GRONDSLAG VAN WETENSCHAPPELIJK
ONDERZOEK
H3: AND MEASURING VARIABLES/DEFINING AND MEASURING VARIABLES
DOEL VAN HET HOOFDSTUK
In onderzoek (vooral in de gedragswetenschappen) is het essentieel om duidelijk te
definiëren wat je wilt meten en hoe je dat doet. Sommige variabelen zijn concreet (zoals
lengte, gewicht of kleur), maar veel interessante variabelen — zoals motivatie, angst of
trots — zijn abstracte constructen. Deze moeten via een operationele definitie
omgezet worden in iets wat observeerbaar en meetbaar is.
Het hoofdstuk behandelt:
3.1 Constructen en operationele definities
3.2 Validiteit en betrouwbaarheid
3.3 Meetschalen
3.4 Meetmodaliteiten
3.5 Andere aspecten van meten
LEERDOELEN VAN HET HOOFDSTUK
LO
Definieer een construct en leg uit welke rol het speelt in theorieën.
1
LO
Definieer een operationele definitie, inclusief doel en beperkingen.
2
LO Leg uit wat positieve en negatieve relaties zijn en hoe ze samenhangen met
3 validiteit/betrouwbaarheid.
LO
Beschrijf validiteit van metingen en hoe deze wordt vastgesteld.
4
LO
Beschrijf betrouwbaarheid van metingen en hoe deze wordt vastgesteld.
5
LO
Vergelijk de vier meetschalen: nominaal, ordinaal, interval, ratio.
6
LO
Beschrijf de drie meetmodaliteiten en hun sterke/zwakke punten.
7
LO
Definieer plafond- en vloereffecten en hoe ze metingen kunnen verstoren.
8
LO Leg uit wat artefacten zijn (zoals bias van de experimentator, vraagkenmerken,
9 reactiviteit).
………………………………………………………………………………………………………………………
………………………….
OVERZICHT
De procedures die gedragswetenschappers gebruiken om de variabelen die zij in hun
onderzoek bestuderen te definiëren en te meten. We meten allemaal wel eens dingen en
beschouwen meten doorgaans als een eenvoudige procedure.
Vb. Uit eerder onderzoek blijkt dat heteroseksuele mannen vrouwen aantrekkelijker
vinden als ze rood dragen (Elliot & Niesta, 2008). Op basis van dit onderzoek
redeneerden Guéguen en Jacob (2012) dat de kleur rood de manier zou kunnen
beïnvloeden waarop mannen reageren op serveersters in restaurants. In hun onderzoek
droegen serveersters in vijf verschillende restaurants hetzelfde T-shirt in zes
verschillende kleuren (rood, blauw, groen, geel, zwart en wit) op verschillende dagen
gedurende een periode van zes weken. De serveersters kregen de opdracht zich normaal
te gedragen en hun perceptie van het geslacht van elke klant en hoeveel fooi er nog over
was, vast te leggen. De resultaten laten zien dat mannelijke klanten significant hogere
fooien gaven aan serveersters in rood, maar dat die kleur geen effect had op de fooi van
1
,vrouwelijke klanten
In deze studie zijn de variabelen objectief, concreet, goed gedefinieerd en
gemakkelijk te meten. Er is niets abstracts of onzekers aan de kleur van een T-shirt of
het bedrag dat als fooi wordt achtergelaten. Deze duidelijkheid staat in schril contrast
met de variabelen die in veel gedragswetenschappelijke onderzoeken worden
onderzocht.
Vb. Denk bijvoorbeeld aan een studie van Orth, Robins en Soto (2010) die verschillen in
schaamte, schuld en trots onderzoekt in de leeftijden van 13 tot 89 jaar. Hoewel we
misschien denken te weten wat er met schaamte, schuld en trots wordt bedoeld, zijn
deze variabelen niet zo gemakkelijk te definiëren en te meten als de kleur van een T-
shirt. Om echter te bepalen of er veranderingen in schaamte zijn gedurende de
levensloop, is het eerst nodig om precies te definiëren wat er met schaamte wordt
bedoeld en te bepalen hoe het zal worden gemeten. In de wetenschap worden het
definiëren van een concept of variabele en het meten ervan gecombineerd in één proces
dat we 'operationele definitie' noemen
Onderzoeken stap 3 van het onderzoeksproces: hoe onderzoekers variabelen
definiëren en meten. Het meetproces: met aandacht voor abstracte variabelen die
moeten worden gedefinieerd en gemeten met behulp van operationele definities. Twee
criteria die worden gebruikt om de kwaliteit van een meetprocedure te evalueren -
validiteit en betrouwbaarheid - worden besproken, waarna we de meetschalen, de
meetmethoden en andere aspecten van meten bespreken.
2
2
,3.1 CONSTRUCTS AND OPERATIONAL DEFINITIONS
LO1 Definieer een construct en leg de rol uit die constructen spelen in theorieën.
LO2 Definieer een operationele definitie en leg het doel en de beperkingen van
operationele definities uit.
De eerste stap in het onderzoeksproces is het vinden van een onbeantwoorde vraag die
als onderzoeks idee kan dienen. De tweede stap omvat het formuleren van een
hypothese, een voorlopig antwoord op de vraag. De volgende stappen in het
onderzoeksproces omvatten het gebruiken van de hypothese om een empirisch
onderzoek te ontwikkelen dat de hypothese ondersteunt of weerlegt. We beginnen met
het specificeren hoe elk van de variabelen zal worden gemeten.
3.1.1 THEORIEËN EN CONSTRUCTEN / THEORIE SANS CONSTRUCTS
In een poging gedrag te verklaren en te voorspellen, ontwikkelen wetenschappers en
filosofen vaak theorieën die hypothetische mechanismen en ongrijpbare
elementen bevatten. Hoewel deze mechanismen en elementen niet kunnen worden
gezien en alleen worden verondersteld te bestaan, accepteren we ze als echt (of alsof
ze echt zijn) omdat ze gedrag dat we zien lijken te beschrijven en te verklaren.
Vb. Een slim kind levert bijvoorbeeld slecht werk op school omdat het een lage motivatie
heeft. Een kleuterjuf kan aarzelen om een lui kind te bekritiseren omdat het het
zelfvertrouwen van de leerling kan schaden. Maar wat is motivatie en hoe weten we dat
het laag is? Hoe zit het met zelfvertrouwen? Hoe herkennen we een laag of gezond
zelfvertrouwen als we het in de eerste plaats niet kunnen zien?
Veel onderzoeksvariabelen, met name variabelen die interessant zijn voor
gedragswetenschappers, zijn in feite hypothetische entiteiten, die niet direct kunnen
worden waargenomen, die worden gecreëerd op basis van vermoedens, oordelen,
theorieën en gevolgtrekkingen op basis van waargenomen zaken. Dergelijke variabelen
worden constructen of hypothetische constructen genoemd.
DEFINITIES
In de gedragswetenschappen is een theorie/theory een verzameling uitspraken over
de mechanismen die ten grondslag liggen aan bepaald gedrag. Theorieën helpen bij
het ordenen en verenigen van verschillende observaties van het gedrag en de relatie
ervan met andere variabelen. Een goede theorie biedt een verklaring voor het gedrag
en genereert voorspellingen over het gedrag.
Constructen/constructs zijn hypothetische kenmerken of mechanismen die helpen
bij het verklaren en voorspellen van gedrag in een theorie.
Hoewel constructen hypothetisch en ongrijpbaar zijn, spelen ze een zeer belangrijke rol in
gedragstheorieën. In veel theorieën kunnen constructen worden beïnvloed door externe
stimulatie en op hun beurt extern gedrag beïnvloeden.
Externe stimulus → Construct → Extern gedrag
3
, Externe factoren (zoals beloningen of bekrachtigingen) kunnen de motivatie (een
construct) beïnvloeden en motivatie kan vervolgens de prestaties beïnvloeden.
Vb. Externe factoren zoals een aankomend examen kunnen angst (een construct)
beïnvloeden, en angst kan vervolgens gedrag beïnvloeden (zorgen, nervositeit,
verhoogde hartslag en/of gebrek aan concentratie).
Hoewel onderzoekers een construct mogelijk niet direct kunnen observeren en
meten, is het mogelijk om de factoren die een construct beïnvloeden en het
gedrag dat door het construct wordt beïnvloed, te onderzoeken.
3.1.2 OPERATIONELE DEFINITIES / OPERATIONAL DEFINITIONS
Hoewel een construct = niet direct kan worden waargenomen of gemeten
WEL mogelijk om de externe factoren en het gedrag dat met het construct
geassocieerd is te observeren en te meten.
= Onderzoekers kunnen deze externe waarneembare gebeurtenissen meten als een
indirecte methode om het construct zelf te meten.
= Meestal identificeren onderzoekers een gedrag of een cluster van gedragingen die
geassocieerd zijn met een construct. Het gedrag wordt vervolgens gemeten en de
resulterende metingen worden gebruikt als een definitie en een meting van het construct.
Deze methode voor het definiëren en meten van een construct wordt een operationele
definitie genoemd. Onderzoekers noemen het proces van het gebruiken van een
operationele definitie vaak het operationaliseren van een construct.
DEFINITIES
Een operationele definitie is een procedure voor het indirect meten en definiëren van
een variabele die niet direct kan worden waargenomen of gemeten. Een operationele
definitie specificeert een meetprocedure (een reeks bewerkingen) voor het meten van
een extern, waarneembaar gedrag en gebruikt de resulterende metingen als een
definitie en een meting van het hypothetische construct
Operationele definities worden gebruikt om verschillende concepten te meten en te
definiëren, zoals schoonheid, honger en pijn, is het bekendste voorbeeld waarschijnlijk
de IQ-test, die bedoeld is om intelligentie te meten.
IQ-test – intelligentie (operationele definities als basis voor het meten van variabelen)
Merk op dat 'intelligentie' een hypothetisch concept is:
- Het is een interne eigenschap die niet direct kan worden waargenomen.
- Intelligentie extern gedrag beïnvloedt dat kan worden waargenomen en
gemeten.
- Een IQ-test meet feitelijk extern gedrag dat bestaat uit antwoorden op vragen.
De test omvat beide elementen van een operationele definitie:
- specifieke procedures voor het afnemen en scoren van de test en de resulterende
scores worden gebruikt als een definitie en een meting van intelligentie.
Een IQ-score is dus eigenlijk een maatstaf voor intelligent gedrag, maar we
gebruiken de score zowel om intelligentie te definiëren als om deze te meten
Honger (variabelen te definiëren die gemanipuleerd moeten worden)
Het construct 'honger' kan bijvoorbeeld operationeel worden gedefinieerd als het
aantal uren voedselgebrek.
Vb. in onderzoek zou de ene groep direct na het eten van een volledige maaltijd kunnen
worden getest, een tweede groep 6 uur na het eten en een derde groep 12 uur na het
eten. (In deze studie vergelijken we drie verschillende hongerniveaus, die worden
gedefinieerd door het aantal uren zonder voedsel. )
4
ONDERZOEK
H3: AND MEASURING VARIABLES/DEFINING AND MEASURING VARIABLES
DOEL VAN HET HOOFDSTUK
In onderzoek (vooral in de gedragswetenschappen) is het essentieel om duidelijk te
definiëren wat je wilt meten en hoe je dat doet. Sommige variabelen zijn concreet (zoals
lengte, gewicht of kleur), maar veel interessante variabelen — zoals motivatie, angst of
trots — zijn abstracte constructen. Deze moeten via een operationele definitie
omgezet worden in iets wat observeerbaar en meetbaar is.
Het hoofdstuk behandelt:
3.1 Constructen en operationele definities
3.2 Validiteit en betrouwbaarheid
3.3 Meetschalen
3.4 Meetmodaliteiten
3.5 Andere aspecten van meten
LEERDOELEN VAN HET HOOFDSTUK
LO
Definieer een construct en leg uit welke rol het speelt in theorieën.
1
LO
Definieer een operationele definitie, inclusief doel en beperkingen.
2
LO Leg uit wat positieve en negatieve relaties zijn en hoe ze samenhangen met
3 validiteit/betrouwbaarheid.
LO
Beschrijf validiteit van metingen en hoe deze wordt vastgesteld.
4
LO
Beschrijf betrouwbaarheid van metingen en hoe deze wordt vastgesteld.
5
LO
Vergelijk de vier meetschalen: nominaal, ordinaal, interval, ratio.
6
LO
Beschrijf de drie meetmodaliteiten en hun sterke/zwakke punten.
7
LO
Definieer plafond- en vloereffecten en hoe ze metingen kunnen verstoren.
8
LO Leg uit wat artefacten zijn (zoals bias van de experimentator, vraagkenmerken,
9 reactiviteit).
………………………………………………………………………………………………………………………
………………………….
OVERZICHT
De procedures die gedragswetenschappers gebruiken om de variabelen die zij in hun
onderzoek bestuderen te definiëren en te meten. We meten allemaal wel eens dingen en
beschouwen meten doorgaans als een eenvoudige procedure.
Vb. Uit eerder onderzoek blijkt dat heteroseksuele mannen vrouwen aantrekkelijker
vinden als ze rood dragen (Elliot & Niesta, 2008). Op basis van dit onderzoek
redeneerden Guéguen en Jacob (2012) dat de kleur rood de manier zou kunnen
beïnvloeden waarop mannen reageren op serveersters in restaurants. In hun onderzoek
droegen serveersters in vijf verschillende restaurants hetzelfde T-shirt in zes
verschillende kleuren (rood, blauw, groen, geel, zwart en wit) op verschillende dagen
gedurende een periode van zes weken. De serveersters kregen de opdracht zich normaal
te gedragen en hun perceptie van het geslacht van elke klant en hoeveel fooi er nog over
was, vast te leggen. De resultaten laten zien dat mannelijke klanten significant hogere
fooien gaven aan serveersters in rood, maar dat die kleur geen effect had op de fooi van
1
,vrouwelijke klanten
In deze studie zijn de variabelen objectief, concreet, goed gedefinieerd en
gemakkelijk te meten. Er is niets abstracts of onzekers aan de kleur van een T-shirt of
het bedrag dat als fooi wordt achtergelaten. Deze duidelijkheid staat in schril contrast
met de variabelen die in veel gedragswetenschappelijke onderzoeken worden
onderzocht.
Vb. Denk bijvoorbeeld aan een studie van Orth, Robins en Soto (2010) die verschillen in
schaamte, schuld en trots onderzoekt in de leeftijden van 13 tot 89 jaar. Hoewel we
misschien denken te weten wat er met schaamte, schuld en trots wordt bedoeld, zijn
deze variabelen niet zo gemakkelijk te definiëren en te meten als de kleur van een T-
shirt. Om echter te bepalen of er veranderingen in schaamte zijn gedurende de
levensloop, is het eerst nodig om precies te definiëren wat er met schaamte wordt
bedoeld en te bepalen hoe het zal worden gemeten. In de wetenschap worden het
definiëren van een concept of variabele en het meten ervan gecombineerd in één proces
dat we 'operationele definitie' noemen
Onderzoeken stap 3 van het onderzoeksproces: hoe onderzoekers variabelen
definiëren en meten. Het meetproces: met aandacht voor abstracte variabelen die
moeten worden gedefinieerd en gemeten met behulp van operationele definities. Twee
criteria die worden gebruikt om de kwaliteit van een meetprocedure te evalueren -
validiteit en betrouwbaarheid - worden besproken, waarna we de meetschalen, de
meetmethoden en andere aspecten van meten bespreken.
2
2
,3.1 CONSTRUCTS AND OPERATIONAL DEFINITIONS
LO1 Definieer een construct en leg de rol uit die constructen spelen in theorieën.
LO2 Definieer een operationele definitie en leg het doel en de beperkingen van
operationele definities uit.
De eerste stap in het onderzoeksproces is het vinden van een onbeantwoorde vraag die
als onderzoeks idee kan dienen. De tweede stap omvat het formuleren van een
hypothese, een voorlopig antwoord op de vraag. De volgende stappen in het
onderzoeksproces omvatten het gebruiken van de hypothese om een empirisch
onderzoek te ontwikkelen dat de hypothese ondersteunt of weerlegt. We beginnen met
het specificeren hoe elk van de variabelen zal worden gemeten.
3.1.1 THEORIEËN EN CONSTRUCTEN / THEORIE SANS CONSTRUCTS
In een poging gedrag te verklaren en te voorspellen, ontwikkelen wetenschappers en
filosofen vaak theorieën die hypothetische mechanismen en ongrijpbare
elementen bevatten. Hoewel deze mechanismen en elementen niet kunnen worden
gezien en alleen worden verondersteld te bestaan, accepteren we ze als echt (of alsof
ze echt zijn) omdat ze gedrag dat we zien lijken te beschrijven en te verklaren.
Vb. Een slim kind levert bijvoorbeeld slecht werk op school omdat het een lage motivatie
heeft. Een kleuterjuf kan aarzelen om een lui kind te bekritiseren omdat het het
zelfvertrouwen van de leerling kan schaden. Maar wat is motivatie en hoe weten we dat
het laag is? Hoe zit het met zelfvertrouwen? Hoe herkennen we een laag of gezond
zelfvertrouwen als we het in de eerste plaats niet kunnen zien?
Veel onderzoeksvariabelen, met name variabelen die interessant zijn voor
gedragswetenschappers, zijn in feite hypothetische entiteiten, die niet direct kunnen
worden waargenomen, die worden gecreëerd op basis van vermoedens, oordelen,
theorieën en gevolgtrekkingen op basis van waargenomen zaken. Dergelijke variabelen
worden constructen of hypothetische constructen genoemd.
DEFINITIES
In de gedragswetenschappen is een theorie/theory een verzameling uitspraken over
de mechanismen die ten grondslag liggen aan bepaald gedrag. Theorieën helpen bij
het ordenen en verenigen van verschillende observaties van het gedrag en de relatie
ervan met andere variabelen. Een goede theorie biedt een verklaring voor het gedrag
en genereert voorspellingen over het gedrag.
Constructen/constructs zijn hypothetische kenmerken of mechanismen die helpen
bij het verklaren en voorspellen van gedrag in een theorie.
Hoewel constructen hypothetisch en ongrijpbaar zijn, spelen ze een zeer belangrijke rol in
gedragstheorieën. In veel theorieën kunnen constructen worden beïnvloed door externe
stimulatie en op hun beurt extern gedrag beïnvloeden.
Externe stimulus → Construct → Extern gedrag
3
, Externe factoren (zoals beloningen of bekrachtigingen) kunnen de motivatie (een
construct) beïnvloeden en motivatie kan vervolgens de prestaties beïnvloeden.
Vb. Externe factoren zoals een aankomend examen kunnen angst (een construct)
beïnvloeden, en angst kan vervolgens gedrag beïnvloeden (zorgen, nervositeit,
verhoogde hartslag en/of gebrek aan concentratie).
Hoewel onderzoekers een construct mogelijk niet direct kunnen observeren en
meten, is het mogelijk om de factoren die een construct beïnvloeden en het
gedrag dat door het construct wordt beïnvloed, te onderzoeken.
3.1.2 OPERATIONELE DEFINITIES / OPERATIONAL DEFINITIONS
Hoewel een construct = niet direct kan worden waargenomen of gemeten
WEL mogelijk om de externe factoren en het gedrag dat met het construct
geassocieerd is te observeren en te meten.
= Onderzoekers kunnen deze externe waarneembare gebeurtenissen meten als een
indirecte methode om het construct zelf te meten.
= Meestal identificeren onderzoekers een gedrag of een cluster van gedragingen die
geassocieerd zijn met een construct. Het gedrag wordt vervolgens gemeten en de
resulterende metingen worden gebruikt als een definitie en een meting van het construct.
Deze methode voor het definiëren en meten van een construct wordt een operationele
definitie genoemd. Onderzoekers noemen het proces van het gebruiken van een
operationele definitie vaak het operationaliseren van een construct.
DEFINITIES
Een operationele definitie is een procedure voor het indirect meten en definiëren van
een variabele die niet direct kan worden waargenomen of gemeten. Een operationele
definitie specificeert een meetprocedure (een reeks bewerkingen) voor het meten van
een extern, waarneembaar gedrag en gebruikt de resulterende metingen als een
definitie en een meting van het hypothetische construct
Operationele definities worden gebruikt om verschillende concepten te meten en te
definiëren, zoals schoonheid, honger en pijn, is het bekendste voorbeeld waarschijnlijk
de IQ-test, die bedoeld is om intelligentie te meten.
IQ-test – intelligentie (operationele definities als basis voor het meten van variabelen)
Merk op dat 'intelligentie' een hypothetisch concept is:
- Het is een interne eigenschap die niet direct kan worden waargenomen.
- Intelligentie extern gedrag beïnvloedt dat kan worden waargenomen en
gemeten.
- Een IQ-test meet feitelijk extern gedrag dat bestaat uit antwoorden op vragen.
De test omvat beide elementen van een operationele definitie:
- specifieke procedures voor het afnemen en scoren van de test en de resulterende
scores worden gebruikt als een definitie en een meting van intelligentie.
Een IQ-score is dus eigenlijk een maatstaf voor intelligent gedrag, maar we
gebruiken de score zowel om intelligentie te definiëren als om deze te meten
Honger (variabelen te definiëren die gemanipuleerd moeten worden)
Het construct 'honger' kan bijvoorbeeld operationeel worden gedefinieerd als het
aantal uren voedselgebrek.
Vb. in onderzoek zou de ene groep direct na het eten van een volledige maaltijd kunnen
worden getest, een tweede groep 6 uur na het eten en een derde groep 12 uur na het
eten. (In deze studie vergelijken we drie verschillende hongerniveaus, die worden
gedefinieerd door het aantal uren zonder voedsel. )
4