100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Bestuursrecht II leereenheid 1

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
40
Subido en
01-11-2025
Escrito en
2025/2026

Deze samenvatting bevat een samenvatting van alle studiestof van leereenheid 1: - Informatie van Brightspace - Literatuur - Arresten - opdrachten - sv opdrachten - leerdoelen

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
Subido en
1 de noviembre de 2025
Número de páginas
40
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Bestuursrecht II leereenheid 1: handhaving deel I

Informatie Brightspace

Bestuursrechtelijke handhaving: de handhaving v.h. bestuursrecht door
bestuursorganen.

Tekst 1.1: Bestuursrechtelijke handhaving en de Awb

Algemene regels over in H5 Awb Titel 5.1 Awb
geregelde bestuursrechtelijke sancties
Toezichtbevoegdheden Titel 5.2 Awb
Herstelsancties Titel 5.3 Awb
- Bestuursdwang - Afdeling 5.3.1 Awb
- Dwangsom - Afdeling 5.3.2 Awb
Bestuurlijke boete Titel 5.4 Awb
Intrekking als sanctie Niet algemeen in de Awb geregeld.
Voor subsidies is wel voorzien in een
regeling: zie art. 4:48 lid 1 onder b
Awb; art. 4:49 lid 1 onder c Awb

Normering handhavingsbevoegdheden:

voor alle bestuursrechtelijke sancties hoofdstuk 3 en titel 4.1 Awb
die bij beschikking worden opgelegd
gelden naast de (eventueel)
toepasselijke bepalingen uit hoofdstuk
5 Awb
voor bestraffende sancties die niet bijzondere betekenis artikel 3:4,
vallen onder titel 5.4 van de Awb tweede lid, Awb, toepasselijkheid van
artikel 6 en 7 EVRM, artikel 14 en 15
IVBPR en de beginselen van
sanctierecht

Algemene uitgangspunten van handhaving en (handhavings)toezicht

Bestuurlijke handhaving valt uiteen in 2 fases:
1. Fase waarin wordt onderzocht of een norm wordt nageleefd.
- toezichtsfase
2. Fase waarin een sanctie wordt opgelegd.

Gedogen en de beginselplicht tot handhaving

Als het bestuursorgaan constateert dat er een overtreding is begaan kan of wil
het daartegen niet altijd handhavend optreden. Reageert een bestuursorgaan
(bewust) niet op een overtreding dan is er sprake van gedogen. Gedogen is
echter op grond van de bestuursrechtspraak in de regel niet toegestaan. Er geldt
een zogenaamde 'beginselplicht tot handhaving'.




Bestraffende sancties; artikel 6 EVRM

,Bij de oplegging van een bestraffende sanctie moeten bepaalde regels en
waarborgen in acht genomen worden die niet gelden bij de oplegging van
herstelsancties. Het gaat dan vooral om normen en waarborgen die een
verwantschap vertonen met straf(proces)rechtelijke normen. Dat deze
straf(proces)rechtelijke normen van toepassing zijn, houdt mede verband met het
feit dat bestraffende sancties in veel gevallen ook als een ‘(straf)vervolging’
(‘criminal charge’) in de zin van artikel 6 EVRM kunnen worden aangemerkt. Als
een bestraffende sanctie moet worden aangemerkt als ‘strafvervolging in de zin
van artikel 6 EVRM’, gelden de waarborgen uit artikel 6 en 7 EVRM (datzelfde
geldt voor de waarborgen uit art. 14 en 15 IVBPR die een vergelijkbare strekking
hebben).

Tekst 1.2: Fiscale boete en ‘criminal charge’

Blijkens de uitspraak EHRM 24 februari 1994, NJ 1994, 496 (Bendenoun) is voor
de vraag of de in de zaak Bendenoun opgelegde boete moet worden aangemerkt
als een ‘criminal charge’ (strafvervolging) van belang:
1. dat de boete aan iedere belastingbetaler die in overtreding was, kon
worden opgelegd en de toepasselijke straffen algemeen waren geregeld;
2. dat het doel van de sanctie geen compensatie maar bestraffing was;
3. dat de boete was gebaseerd op een regel met een bestraffend en
preventief karakter, en;
4. dat het om hoge boetes ging die moesten worden voldaan onder dreiging
van strafrechtelijke sancties die tot gevangenisstraf konden leiden.

Het is duidelijk dat zo’n boete zozeer op één lijn kan worden gesteld met de
strafrechtelijke handhavingsmiddelen, dat zij voor de toepassing van artikel 6
EVRM als een ‘strafvervolging’ ('criminal charge') moet worden aangemerkt.

Al eerder had de Hoge Raad voor de Nederlandse fiscale boete uitgemaakt dat
deze als een strafvervolging ('criminal charge') in de zin van artikel 6 EVRM
moest worden aangemerkt (HR 19 juni 1985, NJ 1986, 104 (Fiscale boete)). De
Hoge Raad achtte het niet ontoelaatbaar dat de boetebevoegdheid aan een
bestuursorgaan was toegekend in plaats van aan de (onafhankelijke) strafrechter
als wel aan bepaalde nadere voorwaarden is voldaan met het oog op de
rechtsbescherming van de (vermoedelijke) overtreder.

Uit het arrest van de Hoge Raad volgde de uitspraak dat degene aan wie de
fiscale boete wordt opgelegd, die beslissing wel moet kunnen
voorleggen aan een onafhankelijke rechter, die de waarborgen van
artikel 6, eerste lid, EVRM in acht zal moeten nemen. Blijkens de uitspraak
acht de Hoge Raad vervolgens ook van belang dat de rechter die in beroep
over de boete oordeelt, een integrale toetsing aan de beginselen van
behoorlijk bestuur moet kunnen verrichten en ook bevoegd is om de
boete te verminderen.

Ook de boete die op grond van artikel 12, tweede lid, van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering (oud) – met toepassing van het Besluit Administratieve
Boeten – kon worden opgelegd aan een werkgever die de voorschriften uit die
wet niet had nageleefd, is door de CRvB als een strafvervolging in de zin van
artikel 6 EVRM aangemerkt. Dat betekent dat het vereiste van behandeling van
de zaak ‘binnen redelijke termijn’ in acht moet worden genomen. In CRvB 19
februari 1996, RSV 1996, 144 (De Samenwerking) komt die materie aan de orde.

,Tekst 1.3: CRvB-uitspraak inzake ‘De Samenwerking’

CRvB-uitspraak inzake ‘De Samenwerking’
Uit de overwegingen die zijn opgenomen in CRvB 19 februari 1996, RSV 1996,
144 (De Samenwerking) volgt dat de CRvB de opgelegde verhoging (boete) al
eerder had aangemerkt als een ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 van het
EVRM en dat de CRvB ter ondersteuning van zijn oordeel verwijst naar het arrest
Bendenoun. Omdat artikel 6 EVRM van toepassing is, moet worden onderzocht of
er terecht is geklaagd dat de behandeling van de zaak niet binnen een redelijke
termijn is afgerond. Artikel 6 EVRM eist immers dat een zaak binnen een redelijke
termijn wordt behandeld.

De rechter acht bij beantwoording van de vraag of de redelijke termijn is
geschonden de volgende factoren van belang:

1. de duur van de procesgang in alle fasen (waarbij het gedrag van de
belanghebbende mede van betekenis is)
2. de ingewikkeldheid van de zaak en
3. de wijze waarop de zaak door het bestuursorgaan en de rechter is
behandeld, maar ook
4. de hoogte van de opgelegde verhoging!

Voorts blijkt uit de overwegingen dat als de redelijke termijn is
overschreden, de rechter tot een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding
van de verhoging zal besluiten.
Opmerkelijk in de zaak was dat de vertraging was ontstaan bij de behandeling
door de rechtbank (die bijna vier jaar over de zaak had gedaan). Dat viel het
bestuursorgaan niet te verwijten, maar het leidde wel tot de conclusie van de
CRvB dat niet voldaan was aan de eis van de redelijke termijn (omdat gelet moet
worden op de ‘absolute duur’ van de behandeling, los van de
verantwoordelijkheid van het uitvoeringsorgaan). Vervolgens werd door de CRvB
zélf de boete gematigd. De bestuursrechter voorzag dus zelf volledig in de zaak
(zoals een strafrechter die op grond van een eigen oordeel – en eventueel in
afwijking van de eis van de officier van justitie – ‘de juiste straf’ kan bepalen).
Sinds de inwerkingtreding van de vierde tranche Awb is zelf in de zaak voorzien
overigens uitgangspunt als de bestuursrechter een boetebesluit vernietigt (zie
art. 8:72a Awb).

Verder hebben de hoogste bestuursrechters intussen vuistregels vastgesteld aan
de hand waarvan moet worden vastgesteld welke instantie verantwoordelijk is
voor schending van de redelijke termijn en welke consequenties de schending
van de redelijke termijn in een concreet geval moet hebben (bijvoorbeeld in de
zin van een vastgesteld bedrag aan schadevergoeding per half jaar dat de
redelijke termijn is overschreden).

Tekst 1.4: Bestuurlijke sancties en evenredigheid

De bestuursrechter moet bestraffende bestuursrechtelijke sancties indringend(er)
toetsen aan het in artikel 3:4, tweede lid, Awb neergelegde
evenredigheidsbeginsel. Dat is uitdrukkelijk uitgesproken door de ABRvS in de
uitspraak ‘Intrekking APK-

, Lange tijd (namelijk tot ongeveer 2015) gold als hoofdregel dat de
bestuursrechter de uitoefening van beleidsvrije bevoegdheden slechts marginaal
mocht toetsen aan artikel 3:4, tweede lid, Awb. Hij mocht dan enkel beoordelen
of het bestuursorgaan in redelijkheid tot het genomen besluit had kunnen komen
(zie ABRvS 9 mei 1996, JB 1996/158 m.nt. Stroink (Kwantumhal Venlo)). Op dat
uitgangspunt werd echter een uitzondering gemaakt als er sprake was van de
oplegging van een bestraffende sanctie (dit werd na totstandkoming van de Awb
nog eens uitdrukkelijk bevestigd in de hierboven genoemde uitspraak van de
Afdeling bestuursrechtspraak van 4 juli 1996). In dat geval moet de
bestuursrechter ‘vol’ aan het evenredigheidsbeginsel toetsen. De bestuursrechter
moet zich dan afvragen of er evenredigheid bestaat tussen de ernst van de
overtreding en de zwaarte van de opgelegde sanctie.

De rechter overwoog uitdrukkelijk dat de regel dat de uitoefening van
een beleidsvrije bevoegdheid slechts marginaal mag worden getoetst,
niet van toepassing is als er ‘sprake is van het beoordelen van de
oplegging van een sanctie waarbij het bevorderen van de naleving van
rechtsnormen door middel van toevoeging van extra leed, ter
afschrikking, vooropstaat. Dat wil zeggen, als er sprake is van de
oplegging van een bestraffende sanctie. Dan dient’, aldus de ABRvS, ‘de
bestuursrechter een uitzondering te maken op de zojuist beschreven
terughoudendheid bij de toetsing van de door het bestuursorgaan
verrichte afweging van belangen en artikel 3:4 van de Algemene wet
bestuursrecht aldus toe te passen dat hij beoordeelt of evenredigheid
bestaat tussen de ernst van de verweten overtreding en de zwaarte van
de opgelegde sanctie’. Een (integrale) toetsing aan het
evenredigheidsbeginsel leidde ertoe dat de ABRvS de intrekking van de
keuringsbevoegdheid in dit geval in strijd met artikel 3:4, tweede lid, Awb
oordeelde.

Wat was daarbij voor de rechter kennelijk doorslaggevend?

De rechter constateerde dat het ging:

1. om een eenmalige overtreding
2. die niet opzettelijk was begaan
3. van een voorschrift dat de belangen van de verkeersveiligheid slechts
indirect beschermt.

Een besluit om in zo’n geval de zwaarste sanctie toe te passen, terwijl het beleid
van het bestuursorgaan uitdrukkelijk in een reeks van (in ernst toenemende)
sancties voorzag (waarschuwing - voorwaardelijke - tijdelijke - definitieve
intrekking), moet wel als disproportioneel worden aangemerkt.

Hier moet nog worden opgemerkt dat de rechtsontwikkeling niet heeft
stilgestaan. Vooral het laatste decennium was de opvatting over
evenredigheidstoetsing in ontwikkeling. Ook ten aanzien van andere besluiten
dan bestraffende sancties kwam er geleidelijk meer oog voor het
evenredigheidsbeginsel. De bestuursrechter beperkte zich sinds ongeveer 2015
niet meer altijd blindelings tot een marginale toetsing. Soms toetste hij
intensiever. Dat was vooral het geval als het ging om besluiten die grote
(onomkeerbare) gevolgen hadden voor de burger en/of waarbij fundamentele
rechten van de burger in het geding waren. Aspecten als maatwerk en individuele
rechtsbescherming speelden daarbij een rol.
$4.77
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada


Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
zjeex Open Universiteit
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
31
Miembro desde
5 año
Número de seguidores
7
Documentos
52
Última venta
3 semanas hace

3.0

1 reseñas

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes