Fysiologie
Verplicht online practica!!!!!
Les 1
Hoofdstuk I: Algemene inleiding en anatomie
Schedel (cerebrum, cerebellum, hersenstam (craniale zenuwen), MO) – ruggenmerg (spinale
zenuwen)
Efferente zenuw (autonoom (viscera, organen) en willekeurig (spieren)
o ENS = enterisch zenuwstelsel
o Ganglia
Neuronen = 50% = grijze stof
o AP genereren, geleiden en overdragen
o Receptief deel (dendriet)
- Ionenstromen
- Depol
- Hyperpol
- Soma = integrator
- Drempel => AP
- Geleiding en reset
o Geleidend deel (axon)
- Myelineschede door Schwann
- Hogere snelheid
- Zelfonderhoudend
o Stimulerend deel (eindvoetjes)
- Prikkeloverdracht
- Opening Ca kanalen
- Telodendria
- Exocytose
- NT release
Glia = witte stof = 50%
o Steunweefsel (myeline)
o Astrocyten
- Energie aan neuronen leveren
- Reguleren extracell K concentratie
- Gap junctions
- Synthese en uptake NT
- Trofische groeifactoren vrijstellen (neurale overleving en synaptogenesis)
- Moduleren cerebrale bloedvoorziening
o Oligodendrocyten
- Aanmaak myeline
- pH regulatie en Fe metabolisme
, o Microglia cellen
- Macrofagen van CZS
Perifere zenuwen = centrale = samengestelde zenuwen
o Axonen van efferente en afferente neuronen
o Kan gemyeliniseerd zijn
o Verschillende geleidingssnelheid
- Compound action potential
o Verschillende gevoeligheid voor anoxie en lokale
anesthetica
Cerebrospinaal vocht
o Productie: plexus choroideus
o Reabsorptie: arachnoidale villi
o 4x/dag ververst
o Eiwitvrij
o Via 4e ventrikel in subdurale ruimte
o Langzame ophoping = hydrocefalie
- Shunt
Hersenvliezen (pia, arachnoïd en dura)
In hersenen: witte stof centraal
In ruggenmerg: witte stof perifeer
Structuur vd grote hersenen
o Corpus callosum verbindt l en r helft
o Buitenzijde = cortex = hersenschors = grijs
o Fissura lateralis van Sylvius
o Fissura centralis van Roland
o Grijze stof
- nucleus caudatus, putamen en globus pallidus = basale ganglia
- Thalamus
- Hypothalamus
o Witte stof
- Corpus callosum
- Capsula interna
Structuur kleine hersenen
o 3 Pedunculi
o Grijze schors en binnenin cerebellaire kernen en ertussen witte stof
Structuur hersenstam
o Mesencefalon (middenhersenen) – pons – MO
o Mesencefalon met twee crura, ertussen zit aquaductus – verbinding 3e en 4e ventrikel
, o Grijs en wit door elkaar
- Grijs: kernen + formatio reticularis
Nn Craniales (12 paar)
o Enkel N Vagus naar thorax
Structuur ruggenmerg en spinale zenuwen
C8 – T12 – 5L – 5S
4 radices (links en rechts elk een dorsale en een ventrale wortel)
Verlaat ruggenmerg als gemengde spinale zenuw
Achterste radix geeft ganglion (sensibele neuronen = T-neuronen)
Autonoom OS ganglion net buiten wervelzuil
Motorische baan willek zenuwstelsel
o Alfa-motorische neuronen skeletspier in cornu ventralis
o Bereiken spier via gemengde spinale zenuw
o Neuronen geprikkeld door
- Vezels afk van motorische zone hersenschors (willek)
- Gevoelige vezels uit spinale zenuwen (reflex)
Gevoelige zenuwbaan
o In gevoelig ganglion
o Prikkel => gemengde zenuw => cornu dorsale => cellichaam
o Uitloper gevoelig neuron is T vormig => CZS => hersenen of naar cornu ventrale
o Bereiken hersenschors => bewust v gewaarwording
o Voortgeleiding in ruggenmerg = reflex
Motorische baan v OS zenuwstelsel
o Preganglionaire neuronen
- Axonen verlaten ruggenmerg via cornu ventrale => gemengde spin zenuw => synaps
met postganglionair
o Postganglionaire neuronen
- Axon keert terug naar gemengde spinale zenuw => klieren of gladde spieren
o Wet van Bell en Magendie
- Cornu ventrale: zuiver motorisch
- Cornu dorsale: zuiver sensibel
Bloed-hersen-barrière
o Hersenen en CSV gevrijwaard van toxische
stoffen in bloed
o Geen mechanisch fenomeen, WEL actief
transport
o Parkinson: tekort aan dopamine – toedienen
kan niet naar hersenen!!! – L-Dopa wel!!
, Hoofdstuk II: Reflex
Vertraging hartfrequentie = carotissinusreflex
Via CZS
Reflexboog
o Typische zenuwbaan tussen zintuigcel/receptor en effector
o Minstens 4 elementen + 1 synaps
o Receptor of zintuigcel
- Prikkel opvangen => AP (sensoriële transductie)
- Niet via NT, maar via direct contact (celmembraan is met afferent verbonden)
o Afferent neuron
- Geleidt prikkel van receptor naar CZS
- Sinale reflex: T-neuronen (axon in spin zenuw en via radix dorsales naar cornu
dorsale – soma neuron ligt in gevoelig ganglion dorsale radix)
- Supraspinale reflex: afferent vezels in craniale zenuwen (synaps in hersenstam)
- Afferent neuron neemt synaps met efferent/motorisch neuron thv reflexcentrum
- Kniepeesreflex: lumbaal deel ruggenmerg
- Pupilreflex en carotissinusreflex: hersenstam
o Efferent neuron
- Van reflexcentrum naar spier/klier
- Via neuromusculaire junctie
o Effector
- Spier of klier
Mono-en polysynaptische reflexen
o 4 elementen + 1 synaps = monosynaptisch (kniepeesreflex)
- Afferent en efferent in zelfde spinale zenuw => reflex is unilateraal en segmentair
o Meeste: afferent neuron geen synaps met efferent maar met 1 of + interneuronen
(schakel tussen afferent en efferent)
o Polysynaptische reflex
- Prikkel verder gevoerd naar andere zijde of hoger/lager
- Gekruiste strekreflex (zie later)
o Voortgeleiding door neuronen: zeer snel
o Voortgeleiding door synaps: traag – synaptische vertraging (latentietijd reflex)
- Reflex met 3 interneuronen en dus 4 synapsen = 4x trager dan monosynaptisch
Verplicht online practica!!!!!
Les 1
Hoofdstuk I: Algemene inleiding en anatomie
Schedel (cerebrum, cerebellum, hersenstam (craniale zenuwen), MO) – ruggenmerg (spinale
zenuwen)
Efferente zenuw (autonoom (viscera, organen) en willekeurig (spieren)
o ENS = enterisch zenuwstelsel
o Ganglia
Neuronen = 50% = grijze stof
o AP genereren, geleiden en overdragen
o Receptief deel (dendriet)
- Ionenstromen
- Depol
- Hyperpol
- Soma = integrator
- Drempel => AP
- Geleiding en reset
o Geleidend deel (axon)
- Myelineschede door Schwann
- Hogere snelheid
- Zelfonderhoudend
o Stimulerend deel (eindvoetjes)
- Prikkeloverdracht
- Opening Ca kanalen
- Telodendria
- Exocytose
- NT release
Glia = witte stof = 50%
o Steunweefsel (myeline)
o Astrocyten
- Energie aan neuronen leveren
- Reguleren extracell K concentratie
- Gap junctions
- Synthese en uptake NT
- Trofische groeifactoren vrijstellen (neurale overleving en synaptogenesis)
- Moduleren cerebrale bloedvoorziening
o Oligodendrocyten
- Aanmaak myeline
- pH regulatie en Fe metabolisme
, o Microglia cellen
- Macrofagen van CZS
Perifere zenuwen = centrale = samengestelde zenuwen
o Axonen van efferente en afferente neuronen
o Kan gemyeliniseerd zijn
o Verschillende geleidingssnelheid
- Compound action potential
o Verschillende gevoeligheid voor anoxie en lokale
anesthetica
Cerebrospinaal vocht
o Productie: plexus choroideus
o Reabsorptie: arachnoidale villi
o 4x/dag ververst
o Eiwitvrij
o Via 4e ventrikel in subdurale ruimte
o Langzame ophoping = hydrocefalie
- Shunt
Hersenvliezen (pia, arachnoïd en dura)
In hersenen: witte stof centraal
In ruggenmerg: witte stof perifeer
Structuur vd grote hersenen
o Corpus callosum verbindt l en r helft
o Buitenzijde = cortex = hersenschors = grijs
o Fissura lateralis van Sylvius
o Fissura centralis van Roland
o Grijze stof
- nucleus caudatus, putamen en globus pallidus = basale ganglia
- Thalamus
- Hypothalamus
o Witte stof
- Corpus callosum
- Capsula interna
Structuur kleine hersenen
o 3 Pedunculi
o Grijze schors en binnenin cerebellaire kernen en ertussen witte stof
Structuur hersenstam
o Mesencefalon (middenhersenen) – pons – MO
o Mesencefalon met twee crura, ertussen zit aquaductus – verbinding 3e en 4e ventrikel
, o Grijs en wit door elkaar
- Grijs: kernen + formatio reticularis
Nn Craniales (12 paar)
o Enkel N Vagus naar thorax
Structuur ruggenmerg en spinale zenuwen
C8 – T12 – 5L – 5S
4 radices (links en rechts elk een dorsale en een ventrale wortel)
Verlaat ruggenmerg als gemengde spinale zenuw
Achterste radix geeft ganglion (sensibele neuronen = T-neuronen)
Autonoom OS ganglion net buiten wervelzuil
Motorische baan willek zenuwstelsel
o Alfa-motorische neuronen skeletspier in cornu ventralis
o Bereiken spier via gemengde spinale zenuw
o Neuronen geprikkeld door
- Vezels afk van motorische zone hersenschors (willek)
- Gevoelige vezels uit spinale zenuwen (reflex)
Gevoelige zenuwbaan
o In gevoelig ganglion
o Prikkel => gemengde zenuw => cornu dorsale => cellichaam
o Uitloper gevoelig neuron is T vormig => CZS => hersenen of naar cornu ventrale
o Bereiken hersenschors => bewust v gewaarwording
o Voortgeleiding in ruggenmerg = reflex
Motorische baan v OS zenuwstelsel
o Preganglionaire neuronen
- Axonen verlaten ruggenmerg via cornu ventrale => gemengde spin zenuw => synaps
met postganglionair
o Postganglionaire neuronen
- Axon keert terug naar gemengde spinale zenuw => klieren of gladde spieren
o Wet van Bell en Magendie
- Cornu ventrale: zuiver motorisch
- Cornu dorsale: zuiver sensibel
Bloed-hersen-barrière
o Hersenen en CSV gevrijwaard van toxische
stoffen in bloed
o Geen mechanisch fenomeen, WEL actief
transport
o Parkinson: tekort aan dopamine – toedienen
kan niet naar hersenen!!! – L-Dopa wel!!
, Hoofdstuk II: Reflex
Vertraging hartfrequentie = carotissinusreflex
Via CZS
Reflexboog
o Typische zenuwbaan tussen zintuigcel/receptor en effector
o Minstens 4 elementen + 1 synaps
o Receptor of zintuigcel
- Prikkel opvangen => AP (sensoriële transductie)
- Niet via NT, maar via direct contact (celmembraan is met afferent verbonden)
o Afferent neuron
- Geleidt prikkel van receptor naar CZS
- Sinale reflex: T-neuronen (axon in spin zenuw en via radix dorsales naar cornu
dorsale – soma neuron ligt in gevoelig ganglion dorsale radix)
- Supraspinale reflex: afferent vezels in craniale zenuwen (synaps in hersenstam)
- Afferent neuron neemt synaps met efferent/motorisch neuron thv reflexcentrum
- Kniepeesreflex: lumbaal deel ruggenmerg
- Pupilreflex en carotissinusreflex: hersenstam
o Efferent neuron
- Van reflexcentrum naar spier/klier
- Via neuromusculaire junctie
o Effector
- Spier of klier
Mono-en polysynaptische reflexen
o 4 elementen + 1 synaps = monosynaptisch (kniepeesreflex)
- Afferent en efferent in zelfde spinale zenuw => reflex is unilateraal en segmentair
o Meeste: afferent neuron geen synaps met efferent maar met 1 of + interneuronen
(schakel tussen afferent en efferent)
o Polysynaptische reflex
- Prikkel verder gevoerd naar andere zijde of hoger/lager
- Gekruiste strekreflex (zie later)
o Voortgeleiding door neuronen: zeer snel
o Voortgeleiding door synaps: traag – synaptische vertraging (latentietijd reflex)
- Reflex met 3 interneuronen en dus 4 synapsen = 4x trager dan monosynaptisch