WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
HOOFDSTUK 7 – THE EXPERIMENTAL RESEARCH STRATEGY
Oorzaak en gevolg relaties
Het doel van de experimentele onderzoeksstrategie is om het bestaan van
een oorzaak-en-gevolg relatie tussen 2 variabelen vast te stellen. Om de
mogelijkheid van een toevallige relatie uit te sluiten, moet een
experiment, vaak een echt experiment genoemd, aantonen dat
veranderingen in één variabele direct verantwoordelijk zijn voor het
veroorzaken van veranderingen in de tweede variabele.
Om dit doel te bereiken, bevat een experimenteel onderzoek de volgende
4 basiselementen:
1. Manipulatie: de onderzoeker manipuleert één variabele door de
waarde ervan te veranderen om een reeks van 2 of meer
behandelcondities te creëren.
2. Meting: een tweede variabele wordt gemeten bij een groep
deelnemers om een reeks scores te verkrijgen voor elke
behandelconditie.
3. Vergelijking: de scores in één behandelconditie worden vergeleken
met de scores in een andere behandelconditie.
4. Controle: alle andere variabelen worden gecontroleerd om er zeker
van te zijn dat ze geen invloed hebben op de 2 onderzochte
variabelen.
Terminologie voor de experimentele onderzoeksstrategie
Onafhankelijke variabele = de variabele die door de onderzoeker wordt
gemanipuleerd. Bestaat meestal uit 2 of meer behandelcondities waaraan
de deelnemers worden blootgesteld.
Behandelconditie = een situatie of omgeving die wordt gekenmerkt door
één specifieke waarde van de gemanipuleerde variabele.
Niveaus = de verschillende waarden van de onafhankelijke variabele die
worden gekozen om de behandelcondities te creëren en te definiëren.
Afhankelijke variabele = de variabele die wordt geobserveerd op
veranderingen om het effect van de manipulatie van de onafhankelijke
1
, variabele te beoordelen. Is meestal een gedrag of respons die in elke
behandelconditie wordt gemeten.
Oorzakelijk verband en het derde-variabeleprobleem
= X en Y lijken verbonden, maar een andere variabele Z
veroorzaakt beide, waardoor de relatie schijnbaar lijkt.
Oorzakelijk verband en het richtingsprobleem
= het is onduidelijk welke variabele de andere veroorzaakt (X -> Y of Y -
> X)
Beheersen van de natuur
Om een oorzaak-en-gevolgrelatie vast te stellen, moet een experiment de
natuur beheersen, waarbij in wezen een onnatuurlijke situatie wordt
gecreëerd waarin de 2 onderzochte variabelen worden geïsoleerd van de
invloed van andere variabelen en waarin het exacte karakter van de
relatie duidelijk kan worden waargenomen.
Onderscheidende elementen van een experiment
Een experiment probeert aan te tonen dat het veranderen van de ene
variabele veranderingen in een tweede variabele veroorzaakt.
Dit algemene doel kan worden opgesplitst in 2 specifieke doelen:
1. Aantonen dat de “oorzaak” plaatsvindt voordat het “gevolg”
optreedt.
2. De mogelijkheid uitsluiten dat de veranderingen worden veroorzaakt
door een externe variabele
Manipulatie
= bestaat uit het vaststellen van de specifieke waarden van de
onafhankelijke variabele die onderzocht moeten worden en vervolgens het
creëren van een reeks behandelcondities die overeenkomen met de
vastgestelde waarden.
Manipulatie en het richtingsprobleem
= onderzoekers manipuleren een variabele (X) om te zien of dit effect
heefrt op een andere variabele (Y). Dit helpt het directionality problem op
te lossen, omdat door actieve verandering duidelijk wordt welke variabele
de oorzaak is en welke het gevolg.
Manipulatie en het derde-variabeleprobleem
In een experiment moeten onderzoekers actief de onafhankelijke
variabele manipuleren in plaats van gewoon te wachten tot de
2