Preventie & straffen
Week 1:
Hoorcollege:
Straf wordt als vanzelfsprekend gezien. Als er geen straf wordt gegeven kan dat leiden tot
eigenrichting.
Straf is:
- Leed, deprivatie: iets dat onaangenaam wordt gevonden door de ontvanger.
- Voor een overtreding van een rechtsregel.
- Opzettelijk opgelegd en als straf is bedoeld door de mensen die het opleggen.
- Mensen die straf op leggen hebben het formele recht om dat te doen.
Straf is een als zodanig bedoeld door de overheid toegebracht leed op grond van een in het
strafwetboek als delict omschreven normschending. -> intentionele leedtoevoeging
LOVS maakt straftoemeting richtlijnen. Rechters zijn vrij in hun keuze van straf, maar om de eenheid
van straffen te bevorderen, zijn er niet bindende orientatiepunten voor straftoemeting.
Een paar veelvoorkomende algemene strafmatigende omstandigheden: (dus leidt tot lagere straf)
- Verdachte had een gering aandeel in het feit in vergelijking met dat van anderen.
- Er is sprake van een significante provocatie of verleiding van de kant van het slachtoffer.
- Er is sprake van een korte periode/duur of lage frequentie.
- Er is sprake van een geringe overschrijding van de voorwaarden voor de toepasselijkheid van
een strafuitsluitingsgrond.
- Verdachte heeft als gevolg van het feit zelf ook ernstig letsel of schade geleden (voorbeeld
casus: gebroken been bij inbreker).
Straf is problematisch omdat er sprake is van bedoelde toevoeging van leed. Hiervoor is
fundamentele en coherente rechtvaardiging nodig.
H.L.A. Hart:
1. General justification: waarom straf en niet iets anders?
2. Rules for allocation: Als er straffend wordt opgetreden, bij wie dan? Wat voor straf en hoeveel?
Belangrijkste benaderingen op straffen:
1. Retributivisme – absolute theorie (vergeldingstheorie)
- Straf is verdiend leed en daarmee intrinsiek goed
- Straf is retrospectief: geen doelen in de toekomst ermee dienen
Deontologisch = het beoordelen van handelingen op basis van plichten, regels en normen, in plaats
van de gevolgen hiervan. Het richt zich op intrinsieke juistheid of onjuistheid van een daad volgens
vastgestelde regels.
, Negatief retributivisme
- Straf moet niet perse gegeven worden, maar als het wordt gegeven dan komen alleen
schuldigen in aanmerking voor straf
- Een schuldige kan niet zwaarder gestraft worden dan wat evenredig is aan de ernst van de
misdrijf en de mate van schuld.
- Geen algemene rechtvaardiging voor straf, er is alleen een limiterende werking op uitdelen
straf. Deze theorie geeft niet een reden waarom straffen mogen worden uitgedeeld.
Positief retributivisme
- Straf heeft een intrinsieke morele waarde, straf is een morele plicht omdat het onze plicht als
samenleving is om mensen aan te spreken op hun daden.
- We moeten iemand straffen zodat het reflecteert wat het persoon heeft gedaan.
- Mens mag niet gebruikt worden als middel voor toekomstig (collectief) doel. Er mag dus niet
gestraft worden met oog op toekomstige misdaden te voorkomen. Dan zou je een persoon
niet als een rationeel en moreel wezen waarderen.
- Algemene rechtvaardiging is ook hier niet gegeven.
Kant: categorisch imperatief
- Mens is een rationeel en moreel wezen dat in staat is tot moreel begrip. Mens mag daarom
nooit als middel worden aangewend voor toekomstig (collectief) doel.
De retributivistische algemene rechtvaardigingen:
- intuitionisme: We hebben een intuitie dat wanneer iemand een misdaad begaat, diegene
een leedtoevoegende straf verdient. Is dat een intuitie voor straf of is dat wraak? Of komt
dat gevoel misschien van wat we om ons heen zien, en is dat niet een aangeboren intuitie?
- Verstoorde balans herstellen: Met straf herstellen we een morele balans in de samenleving
die verstoord was door een misdrijf. Maar is dit echt hersteld na een straf? Het slachtoffer
heeft nog steeds nadeel ervan.
- Oneigenlijk verkregen voordeel ontnemen: Met straf ontnemen we een oneigenlijk
verkregen voordeel. Maar waarom moet dit met leed?
Hedendaags retributivisme:
Straf is verdiend leed (just desert). Met straf wordt een afkeurende boodschap uitgedragen aan
rationele wezens die in staat zijn tot moreel begrip. Die afkeuring heeft vorm van leedtoegeving
zodat de boodschap ook aankomt, en zodat er voor iedereen in de samenleving een goede reden is
om van misdaad af te zien. De straf moet proportioneel zijn aan de ernst van het misdrijf en de
verwijtbaarheid van de dader. Als er geen proportionaliteit is, druk je te veel of te weinig afkeuring
uit.
Ordinale proportionaliteit:
- Soortgelijke misdrijven (qua ernst) moeten soortgelijke straffen krijgen (qua zwaarte) ->
gelijkwaardigheidsprincipe
- Als misdrijf A ernstiger dan misdrijf B is, dan moet de straf voor A altijd zwaarder zijn dan de
straf voor B -> rangordeprincipe
- Als A veel ernstiger is dan B, en misdrijf B iets ernstiger dan C, dan moeten de verschillen in
die straffen de onderlinge verhoudingen uitdrukken -> relatieve afstanden
,Cardinale proportionaliteit: Dit is de ordinale proportionaliteit, maar het stelt exact punten op de
schaal. Het gaat om absolute aantallen. Het heeft een numerieke verankering met schaaluiteinden,
waardoor er exact een punt op de schaal kan worden vastgesteld.
Als een bepaalde straf opeens enorm opgeschroefd wordt, dan wordt de rangorde en relatieve
afstanden verstoord ten opzichte van andere misdrijven.
Voorbeeld hiervan: het strafgat van Grapperhaus
In 2006 werd een wetswijziging gedaan waardoor de strafmax van moord van 20 jaar naar 30 jaar
ging. De strafmax van doodslag bleef ongewijzigd op 15 jaar staan. Hierdoor ontstond er een strafgat:
de relatieve afstanden werden verstoord. Dit is uiteindelijk aangepast naar max 25 jaar voor
doodslag, zo werd de verhouding tussen de delicten weer beter tot uitdrukking gebracht.
Von Hirsch: Proportionaliteit is een schild tegen utilitaristen. Het zorgt ervoor dat iemand nooit
zwaarder gestraft kan worden dat verdiend, om maar een groter maatschappelijk belang te dienen.
De essentie van vergelding is niet hard straffen. Het is het proportioneel uitdrukken van afkeuring.
Zeer zware straffen overschaduwen de morele boodschap die met de straf wordt uitgedragen
(drowning out).
2. Utilitarisme – relatieve theorie (nutstheorie)
- Nastreven van nut voor samenleving; vergroten van het gemeenschappelijk welzijn.
- De algemene rechtvaardiging van utilitarisme is de preventie van criminaliteit.
- Het nut van de straf moet wel groter zijn dan de kosten van de straf (geldkosten voor
samenleving) -> niet meer straf geven dan wat nodig is om het nut te bereiken.
Teleologisch = gelegen in bereiken van toekomstige doelen
Proportionaliteit (utilitaristische variant): straf moet proportioneel zijn aan wat nodig is om het nut te
bereiken, niet meer! (voorwaarde: baten zijn groter dan de kosten).
Achilleshielen van Utilitaristen:
Moreel: extreem zware straffen of zelfs straffen van onschuldigen geoorloofd als dit veel
oplevert voor de samenleving?
Empirisch: Wat als beoogd nut niet wordt behaald, dus geen preventie wordt behaald,
moeten we dan niet meer straffen?
Strafdoelen utilitarisme:
Generale preventie: Voorkomen dat andere mensen in de samenleving misdaden begaan.
(algemene afschrikking & normbevestiging).
Speciale preventie: Voorkomen dat degene aan wie de straf gericht is opnieuw een misdaad
begaat (individuele afschrikking, resocialisatie & incapacitatie).
Intern conflict binnen deze theorie: wat doe je als iemand duidelijke aanknopingspunten heeft voor
rehabilitatie via taakstraf (individuele preventie), maar met een zware straf worden veel potentiele
plegers afgeschrikt (generale preventie)?
Bentham:
Focus = algemene afschrikking
, - Kosten die straf in het vooruitzicht stelt moeten zwaarder wegen dan de baten van
criminaliteit
- Gerechtvaardigd ‘as long as it promises to exclude some greater evil’
Er is geen intrinsieke waarde in straf
Beccaria:
- Individuele en generale preventie dmv afschrikking
- Onschuldigen of extreem straffen mag niet vanwege sociaal contract
3. Verenigingstheorie (mixed theory)
Deze theorie is een mix van het retributivisme en het utilitarisme.
Er zijn twee vormen:
Limiting retributivism: (Hart en Morris)
- Utilitaristische algemene rechtvaardiging (preventie)
- Negatief retributieve als rem (niet meer dan wat maximaal verdiend is)
Utrechtse school:
- Retributieve algemene rechtvaardiging
- Een bovengrens van retributivisme, maximale straf naar proportie, daaronder kunnen
utilitaristische doelen gebruikt worden. Een straf mag dus niet hoger dan proportioneel
toelaatbaar, daaronder mag gelet worden op doelen zoals preventie.
4. Herstelrecht
- Geen leedtoevoeging, alternatieve manier van interventie (geen straf)
- Focus op het herstellen van schade en conflictoplossing
- Bijvoorbeeld: schadevergoedingen, mediatio, etc.
Verplichte literatuur:
Doelen van straf: Morele theorieen als grondslag voor een legitieme strafrechtspleging – Jan de
Keijser.
Morele theorien kunnen straffen aan orde, richting en regelmaat binden.
Strafdoelen:
Utilitaristische theorien: toekomstgericht, meest positieve voor de maatschappij creeeren,
voorkomen van criminaliteit in samenleving.
- Generale afschrikking: ontmoedigen van misdrijven door strafgevolgen voor anderen
zichtbaar te maken
- Speciale afschrikking: voorkomen dat de dader opnieuw een misdaad pleegt.
- Rehabilitatie/resocialisatie: gedragsverandering / beinvloeden van persoonlijkheid dader om
recidive te verminderen
- Incapicipatie: wegnemen van gelegenheid voor nieuw misdrijf (bijv. door opsluiting)
Week 1:
Hoorcollege:
Straf wordt als vanzelfsprekend gezien. Als er geen straf wordt gegeven kan dat leiden tot
eigenrichting.
Straf is:
- Leed, deprivatie: iets dat onaangenaam wordt gevonden door de ontvanger.
- Voor een overtreding van een rechtsregel.
- Opzettelijk opgelegd en als straf is bedoeld door de mensen die het opleggen.
- Mensen die straf op leggen hebben het formele recht om dat te doen.
Straf is een als zodanig bedoeld door de overheid toegebracht leed op grond van een in het
strafwetboek als delict omschreven normschending. -> intentionele leedtoevoeging
LOVS maakt straftoemeting richtlijnen. Rechters zijn vrij in hun keuze van straf, maar om de eenheid
van straffen te bevorderen, zijn er niet bindende orientatiepunten voor straftoemeting.
Een paar veelvoorkomende algemene strafmatigende omstandigheden: (dus leidt tot lagere straf)
- Verdachte had een gering aandeel in het feit in vergelijking met dat van anderen.
- Er is sprake van een significante provocatie of verleiding van de kant van het slachtoffer.
- Er is sprake van een korte periode/duur of lage frequentie.
- Er is sprake van een geringe overschrijding van de voorwaarden voor de toepasselijkheid van
een strafuitsluitingsgrond.
- Verdachte heeft als gevolg van het feit zelf ook ernstig letsel of schade geleden (voorbeeld
casus: gebroken been bij inbreker).
Straf is problematisch omdat er sprake is van bedoelde toevoeging van leed. Hiervoor is
fundamentele en coherente rechtvaardiging nodig.
H.L.A. Hart:
1. General justification: waarom straf en niet iets anders?
2. Rules for allocation: Als er straffend wordt opgetreden, bij wie dan? Wat voor straf en hoeveel?
Belangrijkste benaderingen op straffen:
1. Retributivisme – absolute theorie (vergeldingstheorie)
- Straf is verdiend leed en daarmee intrinsiek goed
- Straf is retrospectief: geen doelen in de toekomst ermee dienen
Deontologisch = het beoordelen van handelingen op basis van plichten, regels en normen, in plaats
van de gevolgen hiervan. Het richt zich op intrinsieke juistheid of onjuistheid van een daad volgens
vastgestelde regels.
, Negatief retributivisme
- Straf moet niet perse gegeven worden, maar als het wordt gegeven dan komen alleen
schuldigen in aanmerking voor straf
- Een schuldige kan niet zwaarder gestraft worden dan wat evenredig is aan de ernst van de
misdrijf en de mate van schuld.
- Geen algemene rechtvaardiging voor straf, er is alleen een limiterende werking op uitdelen
straf. Deze theorie geeft niet een reden waarom straffen mogen worden uitgedeeld.
Positief retributivisme
- Straf heeft een intrinsieke morele waarde, straf is een morele plicht omdat het onze plicht als
samenleving is om mensen aan te spreken op hun daden.
- We moeten iemand straffen zodat het reflecteert wat het persoon heeft gedaan.
- Mens mag niet gebruikt worden als middel voor toekomstig (collectief) doel. Er mag dus niet
gestraft worden met oog op toekomstige misdaden te voorkomen. Dan zou je een persoon
niet als een rationeel en moreel wezen waarderen.
- Algemene rechtvaardiging is ook hier niet gegeven.
Kant: categorisch imperatief
- Mens is een rationeel en moreel wezen dat in staat is tot moreel begrip. Mens mag daarom
nooit als middel worden aangewend voor toekomstig (collectief) doel.
De retributivistische algemene rechtvaardigingen:
- intuitionisme: We hebben een intuitie dat wanneer iemand een misdaad begaat, diegene
een leedtoevoegende straf verdient. Is dat een intuitie voor straf of is dat wraak? Of komt
dat gevoel misschien van wat we om ons heen zien, en is dat niet een aangeboren intuitie?
- Verstoorde balans herstellen: Met straf herstellen we een morele balans in de samenleving
die verstoord was door een misdrijf. Maar is dit echt hersteld na een straf? Het slachtoffer
heeft nog steeds nadeel ervan.
- Oneigenlijk verkregen voordeel ontnemen: Met straf ontnemen we een oneigenlijk
verkregen voordeel. Maar waarom moet dit met leed?
Hedendaags retributivisme:
Straf is verdiend leed (just desert). Met straf wordt een afkeurende boodschap uitgedragen aan
rationele wezens die in staat zijn tot moreel begrip. Die afkeuring heeft vorm van leedtoegeving
zodat de boodschap ook aankomt, en zodat er voor iedereen in de samenleving een goede reden is
om van misdaad af te zien. De straf moet proportioneel zijn aan de ernst van het misdrijf en de
verwijtbaarheid van de dader. Als er geen proportionaliteit is, druk je te veel of te weinig afkeuring
uit.
Ordinale proportionaliteit:
- Soortgelijke misdrijven (qua ernst) moeten soortgelijke straffen krijgen (qua zwaarte) ->
gelijkwaardigheidsprincipe
- Als misdrijf A ernstiger dan misdrijf B is, dan moet de straf voor A altijd zwaarder zijn dan de
straf voor B -> rangordeprincipe
- Als A veel ernstiger is dan B, en misdrijf B iets ernstiger dan C, dan moeten de verschillen in
die straffen de onderlinge verhoudingen uitdrukken -> relatieve afstanden
,Cardinale proportionaliteit: Dit is de ordinale proportionaliteit, maar het stelt exact punten op de
schaal. Het gaat om absolute aantallen. Het heeft een numerieke verankering met schaaluiteinden,
waardoor er exact een punt op de schaal kan worden vastgesteld.
Als een bepaalde straf opeens enorm opgeschroefd wordt, dan wordt de rangorde en relatieve
afstanden verstoord ten opzichte van andere misdrijven.
Voorbeeld hiervan: het strafgat van Grapperhaus
In 2006 werd een wetswijziging gedaan waardoor de strafmax van moord van 20 jaar naar 30 jaar
ging. De strafmax van doodslag bleef ongewijzigd op 15 jaar staan. Hierdoor ontstond er een strafgat:
de relatieve afstanden werden verstoord. Dit is uiteindelijk aangepast naar max 25 jaar voor
doodslag, zo werd de verhouding tussen de delicten weer beter tot uitdrukking gebracht.
Von Hirsch: Proportionaliteit is een schild tegen utilitaristen. Het zorgt ervoor dat iemand nooit
zwaarder gestraft kan worden dat verdiend, om maar een groter maatschappelijk belang te dienen.
De essentie van vergelding is niet hard straffen. Het is het proportioneel uitdrukken van afkeuring.
Zeer zware straffen overschaduwen de morele boodschap die met de straf wordt uitgedragen
(drowning out).
2. Utilitarisme – relatieve theorie (nutstheorie)
- Nastreven van nut voor samenleving; vergroten van het gemeenschappelijk welzijn.
- De algemene rechtvaardiging van utilitarisme is de preventie van criminaliteit.
- Het nut van de straf moet wel groter zijn dan de kosten van de straf (geldkosten voor
samenleving) -> niet meer straf geven dan wat nodig is om het nut te bereiken.
Teleologisch = gelegen in bereiken van toekomstige doelen
Proportionaliteit (utilitaristische variant): straf moet proportioneel zijn aan wat nodig is om het nut te
bereiken, niet meer! (voorwaarde: baten zijn groter dan de kosten).
Achilleshielen van Utilitaristen:
Moreel: extreem zware straffen of zelfs straffen van onschuldigen geoorloofd als dit veel
oplevert voor de samenleving?
Empirisch: Wat als beoogd nut niet wordt behaald, dus geen preventie wordt behaald,
moeten we dan niet meer straffen?
Strafdoelen utilitarisme:
Generale preventie: Voorkomen dat andere mensen in de samenleving misdaden begaan.
(algemene afschrikking & normbevestiging).
Speciale preventie: Voorkomen dat degene aan wie de straf gericht is opnieuw een misdaad
begaat (individuele afschrikking, resocialisatie & incapacitatie).
Intern conflict binnen deze theorie: wat doe je als iemand duidelijke aanknopingspunten heeft voor
rehabilitatie via taakstraf (individuele preventie), maar met een zware straf worden veel potentiele
plegers afgeschrikt (generale preventie)?
Bentham:
Focus = algemene afschrikking
, - Kosten die straf in het vooruitzicht stelt moeten zwaarder wegen dan de baten van
criminaliteit
- Gerechtvaardigd ‘as long as it promises to exclude some greater evil’
Er is geen intrinsieke waarde in straf
Beccaria:
- Individuele en generale preventie dmv afschrikking
- Onschuldigen of extreem straffen mag niet vanwege sociaal contract
3. Verenigingstheorie (mixed theory)
Deze theorie is een mix van het retributivisme en het utilitarisme.
Er zijn twee vormen:
Limiting retributivism: (Hart en Morris)
- Utilitaristische algemene rechtvaardiging (preventie)
- Negatief retributieve als rem (niet meer dan wat maximaal verdiend is)
Utrechtse school:
- Retributieve algemene rechtvaardiging
- Een bovengrens van retributivisme, maximale straf naar proportie, daaronder kunnen
utilitaristische doelen gebruikt worden. Een straf mag dus niet hoger dan proportioneel
toelaatbaar, daaronder mag gelet worden op doelen zoals preventie.
4. Herstelrecht
- Geen leedtoevoeging, alternatieve manier van interventie (geen straf)
- Focus op het herstellen van schade en conflictoplossing
- Bijvoorbeeld: schadevergoedingen, mediatio, etc.
Verplichte literatuur:
Doelen van straf: Morele theorieen als grondslag voor een legitieme strafrechtspleging – Jan de
Keijser.
Morele theorien kunnen straffen aan orde, richting en regelmaat binden.
Strafdoelen:
Utilitaristische theorien: toekomstgericht, meest positieve voor de maatschappij creeeren,
voorkomen van criminaliteit in samenleving.
- Generale afschrikking: ontmoedigen van misdrijven door strafgevolgen voor anderen
zichtbaar te maken
- Speciale afschrikking: voorkomen dat de dader opnieuw een misdaad pleegt.
- Rehabilitatie/resocialisatie: gedragsverandering / beinvloeden van persoonlijkheid dader om
recidive te verminderen
- Incapicipatie: wegnemen van gelegenheid voor nieuw misdrijf (bijv. door opsluiting)