Vroeger basisbehoeften + weinig/geen fysiek contact
Na onderzoek fysiek contact + meer gestimuleerd worden + meer begeleiden
machtsbalans veranderd + meer beslissen
Autoritaire ouders: lage zorgzaamheid en hoge controle, straffen, lage responsiviteit, hoge
veeleisendheid, onrustig eetgedrag
Toegevende/permissieve ouders: hoge zorgzaamheid en lage controle, niet-straffend, geen
voorbeeld, ongezonde eetgewoonte
Verwaarlozende ouders: weinig zorgzaamheid en weinig controle, lage verwachtingen van
zelfcontrole en weinig gevoeligheid, niet strikt ook niet betrokken, ongezonde eetgewoonte
Gezaghebbende/autoritatieve ouders: hoge zorgzaamheid en hoge controle, verwachten
zelfcontrole maar ook gevoelig en betrokken, controle maar geen beperkingen, bepaalde
grenzen, regels voedselinname met warmte en betrokkenheid, gezonde eetgewoonte
Ouders hebben voornamelijk veel invloed op de fysieke, sociaal-culturele en politieke
thuisomgeving
Opvoeding zorgt voor aangeleerde eetgewoonten. Ouders bepalen ook wanneer en hoeveel
ze eten.
Positieve kijk door ouders positieve ontwikkeling kind
Ook buitenschoolse opvang bv.
Blijvende relatie tussen kind en verzorger. Hebben van een emotionele band van verzorger
en kind.
Aangaan van een affectieve relatie.
Oxytocine = hechtingshormoon
Goede hechting in veiligheid ontwikkelen tot een zelfstandig persoon
Zelfvertrouwen en veilige basis ontwikkeling verkennen
Verschillende genetisch bepaalde biologische beveiligingen om de pedagogische zorg in
lange periode van de kinderlijke hulpeloosheid te garanderen. Vader geen directe rol.
Aanraking en affectie is belangrijker dan gehechtheid aan voedsel
Veilige gehechtheid: zoeken van contact met HF, huilen soms als verzorgers weggaan en
snel getroost, ontspannen
Vermijdend gehechtheid: weinig contact met verzorger, reageert het zelfde op vreemden,
huilen niet, reageren traag, bemoeilijkt zelfstandig worden
Angstig-ambivalente/angstige gehechtheid: intensief contact, niet veilig, ontzet bij weggaan,
terugkeer vastklampen en agressie
Gedesoriënteerde en gedesorganiseerde/vermijdend-ambivalente gehechtheid: baby kijkt
weg, meest onveilig gehecht, huilen soms en zijn niet snel getroost, mishandeling, moeilijker
zelfstandig, altijd uitkijken
8 Stappen: 1) Moeder en kind in de ruimte 2) Vreemde komt erbij en praat met kind
3) Dan gaat moeder weg, vreemde kon voor comfort zorgen en troost bieden 4) Moeder
komt weer terug 5) Vreemde gaat kamer uit 6) Moeder ook 7) Eerst komt vreemde terug en
kan troost bieden 8) Moeder komt ook weer terug
Kind wordt geobserveerd
Goede hechting zorgt dat kind goed aanvoelt betere responsiviteit heeft invloed op de
opvoeding
Hechting is een deel van de opvoeding
, Taak 3: ouder en kind: een levenslange band
1. Hoe is het denkbeeld over opvoeding veranderd ten opzichte van vroeger?
Vroeger werd er gezegd om enkel basisbehoeften te geven aan een kind en
geen/weinig fysiek contact te hebben. Na het onderzoek van Harlow is fysiek contact
belangrijker geworden en worden door bijvoorbeeld cursussen talenten van kinderen
ook meer gestimuleerd. Opvoeden is in plaats van leiden meer begeleiden geworden.
De machtsbalans is ten voordele van het kind gewijzigd. Kinderen hebben
tegenwoordig meer in te brengen dan vroeger en beslissen over veel zaken mee.
2. Wat is opvoeding? (Verschillende opvoedstijlen)
Autoritaire ouders:
- Lage zorgzaamheid en hoge controle
- Gehoorzaamheid is belangrijk
- Straf krijgen als het kind niet voldoet aan verwachte gedrag, om eigen wil te
bedwingen
- Deze ouders scoren laag op responsiviteit
- Scoren hoog op veeleisendheid
- Moedigen eten aan door fysiek worstelen, straffen en belonen
- Opleggen van restricties
- Zorgt voor ongunstig eetgedrag, bv. Lagere groente- en fruitconsumptie
Toegevende/permissieve ouders:
- Hoge zorgzaamheid en lage controle
- Probeert zich op een niet-straffende, accepterende en bevestigende manier te
gedragen richting het kind
- Stelt zich niet op als een voorbeeld of actieve autoriteit die verantwoordelijk is
voor het vormen of veranderen van (toekomstig) gedrag.
- Het kind laten eten wat hij of zij wil
- Kind altijd koek en snoep geven als het er om vraagt en wanneer het kind wil
- Meer frisdrankconsumptie, eten van meer snoep en minder groente
Verwaarlozende ouders:
- Weinig zorgzaamheid en weinig controle
- Lage verwachtingen van zelfcontrole en weinig gevoeligheid
- Niet strikt, maar ook niet betrokken
- In onderzoek is naar voren gekomen dat adolescenten die hun ouders als
verwaarlozend beschreven minder fruit aten en meer ongezonde snacks. En dat
zij op minder dagen per week ontbijt aten.
Gezaghebbende/autoritatieve ouders: voorkeur
- Hoge zorgzaamheid en hoge controle
- Verwachten zelfcontrole maar zijn ook gevoelig, betrokken en warm in het contact
met hun kinderen.
- Ze oefenen controle uit, maar leggen het kind ook niet enorme beperkingen op
- De mening van het kind wordt erkend maar er worden bepaalde grenzen
gehandhaafd.
- Er worden regels over gezonde voedselinname, bijvoorbeeld het iedere keer
proeven van eten, gecombineerd met warmte en betrokkenheid.
- Hierbij worden grenzen van het kind gerespecteerd en wordt het kind geprezen
als het probeert om iets te proeven.
- Een gezaghebbende opvoedstijl draagt bij aan de ontwikkeling van gezonde
eetgewoonten.
Na onderzoek fysiek contact + meer gestimuleerd worden + meer begeleiden
machtsbalans veranderd + meer beslissen
Autoritaire ouders: lage zorgzaamheid en hoge controle, straffen, lage responsiviteit, hoge
veeleisendheid, onrustig eetgedrag
Toegevende/permissieve ouders: hoge zorgzaamheid en lage controle, niet-straffend, geen
voorbeeld, ongezonde eetgewoonte
Verwaarlozende ouders: weinig zorgzaamheid en weinig controle, lage verwachtingen van
zelfcontrole en weinig gevoeligheid, niet strikt ook niet betrokken, ongezonde eetgewoonte
Gezaghebbende/autoritatieve ouders: hoge zorgzaamheid en hoge controle, verwachten
zelfcontrole maar ook gevoelig en betrokken, controle maar geen beperkingen, bepaalde
grenzen, regels voedselinname met warmte en betrokkenheid, gezonde eetgewoonte
Ouders hebben voornamelijk veel invloed op de fysieke, sociaal-culturele en politieke
thuisomgeving
Opvoeding zorgt voor aangeleerde eetgewoonten. Ouders bepalen ook wanneer en hoeveel
ze eten.
Positieve kijk door ouders positieve ontwikkeling kind
Ook buitenschoolse opvang bv.
Blijvende relatie tussen kind en verzorger. Hebben van een emotionele band van verzorger
en kind.
Aangaan van een affectieve relatie.
Oxytocine = hechtingshormoon
Goede hechting in veiligheid ontwikkelen tot een zelfstandig persoon
Zelfvertrouwen en veilige basis ontwikkeling verkennen
Verschillende genetisch bepaalde biologische beveiligingen om de pedagogische zorg in
lange periode van de kinderlijke hulpeloosheid te garanderen. Vader geen directe rol.
Aanraking en affectie is belangrijker dan gehechtheid aan voedsel
Veilige gehechtheid: zoeken van contact met HF, huilen soms als verzorgers weggaan en
snel getroost, ontspannen
Vermijdend gehechtheid: weinig contact met verzorger, reageert het zelfde op vreemden,
huilen niet, reageren traag, bemoeilijkt zelfstandig worden
Angstig-ambivalente/angstige gehechtheid: intensief contact, niet veilig, ontzet bij weggaan,
terugkeer vastklampen en agressie
Gedesoriënteerde en gedesorganiseerde/vermijdend-ambivalente gehechtheid: baby kijkt
weg, meest onveilig gehecht, huilen soms en zijn niet snel getroost, mishandeling, moeilijker
zelfstandig, altijd uitkijken
8 Stappen: 1) Moeder en kind in de ruimte 2) Vreemde komt erbij en praat met kind
3) Dan gaat moeder weg, vreemde kon voor comfort zorgen en troost bieden 4) Moeder
komt weer terug 5) Vreemde gaat kamer uit 6) Moeder ook 7) Eerst komt vreemde terug en
kan troost bieden 8) Moeder komt ook weer terug
Kind wordt geobserveerd
Goede hechting zorgt dat kind goed aanvoelt betere responsiviteit heeft invloed op de
opvoeding
Hechting is een deel van de opvoeding
, Taak 3: ouder en kind: een levenslange band
1. Hoe is het denkbeeld over opvoeding veranderd ten opzichte van vroeger?
Vroeger werd er gezegd om enkel basisbehoeften te geven aan een kind en
geen/weinig fysiek contact te hebben. Na het onderzoek van Harlow is fysiek contact
belangrijker geworden en worden door bijvoorbeeld cursussen talenten van kinderen
ook meer gestimuleerd. Opvoeden is in plaats van leiden meer begeleiden geworden.
De machtsbalans is ten voordele van het kind gewijzigd. Kinderen hebben
tegenwoordig meer in te brengen dan vroeger en beslissen over veel zaken mee.
2. Wat is opvoeding? (Verschillende opvoedstijlen)
Autoritaire ouders:
- Lage zorgzaamheid en hoge controle
- Gehoorzaamheid is belangrijk
- Straf krijgen als het kind niet voldoet aan verwachte gedrag, om eigen wil te
bedwingen
- Deze ouders scoren laag op responsiviteit
- Scoren hoog op veeleisendheid
- Moedigen eten aan door fysiek worstelen, straffen en belonen
- Opleggen van restricties
- Zorgt voor ongunstig eetgedrag, bv. Lagere groente- en fruitconsumptie
Toegevende/permissieve ouders:
- Hoge zorgzaamheid en lage controle
- Probeert zich op een niet-straffende, accepterende en bevestigende manier te
gedragen richting het kind
- Stelt zich niet op als een voorbeeld of actieve autoriteit die verantwoordelijk is
voor het vormen of veranderen van (toekomstig) gedrag.
- Het kind laten eten wat hij of zij wil
- Kind altijd koek en snoep geven als het er om vraagt en wanneer het kind wil
- Meer frisdrankconsumptie, eten van meer snoep en minder groente
Verwaarlozende ouders:
- Weinig zorgzaamheid en weinig controle
- Lage verwachtingen van zelfcontrole en weinig gevoeligheid
- Niet strikt, maar ook niet betrokken
- In onderzoek is naar voren gekomen dat adolescenten die hun ouders als
verwaarlozend beschreven minder fruit aten en meer ongezonde snacks. En dat
zij op minder dagen per week ontbijt aten.
Gezaghebbende/autoritatieve ouders: voorkeur
- Hoge zorgzaamheid en hoge controle
- Verwachten zelfcontrole maar zijn ook gevoelig, betrokken en warm in het contact
met hun kinderen.
- Ze oefenen controle uit, maar leggen het kind ook niet enorme beperkingen op
- De mening van het kind wordt erkend maar er worden bepaalde grenzen
gehandhaafd.
- Er worden regels over gezonde voedselinname, bijvoorbeeld het iedere keer
proeven van eten, gecombineerd met warmte en betrokkenheid.
- Hierbij worden grenzen van het kind gerespecteerd en wordt het kind geprezen
als het probeert om iets te proeven.
- Een gezaghebbende opvoedstijl draagt bij aan de ontwikkeling van gezonde
eetgewoonten.