Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting economisch recht - 14/20 eerste zit

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
66
Subido en
25-09-2025
Escrito en
2024/2025

Deze samenvatting is een samenvoeging van de lessen, de PowerPoints en het boek.

Institución
Grado

Vista previa del contenido

Samenvatting economisch recht

Inhoud
Titel 1. Algemeen................................................................................................................. 2
Hoofdstuk 1. Situering van het handelsrecht, economisch recht en ondernemingsrecht.........3
§ 1. Begrippen handelsrecht, economisch recht en ondernemingsrecht..........................3
§ 2. Bronnen van het economisch recht...........................................................................4
§ 3. Actoren binnen het handels- en economisch recht....................................................8
§ 4. Economisch grondslagenrecht................................................................................12
§ 5. Belangenverhoudingen in ondernemingen..............................................................16
Hoofdstuk 2. Basisregulering inzake economische activiteiten..............................................18
§ 1. Starten van een economische activiteit...................................................................18
§ 2. Basisregels inzake economische transacties..........................................................22
Titel 2. Handelscontracten (B2B-contracten).....................................................................30
Hoofdstuk 1. Handelsagentuur..............................................................................................30
§ 1. Handelsagentuur.....................................................................................................30
§ 2. Kenmerken van de handelsagentuur.......................................................................30
§ 3. Vormvereisten......................................................................................................... 33
§ 4. Verhouding tot regels inzake precontractuele informatie bij commerciële
samenwerkingsovereenkomsten....................................................................................33
§ 5. Verbintenissen van de handelsagent......................................................................33
§ 6. Verbintenissen van de principaal.............................................................................34
§ 7. Vergoeding van de handelsagent (art. X.7-15 WER)...............................................34
§ 8. Einde van de handelsagentuurovereenkomst.........................................................36
§ 9. Gevolgen van de beëindiging..................................................................................37
Hoofdstuk 2. Commissie.......................................................................................................39
§ 1. Commissie..............................................................................................................39
§ 2. Kenmerken van de commissie................................................................................39
§ 3. Rechten en plichten van de commissionair.............................................................40
§ 4. Rechten en plichten van de committent...................................................................41
§ 5. Het einde van het commissiecontract......................................................................41
Hoofdstuk 3. Makelaar.......................................................................................................... 42
§ 1. Definitie v/h makelaarsbegrip..................................................................................42
§ 2. Kenmerken.............................................................................................................. 42
§ 3. Privaatrechtelijke kwalificatie v/d makelaarsovereenkomst.....................................42
§ 4. Verplichtingen van de partijen.................................................................................43

1

,Hoofdstuk 4. Verkoopconcessie............................................................................................43
§ 1. Definitie (art. I.11, 3° WER).....................................................................................44
§ 2. Kenmerken.............................................................................................................. 44
§ 3. Juridische omkadering van de verkoopconcessie...................................................45
§ 4. Eenzijdige beëindiging van de verkoopconcessie door de concessiegever.............45
Hoofdstuk 5. Franchising en de precontractuele informatieverplichtingen bij commerciële
samenwerkingsovereenkomsten...........................................................................................46
§ 1. Situering..................................................................................................................46
§ 2. Definitie................................................................................................................... 47
§ 3. Kenmerken van de franchising................................................................................47
§ 5. Verplichtingen van de franchisegever.....................................................................47
§ 6. Verplichtingen van de franchisenemer....................................................................48
Titel 3. Marktpraktijken en consumentenbescherming.......................................................49
Hoofdstuk 1. Algemene definities..........................................................................................49
Hoofdstuk 2. Informatie van de markt....................................................................................50
§ 1. Algemene informatieplicht (art. VI.2 WER)..............................................................50
§ 2. Prijsaanduiding........................................................................................................51
§ 3. Reclame en vergelijkende reclame.........................................................................51
§ 4. Promoties inzake prijzen.........................................................................................53
Hoofdstuk 3. Verboden praktijken.........................................................................................55
§ 1. Oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten..................................................56
§ 2. Oneerlijke marktpraktijken jegens andere personen dan consumenten..................57
§ 3. Ongevraagde communicatie (art. VI.110 WER).......................................................58
§ 4. Verkoop met verlies.................................................................................................58
Hoofdstuk 4. Overeenkomsten met consumenten.................................................................59
§ 1. Algemene bepalingen..............................................................................................59
§ 2. Overeenkomsten op afstand...................................................................................60
§ 3. Buiten verkoopruimte gesloten overeenkomsten.....................................................62
§ 6. Onrechtmatige bedingen.........................................................................................63
GASTLES: Belgisch mededingingsrecht............................................................................64
§ 1. Juridisch kader........................................................................................................64
§ 2. Belgische mededingingsautoriteit............................................................................64
§ 3. Economische afhankelijkheid (art. IV.2/1 WER)......................................................65



Titel 1. Algemeen


2

,Hoofdstuk 1. Situering van het handelsrecht, economisch recht en
ondernemingsrecht


§ 1. Begrippen handelsrecht, economisch recht en ondernemingsrecht
Het economisch recht bevat de regels die het optreden van ondernemingen in het
economisch verkeer regelt. Het omvat het consumentenrecht, het vennootschapsrecht, het
financieel recht, en het intussen opgeheven handelsrecht, waarin het begrip ‘handelaar’ een
specifieke juridische betekenis had. Dat begrip is echter vervangen door het begrip
‘onderneming’. Heel wat regels uit het oude handelsrecht werden behouden, maar worden
nu verbonden aan dat begrip ‘onderneming’ en hebben dus een ruimer toepassingsgebied.
Let wel, transacties tot en met 31 oktober 2018 vallen nog onder het oude handelsrecht.

Het geheel van regels v/h economische recht, consumentenrecht, vennootschapsrecht, en
het intussen opgeheven handelsrecht zou ook ‘ondernemingsrecht’ kunnen worden
genoemd.

Het economisch recht omvat enerzijds de regels van privaatrecht die v.t. zijn op verrichtingen
van ondernemingen en zijn erop gericht transacties tussen ondernemingen soepel en
efficiënt te laten verlopen. D.i. de faciliterende functie v/h economisch recht. Bv.:

 Bewijs: in het economisch recht kan het bewijs, i.t.t. in het burgerlijk recht, in alle
gevallen met alle bewijsmiddelen worden geleverd (ook al is de grens van €3500
euro overgeschreden).
 Hoofdelijkheid: bv. A en B contracteren samen met C, waarbij A en B zich verbinden
tot de betaling van €10.000 t.a.v. C voor de goederen die hij zal leveren. In het
burgerlijk recht geldt het principe v/d schuldsplitsing (m.a.w. behoudens
andersluidend beding, kan C ze slechts elk voor de helft aanspreken). In het
economisch recht geldt daarentegen het principe v/d hoofdelijkheid (m.a.w. C kan
zowel A als B voor het geheel aanspreken).

Anderzijds omvat het de regels van publiek en privaat recht die er specifiek toe strekken de
economische activiteit te organiseren met het oog op de verwezenlijking v/e economische
ordening en een economisch sturingsbeleid. D.i. de strikt regelende functie. Het schrijft
m.a.w. voor wat moet, wat niet mag of wat toegelaten is in het economisch verkeer. Deze
functie valt uiteen in de:

 Sturingsfunctie: bij de verwezenlijking v/e economisch sturingsbeleid wend de
wetgever middelen aan die hetzij conjunctureel, hetzij structureel van aard zijn. Die
eersten zijn tijdelijk en zijn bedoeld om een specifiek probleem te verhelpen (bv. de
plafonnering v/d prijs bij een energiecrisis), terwijl die tweede de organisatie v/d markt
als dusdanig betreffen (bv. de verzekeringsplicht om als verzekering op te treden op
de markt; regels omtrent mededinging, die tot doel hebben dat ondernemingen zich
op een correcte manier gedragen bij het aanbieden van goederen (bv. een
kartelverbod)); en de
 Ordenende functie: bij de verwezenlijking v/e economische ordening wil de wetgever
een ordelijk en efficiënt economisch verkeer inrichten d.m.v. regels die een evenwicht
beogen te verzekeren tussen bepaalde rechtmatig geachte belangen, bv. regels



3

, gericht op de bescherming van consumenten, regels gericht op vrijwaren van eerlijke
concurrentie, enz.
 Ordening zal veelal o.b.v. privaatrechtelijke regels gebeuren, terwijl sturing veelal
o.b.v. publiekrechtelijke regels zal gebeuren.


§ 2. Bronnen van het economisch recht
1. Internationale bronnen

Er zijn 5 categorieën van internationale verdragen, die van belang zijn voor het economisch
recht, te onderscheiden:

a. Verdragen die een algemene regeling inhouden voor het internationaal
economisch ruilverkeer, bv. het WTO-verdrag.

Het WTO-verdrag omvat GATT, GATS, TRIPS en DSU. GATT staat voor ‘General
Agreement on Tariffs and Trade’ en legt de spelregels vast m.b.t. de verhandeling van
goederen, zoals het verbod om te werken met quota (invoerbeperkingen). GATS staat voor
‘General Agreement on Trade of Services’ en legt spelregels vast m.b.t. de internationale
dienstverlening. TRIPS staat voor ‘Agreement on Trade-Related Aspects of Intellectual
Property Rights’ en legt spelregels vast m.b.t. IER.

Dit alles werd bezegeld met een ‘Dispute Settlement Understanding’ (de internationale
geschillenregeling), waardoor een geschillen beslechtende instantie werd opgericht. Het
beroepsorgaan (zgn. appellate body) kan echter niet meer rechtsgeldig optreden, omdat ze
niet over voldoende leden beschikt (wegens het optreden v/d VS). Dit is enkel toegankelijk
voor lidstaten die verdragsluitende partij zijn (en dus niet voor ondernemingen).

De basisprincipes v/d GATT:

 Het principe van meestbegunstiging: houdt in dat als je als lid v/d GATT een
voordeel toekent aan een ander land, ditzelfde voordeel ook moet worden toegekend
aan alle andere lidstaten. Dat geldt echter niet voor douane-unies.
 Non-discriminatie: eens de goederen zijn ingevoerd, moeten ze, ongeacht hun
herkomst, op dezelfde manier worden behandeld. Zo is een verhoogd Btw-tarief voor
ingevoerde goederen t.o.v. lokale goederen niet toegestaan.
 Verbod van kwantitatieve beperkingen (zowel een verbod op invoer- als
uitvoerbeperkingen).
 Reductie van (geen verbod op) douanerechten
 Eerlijke concurrentie: dit impliceert:
o Een principieel verbod op dumping: er is sprake van dumping wanneer
goederen beneden hun normale waarde op de markt komen in een ander
land. Het uitgangspunt is een prijs die lager is dan de prijs die in het
exportland wordt gehanteerd, bv. 3 euro in Europa t.o.v. 5 euro in China. Dat
is op zich niet verboden. Dat is pas het geval wanneer door die dumping
ernstige schade kan worden toegebracht aan een bestaande bedrijfstak of
een aanzienlijk deel ervan. In dat geval kan men overgaan tot anti-dumping
rechten (d.i. een verhoging v/d douanerechten ten belope v/d anti-dumping
marge, in het vb. 2 euro).



4

, o Een (principieel) verbod op subsidies. Subsidies zijn voordelen die door
overheden worden toegekend aan ondernemingen. Ze zijn verboden wanneer
ernstige schade kan worden toegebracht aan een bestaande bedrijfstak of
een aanzienlijk deel ervan dan wel wanneer het gaat om export- of local
content subsidies. Die slaan op voordelen die men specifiek als onderneming
verkrijgt voor de uitvoer van goederen. Die tweede slaan op voordelen in ruil
voor het gebruik van grondstoffen uit eigen land. Als reactie kan men
overgaan tot countervailing measures of een klacht indienen bij het panel v/h
WTO (met dien verstande dat het appellate body niet meer functioneert).

b. Verdragen die een economische integratie nastreven

Dit kan slaan op een vrijhandelszone, douane-unie of economische unie. Het verschil tussen
een douane-unie en een vrijhandelszone situeert zich op het vlak v/h beleid dat men voert
m.b.t. goederen uit 3e landen. Binnen een douane-unie wordt daaromtrent een gezamenlijk
beleid gevoerd. Binnen een vrijhandelszone bepaalt elk lid dat daarentegen zelf.

De Europese Unie kent een douane-unie met vrij verkeer (van goederen, diensten, kapitaal
en personen). De EU streeft een verdere economische integratie na door een harmonisatie
v/h recht d.m.v. verordeningen en richtlijnen. Die eersten zijn rechtstreeks toepasselijk, terwijl
die tweeden moeten worden omgezet in nationaal recht. De richtlijnen kunnen gebaseerd
zijn op minimale en maximale harmonisatie:

 Minimale: de richtlijn legt het minimale beschermingsniveau vast maar de lidstaten
kunnen bijkomende bescherming voorzien.
 Maximale harmonisatie: het beschermingsniveau dat in de richtlijn wordt voorzien is
enerzijds het minimale en anderzijds het maximale beschermingsniveau dat kan
geboden worden (minimum is maximum). Hierbij kunnen echter opties verleend
worden aan de lidstaten (op basis waarvan dus wél additionele bescherming kan
geboden worden).

Daarnaast wordt de techniek v/h Europees paspoort gehanteerd, bv. als een
verzekeringsmaatschappij een vergunning heeft gekregen in België, dan geldt dat in de
gehele EU.

c. Verdragen die uniforme regels bevatten voor bepaalde internationale
verrichtingen

Voor deze verrichtingen bepaalt het verdrag, en niet een nationale wet, de rechten en
verplichtingen v/d partijen, bv. het Weens koopverdrag (CISG). De voorwaarden voor de
toepassing v/h CISG zijn:

 Het moet gaan om de handelskoop van lichamelijke roerende goederen
(handelskoop slaat enkel op ctten tussen ondernemingen (dus niet B2C));
 Die grensoverschrijdend is; en
 Tussen verschillende verdragsluitende partijen gebeurt. Het CISG geldt dus bv. niet
in de handelskoop tussen een Belgische en Indische ondernemingen, maar als het
Belgische recht v.t. is op het ctt, dan geldt het Belgische recht (m.i.v. het CISG),
behoudens andersluidend beding. Welk recht v.t. is op de handelskoop wordt
bepaald door het IPR.

5

, d. Verdragen die verplichtingen bevatten voor de verdragsluitende staten een
eenvormige wet in hun nationale wetgeving op te nemen

e. Verdragen die bepalingen bevatten die de bevoegde rechter en het
toepasselijke recht vaststellen

Binnen de EU bepaalt de Rome I Verordening welk recht v.t. is en de Brussel I-bis
Verordening welke rechter bevoegd is.

In contracten wordt het toepasselijke recht bepaald door een rechtskeuzeclausule. Dat kan
echter geen afbreuk doen aan de dwingende beschermingsregels die het nationale recht aan
de consument bieden. Dus: als het Belgische consumentenrecht meer bescherming biedt
dan het Duitse, dan wordt het Belgische recht toegepast (ook al bepaalt het ctt dat het Duitse
v.t. is). Die bijzondere verwijzingsregel uit de Rome I Verordening is maar onder bepaalde
voorwaarden v.t.:

 De onderneming moet haar activiteiten in het land v/d consument hebben ontplooid
(dat veronderstelt een fysieke aanwezigheid v/d onderneming in het land v/d
consument) of zich op dat land hebben gericht (hiervoor moet nagegaan worden of
de onderneming de bedoeling had om te contracteren met consumenten uit dat land
– dat kan expliciet gesteld worden of impliciet blijken uit een handeling (bv. de taal die
gehanteerd wordt, een routebeschrijving van dat land naar de onderneming, de
domeinnaam, enz.) Dit blijkt uit het Alpenhof-arrest); en
 Bepaalde contracten worden ervan uitgesloten, bv. vervoerscontracten van personen.
Daarvoor geldt een keuzevrijheid, waardoor het mogelijk is om in de algemene
voorwaarden te bepalen dat bv. i.g.v. Ryanair het Iers recht v.t. is.
Wanneer er geen rechtskeuzeclausule is opgenomen in het ctt, dan wordt gekeken naar het
recht v/h land v/d partij die de meeste kenmerkende prestatie levert. Dat is degene die niet
betaalt.


De interpretatie v/e verdrag moet op autonome wijze gebeuren. Dit zou ervoor moeten
zorgen dat de interpretatie in de verschillende verdragstaten min of meer gelijk zou moeten
zijn. Indien echter geen supranationaal college, zoals het HvJEU, waakt over een uniforme
interpretatie, kunnen er verschillende interpretaties ontstaan in de verschillende lidstaten.
Wat de verhouding v/h internationaal recht tot het nationale recht betreft oordeelde Cass.
dat, i.g.v. conflict, het internationaal recht voorrang geniet. Dit werd door de wetgever
herhaald in art. II.1 WER.

Om te bepalen of een verdragsregel directe werking heeft in de nationale rechtsorde, wordt
rekening gehouden met de termen, de opzet en de geest v/h verdrag. Wat het EU-recht
betreft moeten de bepalingen duidelijk, onvoorwaardelijk en nauwkeurig geformuleerd zijn.
De Verdragen hebben directe werking, zowel verticaal als horizontaal. Richtlijnen hebben
daarentegen slechts een verticale directe werking. Zolang ze niet is omgezet, kan men zich
in een privé-verhouding er niet op beroepen.

2. Nationale bronnen
a. Grondwet

De Grondwet bevat de vrijheid van onderneming niet.

6

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
25 de septiembre de 2025
Número de páginas
66
Escrito en
2024/2025
Tipo
RESUMEN

Temas

$18.73
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
Studentrechten007 Universiteit Gent
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
69
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
5
Documentos
15
Última venta
1 mes hace

4.9

9 reseñas

5
8
4
1
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes