Samenvatting
Leerdoelen:
1.De verschillende ondernemingsvromen te benoemden en de specifieke kenmerken
per vorm kunnen benoemen.
2.De verschillende type belastingen te benoemen waar bedrijven mee te maken hebben
en deze toe te lichten.
6.Berekeningen uit te voeren t.a.v. alle type belastingen waar bedrijven mee te maken
krijgen, ongeacht welke juridische vorm
Financieel management→Optimaliseren van de financiële prestaties door het maken
van strategische keuzes. Het doel is om waarde te creëren en de financiële gezondheid
op lange termijn te waarborgen.
Financiële planning→Begrotingen en budgetteren.
Ondernemingsvormen
Vorm Eigenaarschap Zeggenschap Belasting Oprichting Continuïteit
EZ Natuurlijk persoon; Eigenaar Inkomstenbelasting Handelsregister Zeer moeilijk
1 Eigenaar privé kvK, geen
aansprakelijk startkapitaal
nodig
VOF Natuurlijk persoon; Eigenaren Inkomstenbelasting Handelsregister Omzetting in EZ
1 eigenaren privé KvK, geen of
aansprakelijk startkapitaal Verblijfsbeding
nodig, notariële
akte
Stichting Rechtspersoon, Bestuur Vennootschapsbelasting Handelsregister Redelijk
bestuur, geen KvK, notariële gewaarborgd
leden akte
Vereniging Rechtspersoon, Leden via de ALV Vennootschapsbelasting Handelsregister Redelijk
Bestuur en leden KvK gewaarborgd
BV Rechtspersoon, Aandeelhouders Vennootschapsbelasting Handelsregister Redelijk
aandeelhouders KvK, notariële gewaarborgd
akte, geen
startkapitaal
nodig
NV Rechtspersoon, Aandeelhouders Handelsregister Geen probleem
aandeelhouders KvK, notariële
akte,
startkapitaal>45K
1
, Belastingen
-Kostprijsverhogende belastingen
-BTW: Belastingen over toegevoegde waarde
-Winstbelasting
Kostprijsverhogende belastingen
→Worden gezien als constante kosten en verhogen dus de kostprijs (Wegenbelasting,
precariobelastingen, accijnzen en milieuheffingen). Dit zijn constante kosten.
Kostprijs (Kp)→Kosten per product, we gaan altijd uit van proportioneel variabele
kosten.
Kp=v+C-/-N
Kostprijs=(Variabele kosten per product + Constante kosten per product)
Variabele kosten per product (V)=Inkoopprijs van ingekochte producten
Constante kosten per product(C)= periodieke constante kosten-/- normale producte
en/of afzet (N).
Variabele kosten→ Kan proportioneel, progressief en degressief zijn. En verschilt.
→Het is Afhankelijk van de productie en/of afzet. Is deze nul, dan zijn er ook geen
variabele kosten.
→Stijgt de productie en/ of afzet dan stijgen de variabele kosten.
Proportioneel variabele kosten→ Stijgen recht evenredig met de productie en/ of afzet.
De variabele kosten per product is zo dus altijd gelijk.
Progressief variabele kosten→
Degressief variabele kosten→De variabele kosten per product dalen bij toenemende
productie/ afzet.
Constante kosten→onafhankelijk van productie en/of afzet. Deze kosten zijn er altijd en
blijven in principe stabiel. Ze kunnen alleen veranderen bij een capaciteitsuitbreiding-of
afname.
Kosten→Aan producten toegekende geldswaarden als gevolg van doelmatige opoffering
van productiemiddelen ‘’KANO’’ en deze moeten terug verdiend moeten worden aan de
hand van kostprijsverhogende belastingen
2