Informatie Brightspace
De Economische en Monetaire unie
Met het Verdrag van Maastricht kwam de Economische en Monetaire Unie tot
stand. Dit betekent dat er sprake is van coördinatie v.h. economisch beleid tussen
de lidstaten, alsmede een gemeenschappelijk monetair beleid.
Kennisclip: vrij verkeer van kapitaal
Vrij verkeer van kapitaal
Art. 63-66 VWEU
Omdat het een essentieel onderdeel is van een goedlopende markt, zijn
belemmeringen verboden.
Beperkingen v.h. kapitaalverkeer en betalingsverkeer tussen lidstaten
onderling en tussen lidstaten en derde landen zijn verboden.
Het moeilijkste van dit onderwerp is de afbakening van de andere
vrijheden. Deze afbakening is echter wel belangrijk i.v.m. de werkingssfeer.
De vrijheid van kapitaal kan namelijk ook ingeroepen worden door derde
landen, d.w.z. landen die geen lid van de Europese Unie zijn. Let op:
verschillende Europese landen maken geen deel uit v.d. EU, denk aan
Noorwege., Albanië en het Verenigd Koninkrijk. Een land als Noorwegen
kan zich dus wel beroepen op de bepalingen omtrent kapitaalverkeer,
maar niet op de bepalingen omtrent de andere fundamentele vrijheden.
Kapitaalverkeer
= kapitaaloverdrachten tussen landen uitgevoerd door een persoon,
organisatie of bedrijf, waaronder directe investeringen, beleggingen in
onroerende goederen, verrichtingen betreffende effecten en in rekeningen-
courant en depositorekeningen, en financiële leningen en kredieten.
Richtlijn 88/361/EG v.d. Raad van 24 juni 2018 voor de uitvoering van art.
67 VWEU. Hierin is bepaald wanner het gaat om vrij verkeer van kapitaal.
Het moet gaan om:
1. Financiële instrumenten
Denk aan leningen etc.
2. Een grensoverschrijdend element moet aanwezig zijn
Afbakening
Kapitaal vs. Vestiging
- Zeggenschap (meerderheidsaandeel of blokkerende minderheid)
Het doen van investeringen in een buitenlandse onderneming door het
kopen van aandelen valt onder het kapitaalverkeer. Maar als de
investeerder een zodanige invloed verwerkt op de besluiten van de
buitenlandse onderneming dat sprake is van een meerderheidsaandeel
dan valt dat onder die vrijheid van vestiging als bedoeld in art. 49
VWEU. De vrijheid van kapitaal is dan ondergeschikt aan deze vrijheid
van vestiging.
Voor een blokkerend minderheidsaandeel geldt hetzelfde. Beslissend is
of de investering in de buitenlandse onderneming tot gevolg heeft dat
de activiteiten van deze onderneming daardoor kunnen bepaald.
- Rekening houden met voorwerp v.d. regeling in kwestie.
Kapitaal vs. Diensten
, - Het verstrekken van een lening bijvoorbeeld kan zowel vallen onder de
vrijheid van diensten als de vrijheid van kapitaal. In het arrest Fidium
Finanz is hier een voorbeeld van. Fidium Finanz was een Zwiterse bank
die kleine kredieten via internet verstrekte op de Duitse markt. Daar
was volgens de Duitse regeling een vergunning voor nodig die zou
worden geweigerd als de instelling en haar hoofdbestuur niet in
Duitsland ligt. De zaak kwam voor de Duitse rechter. Die besloot om
prejudiciële vragen te stellen over de van toepassing zijnde vrije
verkeersbepalingen. Het HvJ heeft in haar arrest een algemene lijn voor
het afbakenen v.d. bepalingen inzake vrij verkeer van diensten t.o.v. vrij
verkeer van kapitaal verkeer neergelegd.
De vraag welk verkeer voorrang heeft in een individueel geval is van
feitelijke aard. Als er meerdere fundamentele vrijheden in het geding
zijn, is de meest aangetaste vrijheid de meest toepasselijke vrijheid als
de andere volledig ondergeschikt is. Het HvJ oordeel in deze casus dat
de vrijheid van kapitaal in dit geval volledig ondergeschikt was aan de
vrijheid van dienstenen hieraan kan Fidium Finanz als onderneming aan
een derde land dus geen rechten ontlenen.
- Veel financiële producten vallen zowel onder diensten- als
kapitaalverkeer.
- Rekening houden met doel en gevolgen v.d. regeling
Uitzonderingen en rechtvaardigingen
Derde landen
Beperkende maatregelen zijn in bijzondere situaties mogelijk om het
verkeer met derde landen te beperken o.g.v. de artt. 64, 66 en 75 VWEU
Rechtvaardigingen, o.g.v.:
- Art. 65 VWEU; of
- Dwingende redenen van algemeen belang
Kennisclip: Economische en Monetaire Unie
Economische en monetaire unie
Beginselen economisch en monetair beleid art. 119 VWEU en 3 lid
3 VWEU
- (sociale) openmarkteconomie en vrije mededinging.
- Openmarkteconomie: dat er sprake is van een open markt die
functioneert o.b.v. vraag en aanbod. De overheid stelt regels op over
het functioneren v.d. markt, maar in principe kan iedereen daaraan
deelnemen. De tegenhanger is de gesloten markt, die nagenoeg
volledig gereguleerd wordt door de overheid.
- De open markt is echter niet volledig open, hij is sociaal. Een gehele
open markt wordt tegengehouden met het oog op het sociale karakter.
- Vrije mededingen zorgt voor een gezonde mate van concurrentie.
Verdere bepalingen
- Economisch beleid 120-126 VWEU
- Monetair beleid 127-135 VWEU
- Specifieke bepalingen voor eurolanden 136-138 VWEU
- Lidstaten die vallen onder een derogatie 139 – 144 VWEU
Economisch beleid
, Lidstaten coördineren hun economisch beleid binnen de Unie (5 VWEU).
Het coördineren van economisch beleid is een gemeenschappelijk belang
(119-121 VWEU)
Coördinatie/ toezicht vindt plaats in het Europees semester.
- Ontwikkeling v.d. begrotingen v.d. lidstaten, m.n. tekorten.
- Macro-economische ontwikkelingen (groei, inflatie, lonen, werkloosheid
etc.
- “convergentie” van beleid (121 VWEU)
Kern v.h. economisch beleid (1)
Vermijden van buitensporige overheidstekorten (art. 126 VWEU)
Lidstaten zijn op grond van dit artikel gehouden om dit te vermijden. Er
mag wel sprake zijn van een tekort, maar niet ongelimiteerd. De
Commissie ziet hierop toe o.g.v. 2 criteria:
- Financieringstekort <3% BBP (Bruto Binnenlands Product)
Als in één begrotingsjaar de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten, dan
wordt het verschil daartussen het financieringstekort genoemd. Dit
financieringstekort mag niet hoger zijn 3% v.h. BBP.
- Staatsschuld <60% BBP
Dit is het totale hoeveelheid geld dat de overheid geleend heeft en nog
niet heeft terugbetaald. Dit mag niet hoger zijn dan 60% v.h. BBP.
BBP: de waarde van alle goederen en diensten die in een land
geproduceerd worden. Zowel de marktpartijen als de overheid. Voor
zowel het binnenland als het buitenland.
Als het financieringstekort groot is of de staatsschuld te hoog, is er voor de
lidstaten werk aan de winkel. Meestal betekent dat bezuinigen.
De meeste lidstaten hebben in 2012 een begrotingspact ondertekend. Die
gaat uit van nog strengere grenzen. Het toezicht heeft hiermee ook een
steviger karakter gekregen.
Kern v.h. economisch beleid (2)
In het licht v.h. beginsel van gezonde overheidsfinanciën is het uitgangspunt dat
als een lidstaat een tekort heeft, de lidstaat dit in principe zelf moet oplossen.
Andere lidstaten of Europa mogen dat niet zomaar doen. Lidstaten zouden de
gevolgen van ongezonde overheidsfinanciën niet mogen ontduiken:
- Verbod op kredietverstrekking art. 123 VWEU
- Verbod op bevoorrechting van financiële instellingen art. 124 VWEU
- Uitsluiting van aansprakelijkheid art. 125 VWEU
(de Unie en de lidstaten zijn niet aansprakelijk voor elkaars schulden en
die schulden mogen ook niet worden overgenomen).
- Noodprocedure voor maatregelen die passen bij de economische
situatie art. 122 VWEU.
(Als er sprake is van zodanige, ernstige moeilijkheden, kan het zo zijn
dat het vermijden van een buitensporig overheidstekort niet meer lukt.
Dan is het mogelijk om via een noodprocedure extra maatregelen van
bijstand te treffen. Het bijzondere hieraan is dat het Europees
Parlement helemaal geen rol heeft bij deze maatregelen. Alleen de
commissie en de raad zijn betrokken.)
Crisis en de staatsschuld
- Omdat de financiële markten tijdens de schuldencrisis hun vertrouwen
in de Griekse economie verloren en dit dreigde over te slaan naar de
gehele eurozone, zijn in Europees verband noodmaatregelen getroffen
, voor het verlenen van financiële bijstand aan landen die in zwaar weer
zaten.
- Deze financiële bijstand werd verleend via het EFSM, EFSF en het ESM.
- Het ESM is een meer permanent noodfonds voor eurolanden. Dat kan
worden ingesteld toen aan art. 136 lid 3 VWEU werd toegevoegd.
Monetair beleid
= alle beslissingen en regels waarmee een centrale bank invloed uitoefent
op het geld dat in een economie omgaat.
De Unie is exclusief bevoegd over het monetair beleid voor de lidstaten die
de euro als munt hebben art. 3 lid 1 sub c VWEU.
Hoofddoel is prijsstabiliteit (art. 127 VWEU). Daarnaast ondersteunt het
monetair beleid het algemene economische beleid.
ECB: doelstelling van 2% inflatie op de middellange termijn. Dit is de
laatste jaren echter niet gelukt. Daarom zijn er mogelijkheden die op één
instrument neerkomen: de beleidsruimte. Dit rentepercentage bepaalt de
rentetarieven voor commerciële banken om geld bij de ECB te lenen. Of
om geld bij de ECB aan te houden.
De beleidsrente v.d. ECB
Hoge prijzen: ECB verhoogt de beleidsrente
Banken betalen meer rente aan de ECB
Bedrijven en consumenten moeten meer rente aan banken betalen
Minder lenen, meer sparen en minder uitgeven = minder vraag
Bij gelijkblijvend aanbod gaan leveranciers scherper concurreren op prijs
Prijzen dalen
Crisis en het monetair beleid
Opkoopprogramma’s OMT en PSPP noodzakelijk voor een ‘passende monetaire
transmissie en het waarborgen v.h. monetair beleid’ alsook voor het behalen v.h.
doel van prijsstabiliteit.
- Opkoopprogramma’s zijn er om obligaties in te kopen en zo de landen
die in crisis zitten van financiering te voorzien.
De euro en lidstaten met een derogatie
Lidmaatschap v.d. EU en Lidmaatschap v.d. Eurozone
Voor belangrijk deel wel gebonden aan bepalingen over economisch en
monetair beleid (zie art. 139 lid 2 VWEU voor uitzonderingen)
Wisselkoersbeleid als aangelegenheid van gemeenschappelijk belang.
Toetreding tot eurozone
1. Institutionele vereiste: onafhankelijke banken 130 VWEU
2. Economische vereisten: convergentiecriteria 140 lid 1 VWEU.
1) Een hoge mate van prijsstabiliteit dus een vergelijkbaar
inflatiepercentage.
2) De houdbare overheidsfinanciën.
Geen buitensporige tekorten, dus een financieringstekort van
minder dan 3% v.h. BBP en een staatsschuld van minder dan 60% .
3) De normale fluctuatiemarges van het wisselkoersbeleid
Deelname aan het ERM2-systeem met een vaste wisselkoers t.o.v.
de euro en normale fluctuaties.
4) Een duurzame rentevoet voor de lange termijn.
Als hier allemaal aan voldaan is, kan een derogatie worden opgeheven en kan
besloten worden tot toelaten.