Klinische vormen van shock
Inleiding
1. Definitie
2. Klinische vormen
3. Algemene symptomatologie
4. Diagnose
5. Cardiogeen
6. Hypovolemisch
7. Septisch
1. Definitie
Shock = circulatie is niet in staat om adequate weefsel en cellulaire perfusie (voeding & afval) te
onderhouden
Vroeger: shock = een lage bloeddruk, nu = onvoldoende circulatie en perfusie
Definitie syndroom = multipele oorzaken leiden tot gemeenschappelijk eindmechanisme.
Reversibele schade Irreversibele schade.
Definitie evolueert volgens beschikbaarheid van diagnostische methoden:
Lage bloeddruk (meeste shocks hebben lage BD) maar het kan met normale BD niet
echt definitie van shock
Insufficiënt circulerend volume
Insufficiënt zuurstoftransport & verbruik moeilijk te meten
Toekomst minder ATP en meer NADH
2. Klinische vormen
Verschillende oorzaken leiden tot een vergelijkbaar geval:
Cardiogeen (: primair defect is van het hart)
Myopathisch (spierziekte) (door een acuut myocardinfarct)
Mechanisch (hartklepprobleem)
Arrhytmisch (onregelmatige hartfrequentie)
Hypovolemisch (: vochtverlies)
Bloedverlies
Vocht uitgedroogd
Distributief (: vocht op verkeerde plaats)
Septisch (infectie)
Toxisch
Anafylactisch (allergische reactie)
Neurogeen (via (para)sympatisch redistributie van vocht)
Obstructief (: er zit iets in de weg)
Tamponade (pericard, pleura: hartzakje is gevuld met vocht waardoor niet goed ontractie)
Longembool (a pulmonales)
Pulmonaire hypertensie (a pulmonales in vasoconstrictie)
1
,Multipele orgaanfalen (MOF) of multiple organ disfunction syndrome (MODS)
Secundair aan
Diffuse, langdurige weefselhypoxie
Micro-embolisatie (DIC)
Diverse vasoactieve producten
‘generalized autodestructive inflammation’ : veel cellen produceren mediatoren
PMN : O2 radicalen + proteasen
Monocyten : monokines (TNF, IL1, …)
Trombocyten TXA2
Defect in cellulaire metabole activiteit mitochondriën
Falen van diverse organen
Longen ARDS = acuut respiratoire distress syndroom
Nieren ANI = acute nier insufficiëntie
Lever Icterus (geelzucht), hypoalbuminemie, stollingsfactoren.
Pancreas Pancreatitis
Anemie, thrombopenie
Encephalopathie of polyneuropathie
GI-ischemie, maagatonie, diarree, bacteriële translocatie
Hartdecompensatie (hartfalen), ritmestoornissen
Falen immuniteit
Nog geen verklaring voor welke falen van orgaan bij welke pt voorkomt (ene persoon
veel andere falende organen dan andere)
Stadia van shock
Pre-shock (shock evolueert meestal heel snel en deze fase is niet echt relevant)
Shock
Dysfunctie van eindorgaan
Ofwel ben je in shock of wel niet er is geen tussenin
3. Algemene symptomatologie
Kliniek van shock
Patiënt kan op minuten of uren evolueren naar overlijden dus we moeten snel en
efficiënt handelen (=definitie van patiënt die op INZO leggen, als niet op afdeling)
Subtiele afwijkingen in het begin (je moet hier goed op letten, er bewust van zijn)
Koude, klamme huid perfusie huid neemt af omdat deze niet prioritair is
Patiënt ziet bleek door vasoconstrictie (door circulatie van endotheline)
Patiënt gaat lichtjes tachycard zijn om lage cardiac output te compenseren,
als die bradycardisch is het helemaal niet goed + kan een lage BD hebben
Acute fase juist voorafgaand (patiënt heeft geen lage bloeddruk, die komt later pas)
Hyperventiltie om CO2 af te blazen, respiratoire compensatie
Te weinig O2 kan leiden tot bewustzijnsverlies (hersenen eerste orgaan
dat uitvalt) tot zelfs een coma
Verminderde urineproductie uitvallen nieren Orgaanfalen
Cyanose = patiënt ziet subtiel blauw door desaturatie van het arterieel bloed
2
, Cyanose
Mensen die cyanose vertonen moeten we zuurstof geven
Vormen:
Perifere vasoconstrictie
Desaturatie van arteriële bloed (lager dan 80-85%) blauw zien thv lippen, klamme huid,
handen, rode blauwe voeten
Minder hemoglobine (jonge mensen hebben veel grotere Hb-reserve) <20%
Oorzaken:
Cardiaal:
Perifere cyanose door verminderd hartdebiet
Bijmenging veneus bloed (links rechts shunt). Bijna 1/3 heeft een
open foramen ovale, normaal geen probleem door grote druk in
linkerhart maar wanneer druk in rechterhart stijgt kan zuurstofarm
bloed in het arteriële systeem terechtkomen niet goed.
Slechte huidperfusie die vasculaire perifere cyanose veroorzaakt.
Respiratoir:
Hypoventilatie, hypoperfusie, verminderde diffusie, shunt.
Pathologie van Hb zoals methemoglobine of sulfhemoglobine (=vormen van Hb met
onvoldoende zuurstof).
4. Diagnose, monitoring/labo, hemodynamisch profiel, …
Hoe maken we diagnose van shock?
Wat allemaal willen weten in monitoring:
Oorzaak: hart, vaten, circulerend volume of infectie
Proces: circulatoir falen
Gevolg: cel, orgaan en organisme
Arteriële bloeddruk en pols opmeten
Katheter plaatsen in centrale arterie om de bloeddruk te meten
We kunnen op verschillende plaatsen bloeddruk meten: A. radialis (eerste plek,
want we hebben via de arcade nog steeds bloed naar hand bij kapotmaken
radialis), A. femoralis (V mediaal van arterie hier), A. brachialis, A. axillaris
katheder altijd tegen de stroom in steken
(In A. ulnaris niet want deze is te dun en als de shunt niet goed is kan er
necrose in hand ontstaan.)
Om te zorgen dat niet leegbloeden bij katheder:
Druktransducer: lagere druk geven laat toe om de BD te meten
Tegendruk geven: zak die wordt opgepomp waarin fysiologische
vloeistof zit waardoor het bloed niet uit de patiënt kan lopen
Bij jonge mensen is de percussiegolf groter dan de getijde golf en bij oude mensen
is de getijde golf groter dan de percussiegolf.
3
Inleiding
1. Definitie
2. Klinische vormen
3. Algemene symptomatologie
4. Diagnose
5. Cardiogeen
6. Hypovolemisch
7. Septisch
1. Definitie
Shock = circulatie is niet in staat om adequate weefsel en cellulaire perfusie (voeding & afval) te
onderhouden
Vroeger: shock = een lage bloeddruk, nu = onvoldoende circulatie en perfusie
Definitie syndroom = multipele oorzaken leiden tot gemeenschappelijk eindmechanisme.
Reversibele schade Irreversibele schade.
Definitie evolueert volgens beschikbaarheid van diagnostische methoden:
Lage bloeddruk (meeste shocks hebben lage BD) maar het kan met normale BD niet
echt definitie van shock
Insufficiënt circulerend volume
Insufficiënt zuurstoftransport & verbruik moeilijk te meten
Toekomst minder ATP en meer NADH
2. Klinische vormen
Verschillende oorzaken leiden tot een vergelijkbaar geval:
Cardiogeen (: primair defect is van het hart)
Myopathisch (spierziekte) (door een acuut myocardinfarct)
Mechanisch (hartklepprobleem)
Arrhytmisch (onregelmatige hartfrequentie)
Hypovolemisch (: vochtverlies)
Bloedverlies
Vocht uitgedroogd
Distributief (: vocht op verkeerde plaats)
Septisch (infectie)
Toxisch
Anafylactisch (allergische reactie)
Neurogeen (via (para)sympatisch redistributie van vocht)
Obstructief (: er zit iets in de weg)
Tamponade (pericard, pleura: hartzakje is gevuld met vocht waardoor niet goed ontractie)
Longembool (a pulmonales)
Pulmonaire hypertensie (a pulmonales in vasoconstrictie)
1
,Multipele orgaanfalen (MOF) of multiple organ disfunction syndrome (MODS)
Secundair aan
Diffuse, langdurige weefselhypoxie
Micro-embolisatie (DIC)
Diverse vasoactieve producten
‘generalized autodestructive inflammation’ : veel cellen produceren mediatoren
PMN : O2 radicalen + proteasen
Monocyten : monokines (TNF, IL1, …)
Trombocyten TXA2
Defect in cellulaire metabole activiteit mitochondriën
Falen van diverse organen
Longen ARDS = acuut respiratoire distress syndroom
Nieren ANI = acute nier insufficiëntie
Lever Icterus (geelzucht), hypoalbuminemie, stollingsfactoren.
Pancreas Pancreatitis
Anemie, thrombopenie
Encephalopathie of polyneuropathie
GI-ischemie, maagatonie, diarree, bacteriële translocatie
Hartdecompensatie (hartfalen), ritmestoornissen
Falen immuniteit
Nog geen verklaring voor welke falen van orgaan bij welke pt voorkomt (ene persoon
veel andere falende organen dan andere)
Stadia van shock
Pre-shock (shock evolueert meestal heel snel en deze fase is niet echt relevant)
Shock
Dysfunctie van eindorgaan
Ofwel ben je in shock of wel niet er is geen tussenin
3. Algemene symptomatologie
Kliniek van shock
Patiënt kan op minuten of uren evolueren naar overlijden dus we moeten snel en
efficiënt handelen (=definitie van patiënt die op INZO leggen, als niet op afdeling)
Subtiele afwijkingen in het begin (je moet hier goed op letten, er bewust van zijn)
Koude, klamme huid perfusie huid neemt af omdat deze niet prioritair is
Patiënt ziet bleek door vasoconstrictie (door circulatie van endotheline)
Patiënt gaat lichtjes tachycard zijn om lage cardiac output te compenseren,
als die bradycardisch is het helemaal niet goed + kan een lage BD hebben
Acute fase juist voorafgaand (patiënt heeft geen lage bloeddruk, die komt later pas)
Hyperventiltie om CO2 af te blazen, respiratoire compensatie
Te weinig O2 kan leiden tot bewustzijnsverlies (hersenen eerste orgaan
dat uitvalt) tot zelfs een coma
Verminderde urineproductie uitvallen nieren Orgaanfalen
Cyanose = patiënt ziet subtiel blauw door desaturatie van het arterieel bloed
2
, Cyanose
Mensen die cyanose vertonen moeten we zuurstof geven
Vormen:
Perifere vasoconstrictie
Desaturatie van arteriële bloed (lager dan 80-85%) blauw zien thv lippen, klamme huid,
handen, rode blauwe voeten
Minder hemoglobine (jonge mensen hebben veel grotere Hb-reserve) <20%
Oorzaken:
Cardiaal:
Perifere cyanose door verminderd hartdebiet
Bijmenging veneus bloed (links rechts shunt). Bijna 1/3 heeft een
open foramen ovale, normaal geen probleem door grote druk in
linkerhart maar wanneer druk in rechterhart stijgt kan zuurstofarm
bloed in het arteriële systeem terechtkomen niet goed.
Slechte huidperfusie die vasculaire perifere cyanose veroorzaakt.
Respiratoir:
Hypoventilatie, hypoperfusie, verminderde diffusie, shunt.
Pathologie van Hb zoals methemoglobine of sulfhemoglobine (=vormen van Hb met
onvoldoende zuurstof).
4. Diagnose, monitoring/labo, hemodynamisch profiel, …
Hoe maken we diagnose van shock?
Wat allemaal willen weten in monitoring:
Oorzaak: hart, vaten, circulerend volume of infectie
Proces: circulatoir falen
Gevolg: cel, orgaan en organisme
Arteriële bloeddruk en pols opmeten
Katheter plaatsen in centrale arterie om de bloeddruk te meten
We kunnen op verschillende plaatsen bloeddruk meten: A. radialis (eerste plek,
want we hebben via de arcade nog steeds bloed naar hand bij kapotmaken
radialis), A. femoralis (V mediaal van arterie hier), A. brachialis, A. axillaris
katheder altijd tegen de stroom in steken
(In A. ulnaris niet want deze is te dun en als de shunt niet goed is kan er
necrose in hand ontstaan.)
Om te zorgen dat niet leegbloeden bij katheder:
Druktransducer: lagere druk geven laat toe om de BD te meten
Tegendruk geven: zak die wordt opgepomp waarin fysiologische
vloeistof zit waardoor het bloed niet uit de patiënt kan lopen
Bij jonge mensen is de percussiegolf groter dan de getijde golf en bij oude mensen
is de getijde golf groter dan de percussiegolf.
3