inleiding bouwtechnieken les
2: concept
1. buitenomgeving
onze planeet
Blue Marble= foto vd aarde 45.000 km van de aarde
Apollo : 1969 op de aarde
Pale Blue Dot: door Voyager 1 genomen op 6 miljard km
Siderisch jaar: aarde draait rond zon in zelfde tijd als 366x rond haar eigen as
Lengte van het jaar in zonnedagen gemeten= 365 dagen
We werken met de zon
aardas staat in een hoek van 23° met het vlak waarin de
aardbaan ligt = veroorzaking seizoenen
aarde heeft 1 natuurlijke satelliet = de maan = veroorzaakt getijden in de
oceanen, stabiliseert hellingshoek v.d. aardas en laat rotatiesnelheid v.d. aarde
langzaam afnemen
zonneboog= schijnbare beweging v.d. zon aan de hemel in de loop v.d. dag als
gevolg v.d. aardrotatie rond de aardas en de zon.
heeft grote invloed op systemen die invloed v.d. zon minimaliseren en
systemen die zonne-energie maximaliseren
inleiding bouwtechnieken les 2: concept 1
, verschillende zones: equatoriaal, gemiddelde en polaire zone
zonnestanddiagram: toont zonnestanden
op verschillende tijdstippen met baan van
de zon in horizontale coördinatenstelsel
analemma: verbindt alle zonnestanden op
een bepaald uur gedurende het jaar
bij 30° krijg je het meeste zonne-energie
inleiding bouwtechnieken les 2: concept 2
, macro klimaat
macro→ meso→ micro klimaat
= groot gebied op aarde, waar hetzelfde klimaat heerst
= veel microklimaten waar de omstandigheden anders kunnen zijn dan in het
macroklimaat
klimaat
gemiddelde v.d. temperatuur en neerslag gedurende 30 jaar
grotendeels bepaald door de zon (warmt aardopp. op → warmt atmosfeer
op)
astronomische factoren: verschillen in de hoogte
v.d. zon, duur v.d. dag, afstand aarde tot zon
door verschil in hoogte v.d. zon valt zonlicht
rond de polen op een groter gebied dan rond
de evenaar
daarom insolatie (= hoeveelheid licht op een
stukje aardopp. invalt) en daarmee
opwarming v.h. aardopp. rond de evenaar
veel hoger
geografische factoren: land-zee-ijs-verdeling, reliëf v.h. aardopp. en de
hoogte boven zeeniveau
land warmt sneller op dan water, koel ook sneller af→ luchttemp. zal
sterk variëren boven land (i.t.t boven zee)
bij uitgestrekte bossen is de temperatuur lager en luchtvochtigheid
hoger
hoge gebergtes ook invloed op klimaat v.d. omgeving: aan loefzijde
meer neerslag, lijzijde minder
warmteverschillen→ verschillen in luchtdruk gepaard met wind
resulterende algemene circulatie (geheel atmosferische stromingen tussen
lagere en hogere breedten, tussen oceanen en continenten) verzorgt de
herverdeling van warmte over het aardopp.
inleiding bouwtechnieken les 2: concept 3
2: concept
1. buitenomgeving
onze planeet
Blue Marble= foto vd aarde 45.000 km van de aarde
Apollo : 1969 op de aarde
Pale Blue Dot: door Voyager 1 genomen op 6 miljard km
Siderisch jaar: aarde draait rond zon in zelfde tijd als 366x rond haar eigen as
Lengte van het jaar in zonnedagen gemeten= 365 dagen
We werken met de zon
aardas staat in een hoek van 23° met het vlak waarin de
aardbaan ligt = veroorzaking seizoenen
aarde heeft 1 natuurlijke satelliet = de maan = veroorzaakt getijden in de
oceanen, stabiliseert hellingshoek v.d. aardas en laat rotatiesnelheid v.d. aarde
langzaam afnemen
zonneboog= schijnbare beweging v.d. zon aan de hemel in de loop v.d. dag als
gevolg v.d. aardrotatie rond de aardas en de zon.
heeft grote invloed op systemen die invloed v.d. zon minimaliseren en
systemen die zonne-energie maximaliseren
inleiding bouwtechnieken les 2: concept 1
, verschillende zones: equatoriaal, gemiddelde en polaire zone
zonnestanddiagram: toont zonnestanden
op verschillende tijdstippen met baan van
de zon in horizontale coördinatenstelsel
analemma: verbindt alle zonnestanden op
een bepaald uur gedurende het jaar
bij 30° krijg je het meeste zonne-energie
inleiding bouwtechnieken les 2: concept 2
, macro klimaat
macro→ meso→ micro klimaat
= groot gebied op aarde, waar hetzelfde klimaat heerst
= veel microklimaten waar de omstandigheden anders kunnen zijn dan in het
macroklimaat
klimaat
gemiddelde v.d. temperatuur en neerslag gedurende 30 jaar
grotendeels bepaald door de zon (warmt aardopp. op → warmt atmosfeer
op)
astronomische factoren: verschillen in de hoogte
v.d. zon, duur v.d. dag, afstand aarde tot zon
door verschil in hoogte v.d. zon valt zonlicht
rond de polen op een groter gebied dan rond
de evenaar
daarom insolatie (= hoeveelheid licht op een
stukje aardopp. invalt) en daarmee
opwarming v.h. aardopp. rond de evenaar
veel hoger
geografische factoren: land-zee-ijs-verdeling, reliëf v.h. aardopp. en de
hoogte boven zeeniveau
land warmt sneller op dan water, koel ook sneller af→ luchttemp. zal
sterk variëren boven land (i.t.t boven zee)
bij uitgestrekte bossen is de temperatuur lager en luchtvochtigheid
hoger
hoge gebergtes ook invloed op klimaat v.d. omgeving: aan loefzijde
meer neerslag, lijzijde minder
warmteverschillen→ verschillen in luchtdruk gepaard met wind
resulterende algemene circulatie (geheel atmosferische stromingen tussen
lagere en hogere breedten, tussen oceanen en continenten) verzorgt de
herverdeling van warmte over het aardopp.
inleiding bouwtechnieken les 2: concept 3