Orgaandonatie
Waarom?
Verbetering van de levenskwaliteit en -verwachting
Financieel voordeel (vb. 1 dialysesessie kost 350 euro voor de patient)
‘Do or die’ : ze sterven in geval van terminaal orgaanfalen (hart, longen, lever)
Organen voor transplantatie : hart, longen, lever, pancreas, nieren en dunne darm
Weefsels voor transplantatie : gehoorsbeentjes, trommelvlies, cornea, hartklep,
bloedvaten, beenmerg, bot, pezen, huid
Er is een tekort aan organen (vraag>aanbod).
Sterfte tijdens wachten op orgaantransplantatie : gemiddeld 100 per jaar.
Historisch
Niet zo belangrijk denk ik.
Donoren kunnen levend of overleden zijn. Overleden donoren kunnen hersendood of
cardiocirculatoir dood zijn.
o Heart beating donor = hersendood donatie na breindood
o Non Heart beating donor = cardiocirculatoir dood donatie na circulatoire dood
Heart Beating Donor
Hersendode donor DBD = donation after brainstem death
Definitie van hersendood (Harvard Medical School, 1968)
o Areactief irreversibel coma met gekende etiologie
o Afwezige hersenstamreflexen
o Afwezigheid van spontane ademhaling
Whole brain death (3 voorwaarden)
Diagnose
o Vaststellen van het overlijden
Het overlijden van de donor moet worden vastgesteld door drie
geneesheren met uitsluiting van de geneesheren die de receptor
behandelen of die de wegneming of de transplantatie zullen
verrichten.
Om het overlijden vast te stellen laten deze geneesheren zich leiden door
de jongste stand van de wetenschap.
De geneesheren vermelden in een gedagtekend en ondertekend
proces verbaal dat 10 jaar wordt bewaar: uur en wijze van vaststelling
van overlijden.
o Klinisch onderzoek
Onomkeerbaar areactief coma, afwezigheid hersenstemreflexen,
afwezigheid van spontane ademhaling (apnoehoest).
Bij een kind van 37 weken – 30 dagen : herhaal na 24 uur
>30 dagen – 18 (16) jaar : herhaal na 12 uur
, o Aanvullend onderzoek
Als op basis van het klinisch onderzoek de diagnose van hersendood niet
met zekerheid kan worden gesteld.
EEG, cerebrale CT-angiografie, 4 vaten cerebrale angiografie
Andere : transcranieel doppleronderzoek, angio MRI – perfusie MRI,
Hersenscintigrafie (radionuclide CBF), CT perfusie
(Bij kinderen)
Na AO steeds opnieuw KO (los van tijdsinterval).
4 vaten cerebrale angio is gouden standaard.
EEG of radionuclide CBF
Alternatieven : onvoldoende bestudeerd en gevalideerd
(transcraniele doppler, CT angio/perfusie, MRa, perfusie MRI)
Onomkeerbaar areactief coma
o Glasgow coma schaal (GCS)
o Evaluatie van het openen van de ogen (E), het motorisch antwoord (M) en de
verbale reactie (V). Spontaan of op aanspreken of bij toediening van een pijnprikkel.
o Minimumscore is 3/15 (coma) (cijfer toekennen afhankelijk vd reactie die er is)
Afwezigheid van de hersenstamreflexen.
o Pupilreflex
Afwezige pupilreactie op licht (‘fixed and dilated’)
Minstens 1 oog nodig indien niet beschikbaar door trauma op andere
manier vastellling dan het klinisch onderzoek
o Corneareflex
Afwezig zo oogleden (bilateraal) niet sluiten bij het aanraken van de
cornea (unilateraal) met de rand van een compres. (minstens 1 oog)
o Vestibulo-oculaire reflex
Calorische ijswatertest.
Hoofd in 30° flexie, 20-50mL ijswater regen het trommelvlies.
Hersenstamwerking : de ogen bewegen zich in de richting van de
inspuiting; nystagmus. Bilateraal.
Oculo-cephale reflex (=doll’s eyes response)
geen fractur/luxatie van de cervicale wervelzuil anders letsel
veroorzaken! Opengehouden oogleden het hoofd wordt vanuit
neutrale middenpositie plots lateraal gedraaid of in flexie gebracht
(=verticale VOR).
De reflex is aanwezig als de ogen kortstondig in tegengestelde
richting afwijken. Bij afwezige hersenstamwerking draien de ogen
passief mee in de richting waarin het hoofd bewogen wordt.
o Faryngeale en tracheale reflex
Afwezig als aanraken van de orofarynx et een tongspatel niet leidt tot
braken of als endobronchiale aspiratie niet leidt tot hoesten.
o Spinale reflexen
3-voudige flexierespons OL : aanraken voet flexie heup-, knie- en
enkelgewricht.
Abdominale huidreflexen, cremasterreflex, priaprisme, trage flexie van de
tenen bij voetzoolprikkeling met of zonder flexie-afweerreactie van het
onderste lidmaat…
Tonische nekreflex: passieve nekmobilisatie traag draaien van het hoofd in
1 richting, abductie van de schouders, flexie thv de ellebogen,
supinatie/pronatie thv de polsen en flexie van de romp (=lazarusteken)
‘Facial twitching’ of faciale myokymeën.
…
o Oculocardiale reflex (Aschner-Dagnini reflex)
Waarom?
Verbetering van de levenskwaliteit en -verwachting
Financieel voordeel (vb. 1 dialysesessie kost 350 euro voor de patient)
‘Do or die’ : ze sterven in geval van terminaal orgaanfalen (hart, longen, lever)
Organen voor transplantatie : hart, longen, lever, pancreas, nieren en dunne darm
Weefsels voor transplantatie : gehoorsbeentjes, trommelvlies, cornea, hartklep,
bloedvaten, beenmerg, bot, pezen, huid
Er is een tekort aan organen (vraag>aanbod).
Sterfte tijdens wachten op orgaantransplantatie : gemiddeld 100 per jaar.
Historisch
Niet zo belangrijk denk ik.
Donoren kunnen levend of overleden zijn. Overleden donoren kunnen hersendood of
cardiocirculatoir dood zijn.
o Heart beating donor = hersendood donatie na breindood
o Non Heart beating donor = cardiocirculatoir dood donatie na circulatoire dood
Heart Beating Donor
Hersendode donor DBD = donation after brainstem death
Definitie van hersendood (Harvard Medical School, 1968)
o Areactief irreversibel coma met gekende etiologie
o Afwezige hersenstamreflexen
o Afwezigheid van spontane ademhaling
Whole brain death (3 voorwaarden)
Diagnose
o Vaststellen van het overlijden
Het overlijden van de donor moet worden vastgesteld door drie
geneesheren met uitsluiting van de geneesheren die de receptor
behandelen of die de wegneming of de transplantatie zullen
verrichten.
Om het overlijden vast te stellen laten deze geneesheren zich leiden door
de jongste stand van de wetenschap.
De geneesheren vermelden in een gedagtekend en ondertekend
proces verbaal dat 10 jaar wordt bewaar: uur en wijze van vaststelling
van overlijden.
o Klinisch onderzoek
Onomkeerbaar areactief coma, afwezigheid hersenstemreflexen,
afwezigheid van spontane ademhaling (apnoehoest).
Bij een kind van 37 weken – 30 dagen : herhaal na 24 uur
>30 dagen – 18 (16) jaar : herhaal na 12 uur
, o Aanvullend onderzoek
Als op basis van het klinisch onderzoek de diagnose van hersendood niet
met zekerheid kan worden gesteld.
EEG, cerebrale CT-angiografie, 4 vaten cerebrale angiografie
Andere : transcranieel doppleronderzoek, angio MRI – perfusie MRI,
Hersenscintigrafie (radionuclide CBF), CT perfusie
(Bij kinderen)
Na AO steeds opnieuw KO (los van tijdsinterval).
4 vaten cerebrale angio is gouden standaard.
EEG of radionuclide CBF
Alternatieven : onvoldoende bestudeerd en gevalideerd
(transcraniele doppler, CT angio/perfusie, MRa, perfusie MRI)
Onomkeerbaar areactief coma
o Glasgow coma schaal (GCS)
o Evaluatie van het openen van de ogen (E), het motorisch antwoord (M) en de
verbale reactie (V). Spontaan of op aanspreken of bij toediening van een pijnprikkel.
o Minimumscore is 3/15 (coma) (cijfer toekennen afhankelijk vd reactie die er is)
Afwezigheid van de hersenstamreflexen.
o Pupilreflex
Afwezige pupilreactie op licht (‘fixed and dilated’)
Minstens 1 oog nodig indien niet beschikbaar door trauma op andere
manier vastellling dan het klinisch onderzoek
o Corneareflex
Afwezig zo oogleden (bilateraal) niet sluiten bij het aanraken van de
cornea (unilateraal) met de rand van een compres. (minstens 1 oog)
o Vestibulo-oculaire reflex
Calorische ijswatertest.
Hoofd in 30° flexie, 20-50mL ijswater regen het trommelvlies.
Hersenstamwerking : de ogen bewegen zich in de richting van de
inspuiting; nystagmus. Bilateraal.
Oculo-cephale reflex (=doll’s eyes response)
geen fractur/luxatie van de cervicale wervelzuil anders letsel
veroorzaken! Opengehouden oogleden het hoofd wordt vanuit
neutrale middenpositie plots lateraal gedraaid of in flexie gebracht
(=verticale VOR).
De reflex is aanwezig als de ogen kortstondig in tegengestelde
richting afwijken. Bij afwezige hersenstamwerking draien de ogen
passief mee in de richting waarin het hoofd bewogen wordt.
o Faryngeale en tracheale reflex
Afwezig als aanraken van de orofarynx et een tongspatel niet leidt tot
braken of als endobronchiale aspiratie niet leidt tot hoesten.
o Spinale reflexen
3-voudige flexierespons OL : aanraken voet flexie heup-, knie- en
enkelgewricht.
Abdominale huidreflexen, cremasterreflex, priaprisme, trage flexie van de
tenen bij voetzoolprikkeling met of zonder flexie-afweerreactie van het
onderste lidmaat…
Tonische nekreflex: passieve nekmobilisatie traag draaien van het hoofd in
1 richting, abductie van de schouders, flexie thv de ellebogen,
supinatie/pronatie thv de polsen en flexie van de romp (=lazarusteken)
‘Facial twitching’ of faciale myokymeën.
…
o Oculocardiale reflex (Aschner-Dagnini reflex)