Les 4: Nucleaire receptoren
5 types van ‘signaalvertalers’
1) Receptoren die ionenkanalen zijn
2) Receptoren met intrinsieke enzymatische activiteiten (vaak tyrosine kinasen en dmv een GTPase)
3) Receptoren gelinkt aan eiwitkinasen (vaak ook tyrosine kinasen)
4) Receptoren gekoppeld aan doeleiwitten via een G eiwit (GPCRs)
5) Intracellulaire receptoren, bv. steroïde receptoren die deel uitmaken van de nucleaire
receptorfamilie
Nucleaire receptoren zijn eiwitten die o.a. kunnen werken als hormonale
‘vertalers’
• Hormonen
o Chemische boodschappers, vrijgesteld op 1 plaats in lichaam maar hun acties kunnen ver
daarvandaan gebeuren
o Secretie is vaak (maar niet altijd) via zgn. feedback loops
o Functie: behoud van homeostase en toelaten van normaal, fysiologisch functioneren
o Klassificatie
▪ Eiwitten en polypeptiden
▪ Steroïden
▪ Andere hormonen
➢ Glycoproteïnen (bv. FSH, TSH, LH)
➢ Aminen (bv. schildklierhormoon, serotonine)
➢ Vetzuurderivaten en fosfolipiden (bv. prostaglandines)
➔ Sommige (zoals steroïden) maar niet alle hormonen werken via nucleaire
receptoren als mediator om hun signaal door te geven
• De hormonale ‘vertaler’
o detecteert het hormonaal signaal - het is een receptor
o zet het hormonaal signaal om in een hormonale respons– het is een effector
o is een eiwit (of een reeks eiwitten)
o Er zijn heel veel verschillende hormonale signalen., er zijn heel veel verschillende hormonale
responsen MAAR er zijn slechts ‘enkele’ hormonale vertalers
▪ Vandaar de noodzaak tot signaalversterkers zodat heel veel verschillende
fysiologische responsen kunnen worden gegenereerd
➢ Via receptoren die naar secundaire boodschappers gaan
(Ca2+, Cyclic nucleotides cAMP, cGMP, Inositol 1,4,5-trisphosphate,
Diacylglycerol,3-phosphorylated phosphoinositides)
➢ Via receptoren die (de)fosforylatie cascades beïnvloeden
➢ Via receptoren die rechtstreeks de boodschap aan DNA brengen
➢ Via een combinatie van deze wegen
, De signaaltransductie van steroïde hormonen wordt verzorgd door nucleaire
receptoren
Steroïden (precursor = cholesterol)
- Bijnieren, bijnierschors:
a) Glucocorticoïden
(cortisol: suikermetabolisme, vetmetabolisme, immuunregulatie, stressresponsen)
(Dexamethasone is een synthetisch glucocorticoid, veelvuldig in het lab gebruikt (DEX))
b) Mineralocorticoïden
(aldosteron: bloeddrukregulatie via electrolietenbalans, Na reabsorptie toename)
c) Androgenen
(testosteron en oestrogeen afgeleiden of precursoren)
- Eierstokken
a) Oestrogeen
b) progesteron
- Testis
Testosteron
AR = androgeenreceptor
ER = estrogeenreceptor
GR = glucocorticoïde receptor
MR = mineralocorticoïdereceptor
PR = progesteronreceptor
Glucocorticoïden
• Zowel endocriene, paracriene (waterhuishouding nier) als autocriene (negatieve feedback) signalisatie
• Cortisone is een glucocorticoïdhormoon, de actieve vorm is eigenlijk cortisol
o Endogeen cortisol werkt in op heel veel niveaus:
o Klinische rol en probleem bij exogene, synthetische cortisone
▪ Klinische rol: ontstekingsremmend
▪ Probleem: slechts voor tijdelijk gebruik want suprafysiologische dosis (hoeveelheid
om ziekte te bestrijden) ligt hoger dan lichaam normaal zou produceren +
therapieresistentie kan optreden
5 types van ‘signaalvertalers’
1) Receptoren die ionenkanalen zijn
2) Receptoren met intrinsieke enzymatische activiteiten (vaak tyrosine kinasen en dmv een GTPase)
3) Receptoren gelinkt aan eiwitkinasen (vaak ook tyrosine kinasen)
4) Receptoren gekoppeld aan doeleiwitten via een G eiwit (GPCRs)
5) Intracellulaire receptoren, bv. steroïde receptoren die deel uitmaken van de nucleaire
receptorfamilie
Nucleaire receptoren zijn eiwitten die o.a. kunnen werken als hormonale
‘vertalers’
• Hormonen
o Chemische boodschappers, vrijgesteld op 1 plaats in lichaam maar hun acties kunnen ver
daarvandaan gebeuren
o Secretie is vaak (maar niet altijd) via zgn. feedback loops
o Functie: behoud van homeostase en toelaten van normaal, fysiologisch functioneren
o Klassificatie
▪ Eiwitten en polypeptiden
▪ Steroïden
▪ Andere hormonen
➢ Glycoproteïnen (bv. FSH, TSH, LH)
➢ Aminen (bv. schildklierhormoon, serotonine)
➢ Vetzuurderivaten en fosfolipiden (bv. prostaglandines)
➔ Sommige (zoals steroïden) maar niet alle hormonen werken via nucleaire
receptoren als mediator om hun signaal door te geven
• De hormonale ‘vertaler’
o detecteert het hormonaal signaal - het is een receptor
o zet het hormonaal signaal om in een hormonale respons– het is een effector
o is een eiwit (of een reeks eiwitten)
o Er zijn heel veel verschillende hormonale signalen., er zijn heel veel verschillende hormonale
responsen MAAR er zijn slechts ‘enkele’ hormonale vertalers
▪ Vandaar de noodzaak tot signaalversterkers zodat heel veel verschillende
fysiologische responsen kunnen worden gegenereerd
➢ Via receptoren die naar secundaire boodschappers gaan
(Ca2+, Cyclic nucleotides cAMP, cGMP, Inositol 1,4,5-trisphosphate,
Diacylglycerol,3-phosphorylated phosphoinositides)
➢ Via receptoren die (de)fosforylatie cascades beïnvloeden
➢ Via receptoren die rechtstreeks de boodschap aan DNA brengen
➢ Via een combinatie van deze wegen
, De signaaltransductie van steroïde hormonen wordt verzorgd door nucleaire
receptoren
Steroïden (precursor = cholesterol)
- Bijnieren, bijnierschors:
a) Glucocorticoïden
(cortisol: suikermetabolisme, vetmetabolisme, immuunregulatie, stressresponsen)
(Dexamethasone is een synthetisch glucocorticoid, veelvuldig in het lab gebruikt (DEX))
b) Mineralocorticoïden
(aldosteron: bloeddrukregulatie via electrolietenbalans, Na reabsorptie toename)
c) Androgenen
(testosteron en oestrogeen afgeleiden of precursoren)
- Eierstokken
a) Oestrogeen
b) progesteron
- Testis
Testosteron
AR = androgeenreceptor
ER = estrogeenreceptor
GR = glucocorticoïde receptor
MR = mineralocorticoïdereceptor
PR = progesteronreceptor
Glucocorticoïden
• Zowel endocriene, paracriene (waterhuishouding nier) als autocriene (negatieve feedback) signalisatie
• Cortisone is een glucocorticoïdhormoon, de actieve vorm is eigenlijk cortisol
o Endogeen cortisol werkt in op heel veel niveaus:
o Klinische rol en probleem bij exogene, synthetische cortisone
▪ Klinische rol: ontstekingsremmend
▪ Probleem: slechts voor tijdelijk gebruik want suprafysiologische dosis (hoeveelheid
om ziekte te bestrijden) ligt hoger dan lichaam normaal zou produceren +
therapieresistentie kan optreden