Aya Ahlalouch
Geschiedenis historische context paragraaf 10.1 // 2.3
_________________________________________________________________________
Belangrijkste uit 2.3 ↷
- Koude oorlog, , détente
- Praagse lente
- Brezjnevdoctrine
- Ostpolitik
- SDI
- Glasnost en Perestrojka
- Ondergang communisme
- Val berlijnse muur
- Duitse eenwording
______________________________________________________________________________________________________________
Herhaling 10.1 en 2.2:
Veel wantrouwen en tegenstellingen tussen de SU (Sovjet-Unie) en de westers-geallieerden
(VS, EN, FA). Dit leidde tot een blokvorming in de wereld: Kapitalistische (westerse) landen
versus communistische (oosterse) landen.
In de Conferentie van Jalta → Door Stalin (SU), Churchill (GB) en Roosevelt (VS)
afgesproken dat landen in Oost-Europa democratisch zouden worden. Maar in praktijk bleven
ze ´bevriend´ met SU → werden satellietstaten en vormden samen met SU het Oostblok.
Westen vertrouwde bedoelingen Oosten niet → spanning zorgt voor koude oorlog.
1947 → Trumandoctrine afgekondigd, dat is containmentpolitiek. In aanvulling daarop kwam
ook het Marshallplan.
In de Conferentie van Potsdam → DU verdelen in 4 bezettingszones. 1948 → D-Mark. →
Blokkade van Berlijn. → Via de lucht levensmiddelen gebracht. → Stalin hief blokkade op.
Gevolgen Blokkade Berlijn: NAVO, BRD, DDR.
Reactie Su → Oprichten Warschaupact: bondgenootschap van de oostbloklanden.
Probleem → Velen vluchtten naar West-Europa via Berlijn.
Oplossing → Berlijnse muur.
Geschiedenis historische context paragraaf 10.1 // 2.3
_________________________________________________________________________
Belangrijkste uit 2.3 ↷
- Koude oorlog, , détente
- Praagse lente
- Brezjnevdoctrine
- Ostpolitik
- SDI
- Glasnost en Perestrojka
- Ondergang communisme
- Val berlijnse muur
- Duitse eenwording
______________________________________________________________________________________________________________
Herhaling 10.1 en 2.2:
Veel wantrouwen en tegenstellingen tussen de SU (Sovjet-Unie) en de westers-geallieerden
(VS, EN, FA). Dit leidde tot een blokvorming in de wereld: Kapitalistische (westerse) landen
versus communistische (oosterse) landen.
In de Conferentie van Jalta → Door Stalin (SU), Churchill (GB) en Roosevelt (VS)
afgesproken dat landen in Oost-Europa democratisch zouden worden. Maar in praktijk bleven
ze ´bevriend´ met SU → werden satellietstaten en vormden samen met SU het Oostblok.
Westen vertrouwde bedoelingen Oosten niet → spanning zorgt voor koude oorlog.
1947 → Trumandoctrine afgekondigd, dat is containmentpolitiek. In aanvulling daarop kwam
ook het Marshallplan.
In de Conferentie van Potsdam → DU verdelen in 4 bezettingszones. 1948 → D-Mark. →
Blokkade van Berlijn. → Via de lucht levensmiddelen gebracht. → Stalin hief blokkade op.
Gevolgen Blokkade Berlijn: NAVO, BRD, DDR.
Reactie Su → Oprichten Warschaupact: bondgenootschap van de oostbloklanden.
Probleem → Velen vluchtten naar West-Europa via Berlijn.
Oplossing → Berlijnse muur.