COLLEGE 1 – EMBRYOGENESE MENS
Martini hoofdstuk 20.1-20.6 + filmpje 9
De kenmerken van het fenomeen ontwikkeling noemen
Ontwikkeling: de geleidelijke verandering van lichaamsdelen en fysiologische kenmerken
tijdens de periode vanaf de bevruchting tot de volwassenheid.
De ontwikkeling bestaat uit:
De deling en differentiatie van cellen.
De vorming van verschillende celtypen wordt differentiatie genoemd.
Differentiatie vindt plaats door selectieve veranderingen van de genetische
activiteit. Naarmate de ontwikkeling doorgaat, worden bepaalde genen
uitgeschakeld en andere aangeschakeld.
De veranderingen waarbij de anatomische structuren worden gevormd en gewijzigd.
De ontwikkeling begint bij de bevruchting, wanneer een mannelijke en vrouwelijke gameet
versmelten.
Embryonale ontwikkeling: vindt plaats in de eerste 2 maanden na de bevruchting.
Embryologie: het bestuderen van de embryonale ontwikkeling.
Foetale ontwikkeling: begint bij week 9 en gaat door tot aan de geboorte.
Foetus: zo wordt het embryo na 2 maanden in ontwikkeling genoemd.
Prenatale ontwikkeling: de embryonale en foetale ontwikkeling samen.
Postnatale ontwikkeling: begint bij de geboorte en gaat door tot volwassenheid.
Een algemeen overzicht geven van de eerste maand van de ontwikkeling
Bij de bevruchting versmelten twee haploïde gameten met elkaar. Door de versmelting van
de 2 gameten (23 chromosomen), ontstaat er een zygote (46 chromosomen).
Spermacellen leveren alleen de mannelijke chromosomen.
De vrouwelijke gameet levert een secundaire oöcyt, alle celorganellen,
voedingsstoffen en de genetische programmering om de ontwikkeling van de
embryo de eerste week te ondersteunen.
Meestal vindt de bevruchting binnen een dag na de ovulatie plaats. Tientallen spermacellen
zijn nodig voor een succesvolle bevruchting.