De DSM-5, maar dan zo kort en bondig mogelijk
Alle hoofdstukken die bevraagd kunnen worden in het tentamen van Psychopathology:
symptoms, classifications and diagnosis (PSB3E-KP01). Met de criteria en de specificaties in
begrijpelijke taal heb je alles om het vak met een mooie voldoende af te kunnen ronden. En
natuurlijk wat stampwerk.
Informatie over het tentamen: vraagstelling gaat puur over de criteria van de stoornissen
vanuit de DSM-5. Hierin staan de hoofdstukken die in de colleges worden behandeld op de
voorgrond. Hoofdstukken zoals genderdysforie en neuropsychiatrische stoornissen worden
niet bevraagd. Alle hoofdstukken vanuit de DSM die in het tentamen kunnen worden
bevraagd, zijn in deze samenvatting van de criteria opgenomen.
Voor alle hoofdstukken geldt dat ze klinisch significant lijden veroorzaken & een
gespecificeerde en ongespecificeerde variant hebben:
- Gespecifieerd: symptomen kenmerkend voor een stoornis, klinisch significante
lijdensdruk, veroorzaken beperkingen en voldoen niet volledig aan criteria. Clinicus
beschrijft specifieke reden waarom niet wordt voldaan aan criteria voor stoornis.
- Ongespecifieerd: symptomen kenmerkend voor een stoornis, klinisch significante
lijdensdruk, veroorzaken beperkingen en voldoen niet volledig aan criteria. Clinicus
beschrijft NIET specifieke reden waarom niet wordt voldaan aan criteria voor
stoornis.
,Seksuele dysfuncties
Overeenkomende kenmerken: 6 maanden, klinische significantie, kan niet beter worden
verklaard door andere psychische stoornis, ernstige relatieproblemen, andere stressoren,
middelen/medicatie, somatische aandoening.
Specificeren: levenslang of verworven, gegeneraliseerd of situationeel, licht/matig/ernstig
1. Delayed ejaculation
A: Vertraagd optreden of zelden/geen optreden ejaculatie (+ niet gewenst)
2. Erectile disorder
A: Moeite met erectie krijgen/onderhouden, of verminderde erectiele rigiditeit
3. Male hypoactive sexual desire disorder
A: Weinig tot geen seksuele gedachten of verlangen
4. Premature (early) ejaculation
A: Ejaculatie treedt op binnen 1 minuut na penetratie of sneller dan gewenst
Extra specificeren: licht (30 sec – 1 min), matig (15 sec – 30 sec), ernstig (meteen)
5. Female orgasmic disorder
A: Moeite met bereiken van een orgasme en/of verminderde intensiteit bij orgasme
Extra specificeren: heeft nog nooit een orgasme ervaren
6. Female sexual interest/arousal disorder
A: Minstens 3 van de volgende kenmerken:
- Afwezige/verminderde interesse in seks
- Afwezige/verminderde seksuele gedachten
- Geen/verminderd intitiatief of niet blij met initiatief van partner
- Afwezige/verminderde plezier tijdens seks
- Afwezige/verminderde seksuele opwinding in reactie op seksuele prikkels
- Afwezige/verminderde genitale of niet-genitale sensaties tijdens seks
7. GPPPD
A: Aanhoudende of recidiverende pijn bij vaginale penetratie, onderbuikspijn &
spanning in en aanspannen van bekkenbodemspieren + angst voor de pijn
8. Substance/medication induced sexual dysfunction ( voor alle substance-induced
stoornnissen in volgende hoofdstukken gelden dezelfde criteria, dus deze niet
telkens opnieuw benoemd)
A: Stoornis in seksueel functioneren staat op de voorgrond
B: Symptomen ontstaan tijdens of kort na blootstelling aan middel en het is bekend
van het middel dat het A kan veroorzaken
C: Kan niet beter worden verklaard door onafhankelijke seksuele dysfunctie: dit is
wanneer symptomen voor gebruik al aanwezig waren of toch persisterend zijn
D: Treedt niet uitsluitend op in delirium
, Voedings- en eetstoornissen
Specificeren: in remissie of niet
1. Pica
A: Minstens 1 maand eten van niet voor consumptie bestemde stoffen
B: Past niet bij ontwikkelingsniveau
C: Maakt geen deel uit van culturele geaccepteerde gewoonte/sociale norm
D: Ernstig genoeg voor afzonderlijke aandacht
2. Rumination
A: Minstens 1 maand herhaalde regurgitatie van voedsel
B: Kan niet worden toegeschreven aan spijsvertering/andere somatische aandoening
C: Komt niet alleen voor tijdens een andere eetstoornis
D: Ernstig genoeg voor afzonderlijke aandacht
3. Avoidant-restrictive food intake disorder (ARFID)
A: Gebrek aan interesse in eten, vermijden ervan wegens sensorische kenmerken,
zorgen voor de gevolgen van eten. Minstens 1 van volgende:
- Gewichtsverlies
- Voedingstekort
- Afhankelijk van enterale sondevoeding of orale voedingssupplementen
- Interferen met psychosociaal functioneren
B: Past niet bij te weinig voedigsmiddelen of cultureel gesanctioneerde gewoonten
C: Komt niet alleen voor tijdens een andere eetstoornis
D: Ernstiger dan normaal indien andere (eet)stoornis en ernstig genoeg voor
afzonderlijke aandacht
4. Anorexia nervosa
A: Beperken van energie-inname + te laag lichaamsgewicht
B: Intense vrees om aan te komen of gedrag dat gewichtstoename verhinderd
C: Verstoring van zelfbeleving van lichaamsgewicht, oordeel over zichzelf of
ontkennen van de ernst van het lage lichaamsgewicht
Specificeer type: restrictief of eetbuien/purgerend 3+ maand
Specificeer ernst obv BMI: licht > 17, matig 16-17, ernstig 15-16, zeer ernstig <15
5. Bulimia nervosa
A: Eetbui episoden gekenmerkt door veel eten in vergelijking met anderen in
afzonderlijke tijdsperiode en geen gevoel van controle te hebben over het eten
B: Ongepast compensatiegedrag om gewichtstoename te voorkomen
C: 1+ keer per week voor 3+ maand
D: Zelfevaluatie is beïnvloed door lichaamsvorm en -gewicht
Specificeer ernst obv episoden: licht 1-3, matig 4-7, ernstig 8-13, zeer ernstig >14
6. Binge eating disorder
A: Eetbui episoden gekenmerkt door veel eten in vergelijking met anderen in
afzonderlijke tijdsperiode en geen gevoel van controle te hebben over het eten
B: Samenhangend met 3+
- Sneller eten dan normaal - Dooreten tot onaangenaam gevoel
- Eten zonder trek te hebben - Alleen eten uit schaamte over hoeveelheid
- Achteraf walgen van zichzelf, somber of erg schuldig voelen
C: 1+ keer per week voor 3+ maand
D: Geen compensatiegedrag
Specificeer ernst obv episoden: licht 1-3, matig 4-7, ernstig 8-13, zeer ernstig >14