Medische kennis
Medische kennis
H8 Urinewegen en mannelijke geslachtsorganen
H12 Keel, neus en oren
H13 Ogen
Geneesmiddelenkennis
H5 Mond, keel, neus, oren
H14 Urinewegen
H15 Oog
Anatomie en fysiologie
H5 nieren
H9 zintuigen
H12 voortplanting: 12.4 Mannelijke geslachtsorganen
Praktijk scholing
Medisch achtergronden bij triage
H5 Bloedneus
H16 Keelklachten
H22 Oogklachten
H23 Oorklachten
H27 Urinewegproblemen
MTH
Medisch technisch handelen
H3 instrumentenkennis
3.1. inleiding 3.2 Instrumenten KNO en oogheelkunde
H4 Medicatie toedienen
4.1. Inleiding 4.2 Lokale toediening: oogdruppels, oogzalf, oordruppels
H5 onderzoeken
5.26 Audiometrie 5.27 visustest
H6 Behandelen
6.5 Verbandtechnieken 6.7 Uitspuiten van oor
Omgangskunde
Samenwerken en communiceren op de werkvoer
H1, 2 en 6
Grote vaardighedenboek
H5 en 8
,Medische Kennis
Anatomie H9 Zintuigen
Zintuigen zitten in verschillende organen:
Gehoorzintuig
Gezichtszintuig
Smaakzintuig
Reukzintuig
Tast/druk/pijn zintuig
Warmte / koude zintuigen
In de organen zitten zintuigcellen, sensoren.
De functie van zintuigcellen zijn waarnemen om te kunnen reageren op de omgeving.
1. Zintuigcellen vangen de prikkels op
2. Worden doorgestuurd naar de zenuwen
3. Vanuit de zenuwen gaan ze door naar de hersenen
4. In de hersenen wordt waargenomen als de prikkel is aangekomen
5. Daarna wordt het verwerkt in de hersenen
6. En volg de reactie, met spieren of klieren, of beweging.
Reukzintuigen
Reukzintuigcellen zitten helemaal boven in de neus.
Daarna naar de zenuwen en door naar de hersenen
Door reukzintuigcellen neem je oplosbare gasstoffen waar.
Smaakzintuigen
Bitter
Zuur
Zout
Zoet
Verdeeld over de tong
Smaakzintuigcellen door prikkels naar de zenuwen en door naar de hersenen
In de zintuigcellen zitten PH- sensoren die het doorsturen naar de hersenen.
Warmte / koude / pijn / druk / tast zintuigen
In de lederhuid bevinden zich de zintuigen
De warmte en koude zintuigen zorgen voor een goede lichaamstemperatuur
Het oog
Lichtprikkels
Er zijn kegeltjes en staafjes in het oog.
Staafjes:
Schemer kleuren, zwart, wit, grijs
Zéér licht gevoelig
Weinig licht nodig om te zien
Vitamine A voor nodig
, Details zijn slecht te zien
Kegeltjes
Kleuren zijn te zien
Veel licht voor nodig
Veel details
Oogzintuig
Wordt bepaald door alle omliggende organen
om scherp te kunnen zien
o Oogbol, oogzenuw, hulporganen van
het oog.
Vangen de lichtprikkels op
Via oogzenuwen naar visuele schors.
Het oog ligt in de oogkas
Boven en onder het oog liggen oogspieren
o Links en rechts spieren, schuine oog
spieren
o In totaal 6 oogspieren
Oogbol opbouw
Van buiten naar binnen
1. Harde oogvlies – hoornvlies
2. Vaatvlies - regenboogvlies (iris)
a. Zitten alle bloedvaten en zenuwen
3. Netvlies
a. Bevat alle zintuigcellen
Om het scherpst te kunnen zien moeten alle lichtstralen recht in het
oog binnen vallen.
Pupil = gat in je iris – zwarte holte om licht op te vangen
Iris = zorgt ervoor dat er meer of minder licht naar binnen komt.
Hoornvlies = zorgt voor het doorgeven van de lichtstralen en vangt ze op
Lichtstralen binnen komen:
1. Hoornvlies
2. Pupil
3. Lens
4. Glasachtig lichaam
5. Netvlies
Netvlies, bevinden zich alle zintuigcellen, kegeltjes – kleuren en staafjes – schemer (donkere kleuren)
Gele vlek / macula , meest licht gevoelige deel van het netvlies, heel veel zintuigcellen aanwezig,
zorgt voor het beeld scherp stellen.
Blinde Vlek: