Persoonlijkheidsstoornissen
Persoonlijkheid:
= geheel v. karakteristieken (voelen, denken, doen) die aan persoon worden
toegekend. Beschrijft de manier waarop persoon in verschillende situaties zal
reageren
Gezonde persoonlijkheid
= iemand die in staat is zijn/ haar gedrag aan te passen aan omstandigheden +
situatie.
Persoonlijkheidsstoornis
Iemand die externe variaties v. ‘gewone’ karaktertrekken vertoont + zich daarom
niet meer goed kan aanpassen omgeving. Leidt tot problemen in werk en relaties en
tot significant lijden bij de persoon zelf of anderen.
Algemene diagnostische criteria
• Een duurzaam, inflexibel patroon van afwijkende innerlijke ervaringen en
gedragingen ontstaan in de jeugd op het gebied van:
o Cognities (manier van denken, hoe je naar de wereld en andere
kijkt)
o Affecten (emoties (ervaren en tonen))
o Impulsbeheersing
o Interpersoonlijk functioneren (doet zich voor tussen personen =
belangrijkste kenmerk van een persoonlijkheidsstoornis)
• Leidt tot problemen in werk en relaties en tot significant lijden bij de
persoon zelf of anderen
Ontstaan persoonlijkheidsstoornis (zie dia 7 en 8)
1:
2:
1
, Enkele inzichten:
• Hans Kohut
o Periode 18m-3jaar: ontwikkelen identiteit onafhankelijk van de
ouders.
o ‘kinderen voelen zich machtig en hebben het gevoel dat de wereld
om hen draait’
Empathische ouders: reflecteren
Gebrek aan steun en empathie van de ouders legt de basis
voor bv. pathologisch narcisme
• Otto Kernberg
o In vroege jeugd ontwikkeling van gevoel van eenheid en stabiliteit
t.a.v. het zelf en anderen
Ouders kunnen nooit aan alle behoeften van hun kind voldoen
en dat is goed.
Kinderen moeten dit leren integreren. Maar als dat uitblijft =>
kans op ontstaan van borderline PS
(=persoonlijkheidsstoornis).
o Interactie genetische factoren en ervaringen in de jeugd
Prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen:
• 4,4 - 13,5% van de volwassen bevolking
o Moeilijker om cijfer te geven omdat ze niet altijd hulp komen zoeken
• Komt vaker voor in bepaalde populaties
o +/- 40% van de psychiatrische patiënten
o +/- 60% bij mensen met een verslaving
Want PS veroorzaakt lijden
o Gedetineerden
• Genderverschillen
Diagnostiek
Zeer moeilijk te stellen diagnose
• Comorbiditeit: komt niet alleen (borderline vaak met PTSS of depressie,…)
• Invloed v. middelen (als ze onder invloed zijn dan zien we het echt
functioneren niet)
• Geen beroep doen op hulpverlening
• Opletten met diagnose tijdens crisissen
• Niet op categoriale manier kijken naar persoonlijkheidsstoornissen
• Ernst v. persoonlijkheidsstoornis wordt bepaald door symptomen MAAR
ook door gevolgen ervan op verschillende leefgebieden vd pt
• Stel dat het theatraal is en men kan gewoon leven = oké
• Als omgeving hier wat op aansluit dan zal je er minder last van hebben
2
Persoonlijkheid:
= geheel v. karakteristieken (voelen, denken, doen) die aan persoon worden
toegekend. Beschrijft de manier waarop persoon in verschillende situaties zal
reageren
Gezonde persoonlijkheid
= iemand die in staat is zijn/ haar gedrag aan te passen aan omstandigheden +
situatie.
Persoonlijkheidsstoornis
Iemand die externe variaties v. ‘gewone’ karaktertrekken vertoont + zich daarom
niet meer goed kan aanpassen omgeving. Leidt tot problemen in werk en relaties en
tot significant lijden bij de persoon zelf of anderen.
Algemene diagnostische criteria
• Een duurzaam, inflexibel patroon van afwijkende innerlijke ervaringen en
gedragingen ontstaan in de jeugd op het gebied van:
o Cognities (manier van denken, hoe je naar de wereld en andere
kijkt)
o Affecten (emoties (ervaren en tonen))
o Impulsbeheersing
o Interpersoonlijk functioneren (doet zich voor tussen personen =
belangrijkste kenmerk van een persoonlijkheidsstoornis)
• Leidt tot problemen in werk en relaties en tot significant lijden bij de
persoon zelf of anderen
Ontstaan persoonlijkheidsstoornis (zie dia 7 en 8)
1:
2:
1
, Enkele inzichten:
• Hans Kohut
o Periode 18m-3jaar: ontwikkelen identiteit onafhankelijk van de
ouders.
o ‘kinderen voelen zich machtig en hebben het gevoel dat de wereld
om hen draait’
Empathische ouders: reflecteren
Gebrek aan steun en empathie van de ouders legt de basis
voor bv. pathologisch narcisme
• Otto Kernberg
o In vroege jeugd ontwikkeling van gevoel van eenheid en stabiliteit
t.a.v. het zelf en anderen
Ouders kunnen nooit aan alle behoeften van hun kind voldoen
en dat is goed.
Kinderen moeten dit leren integreren. Maar als dat uitblijft =>
kans op ontstaan van borderline PS
(=persoonlijkheidsstoornis).
o Interactie genetische factoren en ervaringen in de jeugd
Prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen:
• 4,4 - 13,5% van de volwassen bevolking
o Moeilijker om cijfer te geven omdat ze niet altijd hulp komen zoeken
• Komt vaker voor in bepaalde populaties
o +/- 40% van de psychiatrische patiënten
o +/- 60% bij mensen met een verslaving
Want PS veroorzaakt lijden
o Gedetineerden
• Genderverschillen
Diagnostiek
Zeer moeilijk te stellen diagnose
• Comorbiditeit: komt niet alleen (borderline vaak met PTSS of depressie,…)
• Invloed v. middelen (als ze onder invloed zijn dan zien we het echt
functioneren niet)
• Geen beroep doen op hulpverlening
• Opletten met diagnose tijdens crisissen
• Niet op categoriale manier kijken naar persoonlijkheidsstoornissen
• Ernst v. persoonlijkheidsstoornis wordt bepaald door symptomen MAAR
ook door gevolgen ervan op verschillende leefgebieden vd pt
• Stel dat het theatraal is en men kan gewoon leven = oké
• Als omgeving hier wat op aansluit dan zal je er minder last van hebben
2