Wonden
Korte samenvatting + ezelsbruggetjes
Begrippen
Noxe = schadelijke prikkel
Nocisensoren = pijnzintuigen
Exogene noxe = van buiten
Endogene noxe = van binnen
Monocausaal = door 1 noxe
Multicausaal = door meerdere noxe
Aanpassingsvermogen van de cel hangt af van:
- Soort cel
- Celdelingsfase
- Celleeftijd
- Cel conditie
Cellen die niet delen: zenuwcel, hartspiercel, elastisch weefsel
Celveranderingen
- Hypertrofie: cel wordt groter (vb spieren)
- Hyperplasie: aantallen cellen neemt toe (vb borsten)
- Metaplasie: Cellen gaan in andere richting differentiëren, ontstaan andere
soorten cellen. (vb roken, longen, trilhaar epitheel)
- Neoplasie: autonome celgroei, als cel zich niet kan aanpassen kunnen er
veranderingen optreden, ongecontroleerde celgroei. Neo = nieuw, plasie –
vorming. Dit kan benige of maligne zijn.
Regressieve veranderingen (achteruitgang)
- Herstel
- Verandering
- Dood
In functie en structuur
- Degeneratie: ophoping van abnormale substanties in of tussen de cellen (vb
lever)
o Hydrophische
o Vettige
o Hyaliene
o Mucoide
o Dystrofische
- Atrofisch: weefsel wordt kleiner door cellen die kleiner worden, afname.
- Necrose: celdood
o Regeneratie = worden vervangen door gelijkwaardige cellen, geen
litteken
o Reparatie = worden vervangen door bindweefsel, wel litteken.
, o Necrose- gangreen, zwarte verkleuring van necrotisch weefsel.
Ziekte ontstaat door:
- Noxe
- Afweer
o Constitutie: hoe je op de wereld bent gezet, erfelijke eigenschappen
o Conditie: leeftijd, voedingstoestand
Bescherming door afweer
Afweer is de sleutel tot herkenning
- Aspecifiek = natuurlijke immuniteit standaard in het lichaam. Fysische
barrière eiwitten, cellen. Ontstekingsreactie is vorm van aspecifieke afweer.
- Specifiek = verworven immuniteit, lichaam moet eerst in contact zijn geweest
met (virus of bacterie) maakt daarna antistoffen aan
Korte samenvatting + ezelsbruggetjes
Begrippen
Noxe = schadelijke prikkel
Nocisensoren = pijnzintuigen
Exogene noxe = van buiten
Endogene noxe = van binnen
Monocausaal = door 1 noxe
Multicausaal = door meerdere noxe
Aanpassingsvermogen van de cel hangt af van:
- Soort cel
- Celdelingsfase
- Celleeftijd
- Cel conditie
Cellen die niet delen: zenuwcel, hartspiercel, elastisch weefsel
Celveranderingen
- Hypertrofie: cel wordt groter (vb spieren)
- Hyperplasie: aantallen cellen neemt toe (vb borsten)
- Metaplasie: Cellen gaan in andere richting differentiëren, ontstaan andere
soorten cellen. (vb roken, longen, trilhaar epitheel)
- Neoplasie: autonome celgroei, als cel zich niet kan aanpassen kunnen er
veranderingen optreden, ongecontroleerde celgroei. Neo = nieuw, plasie –
vorming. Dit kan benige of maligne zijn.
Regressieve veranderingen (achteruitgang)
- Herstel
- Verandering
- Dood
In functie en structuur
- Degeneratie: ophoping van abnormale substanties in of tussen de cellen (vb
lever)
o Hydrophische
o Vettige
o Hyaliene
o Mucoide
o Dystrofische
- Atrofisch: weefsel wordt kleiner door cellen die kleiner worden, afname.
- Necrose: celdood
o Regeneratie = worden vervangen door gelijkwaardige cellen, geen
litteken
o Reparatie = worden vervangen door bindweefsel, wel litteken.
, o Necrose- gangreen, zwarte verkleuring van necrotisch weefsel.
Ziekte ontstaat door:
- Noxe
- Afweer
o Constitutie: hoe je op de wereld bent gezet, erfelijke eigenschappen
o Conditie: leeftijd, voedingstoestand
Bescherming door afweer
Afweer is de sleutel tot herkenning
- Aspecifiek = natuurlijke immuniteit standaard in het lichaam. Fysische
barrière eiwitten, cellen. Ontstekingsreactie is vorm van aspecifieke afweer.
- Specifiek = verworven immuniteit, lichaam moet eerst in contact zijn geweest
met (virus of bacterie) maakt daarna antistoffen aan