________________________________________________________LAS___________________________________________________________
LEGISLATION/WETGEVING
❖ Getallen
Wereldwijd : 100M
VS : 20M
EU : 12M
BELGIE : 626K waarvan 77% knaagdieren, 8% konijnen, 11% vissen amfibieën en reptielen, 4% vogels, <1% boerderijdieren,
honden, katten en primaten
➔ Het gebruik van lab dieren fluctueert :
-Daling door de ontwikkeling van alternatieven, hoge kosten, wetgeving, ethics
-Stijging door ontwikkeling transgene dieren
❖ Wetgeving
De nationale en EU wetgeving :
-‘Eu Conventie voor protectie van vertebraten gebruikt voor experimentele en andere wetenschappelijke doelen’ 86-‘91
-Belgische wet voor bescherming en well being van dieren ‘86
-Royal Decree voor bescherming lab dieren ‘93
-Nieuwe Belgian Royal Decree met striktere regels 2010
-Nieuwe EU Directive op veiligheid dieren voor wetenschappelijke doelen 2010
-Bezig: verandering van die laatste in Belgische Decree in 2013
❖ Definitie van “Lab dier”: “ELKE LEVENDE VERTEBRAAT DAT 1. GEBRUIKT WORDT/ZAL WORDEN VOOR LAB EXPERIMENTEN
2. EXCLUSIEF ANDERE FOETALE OF EMBRYONISCHE VORMEN 3. INCLUSIEF VRIJ LEVENDE EN/ OF REPRODUCERENDE
LARVALE VORMEN”
Nieuwe wetgeving : + INCLUSIEF SOMMIGE INVERTEBRATEN ZOALS CEPHALOPODA (INKTVIS, KREEFT,…) EN
INCLUSIEF MAMMALIAN EMBRYONIC VORMEN STARTENDE VANAF DE LAATSTE DERDE VAN TERM
❖ Definitie van “Dier experiment”: “ELK GEBRUIK VAN EEN LEVENDE VERTEBRAAT VOOR EXPERIMENTELE EN ANDERE
WETENSCHAPPELIJKE DOELEN DAT 1. KAN ZORGEN VOOR PIJN, LIJDEN, DISCOMFORRT OF PERMANENTE VERWONDING
2. INCLUSIEF ELKE BEHANDELING DAT HET DOEL HEEFT OF HET GEVOLG VAN DE GEBOORTE VAN EEN DIER IN ZO EEN
CONDITIE 3. EXCLUSIEF DE MINST PIJNLIJKE IN MODERNE PRAKTIJK GEACCEPTEERDE METHODES OM EEN DIER TE
VERMOORDEN OF MERKEN (HUMANE METHODEN) 4. EXCLUSIEF NON-EXPERIMENTELE BEHANDELINGEN IN
AGRICULTUUR EN IN VETERINARY PRAKTIJK”
❖ Wetgeving : EEN DIER MAG NIET GEBRUIKT WORDEN MEER DAN 1X IN EXPERIMENTEN DIE PIJN EN LIJDEN GEEFT ➔ Pijn,
lijden en discomfort waren niet gedefinieerd in de vorige wetgeving -> nu inclusief in de nieuwe EU Directive
❖ Graden van pijn en lijden, voorbeelden van mild to severe:
-gebruik anesthesia
-non invasieve imaging
-oppervlakkige procedures (oor en staartbiopsies)
-surgery onder generale anesthesia en analgesia met na surgery pijn
-inductie van tumoren of ontwikkeling
-bestraling met sublethale dosis
-toxiciteitstesten
-vaccinatie potency testen
-bestraling of chemotherapie met lethale dosis zonder reconstitutie van het immuunsysteem
❖ Wetgeving: Voor welk DOEL kunnen lab dieren gebruikt worden? 1. Produceren en controleren van sera, vaccins of
diagnostics 2. Toxicologische en farmacologische research 3. Diagnose van ziekten 4.Educatie 5.Antwoorden
wetenschappelijke vragen
→Cijfers voor het gebruik:
Ontwikkeling en kwaliteitscontroles van producten en materialen voor humane, veterinary en dentale geneeskunde 62%
Onderzoek 33%
Diagnostics, educatie en lesgeven 3,5%
Toxicologische en andere veiligheids studies 1,5%
❖ Wetgeving: Behuizen en verzorgen van lab dieren : 1.Behuizing, omgeving, eten, verzorging naargelang noden dier
2.Dagelijkse controle ALTIJD 3.Gedetailleerde overview mbt verzorgen en behouden per species in wetgeving beschreven
4.Regelmatige controle van dierenarts of experts
,❖ Wetgeving : Bron en identificatie van lab dieren : 1.Geen straatdieren, verloren of verlaten dieren 2.Muizen, ratten, gp,
hamsters, konijnen, primaten, honden, katten en quail moeten doel-gebroed worden door licensed kweekbedrijven en er
kan vrijstelling mits motivatie gedaan worden 3.Boerderijdieren moeten op een boerderij zijn 4.Speciale noden voor
bedreigde species in het wild 5.Een register moet er zijn van alle dieren die betreden en weggaan 6.Honden katten en
primaten moeten individueel en permanent gemerkt worden en direct na spenen
❖ Wetgeving: Statistische info : moet elk jaar worden gegeven aan de overheid : aantal gebruikte per species en aantal per
type experiment
❖ Wetgeving: Verantwoordelijk gebruik van lab dieren : experimenten moeten : 1.Beperkt worden tot het absoluut minimum
2.Mogen enkel gedaan worden als het doel niet met andere methoden kan gebeuren 3.De keuze van species moet bekeken
worden 4.Gebruik dieren met het laagste neuropsychologische graad 5.Nooit mogen dieren pijn, discomfort of lijden
meemaken 6.Als pijn, lijden of kwetsuren niet vermeden kunnen worden moeten deze onder anesthesia gedaan worden
7.Als anesthesia niet mogelijk is dan analgesica of andere methoden om pijn en lijden te verminderen moet gebruiken
❖ 3 R’s (Russel en Burch) “the principles of humane experimental technique”(‘59) :
-Reduction (juiste design kiezen, standardiseren populatie dieren en procedures)
-Replacement (vervangen experimenten met andere methoden of een invertebraat)
-Refinement (minder discomfort, alagesia gebruiken, omgevingsverrijking, kennis over noden verzamelen)
❖ Wat nodig voor starten experimenten ?
-Overheids lab license (door Federale Public Service; Animal Welfare) → lijst van species en bron, overzicht en map kamers,
overzicht soort experimenten, overzicht staff verantwoordelijk vr alles
-Permissie van de Ethische Comité (sinds 2001) (lab directors, projectleider, biotechnicians, expert of dierenarts, minstens
2 onafhankelijke leden) : evaluatie van de experimenten, ethische criteria experimenten maken, advies geven aan labs en
overheid en rapporteren aan overheid → lijst van : staff, doel en beschrijving, aantal en species met graad en recovery care,
alternatieve methoden en humane eindpunten en euthanasie
-Scholing/educatie (sinds 2004) (projectleiders 80h C, onderzoekers en lab technicians 40h B, dierverzorgers 25h A) ->
richtlijnen van FELASA (Federation of EU Lab Animal Science Associations)
-Ander papierwerk : import license (voor importeren dieren van niet EU), bio-veiligheidsdossiers & radioactiviteitsgebruik
❖ Andere veranderingen in wetgeving: definitie van lab dier, de compositie van de Ethische Comité en verdere educatie na
A/B/C. Verder is er nog :
-Animal Welfare Body = set-up door elke gebruiker (lab, kweker, verzorger, wetenschapper, dierenarts, expert) → taken:
adviseren op welfare (accommodatie, verzorging en gebruik) & review interne operationele processen ➔DOEL: IMPROVE
ANIMAL WELFARE dus betere follow-up van humane eindpunten en verbeteren protocollen ~VERBETEREN TRANSPARITEIT
waarbij regels en wetten gevolgd worden
-Reporteren alle dieren gebruikt in de maak van een nieuwe lijn = meer dieren in de statestiek : de maak van een GA lijn is :
1.Genetische manipulatie 2.Recipient vrouw en vasectomised man 3.Geboorte van potentiele mutanten 4.Broeden van 2
GA lijnen → project authorisatie en reporteren in statestiek is nodig tot de lijn is ‘established’ dus wanneer transmissie van
de genetische alternatie is stabiel dus een minimum van 2 generaties
-Animal Welfare Assessment = geeft info over mogelijke harm dat in dieren komt dus check broeden, anormaliteiten,
probeer lijden te verminderen door omgevingsveranderingen bv
-Animal Welfare is een regionaal ding geworden dus de Vlaamse Authoriteiten zijn nu verantwoordelijk (2014)
❖ Classificatie dieren:
GS1 = wild type dieren
GS2 = genetisch veranderde dieren – non harmful fenotype
GS3 = genetisch veranderde dieren – harmful fenotype
, VEILIGHEID IN THE ANIMAL FACILITY
❖ Veiligheid = belangrijk aspect van dierexperimenteel werk → vermijd gevaar en risico's voor uzelf en het milieu + vermijd
beroepsziekten
❖ Veiligheidsprocedures : SOP moet industriële ongevallen en ziekten voorkomen
❖ Belangrijk :
-wees u bewust van mogelijk gevaar, weet waarmee u werkt
-vermijd en beheers blootstelling aan gevaar
-verminder het risico door de manier waarop u werkt
-krijg de juiste training en opleiding
❖ Wat zijn de mogelijke gevaren? Fysieke-, chemische-, protocolgerelateerde gevaren, allergenen en zoönose
❖ Fysieke gevaren => grote verscheidenheid aan fysieke oorzaken mogelijk, ook verscheidenheid in de mogelijke schade:
✓ Trauma
o scherpe voorwerpen
-naalden, glasscherven, spuiten, scalpels
-gebruik de juiste containers
-doe naalden nooit opnieuw
o machines en materiaal
- materiaal en machines moeten goed onderhouden worden (bijv. geen scherpe randen)
- draag beschermende kleding en volg de veiligheidsregels
o onderhoud/maintenance
- oppervlakken schoonhouden
- obstakels van nooduitgangen verwijderen
- schoonmaken: natte vloer → glad
o licht
- weinig verlichting → vermoeide ogen + slecht zicht
- is gevaarlijk
o ergonomische gevaren
- zware lasten tillen (zakken voer, …)
- slechte houding bij het werken aan een labtafel
- vaak dezelfde beweging herhalen → verwondingen (repetitieve strain injuries)
o Bijt- en schaafwonden gerelateerde gevaren
-geminimaliseerd door goede training
-beten algemeen: honden>katten (kleine diepe wonden : schade pezen, botten…) >knaagdieren
-directe schade (weefseltrauma) + risico op secundaire infectie: vanwege de onregelmatige vorm van
de verwonding, weefselnecrose, hematoom en laceratie → perfect voor bacteriegroei
-kans van infectie afhankelijk van de site van de beet (grotere kans in hand dan gezicht) en de grootte
van contaminatie (verdeling van mond of huid flora dier en mens)
-beten en schaafwonden meestal van knaagdieren dus na een beet 4 stappen ondernemen: tetanus
vaccinatie, dokter moet wonde nakijken, een dierenarts moet dier nakijken voor ziektes en speciale
aandacht voor niet-humane primaten
✓ brand (brandbaar materiaal: hout, papier, plastiek, ontvlambaar gassen en vloeistoffen, elektrische apparaten,
vloeibaar N)
✓ lawaai (dieren bv honden en varkens, machines, gebruik oor protectie >85dB om geluidbeschadiging te voorkomen)
✓ elektriciteit (kan shock en elektrocutie veroorzaken, maak gebroken kabels terug)
, ✓ apparatuur onder druk, gassen en vapors
o autoclaven: regelmatig onderhoud en testen noodzakelijk
o gasflessen: stevig vastzetten met een ketting of beugel (voorkom vallen), niet in de buurt van een warmtebron
of direct zonlicht plaatsen
o gebruik gezichtsbescherming bij het verwarmen van oplossingen (magnetron, kookplaat)
✓ straling
o lasers (gevaarlijk voor de ogen)
o UV-straling/germicidale UV-C
- kiemdodende werking van deze straling is maximaal bij een golflengte van 255 nm
- langdurige straling: doden levende micro-organismen
- toegepast in sluizen en laminaire flowkasten
-UV-straling kan niet dieper in biologisch weefsel doordringen dan 1 mm
-Gevolgen voor de gezondheid kunnen zijn:
Acute: ontsteking van het hoornvlies en bindvlies van de ogen (actinische conjunctivitis en
sneeuwblindheid) →meestal omkeerbaar en verdwijnen binnen 24-48h na stoppen blootstelling
Lange termijn: troebelheid van de lens, huidtumoren →effect van seriële en langdurige blootstelling
➔Gevaarlijk voor ogen en huid -> Nooit gebruiken wanneer er iemand in de kamer is
o ioniserende straling
-resultaat van radioactief verval van deeltjes, snel bewegende kerndelen en fotonen (EMG golven)
-contact met materie zoals lucht, water of een lichaam →ionisaties = het vrijmaken van een of meer
elektronen uit een atoom om een ion te maken - is schadelijk als dit in het DNA gebeurt.
-interne besmetting -> door inademing/orale inname radioactieve stoffen, bv handen of gezicht
-externe besmetting -> radioactieve bron zendt ioniserende straling uit in de ruimte
✓ werk zoveel mogelijk in een afzuigkap en gebruik lekbakken
✓ voorkom aerosol en stof -> beddingmateriaal
✓ dieren mogen alleen worden vervoerd onder een bepaalde grenswaarde
✓ draag handschoenen
✓ houd afstand tot de bron
✓ gebruik een beschermingsscherm, draag beschermende kleding
✓ volg de juiste training
-dieren huisvesten in een geschikte ruimte → goedkeuring van de Radio-beschermingsdienst
-op einde worden de kooien gecontroleerd door de verantwoordelijke van Radio-protection Service
-afval (strooisel, …) moet worden verwijderd als radioactief afval
-lijken moeten in een speciale diepvriezer worden bewaard -> aard en dosis van de toegediende tracer
❖ Chemische gevaren =>
• bronnen:
-desinfecterende middelen, anesthesiegassen, chemicaliën om weefsels te conserveren
-experimentele blootstelling van dieren aan zeer giftige chemicaliën
-verwijdering van beddingmateriaal en ander afval vanexperimentele procedures
• brandbaarheid, corrosiviteit, reactiviteit, explosiegevaar: bekend en voorspelbaar voor veel chemicaliën
• toxiciteit (carcinogenen, mutagenen, neuro-, hepato- en nefrotoxische stoffen): minder voorspelbaar
• gebruik persoonlijke bescherming (handschoenen, maskers, veiligheidsbrillen)
• Voer een risicoanalyse uit: wat zijn mogelijke gevaren, niet alleen voor uzelf, maar ook voor anderen
• DEN (inductie van leverkanker)
• Tamoxifen (trigger weefselspecifieke genexpressie in veel conditionele expressieconstructies in genetisch
gemodificeerde dieren)
• cytostatica
• perfusie met formaldehyde
❖ Protocolgerelateerde gevaren
• Omvat : chemicaliën met onbekend risico & infectieuze agentia
• risico hangt af van de kenmerken en complexiteit van het experiment
• nieuwe gevaren: meer natuurlijke infecties, virale vectoren voor gentherapie en transgene dieren die receptoren
voor menselijke pathogenen tot expressie brengen of waarvan het DNA proviraal DNA bevat
LEGISLATION/WETGEVING
❖ Getallen
Wereldwijd : 100M
VS : 20M
EU : 12M
BELGIE : 626K waarvan 77% knaagdieren, 8% konijnen, 11% vissen amfibieën en reptielen, 4% vogels, <1% boerderijdieren,
honden, katten en primaten
➔ Het gebruik van lab dieren fluctueert :
-Daling door de ontwikkeling van alternatieven, hoge kosten, wetgeving, ethics
-Stijging door ontwikkeling transgene dieren
❖ Wetgeving
De nationale en EU wetgeving :
-‘Eu Conventie voor protectie van vertebraten gebruikt voor experimentele en andere wetenschappelijke doelen’ 86-‘91
-Belgische wet voor bescherming en well being van dieren ‘86
-Royal Decree voor bescherming lab dieren ‘93
-Nieuwe Belgian Royal Decree met striktere regels 2010
-Nieuwe EU Directive op veiligheid dieren voor wetenschappelijke doelen 2010
-Bezig: verandering van die laatste in Belgische Decree in 2013
❖ Definitie van “Lab dier”: “ELKE LEVENDE VERTEBRAAT DAT 1. GEBRUIKT WORDT/ZAL WORDEN VOOR LAB EXPERIMENTEN
2. EXCLUSIEF ANDERE FOETALE OF EMBRYONISCHE VORMEN 3. INCLUSIEF VRIJ LEVENDE EN/ OF REPRODUCERENDE
LARVALE VORMEN”
Nieuwe wetgeving : + INCLUSIEF SOMMIGE INVERTEBRATEN ZOALS CEPHALOPODA (INKTVIS, KREEFT,…) EN
INCLUSIEF MAMMALIAN EMBRYONIC VORMEN STARTENDE VANAF DE LAATSTE DERDE VAN TERM
❖ Definitie van “Dier experiment”: “ELK GEBRUIK VAN EEN LEVENDE VERTEBRAAT VOOR EXPERIMENTELE EN ANDERE
WETENSCHAPPELIJKE DOELEN DAT 1. KAN ZORGEN VOOR PIJN, LIJDEN, DISCOMFORRT OF PERMANENTE VERWONDING
2. INCLUSIEF ELKE BEHANDELING DAT HET DOEL HEEFT OF HET GEVOLG VAN DE GEBOORTE VAN EEN DIER IN ZO EEN
CONDITIE 3. EXCLUSIEF DE MINST PIJNLIJKE IN MODERNE PRAKTIJK GEACCEPTEERDE METHODES OM EEN DIER TE
VERMOORDEN OF MERKEN (HUMANE METHODEN) 4. EXCLUSIEF NON-EXPERIMENTELE BEHANDELINGEN IN
AGRICULTUUR EN IN VETERINARY PRAKTIJK”
❖ Wetgeving : EEN DIER MAG NIET GEBRUIKT WORDEN MEER DAN 1X IN EXPERIMENTEN DIE PIJN EN LIJDEN GEEFT ➔ Pijn,
lijden en discomfort waren niet gedefinieerd in de vorige wetgeving -> nu inclusief in de nieuwe EU Directive
❖ Graden van pijn en lijden, voorbeelden van mild to severe:
-gebruik anesthesia
-non invasieve imaging
-oppervlakkige procedures (oor en staartbiopsies)
-surgery onder generale anesthesia en analgesia met na surgery pijn
-inductie van tumoren of ontwikkeling
-bestraling met sublethale dosis
-toxiciteitstesten
-vaccinatie potency testen
-bestraling of chemotherapie met lethale dosis zonder reconstitutie van het immuunsysteem
❖ Wetgeving: Voor welk DOEL kunnen lab dieren gebruikt worden? 1. Produceren en controleren van sera, vaccins of
diagnostics 2. Toxicologische en farmacologische research 3. Diagnose van ziekten 4.Educatie 5.Antwoorden
wetenschappelijke vragen
→Cijfers voor het gebruik:
Ontwikkeling en kwaliteitscontroles van producten en materialen voor humane, veterinary en dentale geneeskunde 62%
Onderzoek 33%
Diagnostics, educatie en lesgeven 3,5%
Toxicologische en andere veiligheids studies 1,5%
❖ Wetgeving: Behuizen en verzorgen van lab dieren : 1.Behuizing, omgeving, eten, verzorging naargelang noden dier
2.Dagelijkse controle ALTIJD 3.Gedetailleerde overview mbt verzorgen en behouden per species in wetgeving beschreven
4.Regelmatige controle van dierenarts of experts
,❖ Wetgeving : Bron en identificatie van lab dieren : 1.Geen straatdieren, verloren of verlaten dieren 2.Muizen, ratten, gp,
hamsters, konijnen, primaten, honden, katten en quail moeten doel-gebroed worden door licensed kweekbedrijven en er
kan vrijstelling mits motivatie gedaan worden 3.Boerderijdieren moeten op een boerderij zijn 4.Speciale noden voor
bedreigde species in het wild 5.Een register moet er zijn van alle dieren die betreden en weggaan 6.Honden katten en
primaten moeten individueel en permanent gemerkt worden en direct na spenen
❖ Wetgeving: Statistische info : moet elk jaar worden gegeven aan de overheid : aantal gebruikte per species en aantal per
type experiment
❖ Wetgeving: Verantwoordelijk gebruik van lab dieren : experimenten moeten : 1.Beperkt worden tot het absoluut minimum
2.Mogen enkel gedaan worden als het doel niet met andere methoden kan gebeuren 3.De keuze van species moet bekeken
worden 4.Gebruik dieren met het laagste neuropsychologische graad 5.Nooit mogen dieren pijn, discomfort of lijden
meemaken 6.Als pijn, lijden of kwetsuren niet vermeden kunnen worden moeten deze onder anesthesia gedaan worden
7.Als anesthesia niet mogelijk is dan analgesica of andere methoden om pijn en lijden te verminderen moet gebruiken
❖ 3 R’s (Russel en Burch) “the principles of humane experimental technique”(‘59) :
-Reduction (juiste design kiezen, standardiseren populatie dieren en procedures)
-Replacement (vervangen experimenten met andere methoden of een invertebraat)
-Refinement (minder discomfort, alagesia gebruiken, omgevingsverrijking, kennis over noden verzamelen)
❖ Wat nodig voor starten experimenten ?
-Overheids lab license (door Federale Public Service; Animal Welfare) → lijst van species en bron, overzicht en map kamers,
overzicht soort experimenten, overzicht staff verantwoordelijk vr alles
-Permissie van de Ethische Comité (sinds 2001) (lab directors, projectleider, biotechnicians, expert of dierenarts, minstens
2 onafhankelijke leden) : evaluatie van de experimenten, ethische criteria experimenten maken, advies geven aan labs en
overheid en rapporteren aan overheid → lijst van : staff, doel en beschrijving, aantal en species met graad en recovery care,
alternatieve methoden en humane eindpunten en euthanasie
-Scholing/educatie (sinds 2004) (projectleiders 80h C, onderzoekers en lab technicians 40h B, dierverzorgers 25h A) ->
richtlijnen van FELASA (Federation of EU Lab Animal Science Associations)
-Ander papierwerk : import license (voor importeren dieren van niet EU), bio-veiligheidsdossiers & radioactiviteitsgebruik
❖ Andere veranderingen in wetgeving: definitie van lab dier, de compositie van de Ethische Comité en verdere educatie na
A/B/C. Verder is er nog :
-Animal Welfare Body = set-up door elke gebruiker (lab, kweker, verzorger, wetenschapper, dierenarts, expert) → taken:
adviseren op welfare (accommodatie, verzorging en gebruik) & review interne operationele processen ➔DOEL: IMPROVE
ANIMAL WELFARE dus betere follow-up van humane eindpunten en verbeteren protocollen ~VERBETEREN TRANSPARITEIT
waarbij regels en wetten gevolgd worden
-Reporteren alle dieren gebruikt in de maak van een nieuwe lijn = meer dieren in de statestiek : de maak van een GA lijn is :
1.Genetische manipulatie 2.Recipient vrouw en vasectomised man 3.Geboorte van potentiele mutanten 4.Broeden van 2
GA lijnen → project authorisatie en reporteren in statestiek is nodig tot de lijn is ‘established’ dus wanneer transmissie van
de genetische alternatie is stabiel dus een minimum van 2 generaties
-Animal Welfare Assessment = geeft info over mogelijke harm dat in dieren komt dus check broeden, anormaliteiten,
probeer lijden te verminderen door omgevingsveranderingen bv
-Animal Welfare is een regionaal ding geworden dus de Vlaamse Authoriteiten zijn nu verantwoordelijk (2014)
❖ Classificatie dieren:
GS1 = wild type dieren
GS2 = genetisch veranderde dieren – non harmful fenotype
GS3 = genetisch veranderde dieren – harmful fenotype
, VEILIGHEID IN THE ANIMAL FACILITY
❖ Veiligheid = belangrijk aspect van dierexperimenteel werk → vermijd gevaar en risico's voor uzelf en het milieu + vermijd
beroepsziekten
❖ Veiligheidsprocedures : SOP moet industriële ongevallen en ziekten voorkomen
❖ Belangrijk :
-wees u bewust van mogelijk gevaar, weet waarmee u werkt
-vermijd en beheers blootstelling aan gevaar
-verminder het risico door de manier waarop u werkt
-krijg de juiste training en opleiding
❖ Wat zijn de mogelijke gevaren? Fysieke-, chemische-, protocolgerelateerde gevaren, allergenen en zoönose
❖ Fysieke gevaren => grote verscheidenheid aan fysieke oorzaken mogelijk, ook verscheidenheid in de mogelijke schade:
✓ Trauma
o scherpe voorwerpen
-naalden, glasscherven, spuiten, scalpels
-gebruik de juiste containers
-doe naalden nooit opnieuw
o machines en materiaal
- materiaal en machines moeten goed onderhouden worden (bijv. geen scherpe randen)
- draag beschermende kleding en volg de veiligheidsregels
o onderhoud/maintenance
- oppervlakken schoonhouden
- obstakels van nooduitgangen verwijderen
- schoonmaken: natte vloer → glad
o licht
- weinig verlichting → vermoeide ogen + slecht zicht
- is gevaarlijk
o ergonomische gevaren
- zware lasten tillen (zakken voer, …)
- slechte houding bij het werken aan een labtafel
- vaak dezelfde beweging herhalen → verwondingen (repetitieve strain injuries)
o Bijt- en schaafwonden gerelateerde gevaren
-geminimaliseerd door goede training
-beten algemeen: honden>katten (kleine diepe wonden : schade pezen, botten…) >knaagdieren
-directe schade (weefseltrauma) + risico op secundaire infectie: vanwege de onregelmatige vorm van
de verwonding, weefselnecrose, hematoom en laceratie → perfect voor bacteriegroei
-kans van infectie afhankelijk van de site van de beet (grotere kans in hand dan gezicht) en de grootte
van contaminatie (verdeling van mond of huid flora dier en mens)
-beten en schaafwonden meestal van knaagdieren dus na een beet 4 stappen ondernemen: tetanus
vaccinatie, dokter moet wonde nakijken, een dierenarts moet dier nakijken voor ziektes en speciale
aandacht voor niet-humane primaten
✓ brand (brandbaar materiaal: hout, papier, plastiek, ontvlambaar gassen en vloeistoffen, elektrische apparaten,
vloeibaar N)
✓ lawaai (dieren bv honden en varkens, machines, gebruik oor protectie >85dB om geluidbeschadiging te voorkomen)
✓ elektriciteit (kan shock en elektrocutie veroorzaken, maak gebroken kabels terug)
, ✓ apparatuur onder druk, gassen en vapors
o autoclaven: regelmatig onderhoud en testen noodzakelijk
o gasflessen: stevig vastzetten met een ketting of beugel (voorkom vallen), niet in de buurt van een warmtebron
of direct zonlicht plaatsen
o gebruik gezichtsbescherming bij het verwarmen van oplossingen (magnetron, kookplaat)
✓ straling
o lasers (gevaarlijk voor de ogen)
o UV-straling/germicidale UV-C
- kiemdodende werking van deze straling is maximaal bij een golflengte van 255 nm
- langdurige straling: doden levende micro-organismen
- toegepast in sluizen en laminaire flowkasten
-UV-straling kan niet dieper in biologisch weefsel doordringen dan 1 mm
-Gevolgen voor de gezondheid kunnen zijn:
Acute: ontsteking van het hoornvlies en bindvlies van de ogen (actinische conjunctivitis en
sneeuwblindheid) →meestal omkeerbaar en verdwijnen binnen 24-48h na stoppen blootstelling
Lange termijn: troebelheid van de lens, huidtumoren →effect van seriële en langdurige blootstelling
➔Gevaarlijk voor ogen en huid -> Nooit gebruiken wanneer er iemand in de kamer is
o ioniserende straling
-resultaat van radioactief verval van deeltjes, snel bewegende kerndelen en fotonen (EMG golven)
-contact met materie zoals lucht, water of een lichaam →ionisaties = het vrijmaken van een of meer
elektronen uit een atoom om een ion te maken - is schadelijk als dit in het DNA gebeurt.
-interne besmetting -> door inademing/orale inname radioactieve stoffen, bv handen of gezicht
-externe besmetting -> radioactieve bron zendt ioniserende straling uit in de ruimte
✓ werk zoveel mogelijk in een afzuigkap en gebruik lekbakken
✓ voorkom aerosol en stof -> beddingmateriaal
✓ dieren mogen alleen worden vervoerd onder een bepaalde grenswaarde
✓ draag handschoenen
✓ houd afstand tot de bron
✓ gebruik een beschermingsscherm, draag beschermende kleding
✓ volg de juiste training
-dieren huisvesten in een geschikte ruimte → goedkeuring van de Radio-beschermingsdienst
-op einde worden de kooien gecontroleerd door de verantwoordelijke van Radio-protection Service
-afval (strooisel, …) moet worden verwijderd als radioactief afval
-lijken moeten in een speciale diepvriezer worden bewaard -> aard en dosis van de toegediende tracer
❖ Chemische gevaren =>
• bronnen:
-desinfecterende middelen, anesthesiegassen, chemicaliën om weefsels te conserveren
-experimentele blootstelling van dieren aan zeer giftige chemicaliën
-verwijdering van beddingmateriaal en ander afval vanexperimentele procedures
• brandbaarheid, corrosiviteit, reactiviteit, explosiegevaar: bekend en voorspelbaar voor veel chemicaliën
• toxiciteit (carcinogenen, mutagenen, neuro-, hepato- en nefrotoxische stoffen): minder voorspelbaar
• gebruik persoonlijke bescherming (handschoenen, maskers, veiligheidsbrillen)
• Voer een risicoanalyse uit: wat zijn mogelijke gevaren, niet alleen voor uzelf, maar ook voor anderen
• DEN (inductie van leverkanker)
• Tamoxifen (trigger weefselspecifieke genexpressie in veel conditionele expressieconstructies in genetisch
gemodificeerde dieren)
• cytostatica
• perfusie met formaldehyde
❖ Protocolgerelateerde gevaren
• Omvat : chemicaliën met onbekend risico & infectieuze agentia
• risico hangt af van de kenmerken en complexiteit van het experiment
• nieuwe gevaren: meer natuurlijke infecties, virale vectoren voor gentherapie en transgene dieren die receptoren
voor menselijke pathogenen tot expressie brengen of waarvan het DNA proviraal DNA bevat