bewijs leveren van opinio juris,
- Vandaag vooral via organisaties zoals de International Law ◦ Of nieuw gewoonterecht stimuleren.
Commission en de International Law Association. - VN-Veiligheidsraad:
= Bindend, maar niet rechtscheppend.
H3. Verdragenrecht —> De Raad past bestaande regels uit het VN-Handvest
toe op concrete situaties (bv. sancties of vredesmissies).
1. Bronnen van verdragenrecht
2) Soft Law
Verdragenrecht is het geheel van procedurele en inhoudelijke
= Omvat verklaringen, richtlijnen, resoluties of actieplannen die
regels die bepalen hoe verdragen tot stand komen, werken,
niet juridisch bindend zijn, maar wel politieke en morele waarde
worden gewijzigd en beëindigd.
hebben.
Kenmerken:
Het regelt dus de levenscyclus van verdragen: van
• Kunnen de basis vormen voor toekomstige, bindende
onderhandelingen tot beëindiging.
rechtsregels.
• Worden vaak gebruikt in domeinen zoals milieu en
Belangrijkste bronnen van verdragenrecht:
mensenrechten.
1. Internationaal gewoonterecht
• Kunnen soms handhavingsmechanismen bevatten
2. Weens Verdrag inzake verdragenrecht (1969)
(rapportage, monitoring).
!! Niet te verwarren met ‘legal soft law’
Er bestaat een grote overlapping tussen beide: het Weens
= Dat zijn bindende verdragen met opzettelijk vage
Verdrag heeft het bestaande gewoonterecht grotendeels
formuleringen (grote flexibiliteit). Vaak terug te vinden in
gecodificeerd en verder ontwikkeld.

milieu- of mensenrechtenverdragen.
$13.27
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada


Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
Student1256 Universiteit Gent
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
149
Miembro desde
4 año
Número de seguidores
51
Documentos
25
Última venta
1 semana hace

4.3

25 reseñas

5
15
4
7
3
1
2
0
1
2

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes