Jaar
1. Wat is Algebra?
Algebra is het werken met getallen en symbolen (variabelen) om rekenkundige
problemen op te lossen. Het is belangrijk voor het begrijpen van formules,
vergelijkingen en wiskundige verbanden.
2. Basisbegrippen
• Variabelen: symbolen die getallen vertegenwoordigen (bijv. x, y, z)
• Termen en coëfficiënten: onderdelen van algebraïsche uitdrukkingen
• Verbanden: relaties tussen variabelen
3. Rekenregels
• Optellen en aftrekken van termen: alleen gelijksoortige termen combineren
• Vermenigvuldigen en delen van termen: let op haakjes en distributieve eigenschap
• Haakjesregels: altijd eerst de inhoud van haakjes oplossen
4. Formules en vergelijkingen
• Lineaire vergelijkingen: ax + b = c
• Kwadratische vergelijkingen: ax^2 + bx + c = 0
• Formules omzetten: los een variabele op in een formule
5. Oplossen van vergelijkingen
Stapsgewijze methode:
1. Vereenvoudig beide kanten van de vergelijking
2. Breng variabelen naar één kant
3. Los op door optellen, aftrekken, vermenigvuldigen of delen