Aantekeningen:
Over de Grenzen van Disciplines
Cursuscode: 200300531
Werkgroep 01
Docent: Jaap Bos
Inhoud:
Hoorcollege 1 – Wat kunnen we weten?
Literatuur week 1
Odg voorwoord, H1 & H2
RE H1 & H2
Hoorcollege 2 – Wat zijn de grenzen van onze kennis?
Literatuur week 2
Odg H3 & H8
Ross, D (2003)
Hoorcollege 3 – Wat maakt wetenschap wetenschap?
Literatuur week 3
Odg H4
Karl Popper
Thomas Kuhn
Herman Koningsveld
Hoorcollege 4 – De Drie Posities
Literatuur week 4
Odg H6 & H7
Marsh & Furlong
, Hoorcollege 1 – Wat kunnen we weten?
a) Introductie
Doelen:
Pijlers ISW
1 Filosofische veronderstellingen
2 Disciplines & geschiedenis
3 Relatie tussen wetenschap en maatschappij
Positionering in actuele debatten
Leren schrijven en argumenteren
Toetsing:
- 2x ZKP 500 woorden (2/3 inleveren) 50%
- 2x gesloten-boek essayvragen 50%
Ogd – hele boek
RE – gedeeltelijk
Artikelen
Eerste helft stof = eerste toets
Tweede helft stof = tweede toets
Geschiedenis van Sociale Wetenschappen RE H2
Wat is wetenschap = kennissysteem = representatie van de wereld
zelf onderzoeken ipv door iemand laten vertellen (kerk)
geïnstitutionaliseerd
Sociale Wetenschap - 2e helft 19e eeuw
“hoe kunnen we de maatschappij zo efficiënt mogelijk inrichten/hoe werkt
de mens”
Traditie van natuurwetenschappen en geesteswetenschappen
Wat is de positie van sociale wetenschap?
19e eeuw (opkomst)
- Politieke economie -> beheersing van collectief
- Psychologie -> experimenteel onderzoek naar de geest
- Culturele antropologie -> kolonialisatie
1e helft 20e eeuw (disciplinevorming)
- Specialisatie binnen disciplines
2e helft 20e eeuw (verzelfstandiging)
2
, - Toepassing op maatschappij
21e eeuw
- Wetenschap en maatschappij (politiek) zijn verstrengeld
- Onafhankelijkheid van wetenschap verminderd
- Samenwerking tussen disciplines
Weber (1919) : ‘Hoe kunnen wij betrouwbare kennis leveren’ ->
onafhankelijkheid
Deelname aan maatschappij levert spanning op
Huidige debat = wetenschappelijke vrijheid vs externe belangen
Merton (20e eeuw) : CUDOS(O)
Communalism = wetenschap is wordt gemeenschappelijke geproduceerd
Universalism = universeel en onpersoonlijk
Disinterestednesss = belangeloos – niet om de roem maar om de kennis
zelf
Organized Skepticism = kennis claims kritisch onderzoeken (peer review)
Originality = wetenschap moet nieuwe kennis voortbrengen
b) Drie filosofische vragen
Ontologie / zijnsleer = waaruit bestaat de werkelijkheid?
- Monisme/dualisme
o Monisme = er bestaat maar 1 soort substantie met meerdere
vormen
o Spinoza = ‘lichaam en geest zijn van dezelfde
goddelijke substantie die ons doen en laten bepaald’
GEEN vrije wil
o Marx = ‘alleen materiele processen bestaan (productie)
die onze relaties bepalen’ WEL vrije wil
o Swaab/neurowetenschappers = ‘biologische
mechanismen bestaan en bepalen ons doen en laten’
GEEN vrije wil
o Dualisme = lichaam en geest zijn verschillende substanties
o Descartes = ‘lichaam is deelbaar, geest is dat niet’ WEL
vrije wil
o Chalmers = ‘bewustzijn is autonoom tov fysische
processen, maar komt wel voort uit fysische processen’
o Durkheim = ‘mensen en maatschappijen zijn
verschillende dingen, maar maatschappij beïnvloedt
mens door social facts (=vormen van handelen en
denken die buiten het individu plaatsvinden en diegene
beïnvloeden)
3
, Epistemologie / kennisleer = wat kan ik weten? Hoe weet ik of die kennis
betrouwbaar is?
Epistemische claim = doet aanspraak op
de waarheid
Wordt bevestigd door een
rechtvaardiging
Rechtvaardiging kan ook
Epistemische claim zijn
VB: Iemand helpen versterkt je eigenwaarde mensen die anderen
helpen ervaren het leven als zinvoller vrijwilligerswerk maakt gelukkig
Ontologie + epistemologie = Searl’s paradox
= “Hoe kunnen dingen die objectief bestaan alleen bestaan dankzij het
feit dat wij ze erkennen als feit”
geld
huwelijk
Methodologie / onderzoeksmethoden = met welke methoden kan ik dat
leren?
Iedere methode verondersteld een ontologische en
epistemologische keuze
VB:
- Genetisch onderzoek – biologische determinanten (monisme)
- Interview – sociale betekenissen (dualisme)
- Experiment – causale relaties
- Survey – statistische verbanden
- Participerende observatie – cultuur leren kennen
c) Kennis waarmaken
Verschillende tradities van onderzoeksclaims Odg H1-H3
Positivisme = gaat uit van observeerbare feiten
4
Over de Grenzen van Disciplines
Cursuscode: 200300531
Werkgroep 01
Docent: Jaap Bos
Inhoud:
Hoorcollege 1 – Wat kunnen we weten?
Literatuur week 1
Odg voorwoord, H1 & H2
RE H1 & H2
Hoorcollege 2 – Wat zijn de grenzen van onze kennis?
Literatuur week 2
Odg H3 & H8
Ross, D (2003)
Hoorcollege 3 – Wat maakt wetenschap wetenschap?
Literatuur week 3
Odg H4
Karl Popper
Thomas Kuhn
Herman Koningsveld
Hoorcollege 4 – De Drie Posities
Literatuur week 4
Odg H6 & H7
Marsh & Furlong
, Hoorcollege 1 – Wat kunnen we weten?
a) Introductie
Doelen:
Pijlers ISW
1 Filosofische veronderstellingen
2 Disciplines & geschiedenis
3 Relatie tussen wetenschap en maatschappij
Positionering in actuele debatten
Leren schrijven en argumenteren
Toetsing:
- 2x ZKP 500 woorden (2/3 inleveren) 50%
- 2x gesloten-boek essayvragen 50%
Ogd – hele boek
RE – gedeeltelijk
Artikelen
Eerste helft stof = eerste toets
Tweede helft stof = tweede toets
Geschiedenis van Sociale Wetenschappen RE H2
Wat is wetenschap = kennissysteem = representatie van de wereld
zelf onderzoeken ipv door iemand laten vertellen (kerk)
geïnstitutionaliseerd
Sociale Wetenschap - 2e helft 19e eeuw
“hoe kunnen we de maatschappij zo efficiënt mogelijk inrichten/hoe werkt
de mens”
Traditie van natuurwetenschappen en geesteswetenschappen
Wat is de positie van sociale wetenschap?
19e eeuw (opkomst)
- Politieke economie -> beheersing van collectief
- Psychologie -> experimenteel onderzoek naar de geest
- Culturele antropologie -> kolonialisatie
1e helft 20e eeuw (disciplinevorming)
- Specialisatie binnen disciplines
2e helft 20e eeuw (verzelfstandiging)
2
, - Toepassing op maatschappij
21e eeuw
- Wetenschap en maatschappij (politiek) zijn verstrengeld
- Onafhankelijkheid van wetenschap verminderd
- Samenwerking tussen disciplines
Weber (1919) : ‘Hoe kunnen wij betrouwbare kennis leveren’ ->
onafhankelijkheid
Deelname aan maatschappij levert spanning op
Huidige debat = wetenschappelijke vrijheid vs externe belangen
Merton (20e eeuw) : CUDOS(O)
Communalism = wetenschap is wordt gemeenschappelijke geproduceerd
Universalism = universeel en onpersoonlijk
Disinterestednesss = belangeloos – niet om de roem maar om de kennis
zelf
Organized Skepticism = kennis claims kritisch onderzoeken (peer review)
Originality = wetenschap moet nieuwe kennis voortbrengen
b) Drie filosofische vragen
Ontologie / zijnsleer = waaruit bestaat de werkelijkheid?
- Monisme/dualisme
o Monisme = er bestaat maar 1 soort substantie met meerdere
vormen
o Spinoza = ‘lichaam en geest zijn van dezelfde
goddelijke substantie die ons doen en laten bepaald’
GEEN vrije wil
o Marx = ‘alleen materiele processen bestaan (productie)
die onze relaties bepalen’ WEL vrije wil
o Swaab/neurowetenschappers = ‘biologische
mechanismen bestaan en bepalen ons doen en laten’
GEEN vrije wil
o Dualisme = lichaam en geest zijn verschillende substanties
o Descartes = ‘lichaam is deelbaar, geest is dat niet’ WEL
vrije wil
o Chalmers = ‘bewustzijn is autonoom tov fysische
processen, maar komt wel voort uit fysische processen’
o Durkheim = ‘mensen en maatschappijen zijn
verschillende dingen, maar maatschappij beïnvloedt
mens door social facts (=vormen van handelen en
denken die buiten het individu plaatsvinden en diegene
beïnvloeden)
3
, Epistemologie / kennisleer = wat kan ik weten? Hoe weet ik of die kennis
betrouwbaar is?
Epistemische claim = doet aanspraak op
de waarheid
Wordt bevestigd door een
rechtvaardiging
Rechtvaardiging kan ook
Epistemische claim zijn
VB: Iemand helpen versterkt je eigenwaarde mensen die anderen
helpen ervaren het leven als zinvoller vrijwilligerswerk maakt gelukkig
Ontologie + epistemologie = Searl’s paradox
= “Hoe kunnen dingen die objectief bestaan alleen bestaan dankzij het
feit dat wij ze erkennen als feit”
geld
huwelijk
Methodologie / onderzoeksmethoden = met welke methoden kan ik dat
leren?
Iedere methode verondersteld een ontologische en
epistemologische keuze
VB:
- Genetisch onderzoek – biologische determinanten (monisme)
- Interview – sociale betekenissen (dualisme)
- Experiment – causale relaties
- Survey – statistische verbanden
- Participerende observatie – cultuur leren kennen
c) Kennis waarmaken
Verschillende tradities van onderzoeksclaims Odg H1-H3
Positivisme = gaat uit van observeerbare feiten
4