100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting alle lessen - Politicologie

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
63
Subido en
27-08-2025
Escrito en
2024/2025

Dit is een samenvatting van alle lessen voor het vak Politicologie gegeven door Stefaan Walgrave aan de Universiteit Antwerpen. Het boek is mee opgenomen in de samenvatting en de groene markeringen zijn de belangrijkste zaken volgens de prof.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
27 de agosto de 2025
Número de páginas
63
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Hoofdstuk 1: politiek en politieke
wetenschap
1.1 politiek
 Er zijn verschillende soorten, variaties en vormen van politiek die we moeten onderscheiden
=> daarom een brede definitie: politiek is alles wat te maken heeft met het besturen van een
samenleving

 = Omgaan met verschillen en conflicten
 = meningsverschillen door regels
 Politika = dat wat met de staat (polis) te maken heeft

 Politiek is dus overal
 Op gelijk welke manier waarin regels of afspraken worden gemaakt is er sprake van
politiek.
 Ook in verenigingen zoals sportclubs die niks met politiek te maken hebben zit
politiek (hoe groter de groep hoe meer afspraken en worden dus opgeschreven)
 In organisaties leer je met regels omgaan en afspraken maken
 Ze zijn dus een leerschool van de ‘grote’ politiek.

1.2 variaties in politiek
1.2.1 politiek en territorium
 = iedereen die op bepaald grondgebied woont moet zich aan die regels houden in dat
territorium (vb. wetten) => is dus moeilijk om aan te ontsnappen = omvattender en
dwingender dan organisatie
 Overal politiek = overal regels = moeilijk eruit stappen
 Er zijn niet te kiezen regels waar je wordt gedwongen ze te volgen
 Je hebt dus veel meer totalitaire ingreep in je leven in territorium politiek
 Katholieke kerk X grondgebied dus kan niet straffen of dwingen.
 Staat = soeverein (geen macht erboven), kunnen binnen hun grondgebied en wetten doen
wat ze willen
 De Europese staat heeft grondgebied, gemeentes, niet alleen staten hebben dat dus

1.2.2 culturele grenzen van politiek
 Waar mag de overheid ingrijpen?
 Vroeger deed de overheid heel weinig = ‘nachtwakersstaat’ (overheid deed niks buiten
defensie, belastingen, …) => leidt tot ongelijkheid
 Steeds meer vraag naar politieke regeling (arbeidsbeweging -> willen dat de staat er juist wel
tussen komt, wilden beschermende maatregelen)
 Evolutie van politiek ingrijpen = enorm
 Elke samenleving beslist wat politiek is en wat niet door hun eigen regels en behoeften (vb.
westen = iedereen mag rijden, Saoudi-Arabië = vrouwen verbod op autorijden)
 Regels kunnen veranderen (door bewegingen)(vb. seksuele relaties = privé, onder dwang =
verboden door politieke regel -> was vroeger niet zo)
 Grenzen tussen privé en publiek verschuiven dus (vb. homohuwelijk, adoptie) -> overheid is
het beginnen reguleren
 Overheid houdt zich nu bezig met dingen waar vroeger geen sprake over was
(Vb. maatregelen corona, wij verwachten van de overheid dat ze ingrijpt)

1.2.3 vormen en structuren van de politiek
 Welke vorm neemt sturing van territoriale samenleving aan?

, Er zijn heel veel vormen politieke systemen
 Classificaties: (om verschillen in kaart te brengen)
Democratische regimes = macht is tijdelijk en verspreid
Individuen hebben fundamentele rechten, vrije meningsuiting (er zijn grenzen)


Autoritaire regimes = blijvende macht, 1 leider

Unitaire staten = bestuur vanuit 1 punt


federale staten = centrale overheid met deelgebieden

 Variaties in instellingen en procedures
=> variatie in politieke vormen = centraal in de politieke wetenschap

Wat doet een politicoloog
 Doel = regelmaat/verbanden vinden in fenomenen
(vb. groene partijen = vrouwelijke kiezers, rechtse partijen = mannelijke kiezers > regelmaat)
 Politicologen gaan op zoek naar deze patronen
 Complexe fenomenen vereenvoudigen
 Probleem is dat sociale werkelijkheid reflexief is (vb. peilingen hebben invloed op
stemgedrag). Informatie van anderen heeft een invloed en dat maakt het bepalen van gedrag
complex en moeilijk te achterhalen.
Waarnemingen zijn onbetrouwbaar ‘liegen over op wie je hebt gestemd’ => mensen zijn
complex en dus moeilijk te voorspellen
 We gaan dus inzoomen op enkele kenmerken/variabelen om te verklaren waarom je je dan
op een bepaalde manier gedraagt op politiek vlak.
 Menselijk gedrag is voorspelbaar omwille van hun posities en rollen, we worden beschreven
en bepaald door de omgeving (vb. ouders stemmen links, jij ook).
 Patronen zie je door te vergelijken door waarnemingen te nemen (= grote N) + goed gekozen
waarnemingen (kleine N)
 Anders is generaliseren moeilijk

Artikel: ‘ De mens is geen satelliet’

1.3 politieke wetenschap
 Wetenschappers moeten gebeurtenissen beschrijven en verklaren, niet beoordelen
-> Eigen opvattingen mogen geen effect hebben, ze mogen wel kiezen wat hun interesseert en
wat ze dus willen onderzoeken.
 Iedereen praat over politiek
=> wetenschappers volgen eigen regels binnen hun vak (dat onderscheidt zich van anderen)

De 2 regels:
1. intellectuele distantie:
 Politieke wetenschappers behoren tot de samenleving, zij hebben dus ook een mening over
de debatten in die samenleving (onderzoek doen zonder mening verkondingen?)
=> neen dat gaat niet, want anders ben je geen goede wetenschapper
 Politieke wetenschappers kiezen onderwerpen die hun interesseren en dit zegt waar ze in de
samenleving staan
 De politicoloog doet verslag aan de samenleving en staat hier centraal in het politieke proces

,2. Wetenschappelijke methode
 Regels van wetenschappelijke methode respecteren:
 Belangrijkste is hoe je op bepaalde bevindingen bent gekomen = transparantie
 Systematisch inzamelen van gegevens en waarnemingen
 Repliceerbaarheid = hetzelfde uitvoeren en op exact hetzelfde uitkomen
 Bewust en systematisch informatie verzamelen
 Juiste methoden en technieken om data te analyseren
o Kwantitatieve benadering: tellen hoe vaak iets voorkomt over een bepaalde
tijd
o Kwalitatieve benadering: op zoek gaan naar de structuur van iets
 Technieken hangen dus af wat je onderzoeksvraag is!

1.4 instrumenten van politieke wetenschappen
 Politieke wetenschappers maken gebruik van instrumenten om gebeurtenissen/politieke
verschijnselen te classificeren, ontleden en begrijpen
We maken gebruik van:
1.4.1 Concepten
 Wat is iets?, Begrippen, het eens zijn over wat we spreken
 Zonder concepten kun je niet over politiek spreken want dan spreek je waarschijnlijk niet
over hetzelfde
 Polyarchie = soort politiek systeem, regime
 Lijkt op democratie, maar formuleert precies aan welke voorwaarden een politiek
systeem moet voldoen om zo geclassificeerd te worden.
 Het concept is een ideaaltype dat niet wil beschrijven, maar kenmerken heeft die
classificeren/vergelijken mogelijk maakt.
=> concepten helpen ons hoofd-en bijzaken van elkaar te onderscheiden (wat bedoelen we
precies met dat begrip? Die begrippen/concepten = bouwstenen van politiek-wetenschappelijk
denken)

1.4.2 modellen
 Voorstelling van de realiteit (geen reproductie, want kan niet exact de realiteit kopiëren)
 Variabelen waarmee je gaat voorspellen zorgen voor ontstaan van modellen
 Verhouding tussen fenomenen (oorzaak-gevolg, verband, …)
 Geeft relaties aan en hoe dingen in elkaar zitten
Vb. politieke kringloop (David Easton)
2 inputs: eisen (verwachtingen van individuen) en steun (voor het politieke systeem vb. wetten
naleven (passief, betogen (actief)
Eisen en steun worden dan omgezet in politieke beslissingen, regels binnen de samenleving =
output
Deze outputs hebben gevolgen voor eisen en steun = terugkoppeling/feedback
 Elke beslissing beïnvloedt het begin van de kringloop
 Het model is eenvoudig en is een weergave van een aantal grote mechanismen, dit maakt
mogelijk om vragen te stellen.

1.4.3 theorieën
 = concreter dan concept of model
 Verhaal waarom iets iets anders beïnvloedt (vb. hoe en waarom mensen hun stem op een
bepaalde partij uitbrengen)
 Argumentatie waarom a in verband staat met b en waarom iets zo is (causaliteit)
 Hypothese is cruciale link tussen theorie en onderzoek

, Hoofdstuk 2: staat en macht
2.1 wat is macht?
1. we hebben macht nodig om zaken in een politieke gemeenschap te realiseren en organiseren. Dit
gaat gepaard met machtsuitoefening (afspraken, regels, gewoontes)
2. waar, en onder welke omstandigheden is de uitoefening van macht gerechtvaardigd? (staat)

 Kenmerken politiek:
o Regels zijn bindend: politieke regelgeving kan enkel functioneren als ze opgelegd kan
worden aan de samenleving.
o We moeten regels en verplichtingen volgen, ook als je er niet mee eens bent
o We volgen de regels zonder na te denken
o Staat kan geweld/sancties gebruiken om regels af te dwingen
=> politieke gemeenschappen oefenen dus macht uit om regels op te leggen.
o Burgerlijke ongehoorzaamheid: burgers verzetten zich tegen regels.
o Gezag: wanneer burgers geen of weinig vragen stellen bij uitoefening van macht.

 Verschil macht en gezag (Max Weber)
Macht: de mogelijkheid die een actor heeft om in het kader van een sociale relatie zijn wil op te
leggen aan anderen, ook tegen evt weerstand.
Gezag: machtsuitoefening die aanvaard wordt, die als legitiem wordt gezien en ook gevolgd
wordt.
o 3 vormen van gezag:
 Traditioneel gezag: respect voor traditie en gewoonte
 Charismatisch gezag: persoonlijkheid van machthebber
 Rationeel-legalistisch gezag: respect voor de regels
 Het is niet wanneer macht gezag is dat iedereen ervan overtuigd is dat die regels ook juist of
rechtvaardig zijn.
 Inzichten en oordelen over wat juist en rechtvaardig is, evolueren door de tijd heen (vb.
stemrecht eerst voor mannen, daarna voor vrouwen)

2.2 hoe macht meten?
 'Power debate' -> hoe kunnen we macht meten?
o Studie Dahl: macht als het feit dat actor A de mogelijkheid heeft om ervoor te zorgen
dat actor B een handeling verricht die B anderd niet zou verrichten.
 Net zoals bij Weber wordt macht gedefinieerd als mogelijkheid/vermogen
 Macht = kenmerk van sociale relaties waarbij bij niet-naleving een sanctie kan voortvloeien
=> dit zorgt ervoor dat mensen hun gedrag gaan aanpassen.

 Macht is niet de uitoefening van dwang, maar de mogelijkheid om dwang uit te oefenen is al
genoeg.
 Tweede gelijkenis M&W: conflict tss A en B waardoor B door de macht van A een handeling
verricht wat die misschien anders niet zou doen.

 In welke mate wordt onze vrijheid beperkt door de machten van andere actoren?
 Onzichtbare macht: mensen voelen zich beroofd van keuzemogelijkheden zonder dat we
kunnen achterhalen wat hen juist verhindert. (kritiek op Dahl)

 3 dimensies van macht:
1. beslissen en bevelen: 'naakte' macht (vb. maximumsnelheid)
2. agenda-setting: invloed hebben op de thema's waarover gesproken wordt
Negatief: bepaalde thema's niet behandelen
$19.67
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
hanavanbellingen

Conoce al vendedor

Seller avatar
hanavanbellingen Universiteit Antwerpen
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
2
Miembro desde
5 meses
Número de seguidores
0
Documentos
30
Última venta
4 meses hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes