GPR 5 – INLEIDENDE ZITTING & INSTAATSTELLING
1 Verschijnen van de partijen op de inleidende zitting
Art. 728 Ger. W.
In persoon (art. 728 Ger. W.)
o Natuurlijke personen
o Rechtspersonen verschijnen “in persoon” via hun bevoegde organen statuten: B.S.
Door een vertegenwoordiger
o Advocaat GEEN VOLMACHT VEREIST (art. 440 Ger. W)
o Door iemand anders bij volmacht: art. 728, §2 en 3, Ger. W.
Schriftelijke verschijning (art. 729 Ger. W)
o Via een brief aan griffie voor de inleidingszitting
o Enkel door advocaten & indien alle partijen zijn vertegenwoordigd door een advocaat
o Dan zullen ze niet fysiek op de inleidingszitting aanwezig zijn
Art. 727 Ger W op de dag in de dagvaardingen gesteld roept de griffier bij de opening van de zitting de
zaken af in de volgorde waarin zij op de algemene rol zijn ingeschreven
Zittingsrol: lijst van alle zaken die aan bod komen op een welbepaalde zitting (inleiding & uitgestelde zaken)
Advocaat
o Meldt voor de inleidende zitting zijn/haar tussenkomst aan de griffie
o Vraagt evt akte van schriftelijke verschijning ter inleidende zitting
o Vraagt eventueel ook meteen dat de conclusiekalender die met de tegenpartij werd
overeengekomen, zou worden bekrachtigd (= minnelijke instaatstelling)
2 mogelijkheden op inleidende zitting:
Korte debatten (art. 735) = de uitzonderingen
In staat stellen (art. 747) = de regel
1
, 2 Korte debatten (art. 735 Ger W)
Korte debatten = omstandigheid waarin een geding géén uitvoerige pleidooien / conclusies vereist, zodat
de zaak al meteen op de inleidingzitting of een nabije datum kan worden behandeld = geen instaatstelling
nodig
1) “met redenen omkleed verzoek in de akte van rechtsingang” verzoeker (eiser) vraagt in de
dagvaarding dat de zaak met korte debatten zal worden behandeld
2) “ingeval de partijen daarmee akkoord gaan”
3) “behoudens akkoord van de partijen in de volgende gevallen:” de invordering van de niet
betwiste schuldvorderingen de vordering bedoeld in art. 19, derde lid Ger W
“alvorens recht te doen, kan de rechter, in elke stand van de rechtspleging, een voorafgaande
maatregel bevelen om de vordering te onderzoeken of een tussengeschil te regelen dat de
betrekking heeft op een dergelijke maatregel, dan wel de toestand van de partijen voorlopig te
regelen”
Vb. AZ Jan Palfijn – dagvaarding: betaling onbetwiste factuur -> klant
Vb. aannemer – dagvaarding: aanstelling deskundige (= maatregel alvorens recht te doen
(onderzoeksmaatregel) -> metser
Volstaan korte debatten?
Ja: behandeling (dus géén instaatstelling)
Neen: de zaak moet eerst “in staat worden gesteld”
o Kalenderregeling of
o Verwijzing naar de rol (= uitstel zonder tijdsbepaling, onbepaald uitstel)
o Uitstel naar vaste datum (= “verdaging”)
Instaatstelling: fase vd rechtspleging waarbij de partijen bewijsstukken & conclusies uitwisselen
Bij de meeste zaken willen de partijen (eigenlijk advocaten) eerst conclusies uitwisselen voordat de rechter
uitspraak doet -> in dat geval moet de zaak eerst “in staat worden gesteld” voordat de rechter ze in beraad
kan nemen en hij het geschil kan beslechten in een vonnis
is dit niet het geval: dan zijn korte debatten mogelijk
! soms toch enkele conclusies bij korte debatten !
vb. op de inleidingszitting een conclusie neerleggen
ook mogelijk: rechter kan de inleidende zitting uitstellen naar een “nabije zitting” (= uitstel op vaste
datum) dan wissel de partijen in die korte tijd enkele conclusies uit
dan is er ook geen sprake van een instaatstelling (art. 747 Ger. W)
! vonnis na korte debatten = “gewoon vonnis” !
als de rechter de zaak in beraad neemt, na de korte debatten, wijst hij een vonnis/arrest dat op geen
enkele wijze verschilt van een uitspraak na uitgebreide conclusies vd partijen = weg naar dat vonnis is korter
dan gewoonlijk
2
1 Verschijnen van de partijen op de inleidende zitting
Art. 728 Ger. W.
In persoon (art. 728 Ger. W.)
o Natuurlijke personen
o Rechtspersonen verschijnen “in persoon” via hun bevoegde organen statuten: B.S.
Door een vertegenwoordiger
o Advocaat GEEN VOLMACHT VEREIST (art. 440 Ger. W)
o Door iemand anders bij volmacht: art. 728, §2 en 3, Ger. W.
Schriftelijke verschijning (art. 729 Ger. W)
o Via een brief aan griffie voor de inleidingszitting
o Enkel door advocaten & indien alle partijen zijn vertegenwoordigd door een advocaat
o Dan zullen ze niet fysiek op de inleidingszitting aanwezig zijn
Art. 727 Ger W op de dag in de dagvaardingen gesteld roept de griffier bij de opening van de zitting de
zaken af in de volgorde waarin zij op de algemene rol zijn ingeschreven
Zittingsrol: lijst van alle zaken die aan bod komen op een welbepaalde zitting (inleiding & uitgestelde zaken)
Advocaat
o Meldt voor de inleidende zitting zijn/haar tussenkomst aan de griffie
o Vraagt evt akte van schriftelijke verschijning ter inleidende zitting
o Vraagt eventueel ook meteen dat de conclusiekalender die met de tegenpartij werd
overeengekomen, zou worden bekrachtigd (= minnelijke instaatstelling)
2 mogelijkheden op inleidende zitting:
Korte debatten (art. 735) = de uitzonderingen
In staat stellen (art. 747) = de regel
1
, 2 Korte debatten (art. 735 Ger W)
Korte debatten = omstandigheid waarin een geding géén uitvoerige pleidooien / conclusies vereist, zodat
de zaak al meteen op de inleidingzitting of een nabije datum kan worden behandeld = geen instaatstelling
nodig
1) “met redenen omkleed verzoek in de akte van rechtsingang” verzoeker (eiser) vraagt in de
dagvaarding dat de zaak met korte debatten zal worden behandeld
2) “ingeval de partijen daarmee akkoord gaan”
3) “behoudens akkoord van de partijen in de volgende gevallen:” de invordering van de niet
betwiste schuldvorderingen de vordering bedoeld in art. 19, derde lid Ger W
“alvorens recht te doen, kan de rechter, in elke stand van de rechtspleging, een voorafgaande
maatregel bevelen om de vordering te onderzoeken of een tussengeschil te regelen dat de
betrekking heeft op een dergelijke maatregel, dan wel de toestand van de partijen voorlopig te
regelen”
Vb. AZ Jan Palfijn – dagvaarding: betaling onbetwiste factuur -> klant
Vb. aannemer – dagvaarding: aanstelling deskundige (= maatregel alvorens recht te doen
(onderzoeksmaatregel) -> metser
Volstaan korte debatten?
Ja: behandeling (dus géén instaatstelling)
Neen: de zaak moet eerst “in staat worden gesteld”
o Kalenderregeling of
o Verwijzing naar de rol (= uitstel zonder tijdsbepaling, onbepaald uitstel)
o Uitstel naar vaste datum (= “verdaging”)
Instaatstelling: fase vd rechtspleging waarbij de partijen bewijsstukken & conclusies uitwisselen
Bij de meeste zaken willen de partijen (eigenlijk advocaten) eerst conclusies uitwisselen voordat de rechter
uitspraak doet -> in dat geval moet de zaak eerst “in staat worden gesteld” voordat de rechter ze in beraad
kan nemen en hij het geschil kan beslechten in een vonnis
is dit niet het geval: dan zijn korte debatten mogelijk
! soms toch enkele conclusies bij korte debatten !
vb. op de inleidingszitting een conclusie neerleggen
ook mogelijk: rechter kan de inleidende zitting uitstellen naar een “nabije zitting” (= uitstel op vaste
datum) dan wissel de partijen in die korte tijd enkele conclusies uit
dan is er ook geen sprake van een instaatstelling (art. 747 Ger. W)
! vonnis na korte debatten = “gewoon vonnis” !
als de rechter de zaak in beraad neemt, na de korte debatten, wijst hij een vonnis/arrest dat op geen
enkele wijze verschilt van een uitspraak na uitgebreide conclusies vd partijen = weg naar dat vonnis is korter
dan gewoonlijk
2