📘 Finance 3 – Tentamenleerboek (Hogeschool Leiden,
Commerciële Economie)
Doel: jou stap-voor-stap leren hoe je exact hetzelfde soort tentamen maakt als in
de voorbeelden (Blokker/Jumbo), met uitleg, ezelsbruggetjes, uitgewerkte
voorbeelden, oefenopgaven én uitwerkingen.
Inhoud
1. Hoe leer je dit vak slim? (studiestrategie)
2. De jaarrekening lezen in 5 stappen
3. Balansanalyse (ontwikkelingen herkennen + verklaren)
4. Winst- & Verliesrekening analyse (trends + oorzaken)
5. Liquiditeitsratio’s (current & quick): rekenen, duiden, valkuilen
6. Solvabiliteit (debt ratio, Debt/EBITDA)
7. Rentabiliteit (REV, RVV, RTV)
8. Efficiëntie: debiteurentermijn, crediteurentermijn, voorraadomloopsnelheid
9. Interpretatie: normen, wat is ‘goed/slecht’, en wat betekent dat?
10. Continuïteitsanalyse (vraag 7) – zo bouw je een ijzersterk oordeel
11. Voorbeeldcasus A (Blokker-stijl) – uitgewerkt rekenvoorbeeld
12. Voorbeeldcasus B (Jumbo-stijl) – stap- voor- stap aanpak
13. Oefententamen (7 open vragen) – met puntsgewijze modelantwoorden
14. Formule-kaart (alles op één pagina)
15. Checklist laatste 48 uur voor je tentamen
1) Hoe leer je dit vak slim?
Kern: je moet drie dingen tegelijk kunnen: (1) cijfers lezen, (2) goed rekenen, (3) betekenis
uitleggen.
Methode (altijd dezelfde routine): - R1: Verken de balans + W&V (markeer grote mutaties). -
R2: Reken alle gevraagde ratio’s met tussenstappen. - R3: Interpreteer: vergelijk met norm
+ leg in 1 zin uit wat het betekent. - R4: Verklaar: verbind aan W&V + toelichting + theorie
(min. 2 bronnen noemen). - R5: Concludeer: trek een eindoordeel (continuïteit) met 5
bullet-argumenten.
Ezelsbruggetje voor maximale punten bij ‘verklaring’: B-W-T-C - Balans (welke post
bewoog?) - W&V (past de winst/kosten erbij?) - Toelichting (expansie, desinvestering,
reorganisatie?) - Context/theorie (afschrijven, marge, financieringsmix)
, 2) De jaarrekening lezen in 5 stappen
1. Zet twee kolommen naast elkaar: beginbalans links, eindbalans rechts. Idem voor
W&V.
2. Reken absolute en %-mutaties uit voor: vaste activa, vlottende activa, eigen
vermogen, lang/kort VV.
3. Zoek ‘drivers’: voorraad ↑? debiteuren ↑? crediteuren ↑? cash ↓? vaste activa ↓?
4. Koppel aan W&V: omzet, brutomarge, opex, afschrijvingen, rente, nettoresultaat.
5. Lees de toelichting (investeringen, verkoop vd activiteiten, financieringsafspraken,
transities).
Tip: schrijf per grote ontwikkeling een mini-alinea met cijfers + 2 verklaringen.
3) Balansanalyse (ontwikkelingen + verklaringen)
Zo pak je Vraag 1 aan (3 ontwikkelingen + verklaring): - Formuleer elke ontwikkeling met
cijfers (“Voorraad daalde van €372 mln naar €198 mln (–47%).”). - Geef minstens 2
verklaringen en link 2–3 bronnen (B-W-T-C).
Veelvoorkomende ontwikkelingen & voorbeeldverklaringen: - Vaste activa ↓ fors →
desinvesteringen / sluiting filialen / impairment / sale-and-leaseback (W&V: boekverlies,
toelichting: verkoop activa). - Kas ↓ en CL (kort VV) ↑ → krappe liquiditeit, meer
leverancierskrediet, bankkrediet ingezet. - Eigen vermogen ↓ → nettoverlies, dividend,
bijzondere waardeverminderingen. - Voorraad ↑ → voorraadvorming voor groei /
traaglopende voorraad; check omloopsnelheid. - Debiteuren ↑ → ruimere betaaltermijnen,
omzet op rekening; check debiteurendagen. - Crediteuren ↑ → langere betaaltermijnen,
cashbehoud.
Taal voor maximale punten (sjabloon): > “Ontwikkeling: Vlottende activa daalden €X (–Y%).
Verklaring: volgens de theorie wijst een sterke daling van vaste activa niet op afschrijving
maar op desinvestering. Dit sluit aan bij de toelichting (afstoten onderdelen) en bij de W&V
(boekverlies op verkoop).”
4) Winst- & Verliesrekening analyse (Vraag 2)
Noem 3 trends + verklaringen: - Omzet: groei/krimp (marktaandeel, nieuwe winkels/online,
prijsbeleid). - Brutomarge: mix/productiviteit/EDLP-strategie. - Opex: personeelskosten,
huisvesting, IT, integratiekosten. - Afschrijvingen: hoger na investeringen / lager na verkoop
activa. - Rente: hoger bij meer schuld / lagere rentevoet. - Nettoresultaat: effect van
eenmalige posten (reorganisatie, impairments).
Commerciële Economie)
Doel: jou stap-voor-stap leren hoe je exact hetzelfde soort tentamen maakt als in
de voorbeelden (Blokker/Jumbo), met uitleg, ezelsbruggetjes, uitgewerkte
voorbeelden, oefenopgaven én uitwerkingen.
Inhoud
1. Hoe leer je dit vak slim? (studiestrategie)
2. De jaarrekening lezen in 5 stappen
3. Balansanalyse (ontwikkelingen herkennen + verklaren)
4. Winst- & Verliesrekening analyse (trends + oorzaken)
5. Liquiditeitsratio’s (current & quick): rekenen, duiden, valkuilen
6. Solvabiliteit (debt ratio, Debt/EBITDA)
7. Rentabiliteit (REV, RVV, RTV)
8. Efficiëntie: debiteurentermijn, crediteurentermijn, voorraadomloopsnelheid
9. Interpretatie: normen, wat is ‘goed/slecht’, en wat betekent dat?
10. Continuïteitsanalyse (vraag 7) – zo bouw je een ijzersterk oordeel
11. Voorbeeldcasus A (Blokker-stijl) – uitgewerkt rekenvoorbeeld
12. Voorbeeldcasus B (Jumbo-stijl) – stap- voor- stap aanpak
13. Oefententamen (7 open vragen) – met puntsgewijze modelantwoorden
14. Formule-kaart (alles op één pagina)
15. Checklist laatste 48 uur voor je tentamen
1) Hoe leer je dit vak slim?
Kern: je moet drie dingen tegelijk kunnen: (1) cijfers lezen, (2) goed rekenen, (3) betekenis
uitleggen.
Methode (altijd dezelfde routine): - R1: Verken de balans + W&V (markeer grote mutaties). -
R2: Reken alle gevraagde ratio’s met tussenstappen. - R3: Interpreteer: vergelijk met norm
+ leg in 1 zin uit wat het betekent. - R4: Verklaar: verbind aan W&V + toelichting + theorie
(min. 2 bronnen noemen). - R5: Concludeer: trek een eindoordeel (continuïteit) met 5
bullet-argumenten.
Ezelsbruggetje voor maximale punten bij ‘verklaring’: B-W-T-C - Balans (welke post
bewoog?) - W&V (past de winst/kosten erbij?) - Toelichting (expansie, desinvestering,
reorganisatie?) - Context/theorie (afschrijven, marge, financieringsmix)
, 2) De jaarrekening lezen in 5 stappen
1. Zet twee kolommen naast elkaar: beginbalans links, eindbalans rechts. Idem voor
W&V.
2. Reken absolute en %-mutaties uit voor: vaste activa, vlottende activa, eigen
vermogen, lang/kort VV.
3. Zoek ‘drivers’: voorraad ↑? debiteuren ↑? crediteuren ↑? cash ↓? vaste activa ↓?
4. Koppel aan W&V: omzet, brutomarge, opex, afschrijvingen, rente, nettoresultaat.
5. Lees de toelichting (investeringen, verkoop vd activiteiten, financieringsafspraken,
transities).
Tip: schrijf per grote ontwikkeling een mini-alinea met cijfers + 2 verklaringen.
3) Balansanalyse (ontwikkelingen + verklaringen)
Zo pak je Vraag 1 aan (3 ontwikkelingen + verklaring): - Formuleer elke ontwikkeling met
cijfers (“Voorraad daalde van €372 mln naar €198 mln (–47%).”). - Geef minstens 2
verklaringen en link 2–3 bronnen (B-W-T-C).
Veelvoorkomende ontwikkelingen & voorbeeldverklaringen: - Vaste activa ↓ fors →
desinvesteringen / sluiting filialen / impairment / sale-and-leaseback (W&V: boekverlies,
toelichting: verkoop activa). - Kas ↓ en CL (kort VV) ↑ → krappe liquiditeit, meer
leverancierskrediet, bankkrediet ingezet. - Eigen vermogen ↓ → nettoverlies, dividend,
bijzondere waardeverminderingen. - Voorraad ↑ → voorraadvorming voor groei /
traaglopende voorraad; check omloopsnelheid. - Debiteuren ↑ → ruimere betaaltermijnen,
omzet op rekening; check debiteurendagen. - Crediteuren ↑ → langere betaaltermijnen,
cashbehoud.
Taal voor maximale punten (sjabloon): > “Ontwikkeling: Vlottende activa daalden €X (–Y%).
Verklaring: volgens de theorie wijst een sterke daling van vaste activa niet op afschrijving
maar op desinvestering. Dit sluit aan bij de toelichting (afstoten onderdelen) en bij de W&V
(boekverlies op verkoop).”
4) Winst- & Verliesrekening analyse (Vraag 2)
Noem 3 trends + verklaringen: - Omzet: groei/krimp (marktaandeel, nieuwe winkels/online,
prijsbeleid). - Brutomarge: mix/productiviteit/EDLP-strategie. - Opex: personeelskosten,
huisvesting, IT, integratiekosten. - Afschrijvingen: hoger na investeringen / lager na verkoop
activa. - Rente: hoger bij meer schuld / lagere rentevoet. - Nettoresultaat: effect van
eenmalige posten (reorganisatie, impairments).