DEEL 1: VOEDERGEWASSEN (VOEDERMIDDELENKUNDE)
INLEIDING
HOOFDSTUK 1: HOOFDEIGENSCHAPPEN PLANTAARDIGE VOEDERMIDDELEN
PLANTAARDIG VS. DIERLIJK
RUWVOEDER VS. KRACHTVOEDER
ECONOMISCH BELANG
HOOFDSTUK 2: RUWVOEDERS
VERSE RUWVOEDERS
GECONSERVEERDE RUWVOEDERS
BIJKOMENDE RUWVOEDERS
Stro + kaf
Wortel + knolgewassen
HOOFDSTUK 3: KRACHTVOEDERS
ONBEWERKT
BEWERKT
DIERLIJKE OORSPRONG
DEEL 2: VOEDING PAARD
HOOFDSTUK 1: THEORETISCHE BASIS
ANATOMIE + FYSIOLOGIE à PRAKTISCHE AANPAK
BEHOEFTEN
HOOFDSTUK 2: PRAKTISCHE AANPAK
OOG VAN MEESTER
KLASSIEKE VOEDERMIDDELEN
HOE VOEDERMIDDELEN AANBIEDEN
PREVENTIEF VOEDEREN
CURATIEF VOEDEREN
HOOFDSTUK 3: RANTSOENANALYSE
PRINCIPES
BEREKENEN ENERGIE + EIWIT
BEREKENEN MINERALEN + VITAMINEN + WATER
VOEDINGSGERELATEERDE PROBLEMEN
,INLEIDING
Voeding GHD = veevoeding
Praktisch: Wat? Hoeveel? Hoe?
Diersoortverschillen qua voeder: waarde + opname + voorkeur
Paard ≠ koe (& omgekeerd)
o Paard: hindgut fermenter = vertering na dunne darm à in blinde + dikke darm
o Koe: foregut fermenter = vertering voor dunne darm à in pens
DEEL 1: VOEDERGEWASSEN (VOEDERMIDDELENKUNDE)
HOOFDSTUK 1: HOOFDEIGENSCHAPPEN PLANTAARDIGE VOEDERMIDDELEN
PLANTAARDIG VS. DIERLIJK
Plantaardig
o Bepaald aantal % RC (= ruwe celstof)
RC
- Celwand bepalen RC = alle delen van plant die moeilijk/niet afbreekbaar
zijn
- Belangrijke bouwstenen plantencelwand: (hemi)cellulose + lignine
Uitzondering: melasse = afgeleide van plantaardig voedingsmiddel maar geen RC
Dierlijk: ruwvezelvrij Plantencelwand (dikker)
o Vb. biergist omgeeft celinhoud.
Celwand vernietigen door
enzymen afkomstig van
maag + dd à celinhoud
verteren (50% bij paard)
Rantsoenberekeningen
o Steeds werken met DS à zo kan men weten met hoeveel voer men ander soort voer kan vervangen
o 5 kg vers gras à 1 kg DS
o 5 kg droog kuilvoer à 3 kg DS
o 5 kg hooi à 4 kg DS
à meer kuil voederen dan hooi om zelfde DS-gehalte te verkrijgen
RUWVOEDERS VS. KRACHTVOEDERS
Ruwvoeder (RV)
o Eigenschappen
RC-rijk (> 15%)
Weinig vermalen/verkleind
Laag energetisch (relatief)
- Veel vocht
- Weinig DS waarvan veel RC
Luzernehooi
o Luzernehooi vs. luzernekorrels
Luzernehooi = ruwvoeder
Luzernekorrels = krachtvoeder
Krachtvoeder (KV)
o Eigenschappen
RC-arm
Verklein/vermalen
Hoog energetisch
- Weinig vocht
- Hoog DS-gehalte: organische stof à zetmeel en/of vet Luzernekorrels
ECONOMISCH BELANG
Voedergewassen = basisvoeding paarden + HK
o Belangrijke factor voor bedrijfsrendabiliteit
Belangrijk kostenplaatje: door hoge teelt + transportkosten
, Belang gezondheid + prestatie: eenheidsprijs (euro/kg) maar kwaliteit verschafte voedergewassen
minstens even belangrijk à basis optimale gezondheid + prestaties dieren
- Goedkoop = vaak slechte koop
Voorbeeld
o 2013: 120 euro/ton
o Nu: 170 euro/ton
o Verschil = 50 ton à hoe zwaar weegt dit door rekening houdend met paard +- 600 kg à 2% LG aan DS nodig
Onthouden: hooi bevat 85% DS
HOOFDSTUK 2: RUWVOEDERS
Indeling
o Vorm van verstrekking
Vers verstrekt = groenvoeders
Geconserveerd = gedroogd/ingekuild
- Reden: winterperiodes (zonder plantengroei) overbruggen Ingekuild voeder
o Herkomst voeder
Bedrijfsruwvoeders = productie op bedrijf zelf: gras + maïs + klaver
Industriële ruwvoeders = productie door industrie: bier à draf ; suikerbiet à pulp (aan
rundvee voederen)
VERSE RUWVOEDERS/GROENVOEDERS (VERS) – ALGEMEEN
Soorten Pulp
o Gramineëen
Grassen
Snijgranen
o Leguminosen (= vlinderbloemigen)
Klavers
o Cruciferen (= kruisbloemigen)
Koolsoorten
Eigenschappen
o Typisch bedrijfsruwvoeders à versheid (want geen langdurig transport)
o Waterrijk
o DS: eiwit
à groen + vers voederen = eiwitrijk
o Wisselende samenstelling afhankelijk van seizoen + weeromstandigheden
RC
EW
Energie
o Oud (ßà jong gras)
Meer RC à lignificatie + onverteerbaar
Minder EW
Minder energie
o RC ≈ 1/RE
Hoe hoger RC à hoe minder ruw eiwit
- Uitleg: RC omgeeft andere nutriënten (E + EW) à bij oudere plant in mindere mate aanwezig +
minder bereikbaar/bruikbaar voor dier
o Blad: eiwitrijk
o Stengel: RC-rijk
, Netto-energie (NE) groenvoeders
o = energie welke dier na metaboliseren van voeder werkelijk ter beschikking krijgt voor onderhoud + productie in
groenvoeders
o Laag bij niet-herkauwers vb. paard (+ hond)
Verklaring: gras = hoge RC (niet verteerbaar voor paard) + laag zetmeel-gehalte in gras
o Hoog bij herkauwers
NE à VEM = voedereenheid melkvee
Ouder worden
- ↑ lignificatiegraad à ↓ energie + energie & eiwit-inhoud per kg/DS
- Maar ↑ DS-opbrengst/ha met ouderdom van gewas
à maximale VEM-opbrengst/ha afhankelijk van oogstmoment
Examenvraag
Moment hoogste energie-opbrengst/ha = begin aarvorming
van gras
VRE = verteerbaar ruw eiwit
Mineralen (Na + K + Ca + Mg + sporenelementen)
o Grote verschillen
Afhankelijk van bodemtype + bemesting + weer + plant (soort + deel + leeftijd)
Algemeen: klavers + kruiden >>> grassen
Sporenelementen sterk afhankelijk van bodem (pH) + bemesting
Fe-tekort = nooit probleem
Opname Mo + F + Pb door plant à toxische neveneffecten bij dieren
o Vraag uit praktijk: paard op weide zonder KV?
Kan indien goede kwaliteit weide = goede bemesting
Vitaminen
o Ruwvoeders rijk aan: vitamine B + E + K
Geen vitamine A, wel carotenen (= provitamine A à omzetting mogelijk tot vitamine A)
Vitamine D: vers gras zeer schaars à ontstaat pas na maaien + UV-licht
o Vraag uit praktijk: krijgt paard voldoende vitamine D indien hij enkel gras eet?
Vitamine D in vers gras = zeer laag, ook al 24u weidegang à NIET supplementeren want precursoren
vitamine D in huid à o.i.v. UV (ook bij bewolking) à vitamine D
Indien paard 24/7 op stal
- Licht uit ruit ≠ UV à dier kan zelf geen vitamine D maken à nodig uit voedsel nl. zongedroogd
ruwvoeder (hooi + graskuil)/krachtvoeder
- Behoorlijke vitamine D voorraad in vet + lever
, - Slechtste wat men kan doen: 24/7 op stal + vers gemaaid gras + geen KV
- Rol (zeker bij jong dier): vitamine D heeft rol in absorptie van Ca uit darm à botgroei
GRAMINEËEN
Zeer belangrijk
Goedkoopste ruwvoeder à meest gebruikt
Uitbatingsvorm weides
o Bepalen grasopbrengst + voederwaarde
o Extensief uitgebaat: gras + klavers + kruiden
o Intensief uitgebaat: +- uitsluitend grassen
Nadeel: hoge bemestingsgraden (vnl. N)
Voederwaarde weide (= vers gras)
o Eigenschappen
Rijk aan eiwitten + mineralen
- Zeker indien gemengd klaver x kruiden: iets hoger EW + Ca + Mg
- Indien correcte bemesting à voldoende Ca + Mg + P + Na (mineralen)
- Te veel K à slappe mest (slappe kak)
Rijk aan β-caroteen (voorloper vitamine A) + vitamine E (belangrijk bij paard voor
spierfunctie)
o Opname dier afhankelijk van
Kwaliteit + aanbod + samenstelling
Weer + smaak + kroonroest (= schimmelziekte)
2 groeistadia gras
o April-mei (60% jaarlijkse grasgroei) >>> augustus-september
o Afhankelijk van
Weer: temperatuur + neerslag
- Grasgroei vanaf 5 – 8°C bodemtemperatuur
- Ideale grasgroei tussen 12 – 20°C
- Grasgroei neemt af bij bodemtemperatuur > 25°C
Bemesting
o Vers groeiend gras
Energierijk
Eiwitrijk
RC-arm
Jong groeiend gras: nauwe E/EW-verhouding (VEM/DVE)
- VEM = VoederEenheid Melkvee = netto-energie
- DVE = Darm Verteerbaar Eiwit
- Jong gras: EW >>> energie (= overmaat aan EW) à bijvoederen
voedermiddel hoge VEM/DVE (dus bevat meer energie dan EW) vb.
maïs + kuilvoeder
- Ouder gras: eiwitgehalte/kg daalt meer dan energiegehalte/kg
-: kwaliteit + aanbod afhankelijk van
o Tijdstip
Algemeen: gras wordt ouder à ↑ opbrengst DS/ha + ↑ RC/kg DS + ↓ EW/kg DS + ↓ E/kg DS
o Weer
o Bemesting
Uitbatingsvormen grasland
o Naast intensief vs. extensief
Ook verschillende beweidingsschema’s met 2 doelen
- Beperken belasting/schade grasland à garanderen voederwaarde
- Controle opgenomen hoeveelheid gras dieren
Standweide
o = dieren gedurende volledig seizoen op 1 weide
o +- 1 mei – 30 oktober
Vaak uitstel voor kwaliteit & opbrengst weide + gezondheid dier
- Dier te vroeg in gras à paard (korte grazer) bijt groeipunten uit gras à ↓ opbrengst à trage tot
geen recuperatie grasmat à later op seizoen loopt dier weide volledig op kapot/vroeger opstallen
Zelfs indien omweiden à geen volledig herstel grasmat à grasopbrengst grotendeels verloren
, - Dier in te jong gras (te hoog EW + energie-gehalte) à koliek + hoefbevangenheid etc.
-
- Variërende samenstelling gras doorheen seizoen
- Overbegrazing door paarden
- Laminitis
- Wormen indien mest niet van weide halen
+: dieren gedurende seizoen niet verplaatsen
o Vraag uit praktijk: hoeveel paarden kan ik hele jaar door op weide van 1 hectare houden?
Richtlijn: 2 – 4 paarden/ha
Indien hoger à voorwaarden: extra ruwvoeder + goed drainerende bodem
Omweiding
o = oppervlakte verdeeld in verschillende percelen
o Elke 2 – 5d naar nieuw perceel
Hoogproductief melkvee: ideaal want jong gras
Paard: inscharen (= op weide plaatsen) op ouder gras
o Indien afgegraasd à 3 weken laten hergroeien
o –
Veel oppervlakte nodig
Arbeid: dieren constant verplaatsen van weide
Melken
- Bij melkvee belemmering melkproces tenzij looppad à zelfstandig naar melkstal
Looppad = verlies in oppervlakte
Indien melkrobot ver van weide à onvoldoende melken vanwege lange afstand
Rantsoenbeweiding = stripbegrazing
o = elke dag nieuw perceel door verplaatsbare tijdelijke afsluiting binnen perceel à dagelijks/meerdere malen per
dag opschuiven
o +
Maximale benutting gras > dier mest op oude stuk weide & niet op nieuwe gras
waarvan ze eten
Controle grootte rantsoen
o –
Hoge arbeidsbehoefte
Belastend voor afgegrazen stuk
o ?: is dit realistisch? à afwegen
Bedrijfsgrootte
Personeelskost
Motivatie
à geldt voor elk systeem!
Zomerstal
o = dagelijks maaien à vers gras voederen op stal
o Vnl. melkvee
o +
Minder vertrappingsverlies
Dier binnen handbereik voor andere handelingen vb. melken
o -: kleinere opname dan beweiden
Summerfeeding
o Zelfde als zomerstal maar geen gras à wel kuilvoer
Dagbeweiding
o = overdag op weide, ’s nachts opstallen
o +: paard binnen handbereik + minder mest in weide + koe melken
o -: meer mest in stal
o Variant rund: siësta-beweiding
Om 6u melken à op weide à opstallen om 12u tot 18u à om 18u melken à op weide à opstallen om 22u
+
- Voederbenutting
- Mestbenutting
- Hittestress: op warmste moment dag in geventileerde stal
, - Langere nachtrust dier + veehouder
-: arbeid (opstallen à buiten laten)
GRAMINEËEN – SNIJGRANEN
Snijrogge + snijmaïs
Niet vers à enkel als kuilvoeder (geconserveerde groenvoeders)
LEGUMINOSEN – KLAVERS
+: klaver bouwt N van lucht in à goed voor plant + omliggende planten
-: hoge N-concentraties in plant schadelijk voor paard + rund
Zelden beweiding
Snijrogge
o Paard x klaver à ↑ kans op mok
o Rund x klaver à ↑ kans op tympanie
Alternatief: luzerne
o Als hooi/korrels
o Veilig alternatief klaver
o Goede EW-bron: bevat alle essentiële AZ + voldoende structuur (pensprikkelende werking)
o Laag suikergehalte
o Preventief + curatief tegen maagzweren
o -: scheve Ca/P verhouding (4/1) (ßà normaal: 2/1) à indien luzerne geven à ook fosfor geven
CRUCIFEREN – KOOLSOORTEN
Meeste soorten
o Slechte smaak
o Giftig
à genetische selectie à ↑ smaak + ↓ toxiciteit
à probleem: wilde HK (ree + minder hert): eten aanzienlijk veel winterkool van land à metabole
stoornissen + sterfte
Rapen + bladkool: wordt na granen geteeld als stoppelknollen maar wordt minder gedaan
Voeder + suikerbietenloof Winterkool = bladkool
o Liefst vers, evt. ingekuild
o Zeer smakelijk à ↓ opname gras
GECONSERVEERDE RUWVOEDERS
Algemeen
o 2 bewaringsvormen (conserveringsvormen)
Drogen: gras à hooi
Inkuilen = gewas verkleinen (= hakselen) à luchtdicht verpakken
à beide voor- en nadelen
à beide specifieke eigenschappen qua proces + uiteindelijke voederwaarde
o Keuze bewaringsvorm afhankelijk van verschillende factoren
Kostprijs
Voederwaarde
Diersoort
o Procedure: vers ruwvoeder (variabele voederwaarde) = basis à + effecten conservering + opslag + bewaring à
invloed op voederwaarde eindproduct
INGEKUILDE RUWVOEDERS (= KUILVOEDERS)
Inkuilen algemeen
o Maaien à evt. fijnhakselen à aandammen à luchtdicht afdekken/verpakken
2 manieren
o Inkuilen tot kuil
Maaien à op hoop voeren (kuil) à aanrijden/aandammen met tractor à afdekken met sterke laag
siloplastic à aandammen met grond/autobanden
o Inkuilen in balen
Maaien à persmachine = balenpers (persen tot baal) à wikkelen met plastic
+: makkelijker verplaatsen
-: weegt 300 – 1000kg
Meest ingekuild
o Gras à graskuil
, Nat: ≤ 25% DS
Voorgedroogd: 35 – 50% DS à voor paard liefst 50 – 68% DS (door balenpers i.p.v. hoop)
o Snijmaïs à maïskuil
Op verschillende stadia inkuilen
Goed voor rund + varken
Risico’s voor paarden
o Vraag uit praktijk: is maïs geschikt voeder voor paard?
Antwoord: neen want
- Zure geur
- Wennen aan smaak
- Veel energie + laag EW + laag vitaminen & mineralengehalte
- Bevat veel zetmeel à diarree
Hoe?
o Nat = vers inkuilen
Principe: maaien à onmiddellijk inkuilen à zure fermentatie komt meteen op gang
Hakselen à betere bewaring
DS < 25%
Maaien
Best met additief
o Voordroogkuil
Principe: maaien à veldperiode (= voordroog) à kuilen
DS: 30 – 35% of 50 – 55% (afhankelijk van hoe lang met gras laat drogen)
Drogen stimuleren
- Schudden + keren
- Kneuzen = pletten zonder snijden m.b.v. kneusmachine à beschadigd
Hakselen
celwand à sneller drogen
Indien regen bij drogen à ↓ voederwaarde
Kneusmachine/kneuzer
Links onderaan: keren/opschudden
Links: opraapwagen
Rechts: hakselaar
, o Vraag uit praktijk: hey buurman! Mag ik je paard mijn afgemaaid gras geven?
Antwoord: neen
- Maaier ßà grasmachine
à kapotgemaaid gras à ↑ beschikbaarheid suikers à SS-problemen à mogelijks fataal
Basisprincipes inkuilproces
o Hoofddoel
Bewaren voederwaarde (energie + EW) à nuttig voor dier
D.m.v. anaeroob milieu
o Inkuilproces gebaseerd op verzuring à anaërobe fermentatie à melkzuur à pH ≤ 4,2
o 2 fasen
Ademhalingsfase (composteren): kort
Verzuringsfase (anaeroob): langer
o Ademhalingsfase
Maaien + evt. hakselen/kneuzen à AH plant blijft doorgaan à verliezen
- Warmte
- Vocht
- Vergistbare organische stof (FOS)
Aandammen/persen + afdekken zo snel + zorgvuldig mogelijk à anaëroob milieu (plant verbruikt
resterende zuurstof)
Belangrijk: hoe korter AH-fase à hoe minder voedingswaarde verlies
o Verzuringsfase
Doel: stabiliseren kuil à lange bewaring energie + EW
Voorwaarden goede bewaring
- Anaeroob milieu
- Uniforme verzuring: liefst pH ≤ 4,5 (mag iets hoger bij droger)
- MO’s = melkzuurbacteriën + lactobacillen (gebruiken suikers onder vorm van FOS) à productie
lactaat = melkzuur à ↓ pH
Ongewenste bacteriën
- Coli’s: in gier/mest bij te vroeg maaien na bemesten
- Clostridia (= boterzuurbacteriën): in grond bij te laag maaien/molshopen/nat à ↑ pH
Belangrijk feit
- Lactobacillen
Blijven groeien bij pH < 4,5
ßà coli’s + clostridia dood bij die pH
à daarom pH zo snel mogelijk dalen à overwicht lactobacillen
Overwicht lactobacillen bevorderen door
①Vermijdt mest + grond à Coli + Clostridia beperken
②Substraat ter bevordering groei LBS
- Maaien in vooravond: FS overdag à ’s avonds ↑ KH (fructosanen)
- Afbraak cellulose: toevoegen cellulase (in late snede) + hakselen/kneuzen (wel sapverlies) +
toevoegen substraat nl. melasse (= zeer suikerrijk product)
③ Verzuren
- Organische zuren: azijnzuur + propionzuur (= fungicide)
- Liefst geen zuren toevoegen aan paardenvoeder: niet lekker (voederweigering) + lage pH niet
ideaal
④ Onderdrukken boterzuurbacteriën = Clostridia
- D.m.v. verhoogde osmotische waarde
Toevoegen mineralen (NaCl) à werkt bacteriostatisch
Drogen: voordroogkuil (≥ 35% DS) >> verse kuil (20 – 25% DS)
⑤ Innoculanten = melkzuurbacteriën
- Toevoegen aan kuil zelf
⑥ Broeiremmers: m.b.v. additieven schadelijke organismen bewust remmen
⑦ Combi-producten (= innoculanten + broeiremmers)
⑧ Nieuwe generaties à lopende onderzoeken naar optimalisatie kuiladditieven
- Vb. hakselaar/opraapwagen die automatisch additieven toevoegen
, Praktische aanpak inkuilen
o Tegenwoordig: voordroogkuil >>> vers gras
Streven naar DS ≥ 35%
- Goed weer: uitzonderlijk na 1d inkuilen mits schudden + kneuzen
- Minder weer: inkuilen bij lager DS-gehalte kan mits toevoegen additieven vb. zout NaCl
- Te lang drogen à nat hooi (DS 50%)
Te kort gedroogd om hooi te zijn, te lang gedroogd om in te kuilen
Uitleg: te lang drogen à stengels zeer veerkrachtig à niet goed samendrukken à hoe moeilijker
kuil anaëroob (= luchtdicht) te krijgen
o Additieven geven afhankelijk van klimaat + gewas + DS-gehalte
Toevoegen landbouwzout (NaCl)
- Enkel nuttig bij laag DS-gehalte (dus te nat gras)
- 1 – 2% NaCl (indien droger à minder zout)
- Extra +: ↑ voederopname (smakelijkheid) + behoefte dier
Opslag + bewaring kuilvoeders
o Kuil
Grondkuil/rijkuil: maïs/gras (al dan niet gedroogd) op braakliggend
terrein à met tractor erover à lucht eruit
Sleufsilo: betonnen zijwanden
Torensilo: - = duur in aanleg
Bij grond + sleufsilo
- Indien beperkt aantal dieren à voeder uitkuilen (= losmaken
van kuil) met hand > door hoge aandichtingsgraad kuil à - =
zeer arbeidsintensief + tijdsrovend
- Industriële veehouderij: uitkuiler/uitkuil-machine nodig à
snijden machinaal plakken van kuil à + = makkelijkere
verdeling aan dieren
o Gewikkelde balen
Verschillende formaten mogelijk naargelang verbruik
- Rond/vierkant
Zelfde bewaring + prestaties dieren mogelijk
Goed persen (voldoende hard) + wikkelen (dik) essentieel à anaeroob
- Plastiekverbruik (b > k): 7,2 kg/ton DS gras ßà 1,2 kg/ton DS gras
Bewaring essentieel
- Mooi stapelen à bovenste pakken helpen onderste aan te drukken à betere bewaring
- Indien indeukingen à luchtpockets in baal à schimmelvorming + broei
- Liefst op beton (condens vermijden)
- Afdekken met zeil à geen gaatjes door vogel + hond + kat + vandalisme
Verplaatsen
- Regel: indien gestapeld à enkel balen verplaatsen om meteen te
voederen
- Meest ideaal: balenklem à maakt geen gaatjes
Ronde balen = voordroog vs.
vierkante balen = hooi