Projectmanagement les 1
Deze wordt o.a. gebruikt bij de ALO. Improvisatie, projectmatig werken en routinematig werken
kunnen op elkaar volgen:
- Bij een nieuwe taak of probleem kun je meestal wel improviseren.
- Als het dan vaker blijkt voor te komen ga je de situatie meer organiseren. Dan zet je een
project op om de boel eens goed op poten te zetten.
, - Als het project dan afgelopen is, zijn er standaardprocedures ontwikkeld, zodat er niet
steeds opnieuw geïmproviseerd hoeft te worden en dan kunnen de werkzaamheden
routinematig uitgevoerd worden
Principes van projectmatig werken
1. Eerste denken dan doen
2. Project doordenken van voor naar achter en van achter naar voor
3. Grote lijn eerst, dan details
4. Samenwerken en netwerken
5. Creëren en (jezelf) ontwikkelingen
Wanneer zet je een project op?
1. Probleem van tijdelijke aard en heeft een duidelijk begin en einde
2. Het gaat om een belangrijke en complexe uitdaging
3. Resultaat is maar voor een uitleg vatbaar
4. Duidelijke opdrachtgever
5. Duidelijke opleverdatum
6. Scherp budget en toetsbare kwaliteitseisen
Soorten projecten:
Technische projecten hebben kwantitatie
ve doelen (tastbaar)
- Brug bouwen
- Wegaanleg
- Aanleggen datanetwerk
- Productontwikkeling
Sociale projecten hebben kwalitatieve
doelen (lastiger concreet te maken)
- Cultuurverandering
- Management development
- Organisatieverandering
Gemengde projecten: hebben gemengde doelen
- Ontwikkeling van nieuwe dienstverlening
- Ontwerpen en implementeren van ICT‐
systemen
- Ontwikkelen van langetermijnplanning
,Aansluiting project op moederorganisatie
Draagvlak/commitment/expertise
- Past het project bij de organisatie
- Zijn er mensen die het willen/kunnen uitvoeren
, - Wil de lijnorganisatie mensen leveren
- Welke prioriteit heeft dit project voor de afdelingen/managers/bestuurders
- Willen de bestuurder/ managers het echt
Ontstaansgeschiedenis van projectmanagement
Eerst vooral vanuit Het‐kant en Zij‐kant: Het projectteam levert een concreet projectresultaat op en
draagt het tenslotte over aan de opdrachtgever: Zij‐kant. In de praktijk werd al snel duidelijk dat
mooie projectplannen en begrotingen geen garantie op succes bieden.
De manier waarop projectteamleden met elkaar met hun omgeving samenwerken en
communiceren, bleek even belangrijk te zijn. Het antwoord daarop was een uitbreiding met de Wij‐
kant (aspecten als het samenstellen en opbouwen van een team, communicatieve vaardigheden e.d.)
Het boek wat we gebruiken integreert een vierde de ik kant: de Ik
in het boek staan vragen die je kunt gebruiken per kant!! Voedingskracht aan Omgevings‐ / ZIJ‐kant:
Project moet geworteld zijn in een duidelijke behoefte. Iemand moet er wakker van liggen als
het project niet wordt gerealiseerd. Droom of oplossing voor probleem.
Naarmate de beoogde gebruikers van het projectresultaat een grotere behoefte hebben aan
het resultaat, zal er meer energie in het project zitten.
Persoonlijke Kracht aan Leiderschap / IK‐kant Tot voor kort sterk onderschat en onderontwikkeld
in theorie en praktijk. Twee redenen voor meer aandacht: