HBO-V BLOK 1A
Leerdoelen ondersteund onderwijs (OOB-OOC-OOD)
Door Silke van Oostrum
Leerdoelen Hogeschool van Utrecht
,INHOUD
OOB: Leerdoelen doelgroepen............................................................................................................................ 2
Casus 2: Zuigeling en jeugdzorg .................................................................................................................. 2
Casus 4: Kraamzorg ..................................................................................................................................... 4
Casus 6: Geriatrie ........................................................................................................................................ 5
Casus 7: Geriatrie ........................................................................................................................................ 6
OOB: Psychologie ................................................................................................................................................ 8
OOC: Diversiteit ................................................................................................................................................. 16
Casus 4 ...................................................................................................................................................... 16
OOC: Onderzoekend vermogen ........................................................................................................................ 16
Casus 2 ...................................................................................................................................................... 16
Casus 3 ...................................................................................................................................................... 17
Casus 5 ...................................................................................................................................................... 19
Casus 6 ...................................................................................................................................................... 19
OOD: Voeding.................................................................................................................................................... 20
1
, OOB: LEERDOELEN DOELGROEPEN
CASUS 2: ZUIGELING EN JEUGDZORG
De student kan uitleggen hoe de normale groei en ontwikkeling (op lichamelijk, motorisch, psychosociaal,
spraak-taal en cognitief gebied) in de zuigelingenperiode verloopt.
Gemiddelde lijn van gewicht, schedelomvang (schedelnaden) en lengte, hoeft niet per se.
Afbuigingen in de groeicurve zijn directe signalen voor wat is er aan de hand.
100 tot 150 gram per week, borst gevoede kinderen gaan soms wat sneller en dan wat langzamer (afbuiging
kan bijvoorbeeld glutenallergie).
Gemiddelde groei per 1e jaar: 25 cm - 6,5 kg, 10 cm qua schedelomvang.
1-3 jaar: 7 cm - 2,5kg, 0,5-1,2cm qua schedelomvang.
Motorische ontwikkeling
Craniaal naar caudaal = hoofd naar stuit.
Centraal naar perifeer = romp naar armen en benen. Wat kunnen ze ermee?
Grof motorisch naar fijn motorisch = liggen naar draaien en dan dingen vastpakken en bewegingen gerichter.
Spraak en taal ontwikkeling
Staat in verband met het gehoor. Gaat in vier verschillende fases:
1. Preverbale fase. Onbewuste geluiden maken. (0-1jr)
2. Vroeg linguale fase. Klanken vanuit imitatie
3. Differentie fase meer ontwikkeling in klanken en herkenning.
4. Voltooiing fase. Volledige zinnen en grammatica.
5 tot 6 wk: gevoelsmatig. Als ik huil gebeurt er iets.
Mnd of 5: brabbelen, meer geluiden imiteren.
Mnd 5/6: meer imiteren, geluiden omgeving (groot verschil)
Praten met een kind is erg belangrijk. Spraak ontwikkeld sneller.
Mnd of 8: simpele opdrachten uitvoeren.
Sociaal emotionele ontwikkeling
- 0-2 mnd aandacht vragen. 6 mnd word kind selectief wie hij/zij vertrouwd.
- 6 wk. Sociale lach (eerste lach)
- 2-4 mnd lichamelijk contact.
- 4-6 mnd lacht, huilt. Iedereen die enthousiast reageert krijgt reactie (geen voorkeur verzorger)
- Na ongeveer 3-6 mnd lichte voorkeur voor verzorgers.
- 6-8 mnd voorkeur vaste verzorger. Paar minuten alleen spelen.
- 8-12 mnd wereld ontdekken. Gehecht aan eerste verzorger. Kind leert onderscheid maken van
mensen. Drang naar zelfstandigheid groeit – frustratie
2
Leerdoelen ondersteund onderwijs (OOB-OOC-OOD)
Door Silke van Oostrum
Leerdoelen Hogeschool van Utrecht
,INHOUD
OOB: Leerdoelen doelgroepen............................................................................................................................ 2
Casus 2: Zuigeling en jeugdzorg .................................................................................................................. 2
Casus 4: Kraamzorg ..................................................................................................................................... 4
Casus 6: Geriatrie ........................................................................................................................................ 5
Casus 7: Geriatrie ........................................................................................................................................ 6
OOB: Psychologie ................................................................................................................................................ 8
OOC: Diversiteit ................................................................................................................................................. 16
Casus 4 ...................................................................................................................................................... 16
OOC: Onderzoekend vermogen ........................................................................................................................ 16
Casus 2 ...................................................................................................................................................... 16
Casus 3 ...................................................................................................................................................... 17
Casus 5 ...................................................................................................................................................... 19
Casus 6 ...................................................................................................................................................... 19
OOD: Voeding.................................................................................................................................................... 20
1
, OOB: LEERDOELEN DOELGROEPEN
CASUS 2: ZUIGELING EN JEUGDZORG
De student kan uitleggen hoe de normale groei en ontwikkeling (op lichamelijk, motorisch, psychosociaal,
spraak-taal en cognitief gebied) in de zuigelingenperiode verloopt.
Gemiddelde lijn van gewicht, schedelomvang (schedelnaden) en lengte, hoeft niet per se.
Afbuigingen in de groeicurve zijn directe signalen voor wat is er aan de hand.
100 tot 150 gram per week, borst gevoede kinderen gaan soms wat sneller en dan wat langzamer (afbuiging
kan bijvoorbeeld glutenallergie).
Gemiddelde groei per 1e jaar: 25 cm - 6,5 kg, 10 cm qua schedelomvang.
1-3 jaar: 7 cm - 2,5kg, 0,5-1,2cm qua schedelomvang.
Motorische ontwikkeling
Craniaal naar caudaal = hoofd naar stuit.
Centraal naar perifeer = romp naar armen en benen. Wat kunnen ze ermee?
Grof motorisch naar fijn motorisch = liggen naar draaien en dan dingen vastpakken en bewegingen gerichter.
Spraak en taal ontwikkeling
Staat in verband met het gehoor. Gaat in vier verschillende fases:
1. Preverbale fase. Onbewuste geluiden maken. (0-1jr)
2. Vroeg linguale fase. Klanken vanuit imitatie
3. Differentie fase meer ontwikkeling in klanken en herkenning.
4. Voltooiing fase. Volledige zinnen en grammatica.
5 tot 6 wk: gevoelsmatig. Als ik huil gebeurt er iets.
Mnd of 5: brabbelen, meer geluiden imiteren.
Mnd 5/6: meer imiteren, geluiden omgeving (groot verschil)
Praten met een kind is erg belangrijk. Spraak ontwikkeld sneller.
Mnd of 8: simpele opdrachten uitvoeren.
Sociaal emotionele ontwikkeling
- 0-2 mnd aandacht vragen. 6 mnd word kind selectief wie hij/zij vertrouwd.
- 6 wk. Sociale lach (eerste lach)
- 2-4 mnd lichamelijk contact.
- 4-6 mnd lacht, huilt. Iedereen die enthousiast reageert krijgt reactie (geen voorkeur verzorger)
- Na ongeveer 3-6 mnd lichte voorkeur voor verzorgers.
- 6-8 mnd voorkeur vaste verzorger. Paar minuten alleen spelen.
- 8-12 mnd wereld ontdekken. Gehecht aan eerste verzorger. Kind leert onderscheid maken van
mensen. Drang naar zelfstandigheid groeit – frustratie
2