100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Research Methods - Methoden en Statistiek I: een introductie (ESSB-PE1010).

Puntuación
-
Vendido
2
Páginas
20
Subido en
12-11-2025
Escrito en
2025/2026

Beschrijving Deze zelfgeschreven samenvatting (in het Nederlands) behandelt Week 1 van het vak Methoden en Statistiek I aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (Blok 2, academisch jaar 2025–2026). De inhoud is gebaseerd op de hoorcolleges, het boek Passer (2021) – Research Methods: Concepts and Connections (methodologie) en Moore, McCabe & Craig – Introduction to the Practice of Statistics (statistiek). Inzichten uit Slim Academy en Stuvia-samenvattingen zijn uitsluitend gebruikt als vergelijkings- en controlemateriaal om de volledigheid en juistheid te waarborgen — zonder copy-paste. Deze samenvatting is geschreven door een psychologie­student die zelf intensief studeert voor dit tentamen en alles zo helder mogelijk heeft uitgelegd om de stof écht te begrijpen. De tekst is dus niet uit de lucht gegrepen of automatisch vertaald, maar komt voort uit actief meedenken, knallen precies als jouw voor het tentamen en tentamenvoorbereiding vanuit studentperspectief.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado














Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
12 de noviembre de 2025
Archivo actualizado en
13 de noviembre de 2025
Número de páginas
20
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Opmerking vóór je begint met lezen

Je kunt volledig vertrouwen op de inhoud van deze samenvatting. Alles is
zorgvuldig samengesteld op basis van de officiële cursusonderdelen van het vak
Methoden en Statistiek I aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (academisch jaar
2025–2026). De samenvatting is gebaseerd op de hoorcolleges van blok 2, de verplichte
literatuur uit Passer (2021) met nadruk op de methodologische hoofdstukken, en het
statistiekgedeelte uit Moore, McCabe & Craig. Daarnaast zijn samenvattingen van Slim
Academy en Stuvia zorgvuldig bestudeerd om de inhoud zo volledig en betrouwbaar
mogelijk te maken.

Deze samenvatting is niet zomaar overgenomen, maar met aandacht en controle
samengesteld om te waarborgen dat geen enkel belangrijk onderdeel ontbreekt. Je kunt
er met zekerheid op vertrouwen dat dit document een volledig, gestructureerd en helder
overzicht biedt van de belangrijkste concepten, definities en toepassingen binnen
Methoden en Statistiek I.

Kort gezegd: dit is een samenvatting waarop je met een gerust hart kunt studeren.​


Inhoudsopgave
Inleiding methoden en statistiek (die ook op canvas staat + wordt in de lecture
besproken) ​ 4
Introductie samenvatting
​ Deze week stond in het teken van de inleiding tot het vak Methoden en Statistiek I.​
Als verplichte literatuur werd hoofdstuk 1 uit Passer (2021) opgegeven, dat overeenkomt met
het thema van week 1. ​
​ Deze samenvatting is volledig zelf geschreven op basis van de inhoud van het originele boek,
aangevuld met de hoorcolleges, eigen toelichtingen en voorbeelden uit het boek zelf. Daarnaast
is gebruikgemaakt van Slim Academy en verschillende Stuvia-samenvattingen als
ondersteunend vergelijkingsmateriaal, uitsluitend om de informatie te controleren en te
versterken.​ 5
Kernbegrippen Week 1​ 5
Voordat we in de theorie duiken, is het belangrijk een paar kernbegrippen te begrijpen die
telkens terugkomen in de methoden en statistiek van de psychologie:​ 5
1. Variabele​ 5
2. Empirische vraag​ 6
3. Causale gevolgtrekking​ 6
4. Proximale (nabije) oorzaken:​ 6
5. Distale (verre) oorzaken​ 6
6. Peer-reviewed journal​ 6
7. Psychofysica
1. Hoe vergaren we kennis? (Charles Peirce, 1877)​ 6
1. Tenaciteit (hardnekkigheid)​ 6

, 2. Autoriteit​ 6
3. Empirisme (persoonlijke ervaring)​ 7
4. Wetenschap (systematisch empirisme)​ 7
2. De doelen van wetenschap​ 8
1. Beschrijving (Description)​ 8
2. Verklaring (Explanation)​ 8
3. Voorspelling (Prediction)​ 9
4. Controle (Control)​ 10
3. Kenmerken van wetenschap​ 10
1. Onderliggende aannames​ 11
2. Empirisch en systematisch werken​ 11
3. Toetsbaarheid (falsifieerbaarheid)​ 11
4. Nauwkeurigheid en objectiviteit​ 11
5. Operationele definities​ 12
6. Openbare rapportage​ 12
7. Voorlopigheid van kennis​ 12
8. Zelfcorrigerend vermogen​ 12
9. Beperkingen van wetenschap​ 13
De vier belangrijkste uitgangspunten zijn:​ 13
1. Gebeurtenissen zijn niet willekeurig – er zijn patronen en oorzaken​ 14
2. Falsifieerbaarheid (toetsbaarheid)
3. Operationele definities​
4. Replicatie (herhaling van onderzoek)​ 16
4. Basis- en toegepast onderzoek​ 16
- 4.2 Toegepast onderzoek​ 17
- 4.3 Verschil tussen basisonderzoek en toegepast onderzoek​ 17
- 4.4 Wederzijdse versterking
5. Voordelen van leren over onderzoeksmethoden​ 17
1. Kritisch denken ontwikkelen​ 18
2. Onderzoek lezen, evalueren en uitvoeren​
3. Onderzoek kunnen beoordelen buiten de universiteit​ 18
4. Voorbereiding op een carrière in onderzoek​
5. Toegang tot graduate school​ 18
6. Meer inzicht in subvelden van psychologie​ 18
6. Scepticisme en anekdotisch bewijs​ 18
● Scepticisme​ 18

🔹
● Anekdotisch bewijs​ 18

🔹
Waarom anekdotes vaak misleidend zijn​ 19
Kritische checklist – 9 vragen om ‘feiten’ te beoordelen​ 20
7. De empirische cyclus (wordt besproken tijdens 1e intro werkgroep)
-Casus van de empirische cyclus

, 1.​ Observatie
2.​ Inductie
3.​ Deductie
4.​ Testing (toetsing/onderzoek)
5.​ Evaluatie
6.​ Revisie (bijstelling)

Inleiding: methoden en statistiek
In de voorafgaande vakken heb je gemerkt dat je opleiding draait om wetenschappelijke kennis
van de psychologie. In dit vak maak je kennis met wat wetenschappelijke kennis precies inhoudt
en hoe kwantitatief wetenschappelijk onderzoek doorgaans wordt uitgevoerd in de sociale
wetenschappen, zoals de psychologie.

Methoden en statistiek

Methoden en statistiek zijn nauw verwante kennisdomeinen.
Met methoden bedoelen we de manier waarop psychologen studies ontwerpen om menselijk
gedrag te begrijpen.

Methodologen houden zich bezig met de vraag hoe psychologisch onderzoek zó moet worden
opgezet dat het reproduceerbaar is en dat de resultaten repliceerbaar en valide zijn.
Reproduceerbaar betekent dat de steekproef, materialen en procedure van een studie zó
gedetailleerd worden beschreven dat andere onderzoekers het onderzoek kritisch kunnen
beoordelen en goed begrijpen wat er in de studie is gebeurd. Zo’n gedetailleerde beschrijving is
ook nodig zodat andere onderzoekers de studie kunnen repliceren. Dat vereist vaak niet alleen
een gedetailleerde methodesectie, maar ook dat materialen en procedures openbaar gedeeld
worden.

Als een studie reproduceerbaar is en de resultaten blijken repliceerbaar na een onafhankelijke
herhaling, dan kun je de validiteit van een uitkomst gaan beoordelen. In brede zin betekent
validiteit dat een uitkomst meet wat zij beoogt te meten. Bijvoorbeeld: als je een IQ-test bij een
kind afneemt, moet de testprocedure reproduceerbaar en repliceerbaar zijn. Vervolgens is het
cruciaal om vast te stellen of de IQ-test echt het beoogde psychologische construct
intelligentie meet.

Statistiek houdt zich bezig met het verzamelen, ordenen en interpreteren van numerieke feiten,
oftewel data.

In dit vak maak je kennis met basisbegrippen uit de methodologie, zoals de verschillende typen
variabelen in een studie, onderzoeksdesigns die je kunt gebruiken om een relatie tussen
twee variabelen vast te stellen, en onderzoeksdesigns waarmee je causaliteit kunt
onderzoeken (twee typen single-factor experimentele designs). Voor statistiek begin je met
manieren om data van één variabele en de samenhang tussen twee variabelen te
beschrijven, samen te vatten en visueel weer te geven. Op deze beschrijvende statistiek volgt
elementaire kansrekening, die een brug vormt naar inferentiële statistiek. Dat laatste gaat

,over technieken waarmee wetenschappers informatie afleiden over onbekende
populatie-eigenschappen (parameters) op basis van steekproefdata (statistieken).

Waarom is dit vak nuttig?​
In onze samenleving zijn data overal. Veel discussies in onderwijs, politiek, economie en
gezondheidszorg gebruiken argumenten die uit data komen. Die data zijn verzameld met
uiteenlopende methodologische kwaliteit en geanalyseerd met statistische technieken.
Kennis van methoden en statistiek stelt je in staat de kracht van claims te beoordelen en feit
van fictie te scheiden. Bovendien zul je als academisch opgeleide professional instrumenten,
behandelingen of interventies gebruiken. Je collega’s, cliënten of patiënten verwachten dat je
niet alleen praktisch vaardig bent, maar ook de effectiviteit, betrouwbaarheid en validiteit van
instrumenten kunt beoordelen—vaak gebaseerd op wetenschappelijk bewijs. Je hebt dus
methoden- en statistiekkennis nodig om dat bewijs te wegen en evidence-informed te werken;
een veelgehoorde eis in allerlei domeinen. Ten slotte gebruiken vrijwel alle subdisciplines in de
psychologie data. Daarom heb je door je hele opleiding—en later, als je een academische
carrière kiest—kennis van methoden en statistiek nodig: voor de verdiepende M&S-vakken in
BA-2, bij het lezen van artikelen, en wanneer je zelf onderzoek uitvoert.

Conclusie​
We hopen dat je in dit vak het belang van methoden en statistiek inziet—voor de
psychologische wetenschap én voor jou als toekomstig psycholoog. Daarnaast willen de tutoren
en wij je enthousiasmeren voor methoden, statistiek en wetenschap in het algemeen, zodat je
merkt dat het niet alleen nuttig is, maar ook leuk.

Veel succes met dit vak!​
Anne Kappesser, Roan-Paul Spolmink & Peter Verkoeijen (vak- en practicumcoördinatoren
Methods and Statistics I: an introduction).

Introductie samenvatting

Deze week stond in het teken van de inleiding tot het vak Methoden en Statistiek I.​
Als verplichte literatuur werd hoofdstuk 1 uit Passer (2021) opgegeven, dat overeenkomt met
het thema van week 1.​
Deze samenvatting is volledig zelf geschreven op basis van de inhoud van het originele boek,
aangevuld met de hoorcolleges, eigen toelichtingen en voorbeelden uit het boek zelf. Daarnaast
is gebruikgemaakt van Slim Academy en verschillende Stuvia-samenvattingen als
ondersteunend vergelijkingsmateriaal, uitsluitend om de informatie te controleren en te
versterken. Het document biedt zo een helder overzicht van de belangrijkste begrippen,
principes en toepassingen binnen psychologisch onderzoek.

Kernbegrippen Week 1

Voordat we in de theorie duiken,

,is het belangrijk een paar kernbegrippen te begrijpen die telkens terugkomen in de methoden
en statistiek van de psychologie:

1.​ Variabele: een kenmerk dat per persoon, situatie of tijd kan verschillen (zoals
leeftijd, stressniveau of reactietijd).​

2.​ Empirische vraag: een vraag die met observatie of meting beantwoord kan
worden — niet met mening of geloof.​

3.​ Causale gevolgtrekking: de conclusie dat de ene variabele (X) een oorzakelijk
effect heeft op een andere (Y).​

4.​ Proximale (nabije) oorzaken: directe triggers van gedrag, zoals acute stress of
plotselinge angst.​

5.​ Distale (verre) oorzaken: achterliggende factoren, zoals opvoeding, cultuur of
genetische aanleg.​

6.​ Peer-reviewed journal: een wetenschappelijk tijdschrift waarin artikelen eerst
worden beoordeeld door meerdere experts voordat ze gepubliceerd worden. Dit
garandeert kwaliteit en betrouwbaarheid.​

7.​ Psychofysica: het onderzoeksgebied dat de kwantitatieve relatie onderzoekt
tussen fysieke prikkels (zoals licht of geluid) en menselijke waarneming (hoe
sterk iets lijkt of klinkt).​



1. Hoe vergaren we kennis? (Charles Peirce, 1877)

Stel je voor: mensen proberen al eeuwen te begrijpen waarom dingen gebeuren. Waarom we
verliefd worden, waarom iemand boos wordt, waarom we dromen. Volgens de filosoof Charles
Peirce zijn er vier manieren waarop mensen proberen kennis en overtuigingen te vormen —
maar niet allemaal zijn even betrouwbaar.

1.​ Tenaciteit (hardnekkigheid)

De methode van tenaciteit betekent dat je iets gelooft simpelweg omdat je het altijd al hebt
geloofd.​
Het is comfortabel en vertrouwd, maar niet gecontroleerd op waarheid.

Voorbeeld uit het boek: Claire, een studente, leerde op de universiteit dat onderzoek
laat zien dat studenten vaak beter scoren wanneer ze bij multiple-choice-examens hun
antwoorden wél veranderen.​
Toch weigert ze dat te geloven en blijft volhouden:

, “Je moet altijd bij je eerste instinct blijven.”​

➡️
Ondanks het bewijs houdt ze vast aan haar oude overtuiging.​
Dat is tenaciteit — geloven uit gewoonte of koppigheid, niet uit bewijs.

2.​ Autoriteit

De methode van autoriteit houdt in dat we iets aannemen omdat een gezaghebbende
persoon of bron het zegt. We vertrouwen experts, ouders, leraren of media omdat ze
deskundig lijken — maar dat maakt hun uitspraken nog niet automatisch juist.

Voorbeeld: Trevor wil een nieuwe smartphone kopen.​
In plaats van zelf alle toestellen te testen, leest hij reviews van experts op CNET en
Engadget.​

➡️
Hij vertrouwt hun oordeel omdat ze professionals zijn op dat gebied.​
Dit is autoriteit — kennis vergaren door anderen te vertrouwen die je deskundig acht.​
Handig, maar ook onthouden; experts kunnen het wel is fout hebben.

3.​ Empirisme (persoonlijke ervaring)

Empirisme betekent leren door eigen observatie en ervaring.​
Je vertrouwt op wat je zelf hebt meegemaakt — maar dat is vaak beperkt of onvolledig.

Voorbeeld: De jonge Claire maakt haar eerste multiple-choice-test.​
Wanneer ze haar punten terugkrijgt, ziet ze drie vragen waarbij ze eerst het juiste antwoord
had, maar het heeft veranderd naar een fout.​
Ze merkt niet dat ze ook een paar antwoorden van fout naar goed heeft veranderd.​
Ze concludeert:

“Je moet altijd bij je eerste instinct blijven.”​
Ze baseert haar overtuiging dus op een persoonlijke ervaring, maar die is niet

➡️
systematisch of volledig.​
Individueel empirisme kan ideeën geven, maar het is geen betrouwbare manier
om waarheid te bepalen.

4.​ Wetenschap (systematisch empirisme)

De wetenschappelijke methode is de meest betrouwbare manier om kennis te verkrijgen.​
Ze combineert observatie, herhaling en logische redenering.​
Wetenschappers verzamelen empirisch bewijs — echte waarnemingen — en doen dat
systematisch, volgens regels die anderen kunnen herhalen.

Voorbeeld: De 4-jarige Shonda heeft een waterverfset.​
Ze vraagt zich af: “Wat gebeurt er als ik rood en groen meng?”​

➡️
Ze probeert het meerdere keren, kijkt goed wat er gebeurt en ontdekt een patroon.​
Zonder het te beseffen, doet Shonda aan systematisch empirisme: ze observeert, test,
vergelijkt en trekt een conclusie.

, Nog een voorbeeld: Een onderzoeker hoort: “Slaap helpt tegen stress.”​
In plaats van dit zomaar te geloven, test hij het met echte deelnemers, meet slaapuren,
stressniveaus en controleert voor andere factoren zoals cafeïne.​

➡️
Pas daarna trekt hij een conclusie.​
Dat is wetenschap — bewijs > gevoel, observatie > mening.

Tot slot is het belangrijk om onderscheid te maken tussen empirisme en wetenschap:

Empirisme betekent kennis opdoen via eigen ervaring of observatie, terwijl wetenschap
neerkomt op systematisch empirisme — het toepassen van gestandaardiseerde methoden,
replicatie en open rapportage om bias te minimaliseren.

Persoonlijke ervaring kan inspiratie geven, maar is alleen geen betrouwbare basis voor
wetenschappelijke kennis.

2. De doelen van wetenschap

Psychologisch onderzoek heeft vier hoofddoelen: beschrijven, verklaren, voorspellen
en controle. Samen vormen ze de kern van hoe wetenschap werkt.

1.​ Beschrijving (Description)

De eerste stap in wetenschappelijk onderzoek is observeren en vastleggen wat er gebeurt.​
Psychologen willen weten hoe mensen zich gedragen, voelen of denken in verschillende
situaties. Ze verzamelen feiten en patronen, maar trekken nog geen conclusies over oorzaken.

Voorbeeld (algemeen): Een onderzoeker merkt dat studenten die minder dan zes uur
slapen vaker prikkelbaar zijn.​
​ Dat is beschrijving — nog geen verklaring, maar een vaststelling van een patroon.

Voorbeeld (uit praktijk): Een team van klinisch psychologen voert een landelijke studie
uit om te bepalen welk percentage volwassenen angststoornissen heeft.​
​ Het doel van deze studie is om het voorkomen (prevalentie) van een fenomeen te
beschrijven binnen de bevolking.

➡️ Doel: inzicht krijgen in wat er gebeurt, niet waarom.
🧩 Ezelsbrug: B = Bekijken zonder Beïnvloeden
Bij beschrijving observeer je alleen wat er gebeurt, zonder verklaringen te geven of
iets te veranderen.

2.​ Verklaring (Explanation)

De volgende stap is begrijpen waarom iets gebeurt.​
Wetenschappers formuleren een hypothese (een voorlopige verklaring) en testen die met
$7.78
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
eurpsychologiestudent

Conoce al vendedor

Seller avatar
eurpsychologiestudent Erasmus Universiteit Rotterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
2
Miembro desde
2 meses
Número de seguidores
0
Documentos
1
Última venta
1 mes hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes