100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Microeconomics - Micro-economie (BK1210)

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
72
Subido en
23-09-2025
Escrito en
2024/2025

Uitgebreide samenvatting van alle colleges en het boek 'Microeconomics'. Alles wat je voor het tentamen moet weten.

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
Subido en
23 de septiembre de 2025
Número de páginas
72
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Economie
Week 1 – H2
De markt
• Markt = een plek waar consumenten en verkopers samenkomen om goederen en diensten te
ruilen
• In een markt zouden kopers de verkopers in die markt moeten kunnen vinden → moeite =
zoekkosten
• Fysieke markt = in persoon
• Niet fysieke markt = bv. online
• Vraag en aanbod komen samen
• Consumenten willen zo laag mogelijke prijs, producenten/verkopers zo hoog mogelijke prijs
• Het vraag- en aanbodmodel is de beste poging van economen om veel van de belangrijke
elementen van echte markten vast te leggen op een eenvoudige manier die we kunnen
analyseren
• 4 aannames vraag- en aanbodmodel (onrealistisch):
- 1. We beperken onze focus tot vraag en aanbod in een enkele markt
- 2. Alle goederen die in de markt worden gekocht en verkocht zijn identiek
- 3. Alle goederen die in de markt worden verkocht, hebben dezelfde prijs en iedereen
heeft dezelfde informatie over prijzen, kwaliteit enz.
- 4. Er zijn veel kopers en verkopers in de markt

Vraagcurve
• Vraagcurve = relatie prijs van product (verticaal) en hoeveelheid vraag er naar dat product is
(horizontaal)
• Alles blijft gelijk behalve prijs en hoeveelheid vraag
• Dalende curve
• Prijs waarbij vraag gelijk is aan 0 = choke prijs = Pchoke
• Vraagcurve kan je weergeven met formule = vraagfunctie → Q = …P
• Inverse vraagfunctie → P = …Q
• Factoren die vraag beïnvloeden:
- Prijs
- Aantal consumenten
- Consumenteninkomen of -vermogen
- Consumentenvoorkeuren
- Prijzen van andere goederen (substituten, complementaire goederen)
• Verandering in demand = als vraagcurve verschuift
• Verandering in quantity demanded = verschuiving op de vraagcurve

Aanbodcurve
• Relatie prijs product (verticaal) en hoeveelheid aanbod product (horizontaal)
• Alles blijft gelijk behalve prijs en hoeveelheid aanbod
• Stijgende lijn
• Prijs waarbij aanbod gelijk is aan 0 = choke prijs = Pchoke (= aanbod-drempelprijs)
• Aanbodcurve formule = aanbodfunctie → Q = …P
• Inverse aanbodfunctie → P = …Q
• Factoren die aanbod beïnvloeden:

, - Prijs
- Productiekosten leveranciers
- Aantal verkopers
- Alternatieve optie van verkopers

Marktevenwicht
• Vraagfunctie en aanbodfunctie in 1 grafiek
• Waar lijnen snijden = marktevenwicht
• Prijs hoger dan evenwichtsprijs → aanbieders willen veel produceren + consumenten weinig
kopen → aanbodoverschot → producenten blijven met producten zitten → prijs verlagen
om producten kwijt te raken → terug bij evenwichtsprijs
• Prijs lager dan evenwichtsprijs → aanbieders willen weinig produceren + consumenten veel
kopen → vraagoverschot → consumenten willen product kopen maar kan niet → overbieden
→ prijs omhoog → terug bij evenwichtsprijs
• Marktevenwicht → vraagfunctie = aanbodsfunctie
• Verandering in vraag → vraagcurve verschuift links/rechts → ontstaat nieuw evenwicht
- Bv. door tv-programma populairder geworden
• Verandering in aanbod → aanbodcurve verschuift links/rechts → ontstaat nieuw evenwicht
- Bv. door nieuwe oven waardoor broden makkelijker kunnen worden gebakken
• Negatief verband tussen prijs en hoeveelheid die wordt gevraagd

Prijselasticiteit van de vraag
• = percentuele verandering in de hoeveelheid vraag wanneer de prijs toeneemt
% 𝑣𝑒𝑟𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛𝑔 𝑖𝑛 ℎ𝑜𝑒𝑣𝑒𝑒𝑙ℎ𝑒𝑖𝑑 𝑔𝑒𝑣𝑟𝑎𝑎𝑔𝑑 %Δ𝑄𝑑
• Evraag = Ed = % 𝑣𝑒𝑟𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛𝑔 𝑖𝑛 𝑝𝑟𝑖𝑗𝑠
= %Δ𝑃
• Andere vormen van formule:
∆𝑄
𝑄
- E= ∆𝑃
𝑃
∆𝑄 𝑃
- E = ∆𝑃 ∙ 𝑄
1 𝑃
- E = 𝑠𝑙𝑜𝑝𝑒 𝑜𝑓 𝑡ℎ𝑒 𝑖𝑛𝑣𝑒𝑟𝑠𝑒 𝑐𝑢𝑟𝑣𝑒 ∙ 𝑄
• Inelastische vraag → E < 1 of -1 < Ed < 0
- Kleine verandering in vraag, grote verandering in prijs
• Elastische vraag → E > 1 of Ed < -1
- Grote verandering in vraag, kleine verandering in prijs
• Hoge elasticiteit (elastisch): Kleine prijsveranderingen leiden tot grote veranderingen in de
gevraagde hoeveelheid
- Appels: Veel substituten beschikbaar. Bij een 1% prijsstijging daalt de vraag met 4%.
• Lage elasticiteit (inelastisch): Gevraagde hoeveelheid verandert weinig bij prijswijzigingen
- Koude drankjes op een festival: Weinig alternatieven; een 1% prijsstijging leidt tot een
daling van 0,3% in de vraag.
• Perfect inelastisch → E = 0
- Hoeveelheid die wordt gevraagd onafhankelijk van de prijs
- Verticale lijn
- Bestaat waarschijnlijk niet in de werkelijkheid
- Bijna: levensreddende medicatie
• Perfect elastische → E = ∞
- Consumenten zijn extreem gevoelig voor verandering in prijs
- Horizontale lijn
- Vraag naar aardappelen (geen verschil in product)
• Unitair elastisch → E = 1

,Prijselasticiteit van het aanbod
% 𝑣𝑒𝑟𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛𝑔 𝑖𝑛 ℎ𝑜𝑒𝑣𝑒𝑒𝑙ℎ𝑒𝑖𝑑 𝑎𝑎𝑛𝑔𝑒𝑏𝑜𝑑𝑒𝑛 %Δ𝑄𝑠
• Eaanbod = Es = % 𝑣𝑒𝑟𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛𝑔 𝑖𝑛 𝑝𝑟𝑖𝑗𝑠
= %Δ𝑃
• Hoge elasticiteit (elastisch): Aanbieders kunnen eenvoudig reageren op prijswijzigingen
- Videogames: Een 1% prijsstijging kan leiden tot een 12% stijging in het aanbod, dankzij
lage extra productiekosten.
• Lage elasticiteit (inelastisch): Moeilijk voor aanbieders om productie aan te passen
- Super Bowl-tickets: Beperkt aantal zitplaatsen; prijsstijgingen hebben nauwelijks invloed
op het aanbod

Week 1 – H3
Surplussen
• Consumentensurplus = verschil tussen de prijs die consumenten bereid zijn te betalen voor
een product en de prijs die ze daadwerkelijk moeten betalen
- Consumenten met een hoge bereidheid om te betalen zitten linksboven op de
vraagcurve.
- Consumenten met een lagere bereidheid bevinden zich rechtsonder.
- Het consumentensurplus neemt toe als de marktprijs lager is dan de bereidheid om te
betalen van kopers.
- = ½ * base * height
- Het consumentensurplus vertegenwoordigt het maximale bedrag dat een klant bereid is
te betalen (boven vraagcurve onder max beriedheid)
• Producentensurplus = verschil tussen de prijs waar de producenten een product voor willen
kopen en de prijs waarvoor ze het daadwerkelijk kunnen verkopen
- Consumenten met een hoge bereidheid om te betalen zitten linksboven op de
vraagcurve.
- Consumenten met een lagere bereidheid bevinden zich rechtsonder.
- Het consumentensurplus neemt toe als de marktprijs lager is dan de bereidheid om te
betalen van kopers.
- = ½ * base * height
- Bij volkomen concurrentie: verschil tussen marktprijs en MK
• Consumentensurplus + producentensurplus = totale welvaart die in de markt is gecreëerd
• Gecombineerde waarde van surplus = persoonlijke surplussen bij elkaar optellen
• Welvaartsverlies = harberger driehoek = deadweight loss = welvaart (consumentensurplus +
producentensurplus) dat verloren gaat door inefficiëntie in de markt

Marktveranderingen en surplus
• Bij een stijging van de productiekosten (aanbodcurve verschuift naar links):
- Consumentensurplus: Vermindert door de hogere prijs en lagere hoeveelheid.
- Producentensurplus: Vermindert ook, omdat de hogere kosten de winst drukken,
ondanks de hogere prijs.
- Gevolg: Het totale surplus in de markt daalt.
• Bij een stijging van de vraag (vraagcurve verschuift naar rechts):
- Consumentensurplus: Neemt toe door een grotere hoeveelheid, ondanks een mogelijk
hogere prijs.
- Producentensurplus: Neemt ook toe, omdat producenten meer kunnen verkopen tegen
een hogere prijs.
- Gevolg: Het totale surplus in de markt stijgt.
• Bij een daling van de vraag of stijging van kosten (interne verschuivingen):

, - Deze leiden tot lagere evenwichtshoeveelheden en negatieve effecten op zowel
consumentensurplus als producentensurplus.

Effect van belasting
• Een belangrijk economisch inzicht is dat het voor de impact van een belasting op
consumenten en producenten niet uitmaakt wie de belasting formeel betaalt. Wat telt, is de
verhouding van de vraag- en aanbodcurves, niet wie verantwoordelijk is voor het afdragen
van de belasting
• Door de belasting:
- Vermindert het consumentenoverschot (door hogere prijzen).
- Vermindert het producentenoverschot (door lagere opbrengsten per rit).
- Het totale verlies aan surplus is groter dan de belastinginkomsten van de overheid,
waardoor er een deadweight loss (DWL) ontstaat.
• Deadweight loss (DWL) = het surplus dat verloren gaat doordat sommige transacties niet
meer plaatsvinden vanwege de hogere belastingprijs. Hoe groter de daling in de verhandelde
hoeveelheid, hoe groter de DWL. Dit verlies is een inefficiëntie die niet door de overheid
wordt opgevangen.
• Belastingen genereren inkomsten voor de overheid maar veroorzaken ook economische
inefficiënties. Deze inefficiënties (DWL) worden bepaald door hoe gevoelig vraag en aanbod
zijn voor prijsveranderingen
• Belasting op producenten 8%:
- Aanbodscurve verplaatst omhoog (links) met het bedrag van de belasting
- Prijs omhoog
- Consumentensurplus wordt kleiner
- Producentensurplus wordt kleiner
- Verschil consumenten en producentensurplus zonder belasting (= ruimte tussen
surplussen) = belastingopbrengsten
- Overgebleven driehoek = welvaartsverlies




• Belasting op producenten 19% (verdubbelt):
- Nog kleinere evenwichtshoeveelheid
- Prijs consumenten neemt sterk toe
- Consumentensurplus neemt sterk af
- Producentensurplus neemt sterk af
- Niet perse meer belastingopbrengsten bij hogere belasting, want kan ook leiden tot
minder verkoop
- Welvaartsverlies stuk groter → welvaartsverlies neemt toe met het kwadraat van de
belastingtoename
- Beter: verschillende producten beetje te belasten, dan paar producten sterk te belasten
$13.54
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
marieke__1

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
marieke__1 Erasmus Universiteit Rotterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
0
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
1
Documentos
10
Última venta
-
Alle bedrijfskunde samenvattingen EUR

Ik heb alle samenvattingen van Bedrijfskunde EUR jaar 1 geupload. Met deze samenvattingen heb ik al mijn tentamens in 1 keer gehaald.

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes