Psychologie De wetenschap van gedrag en geestelijke processen (denken, voelen)
Pedagogiek De wetenschap van het opvoeden
Relevantie psychologie en Psychologie en pedagogiek helpen je bij het contact te maken en met (het
pedagogiek voor het SW probleem van) een cliënt beter te begrijpen.
Biologische perspectief (begin) Eerste onderzoek van waarnemen, geheugenproeven en onderzoek op
reacties naar prikkels. Er werd te werk gegaan als natuurkundigen.
Psychodynamische perspectief Gedrag wordt bepaald door het onbewuste. Persoonlijkheid is opgebouwd uit
(Freud) het onbewuste (Id), het bewuste (Ego) en het geweten (Superego).
Behavioristische perspectief Het bestuderen van de geest moest geen deel uitmaken van de psychologie.
(Watson & Skinner) Gedachten en emoties zijn niet relevant, want alleen
waarneembaar/meetbaar gedrag is relevant. Gedrag wordt bepaald door
leerprocessen. De psychologie moet wetenschappelijker.
Gestalt perspectief We nemen geen aparte onderdelen waar, maar zien in alles gehelen. We
willen ons leven als een geheel voelen. Gedrag moet kloppen met hoe je jezelf
ziet.
Humanistische perspectief ‘whole person’ perspectief. Focus is de unieke mens. Niet alleen de objectief
(Maslow & Rogers) waarneembare dingen, maar ook de echt menselijke, meer moeilijke
waarneembare dingen zijn van belang. Piramide van Maslow.
Cognitieve perspectief (Ellis) Gedrag wordt bepaald door cognitie (denken). Cognitieve-gedragstherapie =
het beïnvloeden van denkbeelden, zodat het gedrag ook veranderd.
Systeemperspectief De kracht van de situatie. Sociale en culturele invloeden hebben vaak meer
invloed op ons gedrag dan onze persoonlijkheid. Sociale invloed staat
centraal.
Neurofysiologisch (biologisch) Gedrag wordt veroorzaak door onze genen, hersenen en hormonen.
perspectief
Hersenen die betrokken zijn bij Het limbisch systeem
emoties en gedrag
Primaire en secundaire emoties Primaire emoties:
(Frijda) ‘Pure emoties’
Automatisch door prikkels uit de buitenwereld opgeroepen
Ontstaan onbewust
Vreugde, angst, verbazing, boosheid, verdriet en onbehagen
Secundaire emoties:
‘Sociale emoties’
Sterker afhankelijk van omgevingsinvloeden en cultuur
Gaan vaak wél gepaard met bewuste beleving
Trots, schaamte, medelijden, hoop, onzekerheid etc.
Componententheorie (Frijda) Fysiologische arousal: de lichamelijke sensatie die je voelt (kippenvel).
Cognitieve interpretatie: overtuigingen en gedachten over situatie (de
gedachte, “hij is gevaarlijk”).
Subjectieve gevoelens: hoe je het persoonlijk beleeft.
- Valideren van het gevoel: woorden geven aan emoties.
Gedragsmatige expressie: welk gedrag je laat zien.