Profileren van het beroep en
bijdragen aan sociale innovatie
,Inhoud
Inleiding.................................................................................................................. 2
Werkwijze van de organisatie ............................................................................2
Missie ................................................................................................................. 2
Visie ................................................................................................................... 2
Wie ben ik............................................................................................................... 3
Casusbeschrijving................................................................................................... 5
Dilemma................................................................................................................. 6
Wie zijn erbij betrokken en wat zijn hun waarden en normen.............................7
Alternatieven....................................................................................................... 8
Keuzes en onderbouwing in mijn professioneel handelen...................................8
Beroepscode en beroepsprofiel...........................................................................9
Drie wereldenmodel............................................................................................... 9
Technische instrumentele professionaliteit objectief (feitelijke gegevens).........9
Normatieve professionaliteit (wat vind ik goed en rechtvaardig om te doen)...10
Subjectieve persoonlijke professionaliteit.........................................................11
Ethische afweging............................................................................................. 12
Morele afweging................................................................................................ 13
Literatuurlijst........................................................................................................ 14
Bijlages................................................................................................................. 15
Bijlage A: Eindverslag supervisie.......................................................................15
Bijlage B: Eindbeoordeling supervisie................................................................17
Bijlage C: Feedbackformulier............................................................................. 20
1
, Inleiding
Voor de opleiding Social Work heb ik de opdracht gekregen binnen het onderdeel ‘Profileren van het
beroep en bijdragen aan sociale innovatie. Dit verslag is opgesteld naar aanleiding van EVL 7.1
(Hogeschool Windesheim, z.d.) binnen de deeltijdopleiding Social Work aan de Hogeschool
Windesheim te Zwolle.
Inmiddels ben ik tweeënhalf jaar werkzaam bij de organisatie ….. en sinds anderhalf jaar werk ik op
het trainingshuis te Hengelo als persoonlijk begeleider. Hier verblijven jongeren van 16 tot en met 23
jaar die geïndiceerd zijn bij de jeugdwet of Wet Langdurige Zorg (WLZ). De jongeren verblijven hier
vrijwillig of zijn uit huis geplaatst. We zijn een trainingshuis, maar tussendoor krijgen wij ook
crisisplaatsingen. De jongeren hebben een licht verstandelijke beperking en met bijkomende
gedragsproblematiek. De begeleidingstrajecten met de cliënten zijn divers. Zo zijn er cliënten die
ernaartoe werken om zelfstandig te gaan wonen. Voor de jongeren die niet in staat zijn deze doelen
te behalen, gaan wij opzoek naar een passende vervolgplek . De meeste cliënten komen van de zeer
intensieve behandeling (ZIB) of van de intensieve behandeling (IB), dit zijn woonplekken binnen …...
Een aantal cliënten gaan in het weekend nog wel naar hun ouders of pleegouders. Binnen het
trainingshuis streven wij ernaar dat de cliënten vertrouwen in zichzelf krijgen en op hun eigen benen
kunnen staan.
Werkwijze van de organisatie
….. zit in Drenthe, Gelderland en Overijssel voor kinderen, jongeren en volwassenen met een licht
verstandelijke beperking en bijkomende problematiek. ….. gelooft dat ieder kind het recht heeft om
op te groeien in een gezin, dus daar is ….. volledig op ingericht. ‘…. werkt zoveel mogelijk ambulant
(bij mensen thuis) om in een vertrouwde omgeving antwoord te geven op elke hulpvraag’. Als er
geen andere optie is, heeft ….. nog intramurale plaatsen beschikbaar, om vanuit een stabiele
leefomgeving met de behandeling en/of begeleiding te starten.
Missie
….. wil nu en in de toekomst antwoord hebben op de hulpvragen. Daarom investeert ….. blijvend in
kennis en kwaliteitsverbetering. …. streeft naar deskundigheid in de branche te bevorderen. Dit gaat
in samenwerking met ketenpartners, koepelorganisaties en wetenschappelijk onderwijs.
‘Hulpverleners, gemeenten en andere zorgorganisaties moeten een beroep kunnen doen op onze
deskundigheid’ (….., z.d.).
Visie
Cliënten met een licht verstandelijke beperking en bijkomende problemen hebben recht op een
volwaardige plaats in de samenleving en moeten zo zelfstandig mogelijk kunnen meedoen in de
maatschappij. ‘In onze hulpverlening richt ….. op de mogelijkheden van het kind, de jongere of
volwassene en op die van zijn of haar omgeving. Zij staan in ons handelen centraal en de
hulpverlening komt in dialoog met hen tot stand’. ….. verdiept zich in de vraag van de cliënten en
sluit daarop aan. ‘De verschillende vormen van hulp worden, op basis van de hulpvraag, flexibel
georganiseerd en samenhangend en gecoördineerd ingezet’. …. maakt gebruik van effectieve
methoden en actuele kennis en inzichten. De effecten van de hulp van ….. zijn zichtbaar en meetbaar
(…., z.d.).
2