TENTAMEN RELATIEVERMOGENSRECHT 2024-2025
EERSTE KANS 23 mei 2025
Opdracht 1 (4 punten)
Leg beknopt uit hoe het arrest HR 20 mei 1987, NJ 1988, 231 (Rechtsverwerking) zich verhoudt
tot de algemene verjaringsregeling voor gehuwden van art. 3:320 jo. 3:321 lid 1 sub a BW.
Op grond van art. 3:320 jo. 3:321 lid 1 sub a BW verjaren vorderingen tussen echtgenoten
tijdens huwelijk niet (pas na 6 maanden einde huwelijk). 2 pt
In het arrest Rechtsverwerking (HR 20 mei 1987, NJ 1988, 231 -nummer 93 in bundel) heeft
de Hoge Raad echter bepaald dat echtgenoten tijdens het huwelijk hun recht kunnen
verwerken ten aanzien van vorderingen uit hoofde van teveel bijgedragen kosten van de
huishouding (al is enkel tijdsverloop onvoldoende).
HR: Gezien de gedragingen van partijen brengen de redelijkheid en billijkheid met zich mee
dat de man na ontbinding van het huwelijk de kosten niet met terugwerkende kracht kan
terugvorderen en dat hij in zoverre zijn vorderingsrecht heeft verwerkt. 1 pt
Het arrest doorbreekt daarmee de verjaringsregeling voor gehuwden uit de artikelen 3:320
jo. 321 lid 1 sub a BW. 1 pt
Opdracht 2 (13 punten)
Noor en Sem zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen in 2010. Sem heeft
voorhuwelijks een vrijstaande garage in eigendom verkregen. Omdat de huidige woning
onvoldoende ruimte biedt, besluiten de echtgenoten samen dat Noor de garage gaat gebruiken
voor de stalling van de bus en andere goederen van haar hondenuitlaatservice. Sem plaatst er
een bureau en een computer zodat Noor vanuit de garage ook haar administratie en marketing
kan regelen.
Tussen het bureau en de gestalde bus plaatst Noor een tussenwandje met een binnendeur,
zodat ze over een klein kantoortje kan beschikken.
a. Was Noor bevoegd tot het laten plaatsen van de tussenwand met de binnendeur?
Motiveer uw antwoord. (5 punten)
Boek par. 7.7., met name pag. 175.
Het plaatsen van de tussenwand is een bestuurshandeling ex art. 1:90 lid 2 (beheer dan wel
feitelijke handelingen). 1 pt
De garage is een gemeenschapsgoed ex art. 1:94 lid 2 BW (oud). 1 pt
Art. 1:90 jo. 1:97 lid 1 BW: het betreft een goed op naam; Sem is de formele verkrijger dus in
beginsel exclusief/privatief bestuursbevoegd. 1 pt
, Art. 1:97 lid 2 BW: voor handelingen die zijn te beschouwen als in de uitoefening van het
bedrijf van een echtgenoot ligt het bestuur exclusief bij de echtgenoot-ondernemer mits de
andere echtgenoot die initieel het bestuur heeft toestemming heeft gegeven voor dat
gebruik. Uit het samen besluiten en meehelpen van Sem valt een impliciete toestemming
af te leiden. 1 pt
Het betreft hier een handeling m.b.t. de normale uitoefening van het bedrijf van Noor
(inrichten van het pand past binnen een e iciëntere bedrijfsvoering van haar
hondenuitlaat-onderneming). Daarom was Noor hiertoe (privatief) bevoegd o.g.v. art. 1:97
lid 2 BW. 1 pt
Sem verkoopt vervolgens de garage aan een kennis die er een goede prijs voor over heeft. Noor is
ontstemd over de verkoop van de garage.
b. Ziet u voor Noor mogelijkheden binnen het huwelijksvermogensrecht om de verkoop en
levering te frustreren? Motiveer uw antwoord. (8 punten)
Toestemming ontbreekt
Het is pleitbaar dat de verkoopovereenkomst onder het bereik van art. 1:88 lid 1 sub a BW
valt. Dit is alleen als de garage onderdeel is van de echtelijke woning (zie zinsnede ‘zaken
die bij een zodanige woning …. behoren’), art. 1:88 lid 1 sub a BW 2+1 pt
Noor kan dan de verkoopovereenkomst vernietigen o.g.v. art. 1:89 lid 1 BW, tenzij de koper
te goeder trouw is ex art. 1:89 lid 2 BW. Door de vernietiging komt de titel te vervallen
waardoor geen geldige eigendomsoverdracht ex art. 3:84 BW kan plaatsvinden. 1 pt
Art. 1:89 lid 2 jo. 3:11 BW: Wist de kennis niet of behoorde hij niet te weten dat Sem als
verkopende partij gehuwd was? Goede trouw wordt niet snel aangenomen. Op de koper
rust een actieve onderzoeksplicht om te vragen naar omstandigheden (huwelijk en garage
als onderdeel van de woning). 1 pt
N.B.: Bij een verkoopovereenkomst is doorgaans nog geen notaris betrokken.
Levering
Naast het proberen om de koop ex art. 1:88 BW te vernietigen, kan Noor ook stellen dat er
nooit een geldige eigendomsoverdracht kan plaatsvinden zolang ze niet meewerkt aan de
levering. 1 pt
Sem is immers uitsluitend tezamen met Noor bevoegd om de garage te leveren zie art. 1:97
lid 2 nu de vervreemding buiten de normale uitoefening van de van het bedrijf van Noor valt.
1 pt.
De verkrijger zal namelijk niet worden beschermd tegen deze beschikkingsbevoegdheid ex
art. 1:92 lid 1 BW (betreft i.c. geen roerende goed). 1 pt.
Opdracht 3 (14 punten)
Alina en Noa zijn sinds 2013 gehuwd met huwelijkse voorwaarden inhoudende uitsluiting van
iedere gemeenschap van goederen en met een periodiek verrekenbeding. Onder het te
verrekenen inkomen valt blijkens de huwelijkse voorwaarden ‘alle inkomsten uit dienstbetrekking
en ondernemingswinsten’.
EERSTE KANS 23 mei 2025
Opdracht 1 (4 punten)
Leg beknopt uit hoe het arrest HR 20 mei 1987, NJ 1988, 231 (Rechtsverwerking) zich verhoudt
tot de algemene verjaringsregeling voor gehuwden van art. 3:320 jo. 3:321 lid 1 sub a BW.
Op grond van art. 3:320 jo. 3:321 lid 1 sub a BW verjaren vorderingen tussen echtgenoten
tijdens huwelijk niet (pas na 6 maanden einde huwelijk). 2 pt
In het arrest Rechtsverwerking (HR 20 mei 1987, NJ 1988, 231 -nummer 93 in bundel) heeft
de Hoge Raad echter bepaald dat echtgenoten tijdens het huwelijk hun recht kunnen
verwerken ten aanzien van vorderingen uit hoofde van teveel bijgedragen kosten van de
huishouding (al is enkel tijdsverloop onvoldoende).
HR: Gezien de gedragingen van partijen brengen de redelijkheid en billijkheid met zich mee
dat de man na ontbinding van het huwelijk de kosten niet met terugwerkende kracht kan
terugvorderen en dat hij in zoverre zijn vorderingsrecht heeft verwerkt. 1 pt
Het arrest doorbreekt daarmee de verjaringsregeling voor gehuwden uit de artikelen 3:320
jo. 321 lid 1 sub a BW. 1 pt
Opdracht 2 (13 punten)
Noor en Sem zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen in 2010. Sem heeft
voorhuwelijks een vrijstaande garage in eigendom verkregen. Omdat de huidige woning
onvoldoende ruimte biedt, besluiten de echtgenoten samen dat Noor de garage gaat gebruiken
voor de stalling van de bus en andere goederen van haar hondenuitlaatservice. Sem plaatst er
een bureau en een computer zodat Noor vanuit de garage ook haar administratie en marketing
kan regelen.
Tussen het bureau en de gestalde bus plaatst Noor een tussenwandje met een binnendeur,
zodat ze over een klein kantoortje kan beschikken.
a. Was Noor bevoegd tot het laten plaatsen van de tussenwand met de binnendeur?
Motiveer uw antwoord. (5 punten)
Boek par. 7.7., met name pag. 175.
Het plaatsen van de tussenwand is een bestuurshandeling ex art. 1:90 lid 2 (beheer dan wel
feitelijke handelingen). 1 pt
De garage is een gemeenschapsgoed ex art. 1:94 lid 2 BW (oud). 1 pt
Art. 1:90 jo. 1:97 lid 1 BW: het betreft een goed op naam; Sem is de formele verkrijger dus in
beginsel exclusief/privatief bestuursbevoegd. 1 pt
, Art. 1:97 lid 2 BW: voor handelingen die zijn te beschouwen als in de uitoefening van het
bedrijf van een echtgenoot ligt het bestuur exclusief bij de echtgenoot-ondernemer mits de
andere echtgenoot die initieel het bestuur heeft toestemming heeft gegeven voor dat
gebruik. Uit het samen besluiten en meehelpen van Sem valt een impliciete toestemming
af te leiden. 1 pt
Het betreft hier een handeling m.b.t. de normale uitoefening van het bedrijf van Noor
(inrichten van het pand past binnen een e iciëntere bedrijfsvoering van haar
hondenuitlaat-onderneming). Daarom was Noor hiertoe (privatief) bevoegd o.g.v. art. 1:97
lid 2 BW. 1 pt
Sem verkoopt vervolgens de garage aan een kennis die er een goede prijs voor over heeft. Noor is
ontstemd over de verkoop van de garage.
b. Ziet u voor Noor mogelijkheden binnen het huwelijksvermogensrecht om de verkoop en
levering te frustreren? Motiveer uw antwoord. (8 punten)
Toestemming ontbreekt
Het is pleitbaar dat de verkoopovereenkomst onder het bereik van art. 1:88 lid 1 sub a BW
valt. Dit is alleen als de garage onderdeel is van de echtelijke woning (zie zinsnede ‘zaken
die bij een zodanige woning …. behoren’), art. 1:88 lid 1 sub a BW 2+1 pt
Noor kan dan de verkoopovereenkomst vernietigen o.g.v. art. 1:89 lid 1 BW, tenzij de koper
te goeder trouw is ex art. 1:89 lid 2 BW. Door de vernietiging komt de titel te vervallen
waardoor geen geldige eigendomsoverdracht ex art. 3:84 BW kan plaatsvinden. 1 pt
Art. 1:89 lid 2 jo. 3:11 BW: Wist de kennis niet of behoorde hij niet te weten dat Sem als
verkopende partij gehuwd was? Goede trouw wordt niet snel aangenomen. Op de koper
rust een actieve onderzoeksplicht om te vragen naar omstandigheden (huwelijk en garage
als onderdeel van de woning). 1 pt
N.B.: Bij een verkoopovereenkomst is doorgaans nog geen notaris betrokken.
Levering
Naast het proberen om de koop ex art. 1:88 BW te vernietigen, kan Noor ook stellen dat er
nooit een geldige eigendomsoverdracht kan plaatsvinden zolang ze niet meewerkt aan de
levering. 1 pt
Sem is immers uitsluitend tezamen met Noor bevoegd om de garage te leveren zie art. 1:97
lid 2 nu de vervreemding buiten de normale uitoefening van de van het bedrijf van Noor valt.
1 pt.
De verkrijger zal namelijk niet worden beschermd tegen deze beschikkingsbevoegdheid ex
art. 1:92 lid 1 BW (betreft i.c. geen roerende goed). 1 pt.
Opdracht 3 (14 punten)
Alina en Noa zijn sinds 2013 gehuwd met huwelijkse voorwaarden inhoudende uitsluiting van
iedere gemeenschap van goederen en met een periodiek verrekenbeding. Onder het te
verrekenen inkomen valt blijkens de huwelijkse voorwaarden ‘alle inkomsten uit dienstbetrekking
en ondernemingswinsten’.