1 Inleiding mondzorgplan
Het doel van het mondzorgtraject is om een gezond mondmilieu te verkrijgen, te handhaven en te
bevorderen. Het mondzorgplan moet individueel, holistisch en patiëntgericht.
1.1 Individueel
Ieder persoon is verschillend: persoonlijkheid, leeftijd, verwachtingen, dentale en medische
voorgeschiedenis, huidige gebits- en gezondheidssituatie, mondhygiëne, eet- en drinkgewoonten,
sociaal economische status of achtergrond.
Ook heeft ieder persoon een andere setting: algemene tandheelkunde, parodontologie, orthodontie,
chronisch zieken of kwetsbare ouderen, verpleeg en verzorgingstehuizen, woonzorgcentra of
gehandicaptenzorg.
1.2 Holistisch
Een holistische benadering neemt de totaliteit van de persoon in beschouwing: mentaal, emotioneel,
fysisch, sociaal, omgevingsfactoren.
1.3 Patiëntgerichte zorgen
De patiënt staat centraal. Hij wordt actief betrokken in de besluitvorming, wordt in zijn keuzes
gerespecteerd en draagt medeverantwoordelijkheid voor zijn eigen zorgtraject. Men laat de patiënt
daarom een informed consent tekenen.
Voordelen: - betere behandelresultaten
- minder neveneffecten
- grotere gezondheidswinst
- betere diagnostiek
- het vermijden van tunnelvisie
- betere therapietrouw -> betere opvolging van adviezen
Hoe?: 1. mondhygiënist en patiënt zijn een team
2. betrek de patiënt actief bij de diagnose
3. geef uitleg bij de verschillende opties
4. kom tot een gemeenschappelijke 'oplossing'
1.4 Mondzorgplan. Wat nog?
Taakverdeling en timing:
- multidisciplinair overleg
- curatieve zorg (samen met preventieve zorg is dit het behandelplan)
- preventieve zorg
- patiënt adviseren en motiveren tot gedragsverandering
Evaluatie en bijsturing
Mondzorgplan is een continu proces!
,2 Gegevensverzameling
2.1 Administratieve gegevens
Verplichte gegevens: - naam voornaam
- geboortedatum
Contactgegevens: - adres woonplaats
- telefoon
- E-mailadres
Allerlei: - verzekering
- familie
- contactpersonen
2.2 Medische anamnesse
Nieuwe patiënt: -> ASA = risicobepaling
Bestaande patiënt: vraag -> 'Is er de afgelopen periode iets aan uw gezondheidstoestand of
medicatiegebruik veranderd?'
-> op fiche noteren: (update) DATUM en JA/NEE.
Ziekten en medicatie: invloed op mondgezondheid -> voorzorgsmaatregelen bij tandheelkundige
behandelingen (bv. oudere pacemakers kunnen beïnvloed worden door ultrasone apparatuur)
2.2.1 Een aantal medicijnen in de kijker
- Fenytoine (epilepsie) --> gingivahyperplasie
- Inhaler bij astma Bv. Ventolin --> droge mond
- ACE-remmer Bv. Captopril (hartfalen, na hartinfarct) --> droge mond, smaakveranderingen
- B-blokkers Bv. Tenoretic (hypertensie) --> xerostomie, brandend gevoel, veranderde smaak
- Ca-antagonist (hypertensie, angine pectoris, hartritmestoornissen) --> gingivahypertrofie
- Bisfosfonaten --> osteonecrose
2.2.1.1 Antistollingsmedicijnen of bloedverdunners
Bij wie? : - (instabiele) angina pectoris
- na hartinfarct
- na TIA of herseninfarct (CVA)
- na het plaatsen ven een kunstklep
- bij boezemfibrilleren
- bij trombose(been)
- bij longembolie
Voorbeelden: - Marcoumar
- Aspirine, Plavix, Persantin
, 2.2.1.2 Medicijnen in verband gebracht met monddroogte
- Diureitca
- Antipsychotica en antidepressiva (dikwijls ook smaakafwijkingen)
- Analgetica (Bv. Dafalgan)
- Anti-Parkinson
- Antihistaminica (Bv. Zyrtec)
-Cytostatica (chemotherapie)
2.2.2 Rol van speeksel
- Lubricatie: smerend, vochtig houden mucosa en gebitselementen
- Spoelende werking
- Bufferwerking
- Rijk aan calcium en fosfaten: belangrijke rol bij remineralisatieproces
- Vertering
- Smaak
- Verdediging en immuniteit: bacteriostatische en bactericide eigenschappen
2.2.2.1 Ziekten met negatief effect op de speekselsecretie
- Syndroom van Sjörgen
- Reumatoïde artritis
- Hypertensie
- Diabetes mellitus
- Ziekte van Parkinson
- bestraling van hoofd en halsgebied
- stress en angst
2.2.2.2 Gevolgen van hyposialie
- droge lippen en tong met fissuren
- spiegel blijft aan wangslijmvlies kleven
- Mucositis - roodheid
- problemen met spreken, slikken en eten
- verminderde of veranderde smaak
- Halitose
- branderig gevoel in de mond
- verhoogd cariës- en tanderosierisico
-Secundaire infectie met Candida Albicans
Het doel van het mondzorgtraject is om een gezond mondmilieu te verkrijgen, te handhaven en te
bevorderen. Het mondzorgplan moet individueel, holistisch en patiëntgericht.
1.1 Individueel
Ieder persoon is verschillend: persoonlijkheid, leeftijd, verwachtingen, dentale en medische
voorgeschiedenis, huidige gebits- en gezondheidssituatie, mondhygiëne, eet- en drinkgewoonten,
sociaal economische status of achtergrond.
Ook heeft ieder persoon een andere setting: algemene tandheelkunde, parodontologie, orthodontie,
chronisch zieken of kwetsbare ouderen, verpleeg en verzorgingstehuizen, woonzorgcentra of
gehandicaptenzorg.
1.2 Holistisch
Een holistische benadering neemt de totaliteit van de persoon in beschouwing: mentaal, emotioneel,
fysisch, sociaal, omgevingsfactoren.
1.3 Patiëntgerichte zorgen
De patiënt staat centraal. Hij wordt actief betrokken in de besluitvorming, wordt in zijn keuzes
gerespecteerd en draagt medeverantwoordelijkheid voor zijn eigen zorgtraject. Men laat de patiënt
daarom een informed consent tekenen.
Voordelen: - betere behandelresultaten
- minder neveneffecten
- grotere gezondheidswinst
- betere diagnostiek
- het vermijden van tunnelvisie
- betere therapietrouw -> betere opvolging van adviezen
Hoe?: 1. mondhygiënist en patiënt zijn een team
2. betrek de patiënt actief bij de diagnose
3. geef uitleg bij de verschillende opties
4. kom tot een gemeenschappelijke 'oplossing'
1.4 Mondzorgplan. Wat nog?
Taakverdeling en timing:
- multidisciplinair overleg
- curatieve zorg (samen met preventieve zorg is dit het behandelplan)
- preventieve zorg
- patiënt adviseren en motiveren tot gedragsverandering
Evaluatie en bijsturing
Mondzorgplan is een continu proces!
,2 Gegevensverzameling
2.1 Administratieve gegevens
Verplichte gegevens: - naam voornaam
- geboortedatum
Contactgegevens: - adres woonplaats
- telefoon
- E-mailadres
Allerlei: - verzekering
- familie
- contactpersonen
2.2 Medische anamnesse
Nieuwe patiënt: -> ASA = risicobepaling
Bestaande patiënt: vraag -> 'Is er de afgelopen periode iets aan uw gezondheidstoestand of
medicatiegebruik veranderd?'
-> op fiche noteren: (update) DATUM en JA/NEE.
Ziekten en medicatie: invloed op mondgezondheid -> voorzorgsmaatregelen bij tandheelkundige
behandelingen (bv. oudere pacemakers kunnen beïnvloed worden door ultrasone apparatuur)
2.2.1 Een aantal medicijnen in de kijker
- Fenytoine (epilepsie) --> gingivahyperplasie
- Inhaler bij astma Bv. Ventolin --> droge mond
- ACE-remmer Bv. Captopril (hartfalen, na hartinfarct) --> droge mond, smaakveranderingen
- B-blokkers Bv. Tenoretic (hypertensie) --> xerostomie, brandend gevoel, veranderde smaak
- Ca-antagonist (hypertensie, angine pectoris, hartritmestoornissen) --> gingivahypertrofie
- Bisfosfonaten --> osteonecrose
2.2.1.1 Antistollingsmedicijnen of bloedverdunners
Bij wie? : - (instabiele) angina pectoris
- na hartinfarct
- na TIA of herseninfarct (CVA)
- na het plaatsen ven een kunstklep
- bij boezemfibrilleren
- bij trombose(been)
- bij longembolie
Voorbeelden: - Marcoumar
- Aspirine, Plavix, Persantin
, 2.2.1.2 Medicijnen in verband gebracht met monddroogte
- Diureitca
- Antipsychotica en antidepressiva (dikwijls ook smaakafwijkingen)
- Analgetica (Bv. Dafalgan)
- Anti-Parkinson
- Antihistaminica (Bv. Zyrtec)
-Cytostatica (chemotherapie)
2.2.2 Rol van speeksel
- Lubricatie: smerend, vochtig houden mucosa en gebitselementen
- Spoelende werking
- Bufferwerking
- Rijk aan calcium en fosfaten: belangrijke rol bij remineralisatieproces
- Vertering
- Smaak
- Verdediging en immuniteit: bacteriostatische en bactericide eigenschappen
2.2.2.1 Ziekten met negatief effect op de speekselsecretie
- Syndroom van Sjörgen
- Reumatoïde artritis
- Hypertensie
- Diabetes mellitus
- Ziekte van Parkinson
- bestraling van hoofd en halsgebied
- stress en angst
2.2.2.2 Gevolgen van hyposialie
- droge lippen en tong met fissuren
- spiegel blijft aan wangslijmvlies kleven
- Mucositis - roodheid
- problemen met spreken, slikken en eten
- verminderde of veranderde smaak
- Halitose
- branderig gevoel in de mond
- verhoogd cariës- en tanderosierisico
-Secundaire infectie met Candida Albicans