o ASE-gedragsbeinvloedingsmodel
o Stages of change (motivatiecirkel)
o Het gedragslenzenmodel
Het ASE – gedragsbeïnvloedingsmodel
Dit model stelt dat (nieuw) gedrag het gevolg is van intentie.
Intentie: wat je wilt bereiken, op wat voor manier bedoel je dingen/mening
Of iemand tot de intentie tot gedragsverandering komt, hangt volgens dit model van drie
factoren af:
Attitude (A): de houding tegenover gedrag. Per definitie is de uitkomst subjectief. Het gaat
niet om objectieve optelsom, maar om hoe zwaar de voor-en nadelen wegen voor deze
persoon.
Sociale invloed/ sociale norm (S): Geeft aan dat wat mensen uit de leefomgeving denken en
vinden de intentie van een persoon beïnvloedt. Mensen en hun opvattingen worden
gevormd in relatie met de omgeving waar ze opgroeien, wonen en werken.
Zelfeffectiviteit (E): geeft aan in hoeverre iemand er vertrouwen in heeft dat hij het gedrag
kan uitvoeren, dat het hem zal lukken. Heet ook wel waargenomen gedragscontrole.
Dit model stelt dat intentie geen garantie is voor gedrag(sverandering).
Er zijn vier factoren van invloed op het eigen maken van nieuw gedrag, ook al is er een
sterke intentie, namelijk:
- Kennis: Wat je weet, voorkennis en behoefte aan info, opnemen en onthouden van
info
- Vaardigheden: is het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren,
handelingsvaardigheden, planningsvaardigheden
- Support: ondersteuning/ aanmoediging
- Barrières: praktische problemen
1
, Het model Stages of change (van Prochaska & diClemente) stelt dat gedragsverandering in
zes stadia plaats vindt. Als een stadium niet goed doorlopen is, heeft een volgend stadium
verminderd kans op slagen.
De zes stadia zijn:
1. Voorbeschouwing (ontkenning, pre-contemplatie): niet bezig met de
gedragsverandering: niet van plan om binnen 6 maanden ermee aan de slag te gaan.
(voor- en nadelen gewoonten)
2. Overpeinzing (herkenning en overweging, contemplatie): overweegt om binnen 6
maanden ermee aan de slag te gaan. (Ambivalentie tegenover gedragsverandering)
3. Beslissing (verkenning en beslissing, preparation): van plan om binnen 1 maand te
beginnen met gedragsverandering (maakt een plan/is bezig stappen te zetten om
gedrag te veranderen, zoals bekendmaken aan vrienden, familie onzekerheid of het
lukt, hoe beter voorbereid hoe meer kans op succes.
4. Actieve verandering (action): de eerste 6 maanden van de gedragsverandering
(volhouden kost moeite, hoe kun je je aan je plan houden?)
5. Consolidatie (volhouden, maintenance): 6 maanden na de start van de
gedragsverandering ( omgaan met moeilijke momenten verleidelijke situaties,
risicosituaties)
6. Terugval: gedrag wat moest veranderen keert terug.
In het gedragslenzenmodel beschrijven Hermsen en Renes vijf
focuspunten bij gedragsverandering:
1. Gewoontes en impulsen
2. Weten en vinden
3. Zien en beseffen
4. Willen en kunnen
5. Doen en blijven doen
2