Examen onderwijskunde
Onderwijskunde les 1 & 2
BREED OBSERVEREN
Inleiding
- Examen: schriftelijk examen
- Boek: binnenklasdifferentiatie in praktijk!
- Stagebegeleiders beoordelen de differentiatie
Huistaak tegen 7/10: Lesvoorbereiding van vorige stage, stagehandleiding doornemen, observatie
instrumenten bekijken op Toledo
Zo snel mogelijk: handboek hoofdstuk 1 lezen
Inleiding op differentiatie
Stellingen
Stelling 1: Differentiatie is voor de buitenkantjes van de Gausscurve. Ons programma moet vooral afgestemd
blijven op de gemiddelde leerling.
Gauscurve: normale verdeling -> evenveel personen met handicap als personen met een hoogbegaafde
leerlingen (cognitief getalenteerde leerlingen)
Vroeger differentiatie bestond eerder over
remediëringsopdrachten: meer ondersteuning, bijbenen,
moeilijkheidsgraad aanpassen
Differentiatie is ook bezig met uitdaging geven aan elke leerling
Stelling 2: In een klas moeten evenveel ‘routes op maat’ zijn als er leerlingen
Het is bijna onmogelijk als leerkracht, het is niet wenselijk.
Individuele routes -> krijg je individuele criteria: kinderen gaan uit
mekaar. We kunnen ze geen gezamenlijke les meer geven
Stelling 3: Differentiatie gaat over afbeelding 2 en 3.
Foto 1: iedereen heftzelfde geven, geen differentiatie
Foto 2: je geeft wat ze nodig hebben, differentiatie
maatregelen gebaseerd op de individuele leerling (vb. leerling
snel overprikkeld -> hoofdtelefoon)
1
, - Leerkrachtgestuurd differentiatie: de leerkracht is aanzet
Foto 3: (vb. iedereen kan gebruik maken van de bak met koptelefoons). De klasomgeving wordt aangepast
zodat maximaal aantal leerlingen zo goed mogelijk kan leren
- Leerlinggestuurde differentiatie: de leerling zet aanzet
Foto 3: Universual design of learning = leerlinggestuurde differentiatie
- Het gaat over het toegankelijk en effectief zijn voor zoveel mogelijk leerlingen
- Vb. aangepast lettertype voor dyslexie: waarom niet bij elke PowerPoint
- Vb. dyslexie-> attest: nu krijg iedereen extra tijd
Maatregelen opentrekken voor heel de groep
Stelling 4: Differentiatie heeft het meest kans op slagen binnen een vertrouwensrelatie. Zonder relatie geen
prestatie!
Relatie is het fundament: leerkracht en leerling interactie belangrijk om te
bouwen aan vertrouwen om aantal dingen op poten te zetten.
Stelling 5: De visie en de houding die een leerkracht hanteert, bepaalt of differentiatie lukt of niet.
Het is het allerbelangrijkste !
Basisfilosofie van differentiatie -> geloven in kinderen, leerling kan bepaalde dingen nog niet
Stelling 6: Alle leerlingen dienen na gedifferentieerde inoefening dezelfde toets af te leggen.
Niet mee akkoord. Het is vreemd als je veel inzet op differentiatie tijdens
de les en als je dan eenzelfde toets geeft. Je moet ook andere toetsen
geven dan.
Stelling 7: Differentiatie start bij toetsen van de leerlingen.
Output is input: probeer aan het einde van de les terug te
blikken naar de doelen van de les.
Op deze manier ga je zien waar staat elke leerling ten opzichte
van de doelen
2
,3
, Stelling 8: Goede differentiatie staat klassikaal lesgeven niet in de weg. Maar enkel klassikaal onderwijs
vanuit een voorgeprogrammeerd handboek kan niet meer en is niet effectief.
Stagementoren slaan nog altijd een handboek open en beginnen les te geven.
Het is onhaalbaar om het zelf allemaal te gaan bedenken, je hoeft warm water niet uit te vinden
Je moet er ook wel kritisch naar kunnen kijken
Probeer minstens 2 handleidingen te raadplegen waardoor de les kwalitatiever wordt
Gedifferentieerd lesgeven: moet je alles in kleine groepjes? Je mag ook nog eens klassikaal lesgeven. Klassikaal
lesgeven is belangrijk.
Bij een reflectie: kan je iedereen betrekken en kijken wat hebben jullie geleerd en wat heb jij geleerd? Klassikale
duidelijke instructie en terugkoppeling is belangrijk
Brede basiszorg of binnenklasdifferentiatie
Wat is differentiatie
Eigen inbreng
- Op niveau van het kind
- Extra uitleg
- Voor iedereen uitdagende oefeningen
- Verlengde instructie
- Hulpmiddelen en methodes gebruiken om de lesdoelen te bereiken
Overleg met de klasgroep:
Inspelen op noden van de leerlingen, inspelen op onderwijsbehoeften, al de kinderen uitdagen. Niet enkel de
minder slimmere kinderen, maar ook de getalenteerdere leerlingen. De oefeningen moeten van
moeilijkheidsgraad hebben net de lat iets hoger
Niveau opbouwen en niveau afbouwen
- Niet te makkelijk: het is te saai
Hulpbronnen en didactische materialen inzetten.
Niet niveau maar leerstatus of leerniveau!
- Wat een kind vandaag kan, wat die morgen kan, kan anders zijn
- Ontwikkeling van kinderen kan fluctueren -> geen lineaire lijn
- Soms kan die het en soms heeft die een terugval
Proactief tegenovergestelde van remediering
- Kinderen vallen uit -> we gaan ze remediëren, extra oefeningen geven
- Proactief: je gaat iets vooraf doen
Doelen formuleren op maat van de kinderen, je moet er rekening mee houden om lesfiche maken ->
het is een goede les
Hoogst mogelijk leerrendement
Definitie opgezocht op het internet:
Differentiatie = is de wijze waarop een leerkracht met de verschillen tussen leerlingen omgaat en daarop zijn
of haar onderwijs afstemt. Het doel is om tegemoet te komen aan de verschillende leerbehoeften van alle
4
Onderwijskunde les 1 & 2
BREED OBSERVEREN
Inleiding
- Examen: schriftelijk examen
- Boek: binnenklasdifferentiatie in praktijk!
- Stagebegeleiders beoordelen de differentiatie
Huistaak tegen 7/10: Lesvoorbereiding van vorige stage, stagehandleiding doornemen, observatie
instrumenten bekijken op Toledo
Zo snel mogelijk: handboek hoofdstuk 1 lezen
Inleiding op differentiatie
Stellingen
Stelling 1: Differentiatie is voor de buitenkantjes van de Gausscurve. Ons programma moet vooral afgestemd
blijven op de gemiddelde leerling.
Gauscurve: normale verdeling -> evenveel personen met handicap als personen met een hoogbegaafde
leerlingen (cognitief getalenteerde leerlingen)
Vroeger differentiatie bestond eerder over
remediëringsopdrachten: meer ondersteuning, bijbenen,
moeilijkheidsgraad aanpassen
Differentiatie is ook bezig met uitdaging geven aan elke leerling
Stelling 2: In een klas moeten evenveel ‘routes op maat’ zijn als er leerlingen
Het is bijna onmogelijk als leerkracht, het is niet wenselijk.
Individuele routes -> krijg je individuele criteria: kinderen gaan uit
mekaar. We kunnen ze geen gezamenlijke les meer geven
Stelling 3: Differentiatie gaat over afbeelding 2 en 3.
Foto 1: iedereen heftzelfde geven, geen differentiatie
Foto 2: je geeft wat ze nodig hebben, differentiatie
maatregelen gebaseerd op de individuele leerling (vb. leerling
snel overprikkeld -> hoofdtelefoon)
1
, - Leerkrachtgestuurd differentiatie: de leerkracht is aanzet
Foto 3: (vb. iedereen kan gebruik maken van de bak met koptelefoons). De klasomgeving wordt aangepast
zodat maximaal aantal leerlingen zo goed mogelijk kan leren
- Leerlinggestuurde differentiatie: de leerling zet aanzet
Foto 3: Universual design of learning = leerlinggestuurde differentiatie
- Het gaat over het toegankelijk en effectief zijn voor zoveel mogelijk leerlingen
- Vb. aangepast lettertype voor dyslexie: waarom niet bij elke PowerPoint
- Vb. dyslexie-> attest: nu krijg iedereen extra tijd
Maatregelen opentrekken voor heel de groep
Stelling 4: Differentiatie heeft het meest kans op slagen binnen een vertrouwensrelatie. Zonder relatie geen
prestatie!
Relatie is het fundament: leerkracht en leerling interactie belangrijk om te
bouwen aan vertrouwen om aantal dingen op poten te zetten.
Stelling 5: De visie en de houding die een leerkracht hanteert, bepaalt of differentiatie lukt of niet.
Het is het allerbelangrijkste !
Basisfilosofie van differentiatie -> geloven in kinderen, leerling kan bepaalde dingen nog niet
Stelling 6: Alle leerlingen dienen na gedifferentieerde inoefening dezelfde toets af te leggen.
Niet mee akkoord. Het is vreemd als je veel inzet op differentiatie tijdens
de les en als je dan eenzelfde toets geeft. Je moet ook andere toetsen
geven dan.
Stelling 7: Differentiatie start bij toetsen van de leerlingen.
Output is input: probeer aan het einde van de les terug te
blikken naar de doelen van de les.
Op deze manier ga je zien waar staat elke leerling ten opzichte
van de doelen
2
,3
, Stelling 8: Goede differentiatie staat klassikaal lesgeven niet in de weg. Maar enkel klassikaal onderwijs
vanuit een voorgeprogrammeerd handboek kan niet meer en is niet effectief.
Stagementoren slaan nog altijd een handboek open en beginnen les te geven.
Het is onhaalbaar om het zelf allemaal te gaan bedenken, je hoeft warm water niet uit te vinden
Je moet er ook wel kritisch naar kunnen kijken
Probeer minstens 2 handleidingen te raadplegen waardoor de les kwalitatiever wordt
Gedifferentieerd lesgeven: moet je alles in kleine groepjes? Je mag ook nog eens klassikaal lesgeven. Klassikaal
lesgeven is belangrijk.
Bij een reflectie: kan je iedereen betrekken en kijken wat hebben jullie geleerd en wat heb jij geleerd? Klassikale
duidelijke instructie en terugkoppeling is belangrijk
Brede basiszorg of binnenklasdifferentiatie
Wat is differentiatie
Eigen inbreng
- Op niveau van het kind
- Extra uitleg
- Voor iedereen uitdagende oefeningen
- Verlengde instructie
- Hulpmiddelen en methodes gebruiken om de lesdoelen te bereiken
Overleg met de klasgroep:
Inspelen op noden van de leerlingen, inspelen op onderwijsbehoeften, al de kinderen uitdagen. Niet enkel de
minder slimmere kinderen, maar ook de getalenteerdere leerlingen. De oefeningen moeten van
moeilijkheidsgraad hebben net de lat iets hoger
Niveau opbouwen en niveau afbouwen
- Niet te makkelijk: het is te saai
Hulpbronnen en didactische materialen inzetten.
Niet niveau maar leerstatus of leerniveau!
- Wat een kind vandaag kan, wat die morgen kan, kan anders zijn
- Ontwikkeling van kinderen kan fluctueren -> geen lineaire lijn
- Soms kan die het en soms heeft die een terugval
Proactief tegenovergestelde van remediering
- Kinderen vallen uit -> we gaan ze remediëren, extra oefeningen geven
- Proactief: je gaat iets vooraf doen
Doelen formuleren op maat van de kinderen, je moet er rekening mee houden om lesfiche maken ->
het is een goede les
Hoogst mogelijk leerrendement
Definitie opgezocht op het internet:
Differentiatie = is de wijze waarop een leerkracht met de verschillen tussen leerlingen omgaat en daarop zijn
of haar onderwijs afstemt. Het doel is om tegemoet te komen aan de verschillende leerbehoeften van alle
4