International Classification of Functioning, Disability and Health → brochure
De ICF is een classificatie voor het beschrijven van het functioneren van
mensen inclusief factoren die op dat functioneren van invloed zijn.
De ICF beschrijft hoe mensen omgaan met hun gezondheidstoestand.
Pijn kan er toe leiden dat mensen hun activiteiten niveau moeten verminderen.
Beperkingen in de mobiliteit kunnen er toe leiden dat mensen niet meer goed
voor zichzelf zorgen. Bewegingsangst leidt soms tot het niet meer (durven)
deelnemen aan sportieve activiteiten. Omgevingsfactoren kunnen aan het werk
gaan of blijven nadelig beïnvloeden. Een wat hogere leeftijd gekoppeld aan een
slechte conditie kan - zeker bij mensen met een fysiek zwaar beroep - leiden
tot werkverzuim.
De ICF is een begrippenkader waarmee het mogelijk is het functioneren van
mensen en de eventuele problemen die mensen in het functioneren ervaren te
beschrijven plus de factoren die op dat functioneren van invloed zijn. De ICF is
toepasbaar in verschillende culturen en is geschikt voor communicatie tussen
verschillende beroepsgroepen en voor internationale vergelijking van
gegevens. Dit komt doordat de ICF tot stand is gekomen na een discussie waar
veel landen en organisaties bij betrokken zijn geweest.
Doordat personen momenteel voldoende (leken)kennis hebben over (hun
eigen) ziekten, beschikbare hulpmiddelen, medicatie, behandelwijzen en
mogelijkheden, zijn patiënten meer kritisch en mondiger. Het zelf mee beslissen
over behandelmogelijkheden, behandeldoelen en prioriteiten, en het zelf kiezen
van de behandelaar staat hoog in het vaandel.
De trend is om mensen zo lang mogelijk in hun eigen huis te laten wonen in
plaats van in een zorginstelling. Dit gebeurt deels omdat er niet genoeg plekken
en personeel zijn in instellingen, maar ook omdat het bekend is dat de eigen
omgeving vaak het beste werkt voor hun welzijn. Zorg wordt alleen gegeven
door professionele zorgverleners als dat echt nodig is. De voorkeur gaat uit
naar een team van zorgverleners en vrijwilligers/mantelzorgers die
samenwerken. De waarde van mantelzorgers en vrijwilligers wordt steeds meer
Introductie en ICF 1
, erkend, maar zij moeten wel voldoende ondersteuning en informatie krijgen om
hun taken goed uit te voeren.
Ontwikkelingen in de zorg
De ontwikkeling van de ICF sluit aan bij de veranderingen in de zorg van de
afgelopen jaren. Patiënten/cliënten willen goed geïnformeerd worden en
duidelijke uitleg krijgen. Er is veel (medische) informatie beschikbaar via
internet, media en brochures in wachtkamers, waarin wordt uitgelegd wat
cliënten zelf kunnen doen aan hun klachten en wanneer het verstandig is om
een arts te raadplegen.
Belang van eenduidige terminologie
Mensen gebruiken verschillende taal, wat soms leidt tot misverstanden en een
gevoel van onbegrip. Dit gebeurt vooral wanneer vakjargon wordt gebruikt dat
anderen niet kennen. Patiënten vinden het vaak lastig om hun arts te begrijpen,
omdat niet alle artsen complexe zaken eenvoudig kunnen uitleggen. Goede
communicatie is essentieel voor samenwerking, omdat misverstanden en
fouten kunnen ontstaan door onduidelijke opdrachten of gebrekkige informatie.
Continuïteit in zorg (ketenzorg) en goede afstemming tussen zorgteams,
bestaande uit professionals en vrijwilligers, is belangrijk. Hierbij is eenheid in
taal noodzakelijk, zodat iedereen elkaar begrijpt, en vakjargon moet vermeden
worden.
ICF: eenduidige taal
De ICF sluit goed aan bij de ontwikkelingen in de gezondheidszorg en kan
gebruikt worden om het functioneren van alle mensen te beschrijven, niet
alleen van chronisch zieke of gehandicapte personen. De term
"gehandicapten" wordt bij voorkeur vervangen door "mensen met
functioneringsproblemen" of "mensen met een handicap", wat ook ouderen en
mensen met tijdelijke problemen omvat. De ICF-termen zijn ook geschikt om te
beschrijven waarop de zorg of behandeling zich richt, evenals de doelen,
prioriteiten en resultaten.
Classificaties
Classificaties zijn systematisch geordende boeken, fysiek of digitaal, met een
standaardtaal om een bepaald fenomeen te benoemen. De WHO heeft
verschillende classificaties ontwikkeld om gezondheidsgegevens eenduidig
vast te leggen. Naast de ICF is de ICD-10, de Internationale Classificatie van
Ziekten, belangrijk voor de zorgsector en beleidsvorming. De WHO vraagt
Introductie en ICF 2
, landen om gegevens over ziekten, aandoeningen en letsels (ICD-10) en
menselijk functioneren (ICF) aan te leveren.
Perspectieven en begrippen uit de ICF
De ICF biedt een standaardtaal en een schema om het menselijk functioneren
te beschrijven vanuit drie perspectieven:
1. Lichaamsperspectief: Hoe goed functioneren organen, gewrichten, hart,
bloedvaten, hersenen, zenuwen en longen?
2. Perspectief van menselijk handelen: Welke activiteiten kan of wil iemand
zelf uitvoeren?
3. Participatieperspectief: In hoeverre neemt iemand deel aan het
maatschappelijk leven, zoals werk, gezin en hobby's, en is die persoon een
volwaardig lid van de maatschappij?
Perspectief 1: de mens als organisme
Perspectief 1: de mens als organisme
richt zich op de onderdelen van het
lichaam, zoals lichaamsdelen,
orgaanstelsels, organen en hun
onderdelen. De ICF beschrijft zowel
de functies als de anatomische
eigenschappen hiervan.
Functies zijn de fysiologische en
mentale eigenschappen van het
lichaam, zoals het horen met de
oren, denken met de hersenen, of
spierkracht leveren met spieren.
Anatomische eigenschappen
verwijzen naar de positie, vorm,
aanwezigheid, en continuïteit van
lichaamsdelen, zoals de vorm van
een oor of de aanhechting van
een spier.
Stoornissen zijn afwijkingen in of
verlies van functies of anatomische
eigenschappen. Dit kunnen
Introductie en ICF 3
, bijvoorbeeld gehoorverlies,
geheugenvermindering, of een
gescheurde spier zijn.
Perspectief 2: het menselijk handelen
Perspectief 2: het menselijk handelen richt zich op wat iemand doet of zelf kan
doen, oftewel de activiteiten die een persoon uitvoert of zou kunnen uitvoeren.
Activiteiten zijn onderdelen van iemands handelen, zoals zitten,
schoonmaken, boodschappen doen of beslissingen nemen.
Als iemand moeilijkheden heeft met het uitvoeren van een activiteit, spreekt
men van een beperking. Dit kan bijvoorbeeld zijn: alleen op een
aangepaste stoel kunnen zitten, het schoonmaken niet lang kunnen
volhouden, of moeite hebben met beslissingen nemen in complexe
situaties.
Perspectief 3: participatie
Perspectief 3: participatie gaat over iemands deelname aan het
maatschappelijk leven en of iemand een volwaardig lid van de samenleving is.
Dit betreft de interactie tussen de persoon en zijn/haar omgeving.
Participatie omvat deelname aan het maatschappelijk leven, zoals
deelnemen aan verkeer, een huishouden hebben, in het openbaar spreken,
en een baan behouden.
Participatieproblemen zijn problemen met deelname aan het
maatschappelijk leven, zoals niet kunnen gebruiken van openbaar vervoer,
geen eigen huishouden kunnen hebben, of moeite hebben met het
behouden van een baan. Deze problemen worden vaak beïnvloed door
omgevingsfactoren en zijn niet altijd direct verbonden met een beperking.
In de ICF zijn activiteiten en participatie ingedeeld in domeinen zoals kennis,
communicatie, mobiliteit, zelfverzorging, relaties, werk, en sociaal leven.
Beïnvloeding van het functioneren
De ICF erkent dat het menselijk functioneren wordt beïnvloed door
verschillende factoren: medische, persoonlijke, en externe factoren, ook wel
gezondheidsdeterminanten of risicofactoren genoemd.
Externe factoren zijn de fysieke en sociale omgeving, zoals iemands
woning, hulpmiddelen, werkomgeving, luchtkwaliteit, vrienden, sociale
normen, en wetten. Deze factoren kunnen zowel positief (zoals een
Introductie en ICF 4