100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting neuroanatomie

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
36
Subido en
02-09-2025
Escrito en
2023/2024

Uitgewerkte termen per hoofdstuk. Overzichtelijk uitgewerkte kopzenuwen, neuro-pathways en neurologisch onderzoek.

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
2 de septiembre de 2025
Número de páginas
36
Escrito en
2023/2024
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Samenvatting neuroanatomie:
H2: Extra structuren CZS:
 Ectomenix: hieruit ontstaat tijdens de embryonale ontwikkeling de dura mater en het
periost.
 Endomenix/leptomenix: hieruit ontstaat tijdens de embryonale ontwikkeling de
arachnoidea en de pia mater.
 Cavum epiduralis/epidurale ruimte: dit is de ruimte tussen het periost en de dura
mater dat zich bevindt thv de wervelkolom (ruggenmerg). Hierin bevindt zich de
plexus vertebralis internus (bloedvaten). Deze ruimte wordt gebruikt om epidurale
anesthesie te geven.
 Falx cerebri: wordt gevormd door de dura mater. Vormt een tussenschot tussen de
twee hemisferen van het cerebrum (grote hersenen)
 Tentorium cerebelli membranaceum: wordt gevormd door de dura mater. Vormt een
tussenschot tussen de grote (cerebrum) en de kleine hersenen (cerebellum).
 Diafragma sellae turcicae: wordt gevormd door de dura mater. Hierdoorheen kruipt
de steel van de hypofyse= infundibulum.
 Cisterna magna/cisterna cerebellomedullaris : grootste opening van de
subarachnoidale ruimte. Bevindt zich op de overgang van het cerebellum en het
ruggenmerg. Ga je cerebrospinaalvocht nemen thv het foramen magnum.
 Canalis centralis: bevindt zich centraal in het ruggenmerg en wordt omgeven door de
commisura grisea. In de hersenen vormde het, het lumen van de 4e ventrikel. Wordt
omgeven door ependymcellen.
 4e hersenventrikel: Het bevindt zich onder en gedeeltelijk in het cerebellum. Het
strekt zich naar achteren in het verlengde merg uit tot het ruggenmerg. Het lumen zet
zich daarin voort als het canalis centralis. Het is verbonden door de aquaductus
cerebri met de derde ventrikel. Het heeft twee recessus lateralis.
 Recessus lateralis: 2 uitsteeksels van het vierde ventrikel.
 Ventriculus lateralis: bevinden zich in de linker (1e ventrikel) en rechter (2e ventrikel)
hemisfeer. Communiceren via de foramen interventriculare van Monro met de
ventriculus tertius (3e ventrikel)
 Aquaductus cerebri: buisje dat de derde en vierde ventrikel met elkaar verbindt.
Ontstaat tijdens de embryonale ontwikkeling van het mesencephalon doordat het
lumen vernauwd wordt door de toename van zenuwcellen. Is de caudale
verderzetting van de 3e ventrikel.
 Foramen interventriculare/foramen van Monro: openingen die de linker en rechter
laterale ventrikel met de derde ventrikel verbinden.
 Corpus callosum: is een witte strook weefsel dat de overeenkomstige delen van de
cortex van beide hemisferen met elkaar verbindt.
 Fornix: is een overlangse vezelbundel die zichtbaar is tussen het caudale einde van
het corpus callosum en de commisura rostralis. De vezels vormen een boog en het
merendeel loopt van de hippocampus naar het corpus mamillare aan dezelfde kant.
In de fornix lopen verder o.a. vezels die de linker en rechter hippocampus met elkaar
verbinden.
 Septum pellucidum: bestaat uit een gedeelte van de mediale hemisfeerwanden die
op deze plaats dun blijven en tegen elkaar liggen. Het septum is dus tweelagig.

,  Arbor vitae: is een boomvormige vertakte vezelmassa van het cerebellum, bestaande
uit gemyeliniseerde vezels. Het is omgeven door een sterk geplooide, grijze cortex.

H3: het ruggenmerg
 Lamina alaris: dorsaal deel van neurale structuur tijdens de embryonale ontwikkeling.
Dit vormt afferente neuronen.
 Lamina basalis: ventraal deel van neurale structuur tijdens de embryonale
ontwikkeling. Dit vormt efferente neuronen.
 Cornu dorsalis: hierin bevinden zich de somatisch afferente neuronen
 Cornu ventralis: hierin bevinden zich de somatisch efferente neuronen. Hier liggen de
lagere motorneuronen (LMN)= alfa-neuronen, en de Renshaw neuronen.
 Cornu lateralis: hierin bevinden zich de visceraal efferente neuronen. Dit vind je
vooral thoracolumbaal terug. Bevat de ncl. intermediomedialis en de ncl.
intermediolateralis.
 Commisura grisea: gebied van grijze stof in het ruggenmerg dat een dwarsverbinding
vormt tussen de 2 vleugels (links en rechts). Bevindt zich rond de canalis centralis.
 Commisura alba: gebied van witte stof in het ruggenmerg. Wordt gebruikt door
zenuwvezels om van links naar rechts te gaan. ASA ruggenmergbanen. Bevindt zich
ventraal onder de grijze stof (commisura grisea) thv de mediaanlijn.
 Funiculus dorsalis: deel van de witte stof van het ruggenmerg dat tussen de sulcus
medianus dorsalis en het cornu dorsalis van de grijze stof ligt. Hiervan maken de
ascenderende ruggenmergbanen gebruik. Hierin ligt de fasciculus cuneatus en
gracilis voor de ASA ruggenmergbanen.
 Funiculus lateralis: deel van de witte stof van het ruggenmerg dat lateraal ligt. Van
het oppervlakkige deel wordt gebruik gemaakt door de ascenderende
ruggenmergbanen. Van het diepe deel maakt de descenderende ruggenmergbanen
gebruik. Bevat diep de tractus corticospinalis lateralis, tractus rubrospinalis en
oppervlakkig de tractus spinocerebellaris dorsalis en ventralis
 Funiculus ventralis: deel van de witte stof van het ruggenmerg dat ventraal ligt.
Hiervan maken de descenderende ruggenmergbanen gebruik van. Bevat de
fasciculus longitudinalis medialis, de tractus testospinalis, de tractus corticospinalis
ventralis, de tractus vestibulospinalis lateralis en de tractus reticulospinalis.
 Fasciculus cuneatus: hierin lopen de ascenderende axonen voor de ASA
ruggenmergbanen voor epikritisch en proprioceptie bewuste waarneming voor het
voorbeen, en de onbewuste proprioceptieve waarneming voor het voorbeen. Bevindt
zich in het ruggenmerg in de funiculus dorsalis, meer naar lateraal.
 Fasciculus gracilis: hierin lopen de ascenderende axonen voor de ASA
ruggenmergbanen voor epikritisch en proprioceptie bewuste waarneming voor het
achterbeen. Bevindt zich in het ruggenmerg in de funiculus dorsalis, meer naar de
mediaanlijn.
 Tractus corticospinalis lateralis: bevat de descenderende axonen voor de rest van het
lichaam in de ASE ruggenmergbanen van het pyramidaal systeem. Axonen schakelen
over naar de andere kant thv de decussatio pyramis en gaan contralateraal lopen en
gaan naar motorneuronen voor de ledematen. Ligt in het diepe deel van de funiculus
lateralis van het ruggenmerg, meer dorso-lateraal.
 Tractus corticospinalis ventralis: bevat de descenderende axonen voor de rest van
het lichaam. Speelt een rol bij de ASE ruggenmergbanen van het pyramidaal systeem.

, De axonen blijven ipsilateraal lopen gaan naar motorneuronen voor de rug en nek.
Zorgen voor stabiliteit. Ligt in de funiculus ventralis, meer naar de mediaanlijn toe.
 Tractus rubrospinalis: bevat de descenderende axonen in het extra-pyramidaal
systeem van de ASE ruggenmergbanen, gaat contralateraal lopen. Ligt thv het
ruggenmerg in de funiculus lateralis naast de tractus corticospinalis lateralis, meer
dorsaal en lateraal. Gaat meer naar de spieren voor de ledematen. Belangrijkste bij
de huisdieren.
 Tractus reticulospinalis: bevat de descenderende axonen in het extra-pyramidaal
systeem van de ASE ruggenmergbanen, blijven ipsilateraal lopen. Ligt thv het
ruggenmerg in de funiculus ventralis, meer naar lateraal en dorsaal (tegen cornu
ventralis aan). Gaat meer naar de spieren voor de romp en nek.
 Tractus vestibulospinalis lateralis: bevat de descenderende axonen in het extra-
pyramidaal systeem van de ASE ruggenmergbanen voor het lichaam blijven
ipsilateraal lopen. Ligt thv het ruggenmerg in de funiculus ventralis, meer naar
lateraal en ventraal.
 tractus tectospinalis: bevat de descenderende axonen in het extra-pyramidaal
systeem van de ASE ruggenmergbanen, gaan contralateraal lopen. Ligt thv het
ruggenmerg in de funiculus ventralis, meer naar de mediaanlijn toe en ventraal. Gaat
meer naar de spieren voor de romp en nek.
 Tractus spinocerebellaris dorsalis: hierin lopen de ascenderende axonen van de ASA
ruggenmergbanen voor de onbewuste proprioceptieve waarneming bij het
achterbeen. Blijft ipsilateraal lopen. Ligt thv het ruggenmerg oppervlakkig in de
funiculus lateralis, lateraal en meer dorsaal.
 Tractus spinocerebellaris ventralis: hierin lopen de ascenderende axonen van de ASA
ruggenmergbanen voor de onbewuste proprioceptieve waarneming van het
achterbeen. Schakelt over via de commisura alba en gaat contralateraal lopen, maar
schakelt op het einde weer terug over naar de oorspronkelijke kant. Ligt thv het
ruggenmerg oppervlakkig in de funiculus lateralis, lateraal en meer ventraal.
 Tractus spinoreticularis: Hierin lopen de ascenderende axonen voor de ASA
ruggenmergbanen voor de echte pijnwaarneming (protopathisch) voor de rest van
het lichaam. Gaat contralateraal en ipsilateraal lopen. Bevindt zich thv het
ruggenmerg in de funiculus ventralis, ventraal en meer in het midden (tegen cornu
ventralis aan)
 Tractus spinothalamicus: Hierin lopen de ascenderende axonen voor de ASA
ruggenmergbanen voor de speldenprik pijnwaarneming (protopatisch) voor de rest
van het lichaam. Gaat contralateraal en ipsilateraal lopen. Bevindt zich thv het
ruggenmerg in de funiculus ventralis, ventraal en meer in het midden (tegen cornu
ventralis aan)
 Sulcus mediana dorsalis: dorsale versmeltingsnaad
 Fissura mediana ventralis: ondiepe, onverlangse groeve in de mediaanlijn
 Intumescentia cervicalis en lumbosacralis: verdikkingen van de
ruggenmergsegmenten thv het voorste (C6-T1) en achterste lidmaat (L5-S1).
 Conus medullaris: kegelvormig uiteinde van het ruggenmerg.
 Filum terminale: dun filamentachtige structuur aan het caudale uiteinde van het
ruggenmerg. Heeft nog wat gliacellen en ependymcellen.

,  Cauda equina: bundel van uitlopers van de ruggenmergzenuwen caudaal van de
plaats waar het ruggenmerg ophoudt. Wordt thv het sacrum alleen nog maar bedekt
door de dura mater.
 Clarke’s Column: gebied in het dorsale deel (afferent) van het ruggenmerg, meer in
het midden. Staat in voor de proprioceptie.
 Nucleus dorsalis: ligt in het SA deel van het ruggenmerg, meer naar de mediaanlijn
toe en ventraal. Bevat het zenuwcellichaam voor het 2e neuron in de ASA
ruggenmergbanen onbewuste proprioceptie voor het achterbeen.
 Nucleus proprius: ligt in het SA deel van het ruggenmerg, in het midden van de cornu
dorsalis. Bevat het zenuwcellichaam voor het 2e neuron in de ASA ruggenmergbanen
protopathische bewuste waarneming voor de rest van het lichaam.
 Nucleus intermediomedialis: bevindt zich lateraal in de cornu lateralis van het
ruggenmerg. Bevat het zenuwcellichaam van het 2e neuron voor de AVA
sympathische ruggenmergbanen.
 Nucleus intermediolateralis: Bevat het zenuwcellichaam van het preganglionaire
neuron in de AVE sympathische ruggenmergbanen. Ligt in de cornu lateralis.
 Nucleus: een duidelijke functionele groep neuronen in het CZS
 Ganglion: een duidelijke functionele groep neuronen buiten het CZS


H4: de hersenen
 Rhombencephalon: caudale deel van de hersenen (achterhersenen). Splitst zich in
een myelencephalon (medulla oblongata) en een metencephalon (pons, cerebellum)
 Medulla oblongata: verlengde merg, afkomstig van het myelencephalon-
rhombencephalon. Vormt de verderzetting van het ruggenmerg en is dus het caudale
deel van de hersenen. Geeft oorsprong aan de laatste 7 paar kopzenuwen (n.6 t/m
n.12) . Ligt op de pars basilaris van het os occipitalis. Het wordt rostraal begrensd
door de achterrand van de pons. Caudaal begrensd door het decussatio pyramidum.
 Metencephalon: afkomstig van het rhombencephalon. Ventraal bevindt zich de pons
en dorsaal het cerebellum. Lateraal bevinden zich de pendunculi cerebellaris. Dorsaal
ligt ook het velum medullare rostrale. Het herbergt de oorsprong van de n. V en n. IV
 Mesencephalon: middenhersenen, vormt mee de hersenstam
 Prosencephalon: rostrale deel van de hersenen (voorhersenen). Splitst zich in een
diencephalon en telencephalon.
Medulla oblongata:

 Pyramis: evenwijdig aan de lichaamsas verlopende verdikkingen, bestaande uit vezels
die de cortex van het telenephalon (grijze stof) verbinden met de grijze stof in het
verlengde merg (medulla oblongata) en het ruggenmerg= de tractus corticospinalis
(lateralis). Liggen links en rechts van de fissura mediana ventralis. Deze vezels spelen
een grote rol bij het tot stand komen van bewuste bewegingen, voornamelijk die van
de ledematen-> ASA ruggenmergbanen van het pyramidale systeem. Cranio-lateraal
van de pyramis ontspringt de n. abducens. Craniaal ligt de pons. Het ligt op aan
ventrale zijde van de medulla oblongata.
 Tractus cortiospinalis: Vezels die de cortex verbinden met de grijze stof in de medulla
oblongata en het ruggenmerg. Het vormt in de medulla oblongata de pyramis. Een
$9.55
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
mijntjevanmeel

Conoce al vendedor

Seller avatar
mijntjevanmeel Universiteit Gent
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
4 meses
Número de seguidores
0
Documentos
8
Última venta
2 meses hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes