Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Overheids Financiën

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
103
Subido en
10-06-2014
Escrito en
2011/2012

Samenvatting van 103 pagina's voor het vak Overheids Financiën aan de VUB

Institución
Grado

Vista previa del contenido

Overheidsfinanciën.


DEEL 1 : Inleiding.


1. Studiedomein van de openbare financiën.
Overheidssector of publieke sector: dit moet ruim geïnterpreteerd worden, het bestaat
uit alle organisaties die belastingen heffen en/of uitgaven kunnen plaatsen.


2. Historisch overzicht van de overheidsinterventie en de houding tov de overheid.
Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen:
 Belastingen: indirecte vorm van beïnvloeden (hoofddoel zijn inkomsten
genereren)
 Reguleringen: directe vorm van beïnvloeden
Overheid ontstaat door macht uit te oefenen op de gemeenschap. Met als hoofddoel
een organisatie creëren. Eens men macht bezit wil men deze behouden en/of
doorgeven. In het verleden werden vooral indirecte belastingen betaald vb:
belastingen op goederen die over het kanaal getransporteerd werden. Tevens werden
de belastingen niet direct geheven door de overheden maar uitbesteed. In ruil voor dit
recht en de mogelijke winst (verschil tussen het geheven bedrag en het te betalen
bedrag) moesten de verantwoordelijken op bepaalde tijdstippen een bedrag
doorstorten aan de overheid.
Inkomstenbelasting (1919 in België) vereisen dat men de inkomsten van de inwoners
kent, hierop moet controle worden uitgevoerd. Vroeger werden deze niet geheven op
de inkomsten, wat niet wil zeggen dat er geen belasting werd geheven op de rijkdom.
Op dat ogenblik ging men belastingen heffen op het aantal ramen in een huis, de
redenering die men hiertoe volgde: hoe meer ramen, hoe groter het huis en hoe rijker
de bewoners (= personele belasting).
 waarom inkomstenbelasting? Men ging een controle doorvoeren want de
salarisatiegraad steeg. Fabrieken hadden een boekhouding waardoor de
controle makkelijk werd. Tevens ging men belastingen van de lonen
afhouden waardoor de inkomsten van de overheid stegen.
De fundamentele overheidsinterventie diende zo beperkt mogelijk te blijven. Hierdoor
beperkten de kernactiviteiten van de overheid zich tot het waarborgen van de eigen-
en politieke vrijheden van de burgers (= nachtwakerstaat).


1

,Voor WOII waren er alleen stijgende overheidsfinanciën nodig voor militaire conflicten.
Na het beïndigen, werd de toestand terug genormaliseerd. Na WOII komt er een
uitbouw van een welvaartstaat en geen normalisatie meer.
De openbare schuld bleef aanvankelijk beperkt tot stedelijk of persoonlijk krediet van
de bewindvoerders. Het verschil tussen stedelijk krediet en belastingheffing was soms
zeer klein omdat de inwoners regelmatig werden verplicht om krediet te verlenen.


Na WOII onstaan verschillende visies:
 Keynesianisme: overheid kan wel op productieve manier middelen gebruiken
(=automatische stabilisatie: slechte economische toestand dan pompt de
overheid opnieuw geld in de economie, waardoor haar inkomsten opnieuw
zullen stijgen). 70 rule: 70 / groeivoet = aantal jaar dat men moet wachten om
een verdubbeling van de inzet te bekomen.
 Klassieke visie: alles wat de overheid afneemt wordt slecht gebruikt.


Welvaartstaat: staat waarbij de overheid de burgers verzorgt.
 Uitgaven:
o Sociale transfers
o Subsidiëringen van openbare diensten
 Doelstellingen: herverdeling van de inkomsten.
 Beschermende reguleringen: ivm ontslag, minimumloon en
werkomstandigheden
 grotere taak overheid : gemengde economie
 interventiestaat
! de uitbouw had niets te maken met oorlogssituaties. Er komt een mentaliteits-
verandering tov overheidsinterventie. Weinig problemen in de jaren ‟60 door de
gunstige economische omstandigheden. Door de sterke toename van de belasting-
opbrengst (fiscaal dividend) werd minder weerstand geboden tegen de verhoging van
de overheidsuitgaven. Pas sinds de oliecrisis in de jaren ‟70 onstonden ernstige
twijfels betreffende het vermogen van de overheid om economische problemen op te
lossen. Men werd gedwongen om hun uitgaven terug te dwingen maar de
overheidsschuld bleef stijgen. Zo komen er de Maastrichtconvergentiecriteria en het
stabiliteits- en groeipact dat in de Europese monetaire unie de overheidsfinanciën
regelt.


3. De overheid en haar interventie.


2

,Onderscheiden van 2 visies:
 Organische visie: de maatschappij is een orgaan waarvan de individuen een
onderdeel zijn en de overheid een onmisbaar centraal element. Maatschappij-
doelstellingen worden vastgelegd door de overheid die bovendien zorgt voor de
realisatie ervan.
 Mechanische versie: overheid wordt gecreërd door burgers om hun
individualistische doelstellingen beter te kunnen realiseren. De overheid bezit
op die grond alleen deze rechten die door de burgers uitdrukkelijk werden
toegekend. De overheid en beleidsvoerders kunnen enkel doen wat de burgers
hen voorhouden.


Doelstellingen van de overheidsinterventie:
Het nut van de gemeenschap maximaliseren, men gaat belastingen moeten betalen
en in ruil daarvoor krijgt men iets. Het afwegen van de voor- en nadelen van de
overheidsacties stelt problemen. Deze worden vermeden door pareto-criterium: dit
vindt plaats wanneer er minstens 1 inwoner erop vooruit gaat zonder dat iemand erop
achteruit gaat. De manier waarop een probleem wordt aangebracht is cruciaal voor de
verder ontwikkeling en stemming ervan. In het werken met groepen onstaan
problemen, deze worden doorgeschoven naar politieke vertegenwoordigers. In het
parlement wordt gezocht naar een evenwicht tussen de wil van de verschillende
vertegenwoordigers (= democratisch beslissingsproces).


De drie activiteiten of functies van de overheid:
 Allocatietaak: toewijzing van middelen -> schaarse middelen op een zo
optimaal mogelijke manier gebruiken. De overheid gaat zelf goederen en
diensten aanbieden.
 Herverdelingstaak: aanvaardbare verdeling van inkomen en vermogen
 Stabilisatietaak: groei zo stabiel mogelijk op een zo hoog mogelijk niveau.
 sterke verwevenheid tussen de 3 intermedaire doelstellingen.


Waarom intervenieert de overheid?
Competitieve omstandigheden: marktwerking zal productie en consumptie van
goederen en diensten onder controle houden zodat de maximale productie tegen een
zo klein mogelijke kost kan gebeuren. De allocatie gaat optimaal zijn. Deze situatie
gaat niet systematisch gelden. Men spreekt van marktfaling. Dit kan een teken zijn
voor de overheid dat ze moet ingrijpen. Maar vaak leidt een marktfaling ook tot een


3

,aanvaardbare situatie vb: het inperken van roken doet men door rookwaren te
belasten.
Marktfalingen moeten worden opgedeeld in 4 grote groepen:
 Publieke goederen
 Externaliteiten
 Natuurlijke monopolieën
 Overheid als organisator van solidariteit
Oplossingen voor marktfaling:
 Overheidsinterventie
 Bevorderen van de marktwerking
Omschrijving van een overheidsinterventie.
4 belangrijke kenmerken:
 Het moet gaan om activiteiten van de overheidssector.
 Activiteiten houden het aanbieden van overheidsdiensten en het opleggen van
regels in.
 Financiering gebeurt via belastinggelden.
 Ze hebben tot doel het welzijn te maximaliseren.


Kan de overheid de vooropgestelde doelstellingen aan?
Men mag er niet van uitgaan dat door tussenkomst van de overheid het marktfalen
wordt verholpen. Soms is het aanvaarden ervan een betere oplossing. Er kwam een
systematische uitbreiding van de overheid. Men gaat overheidsinterventies evalueren
ahv:
 Efficiëntie of doelmatigheid: een zo klein mogelijke kost
 Doeltreffendheid of effectiviteit: de gestelde streefdoelen zijn bereikt
2 invalshoeken om te bekijken of de overheid haar doelstellingen aankan:
 Normatieve benadering: welke overheidsinterventie is noodzakelijk om het
welzijn te maximaliseren.
 Positieve benadering: wat doet de overheid. Hier komt men tot de vaststelling
dat het overheidsingrijpen regelmatig faalt.
Overheidsfalingen zijn toe te schrijven aan:
 Te frequente veranderingen in de beleidsdoelstellingen
 Gebrekkige flexibiliteit van het overheidsapparaat
 Pressie- of drukkingsgroepen: benadrukken de voordelen voor hun eigen leden
en wijzen op de te verwaarlozen kost voor de gemeenschap. De bereikte



4

, middelen zijn van toepassing op alle leden van de arbeidssector en dit zonder
rekening te houden of men lid is van de vakbond (itt Amerika).


Instrumenten voor overheidstussenkomst.
 Zelf goederen en diensten aanbieden
 Aankopen van goederen en diensten
 Transfers: overhevelen van middelen naar personen, bedrijven
 Heffen belastingen: betalen van transfers (beïnvloeden van prijzen)
 Reguleren
! reguleringen houden in dat er vaak veel ambtenaren nodig zijn om de ganse
werking na te kijken. Hierdoor komt de flexibiliteit in het gedrang. Een
alternatief voor de controle door de ambtenaren is het heffen van belastingen.


Besluitvorming in de openbare sector.
Het streefdoel is het maximaliseren van het welzijn van de burgers. Belangrijk verschil
tussen goederen en diensten door de overheid geproduceerd: geheel of gedeeltelijk
worden gefinancierd met belastinggelden en dit itt privé productie. Van een markt
voor overheidsdiensten kan moeilijk gesproken worden, wat inhoudt dat het
prijsmechanisme niet of nauwelijks werkt.
 budgetbeperking: de mogelijke kosten zijn van het zachte type (=
makkelijk uit te breiden door belastingverhoging. Dit itt de privé sector
waar deze van het harde type zijn.


Gevolgen van overheidsinterventies.
A)De gevolgen van Reguleringen.
 Impact op de budgetten
 Inkomeneffecten en relatieve prijseffecten
 Loon-en weddetrekkenden:
o Bemoeilijken van afdanken; als gevolg hiervan gaat men minder geneigd
zijn mensen aan te werven. 1 van de elementen om de arbeidsmarkt
flexibeler te maken.
o Beperkingen werktijd vb: nachtarbeid
o Minimumlonen: vooral in de VS, worden betaald in vb MacDonald, Pizza
Hut, .... Het standpunt is bij minimale vergoeding is uitkeren naar gelang
de productiviteit. Hogere minimumlonen -> afdanking. Indien het



5

, verschil tussen werkloosheidsuitkereingen en minimumlonen te laag is
gaat de werkloosheid stijgen.
 vaak wil men door reguleringen sociaal zijn, maar het omgekeerde
effect wordt bekomen ( generatie-armoede)
o Loonindexering: op basis van de gezondheidsindex (excl olieproducten,
tabak en sterke drank). Men wil vermijden dat indien er een taxatie komt
(accijnsen stijgen) de lonen gaan stijgen. Sociale stabiliteit: bij
collectieve arbeidsonderhandelingen gaat het om reële lonen, maar
eigenlijke loonstijging is afhankelijk van inflatie. Dit itt Duitsland.
o Collectieve arbeidsonderhandelingen: groep wordt als homogeen
beschouwd. Op het ondernemingsnivau is dit aangewezen, men moet wel
rekening houden met:
 Verhouding werkgever werknemer
 Indien ondernemers niet akkoord zijn : concurrentie
 Vrije beroepen:
o Verplichte prijzen: aantal jaar geleden zeer strikt, nu minder. Vb:
Carrefour (gratis bonnetjes). Alle prijzen die gereguleerd worden gaan in
tegen concurrentie vb: dokters, advocaten,....
o Beperking aanbod: vestigingswetten, verplichte stages, lange
opleidingen,... werken prijsverhogend.
o Verplicht lidmaatschap: beroepsverenigingen vb: Orde van Geneesheren.
Deze orde staat boven de rechtbanken.
 Reguleringen moeten aanschouwd worden als een soort belastingen vb:
Nederlander wil zich bekeren tot de Islam, want normaal mogen winkels maar
12 zondagen per jaar open zijn en dit geeft problemen. Wil men iedere zondag
openen dan moet deze dag verschillend zijn van de rustdag van de godsdienst
waartoe men behoort. Volgens de wet mag hij nu iedere zondag openen.
Hierdoor gaan reguleringen verdwijnen, denk maar aan grootwarenhuisketens
die op zondag openen.
 Men moet wel de voordelen afwegen tov nadelen, men moet de consumenten
beschermen maar ook voordelen bieden aan producenten.


B)De gevolgen van Subsidies (= transferten van de overheid aan bedrijven en kunnen
worden beschouwd als negatieve belastingen).
 Marchal-Plan: creëren van ontwikkelingszone‟s.



6

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
10 de junio de 2014
Número de páginas
103
Escrito en
2011/2012
Tipo
RESUMEN
$7.12
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
VubHI Vrije Universiteit Brussel
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
42
Miembro desde
11 año
Número de seguidores
32
Documentos
13
Última venta
2 año hace

2.8

4 reseñas

5
0
4
1
3
2
2
0
1
1

Documentos populares

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes