Vooraleer je aan oefeningen begint, zijn er algemene stappen:
1.bestudeer de variabelen en selecteer de juiste meetschaal
- nominaal: variabele bestaat uit kwalitatieve categorieën die je niet kunt ordenen
- ordinaal: variabele bestaat uit kwalitatieve categorieën die je wél kunt ordenen
- interval: kwantitatieve variabele, je kunt ze ordenen, er is nog géén absoluut
nulpunt dat afwezigheid weerspiegelt (bv temperatuur; 0 graden is geen
afwezigheid van temperatuur)
- Indien er staat “er wordt aan lineariteitsvoorwaarden voldaan", is iets wat
normaal ordinaal is, intervalschaal.
- ratio: kwantitatieve variabele, je kunt ze ordenen, er is een absoluut nulpunt dat
afwezigheid weerspiegelt
- likertschaal?
● data van de individuele likertvragen zijn ordinaal.
● data van de totale likertschaal worden beschouwd als intervaldata.
- als er in de opgave staat dat het continu is, hint dit meestal naar ratio of
intervalschaal
2. Missing values inspecteren
→ we gaan een tabel opstellen om te zien of er data mist
● analyse > missing value analyses > nu ga je alle kwantitatieve data (ratio
of intervalschaal) zetten bij ‘Quantitative variables’ en alle kwalitatieve
data bij ‘Qualitative variables’ > paste & play
1
, → output geeft een tabel ‘univariate statistics’; hierin vind je voor elke variabele
- gemiddelde
- N
- standaarddeviatie
- Missing data → count (in beste geval 0) & percentage
- number of extremes → high & low
Hoe beginnen aan een opgave?
1. kijken wat er gevraagd wordt, gaat het om een ‘verschil’, ‘verband’,
‘voorspelling’,... (woordjes die weggeven welke test nodig gaat zijn)
2. variabelen aanduiden: OV en AV
3. 𝐻0 en 𝐻𝑎 formuleren
4. op welke meetschaal zitten de variabelen in de opgave?
5. welke test mag er uitgevoerd worden? Wat zijn de voorwaarden? → indien nodig
de normaliteit checken adhv Shapiro-Wilk
6. uitvoeren van de test, output interpreteren
7. APA-stijl referentie formuleren
Inhoud:
T-toest...................................................................................................................................... 3
Niet-parametrische toetsen...................................................................................................... 5
Verdelingstests.........................................................................................................................7
ANOVA..................................................................................................................................... 9
Associatiematen..................................................................................................................... 11
Voorspellende modellen: lineaire regressie........................................................................... 13
Meervoudige vergelijkingstests (post-hoc).............................................................................14
Grafische representaties........................................................................................................ 16
Andere functies...................................................................................................................... 18
2
, T-toest
t-toets: nagaan of er een significant verschil is tussen twee variabelen (gemiddelden)
→ voorwaarden:
- minstens op intervalniveau
- n>30 of normaalverdeeld
=> indien deze n<30, moet je een Shapiro-Wilk (of Kolmogorov-Smirnov) uitvoeren om na te
gaan of de data normaal verdeeld is
➔ indien data normaal verdeeld is, mag je een t-toets uitvoeren
➔ indien data niet normaal verdeeld is, mag t-toets niet en moet je een
niet-parametrische toets uitvoeren (Wilcoxon)
SPSS:
● 1 steekproef t-toets:
→ je vergelijkt het gemiddelde met een vooropgesteld cijfer
○ analyse > compare means and proportions > one-sample t-test >
afhankelijke variabele(n) bij ‘test variable’ continue > paste & play
○ nagaan of gemiddelde van een variabele significant afwijkt van een
bepaalde waarde:
■ analyse > compare means and proportions > one-sample t-test >
afhankelijke variabele(n) bij ‘test variable’ continue > bij ‘test
value’schrijf je de waarde waarmee je vergelijkt > paste & play
○ APA-stijl referentie:
Het uitvoeren van een t-toets voor één steekproef toonde aan dat het
gemiddelde van … (𝑥=... , n=..., 𝑆𝐷=...) wel / niet significant verschilt van
…(𝐻0) (t(df)=... , p=... , een-/tweezijdig).
● ongepaarde t-toets:
→ je vergelijkt twee onafhankelijke steekproefgemiddelden met elkaar
○ analyse > compare means and proportions > independent samples t-test
> afhankelijke variabele(n) bij ‘test variable(s)’ en OV die de ongepaarde
groepen indeeld bij ‘grouping variable’ > klik op ‘define groups’ en geef
de overeenstemmende waarden van elke groep in > paste & play
○ Levene’s Test
- doel: nagaan of de varianties van de ongepaarde steekproeven
gelijk zijn aan mekaar (homoscedasticiteit nagaan)
- in de output van ongepaarde t-toets krijg je dit; afhankelijk van het
resultaat van de Levene’s test, is het resultaat van de t-toets
verschillend
● APA-stijl referentie:
3