Aantekeningen College 3 – Bipolar Disorder
Soorten
- Bipolar I disorder: volledige bi- polaire stoornis. Dit type heeft manische episodes. Een
depressieve episode komt vaak voor maar dit is NIET noodzakelijk.
- Bipolar II disorder: minder ernstige bi- polaire stoornis. Dit type heeft hypomanische
episodes.
- Cyclothymic disorder: vergelijkbaar met dysthimia bij depressie.
Manisch gedrag is geleid door waanbeelden: denken dat je iemand bent (superman), denken dat je
vijf banen aankan. Men kan van manisch naar hypomanisch overgaan.
Criteria
- Manische periode moet aanwezig zijn
Minimaal drie van de volgende symptomen:
I. Vergroting zelfvertrouwen en grootheid
II. Slaap tekort
III. Meer praten, blijven praten.
IV. Snelle ideeën of ervaringen die voor afleiding zorgen.
V. Meer doelgericht gedrag
VI. Betrokken bij veel leuke activiteiten (heel veel moeten doen) die waarschijnlijk zullen
volgen tot pijnlijke consequenties.
De stoornis zorgt er ook voor dat men niet meer goed kan functioneren in het dagelijks leven.
Diagnostiek
- Manische episodes zijn aanwezig
- Veel bi- polaire stoornissen worden eerst als depressie gediagnosticeerd.
- Veel episodes komen gemixt voor: in manische episodes komen ook depressieve symptomen
voor en andersom. Bij deze episodes is het moeilijk te bepalen hoe men moet behandelen.
- Het verschil tussen manische fases en psychose is vaak niet duidelijk.
- Alcohol en drugs spelen vaak een rol.
Een schizo- affectieve stoornis en borderline stoornis zijn moeilijk te onderscheiden van bipolaire
stoornis.
Zwaarte van de symptomen
Depressie
- Hamilton scale for depression
- Montgomery- Asberg depression rating scale
- Inventory for depressive symptoms
- Beck depression inventory
Manie
- Bech- Rafaelsen mania scale (MAS)
Deze worden gebruikt voor het bekijken van de zwaarte van de symptomen en niet voor het
toeschrijven van de stoornis.
Risicofactoren
- Genen (85%) van variantie in bipolaire stoornis
- Activatie immuun systeem
Soorten
- Bipolar I disorder: volledige bi- polaire stoornis. Dit type heeft manische episodes. Een
depressieve episode komt vaak voor maar dit is NIET noodzakelijk.
- Bipolar II disorder: minder ernstige bi- polaire stoornis. Dit type heeft hypomanische
episodes.
- Cyclothymic disorder: vergelijkbaar met dysthimia bij depressie.
Manisch gedrag is geleid door waanbeelden: denken dat je iemand bent (superman), denken dat je
vijf banen aankan. Men kan van manisch naar hypomanisch overgaan.
Criteria
- Manische periode moet aanwezig zijn
Minimaal drie van de volgende symptomen:
I. Vergroting zelfvertrouwen en grootheid
II. Slaap tekort
III. Meer praten, blijven praten.
IV. Snelle ideeën of ervaringen die voor afleiding zorgen.
V. Meer doelgericht gedrag
VI. Betrokken bij veel leuke activiteiten (heel veel moeten doen) die waarschijnlijk zullen
volgen tot pijnlijke consequenties.
De stoornis zorgt er ook voor dat men niet meer goed kan functioneren in het dagelijks leven.
Diagnostiek
- Manische episodes zijn aanwezig
- Veel bi- polaire stoornissen worden eerst als depressie gediagnosticeerd.
- Veel episodes komen gemixt voor: in manische episodes komen ook depressieve symptomen
voor en andersom. Bij deze episodes is het moeilijk te bepalen hoe men moet behandelen.
- Het verschil tussen manische fases en psychose is vaak niet duidelijk.
- Alcohol en drugs spelen vaak een rol.
Een schizo- affectieve stoornis en borderline stoornis zijn moeilijk te onderscheiden van bipolaire
stoornis.
Zwaarte van de symptomen
Depressie
- Hamilton scale for depression
- Montgomery- Asberg depression rating scale
- Inventory for depressive symptoms
- Beck depression inventory
Manie
- Bech- Rafaelsen mania scale (MAS)
Deze worden gebruikt voor het bekijken van de zwaarte van de symptomen en niet voor het
toeschrijven van de stoornis.
Risicofactoren
- Genen (85%) van variantie in bipolaire stoornis
- Activatie immuun systeem