Clinical Neuro college 2
Neuro anatomy
The Neuron
Dendrieten: spines
Som: cell body
Axon: long fibre connecting neurons
Synapse: space between neurons
Er zijn verschillende type neuronen. Ze onderscheiden zich door functie en vorm
Actie potentiaal reist langs de axonen en triggers een respons bij de synaps, dit zorgt voor een
signaal dichtbij de dendrieten van andere neuronen.
Neurotransmitters die vrij komen in de synaps zorgen voor dit signaal
Actiepotentiaal
Drempel, niet afnemend, alles of niets respons. Er bestaan geen kleine actiepotentialen. Je
hebt er een of je heb er geen.
Getriggerd door de opgetelde signalen die bij de cel komen.
Gedreven door verschillende ionen doorlatendheid van cel membraan
Triggers vrij komen van neurotransmitter bij de axon terminal
Synaps
Actiepotentiaal zorgt voor vrij komen van neurotransmitters in de synaptische spleet.
Versterkend of remmende signalen kunnen bijdragen aan het opgetelde signaal bij de axon
heuvel waar de drempel is bepaald.
De verspreiding van de synapsen op een cel beïnvloeden de excitability
Sommige neuronen kunnen meer dan 1 type neurotransmitter vrijgeven. Dit hangt af van de
type stimulatie (hoge of lage frequentie stimulatie, hoe snel ze komen).
In het pos synaptische membraan zitten receptoren die zich kunnen aanpassen aan over of
onder gebruik. (Als er veel neurotransmitters zijn zullen er meer receptor cellen worden
aangemaakt, als ze niet gebruikt worden gaan ze weg)
Neurotransmitter: doorsturen van boodschappen
Kleine-molecule neurotransmitter: snel actie
Acetylcholine
Amines; dopamine, adrenaline, serotonine
Aminozuren ; Glutamaat, histamine, GABA
Peptide transmitter: langzaam
Aminozuur kettingen
Transmitter gassen: Makkelijk door celmembraan, activeren metabolisme
Koolmonoxide, stikstofmonoxide
Effecten van neurotransmitters kunnen stimulerend of remmend werken.
Elke neurotransmitter kan meerdere verschillende receptoren hebben.
, Corticale cel lagen
Verschillende soorten neuronen zijn vaak georganiseerd in lagen
Sensorisch (input), tussen neuronen (doorgeven) en motor neuronen (output) neuronen
worden gegroepeerd. ‘
Lagen zijn verschillend in verschillende corticale gebieden, hangt af van de primaire
functie (vb. in primaire motorarea zijn meer output neuronen).
Dikte van de laag varieert van plek in de cortex : werd vroeger gebruikt om delen van het
brein in te delen, te groeperen naar dikte (gebaseerd op hoe het weefsel eruit ziet).
Glia cellen
Astrocytes
Vorm van een ster, symmetrisch
Zorgen voor structuur en support
Dragen bij aan de bloed-brein barrière (wat van het bloed gaat naar het hersenweefsel
en wat niet)
Oligodendrocytes
Asymmetrisch
Zorgen voor de myeline om de axonen in het CNS
Zorgen voor snelle verplaatsing van de actie potentialen
Microglial cellen
Klein
10 tot 15 % van alle cellen in het brein
Vecht tegen infecties
Opruimen van afval
Ependymal cellen
Klein, eivormig
Bedekken van de ventriculaire oppervlakte van het brein
Produceren cerebro-spinal fluid (CSF) (vloeistof waar het brein zich in bevind)
Schwann cellen
Asymmetrisch
Niet in het brein, maar onder deel van het PNS
Zorgen voor myeline in het PNS
Verschillen in functie en in vorm.
Verschillende componenten van het CNS
Voor brein, inl. hemisferen, corpus collosum and subcorticale diepe structuren
(telencephalon)
Diencephalon, incl. thalamic structuren
Middenbrein (mensencephalon), bovenste stuk van de hersenstam incl. sensorische en
motorische doorgeef nuclei
Hindbrain (metencephalon) incl. pons en cerebellum
Medulla oblongata
Ruggengraat
Neuro anatomy
The Neuron
Dendrieten: spines
Som: cell body
Axon: long fibre connecting neurons
Synapse: space between neurons
Er zijn verschillende type neuronen. Ze onderscheiden zich door functie en vorm
Actie potentiaal reist langs de axonen en triggers een respons bij de synaps, dit zorgt voor een
signaal dichtbij de dendrieten van andere neuronen.
Neurotransmitters die vrij komen in de synaps zorgen voor dit signaal
Actiepotentiaal
Drempel, niet afnemend, alles of niets respons. Er bestaan geen kleine actiepotentialen. Je
hebt er een of je heb er geen.
Getriggerd door de opgetelde signalen die bij de cel komen.
Gedreven door verschillende ionen doorlatendheid van cel membraan
Triggers vrij komen van neurotransmitter bij de axon terminal
Synaps
Actiepotentiaal zorgt voor vrij komen van neurotransmitters in de synaptische spleet.
Versterkend of remmende signalen kunnen bijdragen aan het opgetelde signaal bij de axon
heuvel waar de drempel is bepaald.
De verspreiding van de synapsen op een cel beïnvloeden de excitability
Sommige neuronen kunnen meer dan 1 type neurotransmitter vrijgeven. Dit hangt af van de
type stimulatie (hoge of lage frequentie stimulatie, hoe snel ze komen).
In het pos synaptische membraan zitten receptoren die zich kunnen aanpassen aan over of
onder gebruik. (Als er veel neurotransmitters zijn zullen er meer receptor cellen worden
aangemaakt, als ze niet gebruikt worden gaan ze weg)
Neurotransmitter: doorsturen van boodschappen
Kleine-molecule neurotransmitter: snel actie
Acetylcholine
Amines; dopamine, adrenaline, serotonine
Aminozuren ; Glutamaat, histamine, GABA
Peptide transmitter: langzaam
Aminozuur kettingen
Transmitter gassen: Makkelijk door celmembraan, activeren metabolisme
Koolmonoxide, stikstofmonoxide
Effecten van neurotransmitters kunnen stimulerend of remmend werken.
Elke neurotransmitter kan meerdere verschillende receptoren hebben.
, Corticale cel lagen
Verschillende soorten neuronen zijn vaak georganiseerd in lagen
Sensorisch (input), tussen neuronen (doorgeven) en motor neuronen (output) neuronen
worden gegroepeerd. ‘
Lagen zijn verschillend in verschillende corticale gebieden, hangt af van de primaire
functie (vb. in primaire motorarea zijn meer output neuronen).
Dikte van de laag varieert van plek in de cortex : werd vroeger gebruikt om delen van het
brein in te delen, te groeperen naar dikte (gebaseerd op hoe het weefsel eruit ziet).
Glia cellen
Astrocytes
Vorm van een ster, symmetrisch
Zorgen voor structuur en support
Dragen bij aan de bloed-brein barrière (wat van het bloed gaat naar het hersenweefsel
en wat niet)
Oligodendrocytes
Asymmetrisch
Zorgen voor de myeline om de axonen in het CNS
Zorgen voor snelle verplaatsing van de actie potentialen
Microglial cellen
Klein
10 tot 15 % van alle cellen in het brein
Vecht tegen infecties
Opruimen van afval
Ependymal cellen
Klein, eivormig
Bedekken van de ventriculaire oppervlakte van het brein
Produceren cerebro-spinal fluid (CSF) (vloeistof waar het brein zich in bevind)
Schwann cellen
Asymmetrisch
Niet in het brein, maar onder deel van het PNS
Zorgen voor myeline in het PNS
Verschillen in functie en in vorm.
Verschillende componenten van het CNS
Voor brein, inl. hemisferen, corpus collosum and subcorticale diepe structuren
(telencephalon)
Diencephalon, incl. thalamic structuren
Middenbrein (mensencephalon), bovenste stuk van de hersenstam incl. sensorische en
motorische doorgeef nuclei
Hindbrain (metencephalon) incl. pons en cerebellum
Medulla oblongata
Ruggengraat