VERLEDEN
Dali: ‘the persistence of memory’
versmelting – gesmolten tijd – hetgeen we
denken meegemaakt te hebben, verschilt
vaak van de realiteit
Het vasthouden van informatie, het
onthouden
kan gaan vervormen, versmelten
Hebben 2 manieren/sporen die ontstaan om te onthouden, in
geheugen te plaatsen
- Intentioneel
- Spontaan
Intentioneel: bv. studeren voor een examen
- Een inspanning doen om informatie op te slaan
- Bewust proberen opslaan in geheugen, vaak accurater, minder kans op
vervorming
Spontaan: vooral in de criminologie interessant
- Geen aandacht besteden aan hetgeen we opslaan
- Vaak heel diep in ons geheugen gaan opslaan, heel diep een
geheugenspoor maken
- Deze spontane herinneringen blijven het meest hangen
Maar zijn ook meest vatbaar voor vervorming
Metafoor van de bibliotheek
- We moeten ons het geheugen voorstellen als een (oudere) bibliotheek
- Met boekenkasten, per thema geordend, waar we boeken in gaan
plaatsen
- Daar kunnen dus ook zaken op verkeerde plaatsen gezet worden
- Ons geheugen werkt dus als een bibliotheek – de informatie die we
binnenkrijgen
Niet zomaar ergens gaan tussen zetten, die info is gestructureerd in
ons hoofd
Er is als het ware een interne bibliothecaris die alles op zijn plek zet
Iets vergeten = niet meer weten op welke plaats het staat
Het zit er wel in, maar we vinden het niet meer, we vinden het
‘boek’ niet terug
Tip of the tongue – fenomeen = puntje van je tong
Cognitief systeem met nauwe banden met de waarneming
- Ons geheugen is sterk gelinkt met de waarneming
Alles dat we onthouden begint met zien, opnemen, …
Vanuit selectieve aandacht interpreteren
Als wij vervormde herinnering hebben, begint bij hoe we hebben
waargenomen
Constructief systeem dat info interpreteert en reorganiseert
, - We hebben niet allemaal dezelfde herinnering
- Of dezelfde versie van die herinnering, hangt samen met hoe wij
interpreteren, …
Automatisch of intentioneel
- Dit kan dus zowel automatisch of intentioneel gaan gebeuren
- Met de intentie om informatie te gaan opslaan in ons geheugen
Voorbeeld: horloge
Je denkt alle details te hebben gezien, waargenomen -> is helemaal niet zo!
“Geef eens aan hoe dat uurwerk eruit ziet: allemaal zeggen ze ah cijfer 4 = IV”
In werkelijkheid is het cijfer 4 = IIII
- Iets dat je 20x per dag bekijkt, heb je nooit volledig correct opgenomen
- Als het al niet correct is opgenomen, zit het zeker niet correct in je geheugen
- Bij selectieve aandacht idem: als je met je hoofd ergens anders zit: vaak ook niet
volledig correct opgenomen, vervorming bij het opslaan van geheugeninformatie
Automatische en bewuste nawerking van geheugeninhouden
Onderscheid expliciet of declaratief geheugen EN impliciet of
procedureel geheugen
Het expliciet of declaratief geheugen:
- Expliciet = je kan het oproepen in de herinnering
- Declaratief = je kan dat ook gaan beschrijven, uitleggen hoe of wat
Bv. Studeren, vanbuiten leren, ervaringen opdoen, …
Het impliciet of procedureel geheugen
- Rechtsreeks inwerkend op het gedrag
- Het niet in woorden kunnen brengen
- Gaat over procedures, uitvoerend gedrag etc.
Bv. Fietsen, autorijden, lopen, spreken, zwemmen, …
Bv. We zijn aan het fietsen en verliezen ons evenwicht, naar welke kant trekken
we ons stuur?
Dat expliciet/declaratief geheugen: kunnen we verder gaan opsplitsen
- Episodisch geheugen
- Semantisch geheugen
1. Episodisch geheugen
- Ervaringen uit het verleden, gebeurtenissen, …
- Autobiografisch geheugen en prospectieve geheugen
Autobiografische = hetgeen van uzelf die achter je ligt
Prospectieve = hetgeen voor je ligt, dat je niet mag vergeten (bv.
straks nog X doen)
2. Semantisch geheugen
- Kennis, opgeslagen volgens thema, betekenissen, …
- Gaat over betekenis, kennis, betekenisleer: wat betreft de betekenis
van iets
- Daar wordt alle kennis opgeslagen via thema’s
- Is sterk aanwezig in de kindertijd: bv. dieren categoriseren