Anatomie
https://www.studeersnel.nl/nl/document/universiteit-utrecht/18-
voortplanting/voorbereiding-pr1-voortplanting/17910804?origin=search-results
https://www.studeersnel.nl/nl/document/universiteit-utrecht/18-voortplanting/vp-
hoorcolleges-emodules-en-practica/72341405?origin=search-results
Handleiding met vragen
Thema 1: Topografische anatomie
Bestudeer in de in situ preparaten de topografische anatomie van het mannelijk
geslachtsapparaat. Besteed hierbij aandacht aan het verloop en de uitmonding van de
ductus deferens (zaadleider) en relateer dit aan het verloop en uitmonding van de
ureters. Bekijk de positie van het scrotum en de testes (zaadbal) in het scrotum en maak
een vergelijking tussen de verschillende diersoorten. Volg het verloop van de urethra (pars
pelvina en pars penina = deel buiten en deel in de penis).
Embryologie
Bij de bestudering van de anatomische relatie van de verschillende structuren van het
mannelijk geslachtsapparaat ten opzichte van elkaar, is het belangrijk ook kennis te
,hebben van de embryologie, om deze relaties te verklaren. Daarom volgen eerst enkele
vragen over de embryonale ontwikkeling van het mannelijk geslachtsapparaat.
1. Welke belangrijke genen spelen een rol bij de geslachtsdifferentiatie in mannelijke
richting?
Bij aanwezigheid Sry gen (testis determining factor) differentiatie tot man.
SF1: Sertolicellen en Leydigcellen = transcriptiefactor
Sertolicellen produceren AMH
2. Wat is de oorsprong van de primordiale geslachtscellen en waar bevinden deze zich
gedurende de embryonale ontwikkeling?
Mesonephros (primitieve nier) wordt omgebouwd, verdikking hierop vormt genitale lijst.
Primordiale kiemcellen migreren vanuit dooierzak en allantois via einddarm naar genitale
lijst (bij vogels via bloed) -> splitsing M vs V gonaden.
Testes & Scrotum
De normale ligging en positie van de testes is diersoort specifiek, bekijk de aanwezige
preparaten van de verschillende diersoorten en beantwoord de onderstaande vragen.
3. Geef enige specifieke voorbeelden van diersoort specifieke verschillen in ligging van
de testes.
Liesstreek (inguinaal) bij paard en hond, onder liesstreek bij herkauwer, perineaal bij
varkens en subanaal in katten.
Perineaal is ong hetzelfde als perianaal en wordt wel door elkaar gebruikt.
Bij veel zoogdieren bevinden de testes zich in een scrotum. Wanneer je hier goed over
nadenkt is het best opmerkelijk dat de testes, verantwoordelijk voor de productie van
zaadcellen en noodzakelijk voor het doorgeven van de genen naar de volgende generatie,
zo kwetsbaar buiten het lichaam hangen. In de academische wereld bestaat er veel
discussie over de verklaring waarom dit zo is. Hier zal tijdens het werkcollege ook
aandacht aan worden besteed.
4. Welke verklaring wordt vaak genoemd voor de ligging van de testes in een scrotum?
Thermoregulatie (sperma kan bij deze dieren niet tegen hitte).
5. Bij welke zoogdieren is er geen sprake van scrotale ligging van de testes?
,Bij olifanten blijven ze in het abdomen. Kleine zoogdieren zoals knaagdieren laten de testes
vaak periodiek dalen, dus deel van de tijd ook hoog in lichaam.
Mol, egel, tapir, olifant, neushoorn, luiaard hebben geen scrotum.
Onderstaande vragen kunnen je helpen bij het nauwkeurig bestuderen van de anatomische
positie van scrotum en testes bij de verschillende diersoorten.
6. Geef in onderstaand schema aan wat de positie van het scrotum is bij de
verschillende diersoorten.
Perianaal = kat, varken (bij vraag 3 staat het dan specifieker maar als je t maar ong weet)
Inguinaal (hangt echt in lies) = paard en hond, herkauwer
Liesstreek (inguinaal) bij paard en hond, onder liesstreek bij herkauwer, perineaal bij
varkens en subanaal in katten.
7. Vergelijk de oriëntatie van de testes in het scrotum bij een stier en een hengst. Wat
valt je op? (Dit konden we op PR niet echt goed vinden maar die van stier leek echt
wel verticaal te hangen en dan hengst iets meer schuin richting horizontaal, dus
chatGPT zal t wel goed hebben).
Dit is zeker goed: Itt andere diersoorten zijn testikels horizontaal gepositioneerd in scrotum
bij hengsten
Stier: De testes van een stier hangen verticaal in het scrotum. De epididymis (bijbal) ligt
dorsaal (aan de bovenkant) van de testes. De staart van de epididymis wijst naar beneden
en is gericht naar de benen van de stier. Deze verticale oriëntatie betekent dat de testes
relatief hoog in het scrotum zitten, dicht bij de buik van de stier.
Hengst: De testes van een hengst liggen meer horizontaal in het scrotum. De epididymis
bevindt zich aan de achterkant van de testes. De staart van de epididymis wijst naar
achteren, richting de staart van de hengst. Deze horizontale oriëntatie betekent dat de
testes lager in het scrotum hangen, verder van de buik af.
Conclusie: Het opvallende verschil is de richting waarin de testes en de bijbal zijn
georiënteerd. Bij stieren zijn de testes verticaal georiënteerd met de bijbal bovenaan,
terwijl bij hengsten de testes horizontaal liggen met de bijbal aan de achterkant.
Buikholte & Bekkenholte
De blaas die uitmondt in de urethra, waar ook de twee ductus deferentes (zaadleiders) in
uitmonden, is in de bekkenholte gelegen. Verschillende structuren, zoals het rectum,
ductus deferens en de blaas bevinden zicht gedeeltelijk in de buikholte en gedeeltelijk in
, de bekkenholte. Door deze topografische ligging en het feit dat het peritoneum ter hoogte
van deze overgang van buikholte naar bekkenholte omslaat, leidt tot de vorming van
verschillende excavatio’s (letterlijke vertaling van excavatio is uitholling).
8. Identificeer de excavatio rectogenitalis, excavatio vesicogenitalis en excavatio
pubovesicalis. Welke structuren begrenzen deze excavatio’s dorsaal en ventraal bij
het mannelijke dier?
Dit plaatje hierboven is van V, hoe zit het bij M -> Mannelijke dieren hebben zeker alle drie
de excavatio’s. Aangezien deze dus ook e. rectoGENITALIS en e. vesicoGENITALIS heten,
zal een gedeelte van het genitaalstelsel de begrenzing moeten vormen. Tussen de beide
ducti deferenti bevindt zich een vlies, de plica genitalis. Deze scheidt de ruimte tussen het
rectum en de urineblaas in tweeën.
Rectum dorsaal – plica genitalis ventraal
plica genitalis – blaas
Blaas – os pubis
De plica genitalis wordt gevormd door de versmelting van de linker en rechter ophangband
van de ductus deferens. Het is een driehoekig ligament tussen de laatste delen van de
beide ductus deferensen voordat ze in de urethra uitmonden.
9. Beschrijf de embryonale ontwikkeling van de ureter in relatie tot de ductus
deferens. Waar mondt de ureter en waar de ductus deferens in uit?
Stimulatie ductus mesonephricus en remming ductus paramesonephricus. Dus alleen
ductus mesonephricus ontwikkelt verder en wordt de zaadleider/ductus deferens. De
mesonephros wordt de bijbal/epididymis en de hele gonade sws dus ook testes vgm.