1. NEDERLAND
BLOK 2: DE HISTORISCHE CONTEXT
STAAT EN DEMOCRATIE
H1: het land, de natie en de staat
Midden 19e eeuw
o 1815 vorm, 1848 aangevuld
Tot dag van vandaag stand
Keuzes opgelegd door externe krachten
o Mysterie van Nederlandse politiek
Verschillende bestuursniveaus: lokale, provinciale, nationale
o Logica van parlementair systeem
o Want hebben soortgelijke systemen
o Gekozen door de kiezers
HISTORISCHE ONTWIKKELING
Voorlopers moderne staat
o Romeinen, Franken & Christenen;
▪ Allerlei rijken op grondgebied actief
▪ geen feodalisme → egalitarisme
• kleine landeigenaars en vrije boeren
• egalitarisme = streven naar gelijkheid
, o Water indijken
▪ Zo bedreigd door water
▪ → samenwerking
• Bv. waterschappen
Verdeeldheid in de Lage Landen
o In periode van de middeleeuwen
o Niet-samenvallende grenzen
▪ → taal, religie & politiek
▪ Romaans (zuiden) vs Ottomaans (?)
▪ Katholieken vs protestanten
o Oostenrijks-Spaanse Nederlanden
▪ Nederland onder invloed van Habsburgen
▪ Vanuit Madrid bestuurd
▪ Bevolking willen meer autonomie en zelf besturen
▪ → opstand [bis] & embryonale staatsvorming
• Strijd voor politieke macht en religieuze vrijheid
o Opkomst van Calvinisme
• Spanjaarden slaan opstanden neer
Verenigde Republiek der Zeven Provinciën [17de-19de eeuw]
o Voorloper
o Meer dan 80 jaar oorlog
o Basis voor de Nederlandse staat & einde oorlog
o Van Vrede van Westfalen tot de Franse periode
▪ Houdt 200 jaar tot stand
▪ Franse periode: Napoleon (einde: 1815)
o Gaat koloniaal imperium uitbouwen
▪ !
▪ Gaat later uit elkaar vallen (na WOII)
Verenigd Koninkrijk der Nederlanden [19de eeuw]
o Congres van Wenen
▪ Machtsevenwichten verdelen
▪ → bufferstaat
• Vorst: Willem I
, • Noorderlijken en zuiderlijken terug samengevoegd
• Maar bestaat maar 15 jaar (tot 1830)
▪ Werkt niet zo goed in praktijk
• Zuiden: niet tevreden met Willem I
o Kortstondige unie eindigt met onafhankelijkheid België (1830)
▪ Spanning leidt tot revolutie
Nederland → hedendaagse natiestaat → exogeen design
o Tussen [opgelegde] instituties & [nationale] culturele dynamiek
o Politieke grens verandert met dekolonisering
▪ Indonesië onafhankelijk
▪ + nog een ander
▪ Suremanië
• Vredevoller
▪ Houdt nog altijd van koloniaal imperium over
• Onafhankelijk, maar onder invloed van Nederland
• Bv. Curaçao
o Stabiliteit [voorbij]?
▪ Onder druk in 21e eeuw
HISTORISCHE ERFENIS
Grondwet → institutionele blauwdruk
o Basiskeuzes [na 1815]
▪ → unitarisme, monarchie & bicamerisme
• Unitarisme = onder impuls van de Fransen tot stand
o Soevereiniteit bij Amsterdam
o Vreemd want ervoor: 7 provinciën (confederalisme)
▪ Samenwerking tussen die provinciën tegen
gemeenschappelijke vijand
▪ Veel autonomie en onafhankelijkheid
o Breuk met verleden
▪ Maar unitaire staat decentraal ingevuld
▪ Subnationaal niveau belangrijk (gemeenten)
• Monarchie = door grootmachten opgedrongen
, o Beantwoord aan een goed beeld (Fransen en Britten
voorstander)
o Breuk met verleden
▪ Ervoor: republiek
▪ Roterend symbolisch leiderschap
▪ Nu: Koning
▪ Ook weer niet: vorsten snel onderworpen aan de
grondwet
• Representatief iemand
• Bicamerisme
o Opmerkelijk
o 1e Kamer: Hoger Huis
▪ Onder impuls van België
▪ Zuidelijke adel schrik dat hun positie in gedrang gaat
komen
▪ Hun gebied dan daar goed vertegenwoordigen
o Breuk met verleden
▪ Ervoor: 1 kamer
▪ Maar was een zwakke versie van Unicamerisme
▪ 1e Kamer ondergeschikte rol
▪ 1. Invloed externe krachten
▪ 2. ‘Breuk’ met verleden?
• Breuk toch niet zo groot wat op eerste zicht lijkt
▪ Nooit fundamenteel ter discussie gesteld
o Ingrijpende wijzigingen
▪ → parlementarisme & proportionaliteit in AES
• Midden 19e eeuw: parlementarisme
o Uitvoerende macht voortvloeien uit wetgevende macht
o Moeten verantwoording afleggen aan parlement (meer macht)
o Constitutionalisme: onderwerping aan de wet
o Introductie van rechtstreekse verkiezingen samen met een
parlementair systeem in 1848
• Democratisering van kiessysteem
o Democratisering van kiessysteem