Oefening concrete doelen (Theorie zie les 3)
1. De kleuters zien in dat tuinkers groeit uit een zaadje.
REGEL(S): is geen waarneembaar gedrag
VERBETERING: hun laten benoemen, met prenten werken
Bv. “De kleuters kunnen verwoorden hoe tuinkers groeit uit een zaadje”
2. De KO leert de kleuters aftellen van 7 naar 0 via het lied ‘Zeven heksen bij elkaar’.
REGEL(S): is gedrag van KO, niet kleutergedrag (‘via’ is een omstandigheid)
VERBETERING: stellen op gedrag kleuters, niet de KO leert…
“De kleuters kunnen aftellen van 7 naar 0 via het lied ‘Zeven heksen bij elkaar”
3. De kleuters kunnen de waterballonnen gericht werpen.
REGEL(S): wat is gericht? concreter maken
VERBETERING: naar waar moeten ze concreet gooien? bv. Een hoepel, ring, cirkel, manden,…
: een minimumcriteria stellen
: figuur om op te mikken
Bv: “De kleuters kunnen de waterballonnen werpen naar de kegels.”
Bv. “De kleuters kunnen waterballonnen werpen naar de kegels op 10m afstand.
4. De kleuters kunnen de dagen van de week opzeggen.
REGEL(S): hulpmiddelen inzetten
VERBETERING: Je moet het concreter maken, hoe moeten ze het doen
“De kleuters kunnen de dagen van de week opzeggen met behulp van de weekkalender.”
Tip: als je in een kring zit, hoe concreter maken
5. De kleuters kunnen het speelgoed dat ze willen vragen aan de Sint uitknippen uit een
reclameboekje.
REGEL(S): Hoe wil je dat ze het uitknippen? Welke voorwerpen? met een schaar
: minimumcriteria toevoegen
VERBETERING: concreter maken, materiaal benoemen, hoe moeten ze knippen?
“De kleuters kunnen het speelgoed dat ze willen vragen aan de sint uitknippen uit een
reclameboekje zonder de figuur te beschadigen, in 1 beweging rondom de figuur.”
Van BS naar DS (van beginsituatie naar doelstelling)
weten waar je kleuters staan
, Het knippen verloopt niet bij elk van je kleuters even vlot, er is veel verschil waar te nemen tussen je
kleuters. Daarom wil je een activiteit organiseren waarbij knippen aan bod komt.
- Lees in het boek van Boone pagina 292-293 over knippen
- Zoek een geschikt leerplandoel in ZILL!
- Formuleer een concrete doelstelling voor activiteit jongste kleuters, 4-jarigen en oudste kleuters
(op aparte dagen)
- Controleer het werk van je buur op de criteria voor concrete doelstellingen
1. Onderwijsleersituatie
Didactisch model:
Onderwijsleersituatie = situatie waarin je iets gaan aanleren, je les, middelen die je wil gebruiken,
leerprocessen (staat centraal, rest hierop afstemmen)
Leg de link met de definitie van didactiek! Wat brengen didactici in kaart? -> hoe kinderen leren -> daar
houden we dus best rekening mee!
Verduidelijking: vergelijk het met de BOB-campagne. Wat is de meest efficiënte manier om volwassenen
iets bij te leren?
bv. choqueren (filmpje van kind op de achterbank dat door de voorruit vliegt, foto’s van
verkeersslachtoffers langs de snelweg, reclamespots met BV’s (omwille van het ‘opkijken naar hen’),
belonen met een sleutelhanger, …
Wat weten we al over de manier waarop kls leren?