Praktijkleren 3
Student:
Studentnummer:
Klas:
Opleiding: HBO-V duaal
Stagedocent:
Stagebegeleider:
Datum: 18 januari 2021
,Inhoudsopgave
Onderdeel A: Reflectie................................................................................................................................... 3
1. Een situatie beschrijven....................................................................................................................................3
2. Betekenis geven................................................................................................................................................3
3. Onderzoeken.....................................................................................................................................................4
4. Alternatieven formuleren.................................................................................................................................6
5. Verandering......................................................................................................................................................7
Onderdeel B: Ethiek....................................................................................................................................... 8
1 Oriëntatie...........................................................................................................................................................8
2. Analyse..............................................................................................................................................................9
3 Conclusie..........................................................................................................................................................14
4. Strategie.........................................................................................................................................................14
Onderdeel C: Terugblik en reflectie op de lessen.......................................................................................... 16
Literatuurlijst......................................................................................................................................................17
Bijlagen...............................................................................................................................................................19
Bijlage 1: Reflectie.........................................................................................................................................19
Bijlage 2: Feedbackformulieren.....................................................................................................................24
Bijlage 3: Algemene Voorwaarden................................................................................................................26
Bijlage 4: Zorgbeëindiging door Cordaan Zorg in de Wijk.............................................................................39
Bijlage 5: Gedragscode medewerkers Cordaan.............................................................................................58
Bijlage 6: Algemeen protocol integriteit........................................................................................................72
2
,Onderdeel A: Reflectie
Setting: Wijkverpleging
1. Een situatie beschrijven
Meneer A. (85 jaar) is aangemeld door de huisarts. Meneer heeft in het ziekenhuis een katheter
gekregen en de huisarts geeft aan dat hij voorlichting moet krijgen over het gebruik van zijn katheter.
Er niemand die tijd heeft om bij meneer langs te gaan dus mij wordt gevraagd of ik tijd heb om bij
meneer te gaan kijken. Ik heb niet heel veel ervaring met katheters maar ga wel bij meneer langs. Er
is verder geen achtergrondinformatie gegeven door de huisarts over meneer A.
Meneer A. woont samen met zijn vrouw op een bovenwoning in Amsterdam. Hij komt zijn huis niet
uit omdat hij COPD heeft en traplopen te zwaar voor hem is. Meneer denkt dat ik kom voor een
kennismaking voor het geval ze in de toekomst een beroep moeten gaan doen op de thuiszorg.
Meneer blijkt prima te weten hoe hij zijn katheterzak moet legen. Ik vraag hem of er gesproken is
over blaasspoelingen en hoe lang de katheter moet blijven zitten. Meneer weet hier geen antwoord
op te geven. Ik besluit ter plekke de huisarts te bellen. Ik krijg de huisarts persoonlijk aan de lijn. Ook
de huisarts weet mij niet veel meer te vertellen. Hij geeft aan dat wij toch de expertise hebben om te
bepalen of er een blaasspoeling gedaan moet worden. Ik ben beetje overdonderd en heb
onvoldoende kennis om daar antwoord op te geven. Het gesprek met de huisarts geeft mij geen
nieuwe informatie en ik sta een beetje met mijn mond vol tanden. Meneer is wel blij met mijn komst
en het heldere gesprek. Hij vindt het fijn dat ik heb gebeld met de huisarts. Op dat moment kan ik
verder niets meer doen en geef ik meneer A. aan dat hij het ziekenhuis kan bellen om te informeren
wanneer de katheter verwisseld moet worden. Meneer komt dus niet bij ons in zorg omdat er geen
zorgvraag is. Ik neem ook geen intake af.
Een week later belt meneer dat hij last heeft van een lekkende katheter. Alles is nat en hij heeft er
pijn aan. Onze wijkverpleegkundige geeft aan dat ze hier niets kan doen. Meneer belt bijna dagelijks
maar er wordt geen actie ondernomen. Er wordt aangegeven dat meneer niet bij ons in zorg. Ik bel
de huisarts nogmaals maar ook hij onderneemt geen actie omdat hij vindt dat wij het moeten
oplossen. Zowel vanuit de huisarts als vanuit ons wijkteam wordt niets gedaan met de situatie van
meneer A. Ik voel mij verantwoordelijk voor deze situatie.
2. Betekenis geven
De huisarts is niet bereid langs te komen en legt het probleem bij het wijkteam neer. De
wijkverpleegkundige geeft aan geen tijd te hebben om hier te gaan kijken en dat meneer nog niet bij
ons in zorg is. Meneer belt onze dagelijks op dat zijn katheter lekt en dat hij er pijn aan heeft. Ik wil
meneer A. graag helpen en ik vind het heel vervelend dat ik dat zelf niet kan daarnaast heb ik weinig
kennis over katheters. Ik vind het lastig om de huisarts aan te spreken op het feit dat hij niet langs
gaat. Ook vind ik het moeilijk om de wijkverpleegkundige die tevens mijn werkbeleider is aan te
spreken op het feit dat zij niet gaat kijken. Ik ben leerling en zij is mijn werkbegeleider. Feedback
geven vind ik minstens zo lastig als feedback ontvangen merk ik.
Hoe geef ik op een goede manier feedback aan mijn collega’s?
Waarom handel ik zoals ik handel?
Mijn eigen opvatting is dat het mij ontbreekt aan kennis. Wat doe ik als mijn kennis onvoldoende is?
En waarom durf ik niet meer te zeggen tegen een huisarts?
3
, 3. Onderzoeken
Uit ervaring weet ik dat ik mezelf heel verantwoordelijk voel. Ik heb het gevoel dat ik alle problemen
moet oplossen daarnaast vind ik het moeilijk om grenzen hierin te stellen. Ik moet echt leren dat ik
mijzelf minder verantwoordelijk voel. Jezelf verantwoordelijk voelen is een goede eigenschap maar
ook een valkuil doordat je te veel hooi op je vork neemt en overbelast raakt.
Al ik mijzelf verantwoordelijk voel over zaken waar ik geen controle over kan uitoefenen loop ik het
gevaar dat ik uitgeput en gefrustreerd raak. Ik moet erop letten dat ik mezelf niet voorbijloop. Op
deze manier krijg je stressklachten die kunnen leiden tot een burn-out. Als je steeds alles onder
controle wilt hebben dan is je lichaam constant in de vecht- of vluchtmodus en maakt je lichaam het
stresshormoon cortisol aan. Als je lange tijd te veel cortisol aanmaakt dan kan het slaapritme, de
spijsvertering, het geheugen en het immuunsysteem verstoord raken. Het lichaam kan dan niet meer
goed herstellen en raakt uit balans (Grégoire, Van Straaten-Huygen & Trompert, 2007).
In 1957 ontwikkelde Timothy Leary een model, de zogeheten Roos van Leary. Dit model geeft inzicht
in de patronen van interactie tussen mensen en hoe je deze kunt beïnvloeden. Leary onderscheidt in
dit model in de eerste plaats twee onafhankelijke dimensies.
De eerste dimensie verwijst naar hiërarchie. De hoofdvraag is hierbij: wie neemt de leiding in de
communicatie? De uitersten van deze dimensie noemt hij ‘bovengedrag’ en ‘ondergedrag’. De
tweede dimensie verwijst naar het klimaat waarin mensen met elkaar communiceren (Focusteam
Vaardigheden Hogeschool Utrecht, 2016).
Bijlage 1: Roos van Leary
4