Gezinsondersteuning
Inleiding
Over vroeger en nu: over maatschappelijke veranderingen,
opvoedingsonzekerheid en de behoefte aan
opvoedingsondersteuning
- Jaren ‘90
o Zinvolheid van behoefte aan opvoedingsondersteuning meer erkend.
o Aanbod van opvoedingsondersteuning sterk uitgebreid.
- Ouders dezer dagen
o Meer opvoedingsvragen stellen, boeken over opvoeding, initiatieven…
o Er wordt vertrokken vanuit de noden van de ouders.
o Opvoedingsondersteuning wordt ingezet als preventie.
- Beleid
o Preventie van psychosociale en maatschappelijke problemen binnen de OO.
o Realisatie van kinderrechten door OO.
o QOL en welzijn van gezinnen verbeteren.
- Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind
o Kinderen hebben recht op opvoeding.
o De overheid moet ouders bijstaan in de opvoeding van hun kinderen.
De huizen van het kind: opvoedingsondersteuning in Vlaanderen
Decreten inzage opvoedingsondersteuning:
1. Sublimering van eenmalige opvoedings-, vormings-, of trainingsreeksen. (2001)
2. Laagdrempelige gelaagde ondersteuning van opvoedingsverantwoordelijken bij de
opvoeding van kinderen. (2007)
Focus:
- Een veelheid aan ‘beproefde’ activiteiten en werkvormen.
- Functies zoals informatie, advies, onthaal en doorverwijzing.
- Faciliteren van ontmoetingen tussen ouders.
Opvoedingswinkel = Samenwerkingsverbanden van partners die de verschillende functies
rond opvoedingsondersteuning realiseren en daarbij ook één of meerdere loketten
aanbieden
2012 Voorontwerp voor preventieve gezinsondersteuning (Huizen van het Kind).
1
,Legitimering van opvoedingsondersteuning (OO)
Behoefte aan OO
Hebben de ouders opvoedingsvragen?
Zijn ze bezig met de opvoeding en hebben ze daar vragen bij?
Hebben de ouders nood aan steun?
Wanneer ouders vragen hebben, kunnen we hier dan steun aan bieden?
Zijn er onvervulde steunbehoefte?
Is er genoeg aanbod voor de vragen en steun die ouders nodig hebben?
Opvoedingsvragen
Alle ouders hebben over alle leeftijden heen opvoedingsvragen.
Vragen over alle leeftijden heen
- Over de algemene aanpak van opvoeding.
- Over sociale en emotionele ontwikkeling. Vb. Vrienden, goed in vel voelen…
- Over moeilijk ervaren gedrag/problemen. Vb. Boos in de supermarkt…
- Over schoolse opvoeding.
Leeftijdsspecifieke vragen
- Jonge kinderen
o Vragen over lichamelijke ontwikkeling en gezondheid.
- Schoolleeftijd (6-14 jaar)
o Vragen over de schoolse ontwikkeling.
- Tieners
o Vragen over seksuele ontwikkeling, vrijetijdsinvulling…
o Nog weinig vragen over druggebruik.
Nood aan steun
Het is niet omdat de meerderheid van de ouders vragen heeft, dat ze ook allemaal nood
hebben aan steun.
- Vragen zijn niet noodzakelijk lastig of problematisch.
- Er hebben meer ouders vragen dan dat ze effectief nood hebben aan steun.
- De nood aan steun stijgt wanneer er meer risicofactoren aanwezig zijn.
vb. Moeder met depressie, levensgebeurtenissen, kind met ADHD…
- Moeders met hoge steunbehoefte maken vaak gebruik van veel verschillende
steunbronnen. Vb. Huisarts, gesprek met CLB, folders, infoavond…
Men moet niet op zoek naar veel steun, men moet op zoek naar bevredigende steun.
2
,Onvervulde steunbehoefte
Meestal vinden ouders een antwoord op hun vraag, maar er is vaak toch één domein
waarop een onvervulde steunbehoefte blijft.
- Vooral bij ouders met meerdere risicofactoren.
- Oorzaak door onvoldoende bekend aanbod of niet aansluitend aanbod.
Ouders over OO
Welke vormen van OO wensen ouders?
- Persoonlijk contact
o Bij voorkeur bij andere ouders of eigen netwerk.
o Bij professionals uit dagelijkse leven
Liever bij huisarts dan bij echt professionele hulp.
Laagdrempelige hulpverlening is vertrouwelijker.
Laagdrempelige hulpverleners hebben soms schrik om verkeerd advies
te geven, daarom is deskundigheid soms wel goed.
- Schriftelijk voorlichtingsmateriaal
- Andere kanalen vb. TV, radio, voorlichtingsbijeenkomsten…
Zijn er verschillen tussen ouders wat betreft behoefte aan OO?
- Leeftijd van de kinderen
o Meer zorgen bij oudere kinderen.
o Ouders gaan minder overleggen of steun zoeken door:
Ze hebben zelf ervaring.
Er zijn minder mogelijkheden waarbij ze terecht kunnen.
Ze gaan de vragen normaliseren (omdat het taboe is).
Het gaat over emotioneel beladen thema’s.
Pubers worden meer betrokken partij.
- Geslacht van de kinderen
o Jongens:
Vragen rond externaliserend gedrag. vb. Vechten, uitschelden…
Vragen rond schoolresultaten.
o Meisjes:
Vragen rond internaliserend gedrag. vb. Angst, depressie…
Vragen rond lichamelijke klachten, humeurigheid, ruzies…
Vragen rond onderlinge ruzies tussen meisjes.
- Geslacht van de ouder
o Onvoldoende onderzoek voor conclusies.
3
, - Socio-economische status van de ouder
o Hoge SES = meer beroep doen op professionele hulpverlening.
Minder hoge drempel.
Meer bekend met pedagogische inzichten.
Meer beheersing van specifieke aanbod en taal.
o Er is nog weinig onderzoek naar kansarmoede, maar wel veel initiatieven.
- Alleenstaande ouders
o Ouders doen meer beroep op steun.
o Anderzijds zijn de ouders ook meer gesloten.
o Vaak meervoudige problematiek aanwezig.
o Alleenstaande ouders worden minder bereikt.
- Allochtone ouders
o Vaak meervoudige problematiek aanwezig. Vb. Taal, financieel, cultureel…
o Moeilijk bereikbaar, enkel moeders worden bereikt.
- Vaders (zie thema verder)
- Andere specifieke groepen van ouders
o Pleegouders, ouders van meerlingen, ouders van kind in HV…
o Vaak specifieke vragen waarvoor een specifiek aanbod is uitgewerkt of
bijzondere aandacht wordt gegeven in een algemeen aanbod.
Besluit
OO kan een antwoord bieden op vragen en ondersteuningsbehoeften.
Een algemeen aanbod van OO is zinvol voor ouders met kinderen van alle leeftijden.
Historische context
Vroeger
De liberale nachtwakerstaat (19de eeuw)
- Morele en religieuze beweegredenen.
- Expliciete feminisering van de opvoedingstaken.
- Verheerlijking van de moederrol.
- Massale kindersterfte toewijden aan ‘verwaarloosde opvoeding’.
- Filantropisch en caritatief geïnspireerd vrijwilligerswerk.
vb. Zuigelingen-raadpleging, melkkeukens, bewaarscholen…
Gerationaliseerde overheidsinmenging
Opkomst van de eugenetica en bloei van de statische wetenschappen zorgde voor een
nieuwe, ‘objectieve’ legitimatie van het burgerlijk opvoedingsmodel en van de steeds
nadrukkelijkere normalisatie van arbeidersgezinnen.
Kinderwetten = Een denken over het kind als object van pedagogische bekommernis.
4
Inleiding
Over vroeger en nu: over maatschappelijke veranderingen,
opvoedingsonzekerheid en de behoefte aan
opvoedingsondersteuning
- Jaren ‘90
o Zinvolheid van behoefte aan opvoedingsondersteuning meer erkend.
o Aanbod van opvoedingsondersteuning sterk uitgebreid.
- Ouders dezer dagen
o Meer opvoedingsvragen stellen, boeken over opvoeding, initiatieven…
o Er wordt vertrokken vanuit de noden van de ouders.
o Opvoedingsondersteuning wordt ingezet als preventie.
- Beleid
o Preventie van psychosociale en maatschappelijke problemen binnen de OO.
o Realisatie van kinderrechten door OO.
o QOL en welzijn van gezinnen verbeteren.
- Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind
o Kinderen hebben recht op opvoeding.
o De overheid moet ouders bijstaan in de opvoeding van hun kinderen.
De huizen van het kind: opvoedingsondersteuning in Vlaanderen
Decreten inzage opvoedingsondersteuning:
1. Sublimering van eenmalige opvoedings-, vormings-, of trainingsreeksen. (2001)
2. Laagdrempelige gelaagde ondersteuning van opvoedingsverantwoordelijken bij de
opvoeding van kinderen. (2007)
Focus:
- Een veelheid aan ‘beproefde’ activiteiten en werkvormen.
- Functies zoals informatie, advies, onthaal en doorverwijzing.
- Faciliteren van ontmoetingen tussen ouders.
Opvoedingswinkel = Samenwerkingsverbanden van partners die de verschillende functies
rond opvoedingsondersteuning realiseren en daarbij ook één of meerdere loketten
aanbieden
2012 Voorontwerp voor preventieve gezinsondersteuning (Huizen van het Kind).
1
,Legitimering van opvoedingsondersteuning (OO)
Behoefte aan OO
Hebben de ouders opvoedingsvragen?
Zijn ze bezig met de opvoeding en hebben ze daar vragen bij?
Hebben de ouders nood aan steun?
Wanneer ouders vragen hebben, kunnen we hier dan steun aan bieden?
Zijn er onvervulde steunbehoefte?
Is er genoeg aanbod voor de vragen en steun die ouders nodig hebben?
Opvoedingsvragen
Alle ouders hebben over alle leeftijden heen opvoedingsvragen.
Vragen over alle leeftijden heen
- Over de algemene aanpak van opvoeding.
- Over sociale en emotionele ontwikkeling. Vb. Vrienden, goed in vel voelen…
- Over moeilijk ervaren gedrag/problemen. Vb. Boos in de supermarkt…
- Over schoolse opvoeding.
Leeftijdsspecifieke vragen
- Jonge kinderen
o Vragen over lichamelijke ontwikkeling en gezondheid.
- Schoolleeftijd (6-14 jaar)
o Vragen over de schoolse ontwikkeling.
- Tieners
o Vragen over seksuele ontwikkeling, vrijetijdsinvulling…
o Nog weinig vragen over druggebruik.
Nood aan steun
Het is niet omdat de meerderheid van de ouders vragen heeft, dat ze ook allemaal nood
hebben aan steun.
- Vragen zijn niet noodzakelijk lastig of problematisch.
- Er hebben meer ouders vragen dan dat ze effectief nood hebben aan steun.
- De nood aan steun stijgt wanneer er meer risicofactoren aanwezig zijn.
vb. Moeder met depressie, levensgebeurtenissen, kind met ADHD…
- Moeders met hoge steunbehoefte maken vaak gebruik van veel verschillende
steunbronnen. Vb. Huisarts, gesprek met CLB, folders, infoavond…
Men moet niet op zoek naar veel steun, men moet op zoek naar bevredigende steun.
2
,Onvervulde steunbehoefte
Meestal vinden ouders een antwoord op hun vraag, maar er is vaak toch één domein
waarop een onvervulde steunbehoefte blijft.
- Vooral bij ouders met meerdere risicofactoren.
- Oorzaak door onvoldoende bekend aanbod of niet aansluitend aanbod.
Ouders over OO
Welke vormen van OO wensen ouders?
- Persoonlijk contact
o Bij voorkeur bij andere ouders of eigen netwerk.
o Bij professionals uit dagelijkse leven
Liever bij huisarts dan bij echt professionele hulp.
Laagdrempelige hulpverlening is vertrouwelijker.
Laagdrempelige hulpverleners hebben soms schrik om verkeerd advies
te geven, daarom is deskundigheid soms wel goed.
- Schriftelijk voorlichtingsmateriaal
- Andere kanalen vb. TV, radio, voorlichtingsbijeenkomsten…
Zijn er verschillen tussen ouders wat betreft behoefte aan OO?
- Leeftijd van de kinderen
o Meer zorgen bij oudere kinderen.
o Ouders gaan minder overleggen of steun zoeken door:
Ze hebben zelf ervaring.
Er zijn minder mogelijkheden waarbij ze terecht kunnen.
Ze gaan de vragen normaliseren (omdat het taboe is).
Het gaat over emotioneel beladen thema’s.
Pubers worden meer betrokken partij.
- Geslacht van de kinderen
o Jongens:
Vragen rond externaliserend gedrag. vb. Vechten, uitschelden…
Vragen rond schoolresultaten.
o Meisjes:
Vragen rond internaliserend gedrag. vb. Angst, depressie…
Vragen rond lichamelijke klachten, humeurigheid, ruzies…
Vragen rond onderlinge ruzies tussen meisjes.
- Geslacht van de ouder
o Onvoldoende onderzoek voor conclusies.
3
, - Socio-economische status van de ouder
o Hoge SES = meer beroep doen op professionele hulpverlening.
Minder hoge drempel.
Meer bekend met pedagogische inzichten.
Meer beheersing van specifieke aanbod en taal.
o Er is nog weinig onderzoek naar kansarmoede, maar wel veel initiatieven.
- Alleenstaande ouders
o Ouders doen meer beroep op steun.
o Anderzijds zijn de ouders ook meer gesloten.
o Vaak meervoudige problematiek aanwezig.
o Alleenstaande ouders worden minder bereikt.
- Allochtone ouders
o Vaak meervoudige problematiek aanwezig. Vb. Taal, financieel, cultureel…
o Moeilijk bereikbaar, enkel moeders worden bereikt.
- Vaders (zie thema verder)
- Andere specifieke groepen van ouders
o Pleegouders, ouders van meerlingen, ouders van kind in HV…
o Vaak specifieke vragen waarvoor een specifiek aanbod is uitgewerkt of
bijzondere aandacht wordt gegeven in een algemeen aanbod.
Besluit
OO kan een antwoord bieden op vragen en ondersteuningsbehoeften.
Een algemeen aanbod van OO is zinvol voor ouders met kinderen van alle leeftijden.
Historische context
Vroeger
De liberale nachtwakerstaat (19de eeuw)
- Morele en religieuze beweegredenen.
- Expliciete feminisering van de opvoedingstaken.
- Verheerlijking van de moederrol.
- Massale kindersterfte toewijden aan ‘verwaarloosde opvoeding’.
- Filantropisch en caritatief geïnspireerd vrijwilligerswerk.
vb. Zuigelingen-raadpleging, melkkeukens, bewaarscholen…
Gerationaliseerde overheidsinmenging
Opkomst van de eugenetica en bloei van de statische wetenschappen zorgde voor een
nieuwe, ‘objectieve’ legitimatie van het burgerlijk opvoedingsmodel en van de steeds
nadrukkelijkere normalisatie van arbeidersgezinnen.
Kinderwetten = Een denken over het kind als object van pedagogische bekommernis.
4